Selecteer een pagina
Naar Bhutan via de Ringvaart

Naar Bhutan via de Ringvaart

Onlangs interviewde ik Winston Oba (27) instructeur en collega bij het roeicentrum, en waarom? Hij gaat namelijk iets ongelofelijks vet doen komende zomer en daarbij heeft hij hulp nodig van sponsoren om zijn reis mogelijk te maken.

Hij zal met organisatie ‘Global Exploration’ een 3-weekse reis maken naar Bhutan, deze organisatie brengt jongeren van over de hele wereld met elkaar in contact. Doel is dan om elkaars culturen te verkennen en daarbij ook te helpen, vooral ontwikkelingslanden zijn hun gebied. Spelen en activiteiten met kinderen daar is bijv. voor beide kanten erg leerzaam, daarbij helpen zij ook bij het bouwen van bijv. scholen of gemeenschappelijke ruimtes.

Maar waarom gaat Winston er heen? 10 jaar geleden heeft hij een met dezelfde organisatie eenzelfde soort trip gemaakt naar India en als jonkie (toen 17 jaar) was dat een wonderbaring en super leerzaam. 5 jaar later was er een mogelijkheid om naar Bhutan te gaan maar dat kon vanwege lastig te verkrijgen visums niet doorgaan. Bhutan is namelijk een erg Boeddhistisch en natuurrijk land en wilt alle mogelijke (westerse) invloeden van buiten afweren, maar langzaam laten ze onder strikte voorwaarden wel meer toe. En daarom gaat Winston het dit jaar weer proberen, en dit zal ook z’n laatste jaar zijn want hij begint helaas voor de doelgroep van de organisatie wel wat aan de oudere kant te worden.

Op dit moment is bijna alles rond op 1 heel belangrijk iets namelijk hij heeft nog wel geld nodig voor zijn reis om het echt mogelijk te maken. Het totale bedrag dat hij nodig heeft is €1800,- en inmiddels heeft hij een klein deel (al met acties verzameld) maar mist dus nog een groot deel. Dit geld wordt voornamelijk gebruikt om daar dus materiaal en gereedschap te kopen om daar een bijdrage aan de samenleving te kunnen bieden, het deel wat overblijft is hard nodig voor het transport van en naar Bhutan want dat is nog niet zo makkelijk.

Maar die Ringvaart dan? Hij houdt ervan om zichzelf uit te dagen en neemt geen genoegen met 100% score, en iets wat al sinds hij roeit op zijn to-do list staat is de fameuze ringvaart regatta. Een roeiwedstrijd van exact 100 km over de ringvaart, welke gevaren wordt in alle soorten boten. En Winston is Winston niet als hij natuurlijk deze gaat skiffen (die smalle eenpersoonsboot), vele kijken hem al gek aan maar hebben er wel vertrouwen in. Hij is de hele winter al aan het trainen om klaar te zijn voor deze grote uitdaging.

Zijn doel is niet alleen de 100km uitvaren maar met die regatta ook zoveel mogelijk geld ophalen voor zijn reis, bijv. door per km te sponsoren of een vast afgesproken bedrag. Het is voor hem dan ook meer een sponsorregatta.

Volg Winston tijdens de ringvaart en reis naar Bhutan via:
Instagram van ‘Winston.goes.bhutan’
Facebook van ‘Global Exploration’ (zolang er bereik is)

Ook een bijdrage doen aan Bhutan?

Doe een Tikkie voor Bhutan.

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Als fervent jeugdroeier begon hij bij RIC zijn roei carrière in de wedstrijdselectie. Tijdens zijn studie Future Planet Studies aan de Universiteit van Amsterdam heeft hij deze ervaring gebruikt om de stap te zetten naar het instructeursschap. “Danmag je uren achter elkaar over roeien praten terwijl je lekker buiten bent. Dat is heel fijn werken.” De stap naar hoofdinstructeur was dan ook snel gemaakt. “Ik weet dat ik waarschijnlijk het onderwijs in wil. Door de ervaring van het lesgeven hier merk ik dat ik het heel leuk vind om mezelf te horen praten. Als je er dan ook nog betaald voor kan krijgen om mensen iets bij te brengen wat jou interesseert, dat vind ik geweldig.” 

Senne zeinstra

Snelheidslimieten en zakkende polders 
Waar genoeg mensen de politiek als kommer en kwel beschouwen, was het voor Senne Zeinstra pure logica: “Roeien doe je natuurlijk op het water. En sinds ik roei ken ik al de Amstel, een belangrijke rivier in het waterschap. Ik weet hoe leuk het is om daarop te kunnen recreëren en lekker ding te kunnen doen, maar ook hoe belangrijk is om te weten dat het water veilig en schoon is. Dat je niet meteen naar het ziekenhuis moet voor een tetanusprik als je omgaat!”Verder vertelt hij over het waarborgen van het roeiplezier op de Amstel. “Er was ooit een plan om iedereen aan dezelfde snelheidslimiet te houden, dus ook het ongemotoriseerde verkeer op het water. Dan kan ik je vertellen dat een roeiboot met vier personen of acht personen een stuk harder gaat dan de toegestane 9 km/uur. Dus dat zijn van die kleine dingen waar je wel scherp op moet zijn. Anders is opeens in één klap de hele roeisport op de Amstel verboden.” 

 

Waterschapsproblematiek omvat meer dan alleen de pleziervaart, vertelt hij verder.“Ik doe nu onderzoek naar bodemdaling in veenpolders als grote bedreiging. Als je het waterpeil houdt zoals we dat nu houden, dan daalt het maar door en door. Vanuit mijn studie heb ik een aantal dingen geleerd. Het heeft me wat urgentie bijgebracht waar de meeste mensen misschien niet direct aan denken als ze denken aan het waterschap. Dan denken ze aan polders en dijken, maar in de polder gebeurt nog veel meer dan alleen de dijk die er omheen ligt. Vandaar dat ik me bij Water Natuurlijk heb aangesloten. Zij willen het waterpeil niet automatisch laten mee dalen met de bodemdaling. Dat vind ik wel lef hebben.” 

 

Een stads natuurmens 
Hij is zich erg bewust van zijn affiniteit met de natuur en het klimaat. “Hetklinkt misschien gek voor iemand die in Amsterdam is geboren en nooit buiten de stad heeft gewoond. Maar ik ben altijd graag in de natuur geweest, in de zomer naar de duinen of naar de naar de polder. Iets boven Amsterdam heb je Jisp, een klein dorpje, waar mijn familie een buitenhuisje heeft op het water, weer op het water…” vertelt hij lachend. “Ook ga ik elke zomer naar een zomerkamp om kinderen te begeleiden, in het bos. In de natuur ben je weg van de drukte van de stad en kun je je eigen gekke wereld creëren. Dat is een plek die ik heel mooi vind en dit doe ik dan ook graag. Ik wil het ook geen vrijwilligerswerk noemen, want ik zie dat niet als werk.” 

 

Senne Zeinstra is te vinden op Lijst 3 plaats 17 van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor de verkiezingen van 20 maart aanstaande. Wij wensen hem in ieder geval veel succes!

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

Dit weekeinde vindt op de Amstel de Heineken Roeivierkamp plaats, met stip de meest spectaculaire roeiwedstrijd van het jaar. Eén van de bijzonderheden zijn de Razende Reporters, die het evenement jaarlijks van spitsvondig commentaar voorzien. Toprow sprak met de meest ervaren van het stel, Coen Eggenkamp.

Wat is nu precies de charme van de ‘Heineken’?
“Het meest bijzondere is dat het anders dan elke andere reguliere nationale roeiwedstrijd is. Daar zie je op een saaie, rechte tweekilometerbaan de ene race na de andere in ganzenpas voorbij komen. Hier gebeurt eigenlijk elk moment wel wat. Zo heeft elke afstand weer wat anders. Bij de sprint op het lastige water voor Nereus verliezen onervaren roeiers nog wel een riem. Op de langste afstand, de 5000 meter, starten de snelste ploegen als laatste. Los van het lastige parcours en de vele stuurfouten die worden gemaakt, zorgt dat voor veel spektakel. Er moet immers ook veel worden ingehaald. Bij bruggen komen vaak genoeg teveel ploegen voor te weinig gaten. Dat gaat natuurlijk fout.” 

Sinds hoe lang becommentariëren jullie de wedstrijden al?
“Voor zover ik weet waren de eerste reporters al bij de eerste editie in 1973. Toen waren we nog enkel op het clubhuis van het organiserende Nereus te horen. Na verloop van tijd werd het professioneler en hadden we voor één weekeinde een radiofrequentie. Nu zijn we al een aantal jaren ook via internet te beluisteren. Uiteindelijk hebben we met pijn in ons hart twee jaar terug afscheid genomen van de echte radio. Het werd te duur en vrijwel iedereen luisterde via internet.” 

Hoe zijn jullie zo befaamd geworden?
“Ik weet nog van mijn eigen roeitijd dat je echt zoveel mogelijk van commentaar mee wilde pakken. Je moet ook het geluk hebben met de mensen met wie je het doet. Doordat er wel doorstroom inzit, lukt het op een of andere manier altijd wel het niveau sterk te houden. Ondanks dat ik me soms ook wel eens afvraag of dat nog wel lukt. Het leukste is als je wat verschillende types hebt. Dus een mix tussen kenners van roeien en grapjassen, maar ook in karakters. In de auto die altijd meerijdt, vind ik het bijvoorbeeld altijd fijn iemand te hebben met iets meer afstand. Op het balkon wil je liefst meer snelle grappen hebben.” 

Bereiden jullie je goed voor?
“Nee, eigenlijk totaal niet, al loop ik zelf altijd wel even in de inschrijvingen door. Mensen verbazen zich daar soms ook wel over, maar geen enkele grap of conversatie is ingestudeerd. Daarvoor zijn we ook te chaotisch haha. We zien elkaar ook vaak pas zaterdagochtend voor het eerst. Behalve dan de jongens van de techniek. Hulde overigens voor hen, want voor hen zit er veel meer werk in en niemand ziet hen, want ze zitten binnen in een buco om onder andere te schakelen tussen auto en balkon. Een verschrikkelijke klus met zoveel haantjes die continu roepen dat ze meer ‘air-time’ willen hebben. Veel mensen hebben niet door hoeveel werk hier inzit.” 

Reporters coen eggenkamp

De kritiek is soms dat jullie vooral veel afzeiken?
“Dat is inderdaad altijd een punt van zorg. Het meest makkelijke is het roeien wat je voor je ziet af te kraken. Echter het is ook vaak wat de mensen het liefste willen horen. We spreken elkaar er ook geregeld op aan als een blok te negatief is geweest. De andere kant is dat we onszelf ook bepaald niet sparen. Het kan er onderling hard aan toe gaan, zelf krijg ik bijvoorbeeld altijd grappen over mijn leeftijd en mijn jonge vriendin. Moet kunnen.” 

Zijn jullie eigenlijk non-stop dronken?
“Haha die vraag krijgen we vaker. Maar nee bepaald niet. Sommigen zijn richting het einde van de dag wel flink aangeschoten, maar zelf drink ik vaak pas in de laatste blokken, anders houd ik zo’n heel weekend simpelweg niet vol. Maar het klopt wel dat je grappen soms beter worden als je meer gedronken hebt. Slechter kan ook.” 

Waarom zijn jullie niet ook bij andere wedstrijden te horen?
“Vooral omdat deze wedstrijd zich perfect leent voor leuk commentaar. Sommigen van ons doen het wel, maar als groep doen we het niet. We zijn ook vrijwel allemaal van Nereus en we vinden het ook wel mooi het daar enkel voor te gebruiken. Dan blijft het uniek. We moeten onszelf ook niet te serieus nemen, daar wordt het commentaar ook niet beter van.”

De Razende Reporters zijn het hele weekend te horen via onderstaande link:

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Vorige week won een acht van Nereus tijdens een sparsessie op de Thames van de vrouwenacht van Cambridge die het op 7 april opneemt tegen Oxford voor de jaarlijkse Boatrace. Deze zogeheten fixture was gearrangeerd door de in Nederland opgeleide coach Astrid Cohnen, momenteel de assistent-coach van de ‘light blues’.

“Je moet je voorstellen dat onze acht in Groot-Brittannië tot nu toe alles gewonnen heeft wat ze gestart hebben. De fixtures op het parcours van de Boat Race gebruiken we om wedstrijdsituaties te oefenen. Nereus kon met zes medaillewinnaars van afgelopen WK onder 23 jaar komen, waardoor ik zeker wist dat we een sterke boot zouden treffen. Daar zouden we wat aan hebben”, legt Cohnen telefonisch uit vanuit Cambridge.

Recruitment
“Daarnaast hoop ik hiermee ook aan Nederlandse roeiers te laten zien dat studeren hier zo gek nog niet is. De trend is weliswaar om met een sportbeurs naar Amerika te gaan, maar hier kan je meedoen aan een uniek evenement en dito programma. De vrouwengroep is bijvoorbeeld behoorlijk internationaal met een behoorlijk aantal Amerikanen, een Zwitsers, Deens en Spaans meisje. Iedereen die hier een studie gedaan heeft, komt qua carrière terecht waar hij of zij wil. Overal staan ze in de rij voor mensen die hier gestudeerd hebben.” 

Herpakken
Haar wens voor sterke competitie kwam in Londen uit. Het Nereus-octet liet in het eerste stuk van twee kilometer niets heel van de vrouwen van Cambridge. “Dat was even wennen. Ons roeien was verreweg van representatief van onze standaard. Maar ze hebben zich goed herpakt en de schouders eronder gezet. Bij de tweede afstand lagen ze ondanks de minder voordelige kant qua bochten op de finish slechts een kwart lengte achter. Hier leren ze veel van, achter liggen kan ook gebeuren tijdens de Boatrace en dan moet je de juiste wapens paraat hebben.”  

cuwbc nereus 2019

Pastorie
Normaal gesproken houdt Cohnen, die in Nederland als betaald coach werkzaam was voor Skøll en Laga, zich vooral bezig met de lichte mannen en lichte vrouwen die hun Boatrace tegen eeuwige rivaal Oxford een week eerder roeien dan het officiële evenement op 7 april. “Ik ben aangenomen als assistent van de Amerikaanse hoofdcoach Rob Weber. Bij de zware vrouwenploeg doe ik af en toe de ergometertraining en ben ik een soort van pastoraal werker. Ik check geregeld hoe het met ze gaat en drink hier een daar koffie met ze. Ook wordt er naar mijn mening gevraagd met betrekking tot opstellingen en selecties.” 

Perfectionisme
De van oorsprong Duitse doelt op het zeer ambitieuze studieklimaat in combinatie met het zware trainingsregime. “In Nederland denkt men al dat de studiedruk hoog is. Dat is echter niets vergeleken met hier. Daarnaast trainen ze twaalf keer per week. Al onze roeiers zijn ook nog eens extreem perfectionistisch en zelfkritisch. Men zit maximaal in de focus van roeien, studeren en pendelen tussen collegezaal, de trainingslocaties en huis.” 

Logistiek
Volgens Cohnen zijn er behoorlijk wat verschillen met haar vorige coachwerkzaamheden in Nederland. “Ten eerste is er bij zo’n club als Cambridge een veel groter netwerk betrokken. Van bestuur tot sponsoren en invloedrijke ex-roeiers. Veel partijen willen helpen en delen hun advies over de ploegen. Je moet goed kunnen navigeren om je doel – het centraal stellen van de atleet – centraal te houden. Ook is de logistieke kant veel groter. Bij Nederlandse studentenverenigingen neemt een bestuur of een commissie veel werk uit handen. Hier moet je alles zelf doen: van de botenwagen tot het zorgen van reparaties van de boot .” 

Springplank
De voormalige roeister van Saurus en Skøll vertrok naar Engeland voor een nieuwe start. “Ik wilde mezelf ergens anders bewijzen. Ik had het idee dat er in Nederland op een bepaalde manier over me gedacht werd en daar wil ik graag vanaf en weer plezier hebben in het coachen. Door op een andere plek met dezelfde skills– waarin ik nog steeds veel vertrouwen heb – aan de slag te gaan, kan ik mijn manier van werken en samenwerken opnieuw neerzetten en vorm geven. Coachen hier in Cambridge is geweldig en ik ben enorm blij dat ik deze kans heb gecreëerd en gepakt. Als dit ooit een springplank blijkt te zijn voor andere kansen is dat mooi, maar voor nu zijn mijn roeiers en de Boatrace het allerbelangrijkste.”

Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Onlangs was bootsman Coos de Wilde 25 jaar in dienst van Roeicentrum Berlagebrug. Een interview met hem vormt de aftrap van een reeks verhalen over het steeds beperkter wordende aantal bootsmannen in de Nederlandse roeisport.

De kiem voor het werk dat Coos nog steeds met veel plezier doet werd reeds gelegd toen hij als late tiener lid werd van de jonge en kleine roeivereniging Weesp. “Ze bestonden toen nog maar vijf jaar en aan alles was behoefte. We moesten het doen met afdankertjes van andere verenigingen, dus die boten moesten vrijwel allemaal opgeknapt worden. Ook in het gebouw was genoeg te doen”, vertelt hij met enig gevoel voor nostalgie. “Het bleek al snel dat ik handige handjes had.”

Werkloosheid
Toch duurde het even voordat hij eraan dacht hier zijn werk van te maken. “Ik heb eerst een opleiding tot elektricien afgerond en toen ik erachter kwam dat ik dat uiteindelijk niet wilde ook nog de lerarenopleiding. Maar er was veel werkloosheid in die jaren, dus ik ging van uitzendbaan naar uitzendbaan. Tot ik door een vriend werd getipt voor deze baan. Het roeicentrum was toen onderdeel van de Gemeente Amsterdam en ik werd aangenomen als tijdelijke vervanger van iemand met MS.”    

Meubels
Hij bleek een vreemde eend in de bijt. Zijn twee collega’s waren geen roeiers, maar opgeleid als houtbewerker of meubelmaker. Net als een aantal van hun voorgangers. “Omdat de loodsen bij Roeicentrum Berlagebrug te kort zijn voor een standaard C4, kon het voorkomen dat men er een halve meter af zaagde om hem passend te krijgen. Zonder er bij stil te staan dat hij dan wel heel raar in het water kwam te liggen. Ze zagen de boten ook meer als meubeltjes die zo min mogelijk gebruikt moesten worden in plaats van gebruiksvoorwerpen zoals ik.”  

Olielampen
Ook de bureaucratie leverde de nodige zorgen op. “Als ik iets van materiaal wilde aanschaffen moest dat via allerlei formulieren en duurde dat een eeuwigheid. Ten slotte had ik meestal te weinig van wat ik veel nodig had en andersom. Niemand snapte precies hoe wij aangestuurd moesten worden.” Tegelijkertijd gaf het werk hem veel plezier. “Zo kwam ik er achter dat bijna elke boot wel andere spoorbreedtes of roertjes had. Ik vond het een uitdaging daar één geheel van te maken. Ook heb ik 20 jaar terug alle lampjes voor op de boten in elkaar gezet. Die gebruiken we nog steeds. Tot dan ging het met olielampen, maar steeds minder instructeurs konden daar nog mee omgaan.”

coos_werkplaats_vecht

Flexibiliteit
Uiteindelijk bleef hij dan ook het langst van allemaal hangen. Al enige tijd is hij de enige bootsman. “Vanwege fusies gemeentelijke herindelingen vielen wij steeds weer onder iets anders. Mijn collega’s waren minder flexibel en duurder dan ik. In het weekend werken was bijvoorbeeld lastig omdat ze dan dubbel uitbetaald moesten worden. Ik vond het allemaal wel best. In de winter waren we zo goed als dicht, waardoor ik ook de mogelijkheid had te klussen aan mijn eigen huis. Ik had er ook lol in om mee te denken met hoe we het gebouw en de instructie beter konden inrichten. Zo was ik er voorstander van om in de winter ‘s avonds met verlichting door te blijven roeien. Ik had in Weesp gezien dat daar veel animo was voor fifty-fit roeien op doordeweekse ochtenden. Dit leek mij een goed alternatief voor het terug lopende schoolroeien.”

Curacao
Sinds het roeicentrum als onderdeel van het bedrijf Toprow is verder gegaan, is zijn werk niet alleen drukker, maar ook leuker geworden. “Nu is zeg maar de ‘sky the limit’, er wordt niet meer in beperkingen gedacht. We zijn sindsdien enorm gegroeid naar 1500 mensen die wekelijks komen roeien. Onze boten worden meer gebruikt, dus het is voor mij flink aanpoten. Ook hebben we nu de zeillocatie op de Sloterplas erbij. Ik kom er net vandaan en help met de verbouwing. Ik heb ooit geroepen dat we in de winter al onze eenpersoonsboten naar Curacao moesten verslepen zodat ze daar gebruikt konden worden. Nu breidt Toprow uit in New York en Londen. Wie weet gaat mijn plannetje ooit nog door haha..”

Werkplaats
In al die jaren heeft hij wel rond gekeken naar andere opties, onder andere bij De Amstel. “Ook ben ik wel eens wezen kijken bij een architectenbureau. Maar het idee om vast te zitten in zo’n kantoorpand greep me bij de keel. Er zijn altijd weer nieuwe uitdagingen zoals nu dat pand bij de Sloterplas, maar ook ben ik bezig met een nieuw stellagesysteem om nog meer boten op te kunnen bergen. Ik heb hier mijn eigen vloot van 65 boten en de mooiste werkplaats van Amsterdam. Wie heeft er nou een werkplek waar in de zomer iedereen voor ligt te zonnen? Nee, ik ga hier nooit meer weg.”

coos_werkplaats

Samenwerking Roei! en TopRow

Samenwerking Roei! en TopRow

Het blad Roei! en TopRow zijn een samenwerking aangegaan. TopRow publiceert vanaf nu met enige regelmaat artikelen die eerder in Roei! gestaan hebben. Sinds vijf jaar schrijft het blad Roei! over de roeisport. Het is een blad dat voor alle roeiers schrijft over alle vormen van roeien. Over toproeiers op wereldkampioenschappen, over toertochten, over de techniek van het roeien en over het plezier in de sport.

Er zijn in Nederland rond de vijfendertigduizend mensen die aan onze sport doen, bijna allemaal op een van de honderdveertig roeiverenigingen in het land.  In opkomst zijn ook het zeeroeien, het roeien in de Cornish pilot gig – een uit Cornwall afkomstige snelle zeewaardige zespersoons roeiboot – en het roeien in de lompere sloepen. Denk bijvoorbeeld aan de vier sloeproeiers van de Dutch Atlantic Four, die in januari de Talisker Whisky Atlantic Challenge wonnen. Ook daarover schrijft Roei!, zij het wat minder dan over de ‘gewone’ roeisport.

Roei! is opgezet door een groepje enthousiaste mensen dat vindt dat er een blad voor de roeiwereld moet zijn. Een blad op papier, dat leest lekker. Zes keer per jaar. De redactie is onafhankelijk van uitgeverijen en van de roeibond KNRB, maar we werken wel samen met de roeibond. Roei! brengt, zoals we zelf zeggen ‘nieuws met een lange adem’.

De verhalen uit eerdere nummers van Roei! die TopRow vanaf nu gaat publiceren zijn vooral achtergrondverhalen over roeiers en verenigingen en persoonlijke belevenissen. Daarmee hopen TopRow en Roei! je nog meer te laten zien hoe leuk roeien is. Ben je enthousiast over de sport, deel de verhalen – en neem een abonnement op Roei! – het kost maar 31 euro per jaar.

Pin It on Pinterest