Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Vorige week bracht vrouwen bondscoach Diederik de Boorder zijn boek ‘Fluisterend goud’ uit. Het verhaal gaat over zijn turbulente jaar (2005) als hoofdcoach van een provincie in China. Niet alleen geeft het boek een unieke inkijk in de Chinese sportcultuur, ook heeft het – mede door de vorm van een mix tussen een roman en non-fictie – een filosofische inslag. Zo gaat het uitgebreid in op wat dit avontuur voor Diederik zelf (en onder andere zijn relatie) heeft betekend.

Wie een uitgebreide uitleg verwacht over wat Diederik allemaal precies roei-inhoudelijk met de Chinezen heeft gedaan dat jaar, hoeft ‘Fluisterend goud’ niet per se te lezen. Deze onderwerpen komen vooral zijdelings aan bod. Veel meer geeft het inzicht in wat voor strijd hij telkens moest leveren om enigszins gedaan te kunnen krijgen wat hij wil. Diederik wordt non-stop tegengewerkt als het gaat om zaken als betere trainingsfaciliteiten, meer rust voor de atleten en grip krijgen op de communicatie met atleten.

Tibet
Zo wordt hij samen met zijn vrouw Aukje zelfs verplicht op vakantie gestuurd naar Tibet, waar de man die hem naar deze provincie heeft gehaald ineens ook opduikt. Met deze Fu ontwikkelt hij een bijzondere relatie en hij is voor een groot deel de reden dat Diederik niet tussentijds vertrekt, iets wat Aukje maar al te graag ziet gebeuren. Fu laat op filosofische wijze Diederik inzien dat hij soms moet meebewegen en concessies moet doen aan het Chinese systeem om dingen te veranderen.

Aids
Uiteindelijk wordt hun gezamenlijke doel om zoveel mogelijk roeiers uit het verschrikkelijke trainingskamp en de arme provincie te krijgen. Pas veel later blijkt dat de provincie ook nog eens zwaar heeft geleden onder een geheim bloedschandaal, waarbij afgetapt bloed werd vermengd en later bij de mensen werd teruggepompt. Een groot deel van de bevolking lijdt daardoor aan aids en uiteraard zijn ook enkele roeiers geïnfecteerd. Het verklaart in elk geval waarom men zo vaak mysterieus in de weer is met naalden en infusen.     

May Yin
Samen met Fu is ook het personage May Yin belangrijk. Met deze lichte dame leert Diederik ’s nachts via Google Translate communiceren. Hij geeft haar een rol namens de roeiers in de coachmeetings en zorgt ervoor dat ze het kamp niet hoeft te verlaten als ze zwanger blijkt te zijn van de hoog aangeschreven slag van de mannen acht. Jaren later komt zij terug in het verhaal tijdens de onverwachte ontknoping van het boek.  

Doping
Ook doping komt uitgebreid aan bod. Diederik weet simpelweg niet of er verboden middelen werden genomen. Het is echter wel aannemelijk. Het toezicht op wat de schimmige doctoren doen, laat in elk geval te wensen over. En feit is dat er in aanloop naar de China Games bij een interne controle te hoge waarden van een verboden middel worden gevonden. Diederik wordt op het hart gedrukt dat dit niet zal gebeuren tijdens de belangrijkste wedstrijden. Dat geschiedt, maar vier jaar later wordt de gehele provincie uitgesloten van de China Games. Het is nota bene hetzelfde middel waar ze eerder op waren betrapt.

Stierenpenissen
Ook de Chinese obsessie voor voeding is boeiend. De coaches willen maar niet begrijpen dat de Nederlandse roeiers geen speciale dingen eten en daarom zo goed zijn. Het komt er bij hen niet in dat goede prestaties ook kunnen komen door een betere arbeid-rust verhouding of door een betere techniek. Het drijft Diederik tot wanhoop, maar accepteert op gegeven moment maar dat ze vooral ingewanden eten of ineens massaal aan de stierenpenissensoep gaan.

Ontslag
Het verhaal eindigt vlak na de China Games, het belangrijkste evenement van het jaar waar medailles moeten worden gewonnen. Iedereen met een podiumplaats zou immers geselecteerd worden voor de nationale selectie richting de Olympische Spelen van Peking en daarmee de provincie kunnen verlaten. Diederik zijn ploegen winnen maar liefst vijf medailles en hij denkt dat hij ruim voldaan heeft aan de verwachtingen. Het tegendeel is echter waar: hij wordt net als de andere coaches op staande voet ontslagen. Er is geen goud gewonnen en waarschijnlijk was dat nodig om de provinciale bobo’s betere banen te geven.       

Bestellen
‘Fluisterend goud’ staat vol met krankzinnige verhalen die volgens Diederik allemaal waargebeurd zijn. Alleen daarom is het al het lezen waard. Daarnaast zijn de inzichten die hij uit deze tijd meeneemt en tot op de dag van vandaag gebruikt leerzaam voor iedereen.

Dirk Moons: ‘Ik ben wel 30.000 keer onder de Berlagebrug door gevaren’

Dirk Moons: ‘Ik ben wel 30.000 keer onder de Berlagebrug door gevaren’

Aankomende zaterdag viert Dirk Moons zijn 25 jarig jubileum bij Roeicentrum Berlagebrug. Hoe kan het dat hij er zolang als instructeur plezier in houdt? Lees hier het boeiende gesprek dat we hadden met deze sportliefhebber pur sang.

Dirk vertelt graag en uitgebreid over hoe hij denkt over het roeien en verwante zaken: van didactiek tot topsportbeleving en zijn visie op breedtesport. Vaak noemt hij boeken die hij heeft gelezen of onderzoeken waar hij kennis van heeft genomen. “Ik ben eigenlijk altijd bezig met verder leren en dingen verbeteren. Ik houd het graag bij mezelf. Om roeiers te beschouwen als minder getalenteerd is onterecht. De één leert sneller dan de ander en dat is prima. Kijk als instructeur of coach vooral naar wat je zelf zou kunnen doen om iemand beter te maken.” 

Marathon
Dirk komt in aanraking met de roeisport als hij gaat studeren in Groningen en zich aanmeldt bij Gyas. Maar voor die tijd had sport in algemene zin hem al gegrepen. “Ik had een docent op de lagere school die ultraloper was. Ik liep al graag hard en dat werd alleen maar verder aangewakkerd. Hij had bedacht dat elke leerling zelf een afstand mocht bepalen die hij of zijn hard wilde lopen. Toen ik aangaf dat ik een marathon wilde lopen, heeft hij dat goedgekeurd, hoewel ik het niet aan mijn klasgenoten mocht vertellen. Met een tussenstop na 26 kilometer om boterhammen met kaas te eten en een fles melk te drinken, haha!” 

Roeicentrum
Tijdens zijn studie Engelse literatuur roeit hij twee jaar in Leicester en later voor zijn kopstudie in video in Londen. Terug in Nederland komt hij via Skøll, RIC en nu ook Poseidon, uit bij het Roeicentrum. “Ik was al 32 en had een baantje als dramaturg bij de VARA. Iemand tipte me, maar het leek mij meer een studentenbaan. Het bleek me toch te liggen. Sport was sowieso al mijn passie.”

Dirk moons 25 jaar.1

Metaforen
Gedurende de jaren evolueerde zijn aanpak. “Eerst werkte ik vooral vanuit roei- en biomechanica en hanteerde ik een bepaald haalbeeld dat ik mensen wilde aanleren. Ik kwam er echter achter dat dat te veel en te abstract was en de roeiers niet voldoende verder hielp. Het moest simpeler. Toen ben ik meer met klank, ritme, volume, timing gaan doen en veel meer met taal gaan werken. Metaforen bijvoorbeeld helpen goed.” Ook werd hij selectiever. Zo merkte hij dat zomaar het doen van een oefening, zonder goede reden, zoals bijvoorbeeld derde stop, vermeden moest worden omdat de roeier dan ‘uitschakelt’.

Visualisatie
Dat hij vooral met beginners en/of recreanten werkt, maakt hem niet uit. “Zo zie je toppers vaak voorafgaand aan belangrijke wedstrijden visualiseren. Maar waarom zou dat alleen voor toproeiers zijn? Ook een recreant kan hierdoor beter leren roeien. En vooral bij beginners kan je veel verpesten. Op de schaatsbaan laten ze niet voor niets juist de beste trainers beginners begeleiden.”

Topsport
Daarnaast gaat het bij recreanten vaak meer om de intrinsieke motivatie van de roeisport dan om per séde snelste willen zijn. Mijn acht werd ooit voorafgaand aan een race beschimpt door onze belangrijkste tegenstander in de hoop ons uit evenwicht te brengen. Niet sympathiek. Bovendien werkte het contra, we wonnen. Wat ik ook jammer vind aan topsport is dat als de beoefenaars stoppen, ze vaak ook niet meer in de boot stappen. Waar is dan de liefde voor de sport gebleven?” 

Ambitie
Maar is hij niet veel te fanatiek voor de groep roeiers die hij begeleid? Ook daar ziet hij vooral een uitdaging in. “Ik houd er inderdaad van als mensen het spelletje willen doorkrijgen. Wat daarbij vaak helpt is, om de stad uit te roeien zodat je rustiger aan de techniek kan werken. Als mensen toch liever de stad in varen dan overleggen we, vaak vinden we elkaar ergens in het midden.” 

Schaatsles
Bij het roeicentrum is hij met zijn 58 jaar een uitzondering. Hij voelt zich geen vreemde eend in de bijt. “Dat heb ik meer te danken aan mijn collega’s dan aan mijzelf. Steeds nieuwe roeiers komen bij ons lesgeven, maar de samenwerking gaat eigenlijk altijd goed. Misschien helpt het dat ik ieder jaar een schaatsles organiseer, een andere passie van mij. Dit jaar zijn er voor het eerst ook oudere roeiers uitgenodigd om instructie te komen geven. Dat vind ik erg leuk.” 

Primus inter pares
Dirk heeft weinig op met de uitdrukking ‘carrière maken’ en al helemaal niet aan de betekenis die er vaak aan wordt gegeven. “In Londen heb ik als journalist voor een bouwblad iedere week in de mooiste hotels geluncht in verband met de presentatie voor een ‘nieuwe’ baksteen. Dat is maar even leuk. Uiteindelijk heb ik drie studies gedaan waaronder de Rietveld, maar haal ik uit dit werk de meeste energie. Vroeger moest ik via een bepaald format lesgeven, nu heb ik veel meer vrijheid te bepalen wat ik doe. Jasper, de eigenaar van het bedrijf, heeft me betiteld als ‘primus inter pares’ (‘eerste onder de gelijken’, red.). Dat is een prettige erkenning en niet inhoudsloos bovendien.” 

Berlagebrug
Voorlopig is hij dan ook nog niet klaar. “Ik heb laatst uitgerekend dat ik ongeveer 30.000 keer onder de Berlagebrug door ben gevaren. Natuurlijk is dat een krankzinnig aantal. Ik ga zeker door zolang dat fysiek kan. De stuurzitjes in de boten worden de laatste jaren verbeterd en dat is een beduidend beter voor je rug. Maar het allerbelangrijkste is dat ik al die jaren met plezier die grote stenen trap van de Berlagebrug afloop. Zolang ik dat blijf doen, zit het goed.”

Naar Bhutan via de Ringvaart

Naar Bhutan via de Ringvaart

Onlangs interviewde ik Winston Oba (27) instructeur en collega bij het roeicentrum, en waarom? Hij gaat namelijk iets ongelofelijks vet doen komende zomer en daarbij heeft hij hulp nodig van sponsoren om zijn reis mogelijk te maken.

Hij zal met organisatie ‘Global Exploration’ een 3-weekse reis maken naar Bhutan, deze organisatie brengt jongeren van over de hele wereld met elkaar in contact. Doel is dan om elkaars culturen te verkennen en daarbij ook te helpen, vooral ontwikkelingslanden zijn hun gebied. Spelen en activiteiten met kinderen daar is bijv. voor beide kanten erg leerzaam, daarbij helpen zij ook bij het bouwen van bijv. scholen of gemeenschappelijke ruimtes.

Maar waarom gaat Winston er heen? 10 jaar geleden heeft hij een met dezelfde organisatie eenzelfde soort trip gemaakt naar India en als jonkie (toen 17 jaar) was dat een wonderbaring en super leerzaam. 5 jaar later was er een mogelijkheid om naar Bhutan te gaan maar dat kon vanwege lastig te verkrijgen visums niet doorgaan. Bhutan is namelijk een erg Boeddhistisch en natuurrijk land en wilt alle mogelijke (westerse) invloeden van buiten afweren, maar langzaam laten ze onder strikte voorwaarden wel meer toe. En daarom gaat Winston het dit jaar weer proberen, en dit zal ook z’n laatste jaar zijn want hij begint helaas voor de doelgroep van de organisatie wel wat aan de oudere kant te worden.

Op dit moment is bijna alles rond op 1 heel belangrijk iets namelijk hij heeft nog wel geld nodig voor zijn reis om het echt mogelijk te maken. Het totale bedrag dat hij nodig heeft is €1800,- en inmiddels heeft hij een klein deel (al met acties verzameld) maar mist dus nog een groot deel. Dit geld wordt voornamelijk gebruikt om daar dus materiaal en gereedschap te kopen om daar een bijdrage aan de samenleving te kunnen bieden, het deel wat overblijft is hard nodig voor het transport van en naar Bhutan want dat is nog niet zo makkelijk.

Maar die Ringvaart dan? Hij houdt ervan om zichzelf uit te dagen en neemt geen genoegen met 100% score, en iets wat al sinds hij roeit op zijn to-do list staat is de fameuze ringvaart regatta. Een roeiwedstrijd van exact 100 km over de ringvaart, welke gevaren wordt in alle soorten boten. En Winston is Winston niet als hij natuurlijk deze gaat skiffen (die smalle eenpersoonsboot), vele kijken hem al gek aan maar hebben er wel vertrouwen in. Hij is de hele winter al aan het trainen om klaar te zijn voor deze grote uitdaging.

Zijn doel is niet alleen de 100km uitvaren maar met die regatta ook zoveel mogelijk geld ophalen voor zijn reis, bijv. door per km te sponsoren of een vast afgesproken bedrag. Het is voor hem dan ook meer een sponsorregatta.

Volg Winston tijdens de ringvaart en reis naar Bhutan via:
Instagram van ‘Winston.goes.bhutan’
Facebook van ‘Global Exploration’ (zolang er bereik is)

Ook een bijdrage doen aan Bhutan?

Doe een Tikkie voor Bhutan.

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Als fervent jeugdroeier begon hij bij RIC zijn roei carrière in de wedstrijdselectie. Tijdens zijn studie Future Planet Studies aan de Universiteit van Amsterdam heeft hij deze ervaring gebruikt om de stap te zetten naar het instructeursschap. “Danmag je uren achter elkaar over roeien praten terwijl je lekker buiten bent. Dat is heel fijn werken.” De stap naar hoofdinstructeur was dan ook snel gemaakt. “Ik weet dat ik waarschijnlijk het onderwijs in wil. Door de ervaring van het lesgeven hier merk ik dat ik het heel leuk vind om mezelf te horen praten. Als je er dan ook nog betaald voor kan krijgen om mensen iets bij te brengen wat jou interesseert, dat vind ik geweldig.” 

Senne zeinstra

Snelheidslimieten en zakkende polders 
Waar genoeg mensen de politiek als kommer en kwel beschouwen, was het voor Senne Zeinstra pure logica: “Roeien doe je natuurlijk op het water. En sinds ik roei ken ik al de Amstel, een belangrijke rivier in het waterschap. Ik weet hoe leuk het is om daarop te kunnen recreëren en lekker ding te kunnen doen, maar ook hoe belangrijk is om te weten dat het water veilig en schoon is. Dat je niet meteen naar het ziekenhuis moet voor een tetanusprik als je omgaat!”Verder vertelt hij over het waarborgen van het roeiplezier op de Amstel. “Er was ooit een plan om iedereen aan dezelfde snelheidslimiet te houden, dus ook het ongemotoriseerde verkeer op het water. Dan kan ik je vertellen dat een roeiboot met vier personen of acht personen een stuk harder gaat dan de toegestane 9 km/uur. Dus dat zijn van die kleine dingen waar je wel scherp op moet zijn. Anders is opeens in één klap de hele roeisport op de Amstel verboden.” 

 

Waterschapsproblematiek omvat meer dan alleen de pleziervaart, vertelt hij verder.“Ik doe nu onderzoek naar bodemdaling in veenpolders als grote bedreiging. Als je het waterpeil houdt zoals we dat nu houden, dan daalt het maar door en door. Vanuit mijn studie heb ik een aantal dingen geleerd. Het heeft me wat urgentie bijgebracht waar de meeste mensen misschien niet direct aan denken als ze denken aan het waterschap. Dan denken ze aan polders en dijken, maar in de polder gebeurt nog veel meer dan alleen de dijk die er omheen ligt. Vandaar dat ik me bij Water Natuurlijk heb aangesloten. Zij willen het waterpeil niet automatisch laten mee dalen met de bodemdaling. Dat vind ik wel lef hebben.” 

 

Een stads natuurmens 
Hij is zich erg bewust van zijn affiniteit met de natuur en het klimaat. “Hetklinkt misschien gek voor iemand die in Amsterdam is geboren en nooit buiten de stad heeft gewoond. Maar ik ben altijd graag in de natuur geweest, in de zomer naar de duinen of naar de naar de polder. Iets boven Amsterdam heb je Jisp, een klein dorpje, waar mijn familie een buitenhuisje heeft op het water, weer op het water…” vertelt hij lachend. “Ook ga ik elke zomer naar een zomerkamp om kinderen te begeleiden, in het bos. In de natuur ben je weg van de drukte van de stad en kun je je eigen gekke wereld creëren. Dat is een plek die ik heel mooi vind en dit doe ik dan ook graag. Ik wil het ook geen vrijwilligerswerk noemen, want ik zie dat niet als werk.” 

 

Senne Zeinstra is te vinden op Lijst 3 plaats 17 van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor de verkiezingen van 20 maart aanstaande. Wij wensen hem in ieder geval veel succes!

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

Dit weekeinde vindt op de Amstel de Heineken Roeivierkamp plaats, met stip de meest spectaculaire roeiwedstrijd van het jaar. Eén van de bijzonderheden zijn de Razende Reporters, die het evenement jaarlijks van spitsvondig commentaar voorzien. Toprow sprak met de meest ervaren van het stel, Coen Eggenkamp.

Wat is nu precies de charme van de ‘Heineken’?
“Het meest bijzondere is dat het anders dan elke andere reguliere nationale roeiwedstrijd is. Daar zie je op een saaie, rechte tweekilometerbaan de ene race na de andere in ganzenpas voorbij komen. Hier gebeurt eigenlijk elk moment wel wat. Zo heeft elke afstand weer wat anders. Bij de sprint op het lastige water voor Nereus verliezen onervaren roeiers nog wel een riem. Op de langste afstand, de 5000 meter, starten de snelste ploegen als laatste. Los van het lastige parcours en de vele stuurfouten die worden gemaakt, zorgt dat voor veel spektakel. Er moet immers ook veel worden ingehaald. Bij bruggen komen vaak genoeg teveel ploegen voor te weinig gaten. Dat gaat natuurlijk fout.” 

Sinds hoe lang becommentariëren jullie de wedstrijden al?
“Voor zover ik weet waren de eerste reporters al bij de eerste editie in 1973. Toen waren we nog enkel op het clubhuis van het organiserende Nereus te horen. Na verloop van tijd werd het professioneler en hadden we voor één weekeinde een radiofrequentie. Nu zijn we al een aantal jaren ook via internet te beluisteren. Uiteindelijk hebben we met pijn in ons hart twee jaar terug afscheid genomen van de echte radio. Het werd te duur en vrijwel iedereen luisterde via internet.” 

Hoe zijn jullie zo befaamd geworden?
“Ik weet nog van mijn eigen roeitijd dat je echt zoveel mogelijk van commentaar mee wilde pakken. Je moet ook het geluk hebben met de mensen met wie je het doet. Doordat er wel doorstroom inzit, lukt het op een of andere manier altijd wel het niveau sterk te houden. Ondanks dat ik me soms ook wel eens afvraag of dat nog wel lukt. Het leukste is als je wat verschillende types hebt. Dus een mix tussen kenners van roeien en grapjassen, maar ook in karakters. In de auto die altijd meerijdt, vind ik het bijvoorbeeld altijd fijn iemand te hebben met iets meer afstand. Op het balkon wil je liefst meer snelle grappen hebben.” 

Bereiden jullie je goed voor?
“Nee, eigenlijk totaal niet, al loop ik zelf altijd wel even in de inschrijvingen door. Mensen verbazen zich daar soms ook wel over, maar geen enkele grap of conversatie is ingestudeerd. Daarvoor zijn we ook te chaotisch haha. We zien elkaar ook vaak pas zaterdagochtend voor het eerst. Behalve dan de jongens van de techniek. Hulde overigens voor hen, want voor hen zit er veel meer werk in en niemand ziet hen, want ze zitten binnen in een buco om onder andere te schakelen tussen auto en balkon. Een verschrikkelijke klus met zoveel haantjes die continu roepen dat ze meer ‘air-time’ willen hebben. Veel mensen hebben niet door hoeveel werk hier inzit.” 

Reporters coen eggenkamp

De kritiek is soms dat jullie vooral veel afzeiken?
“Dat is inderdaad altijd een punt van zorg. Het meest makkelijke is het roeien wat je voor je ziet af te kraken. Echter het is ook vaak wat de mensen het liefste willen horen. We spreken elkaar er ook geregeld op aan als een blok te negatief is geweest. De andere kant is dat we onszelf ook bepaald niet sparen. Het kan er onderling hard aan toe gaan, zelf krijg ik bijvoorbeeld altijd grappen over mijn leeftijd en mijn jonge vriendin. Moet kunnen.” 

Zijn jullie eigenlijk non-stop dronken?
“Haha die vraag krijgen we vaker. Maar nee bepaald niet. Sommigen zijn richting het einde van de dag wel flink aangeschoten, maar zelf drink ik vaak pas in de laatste blokken, anders houd ik zo’n heel weekend simpelweg niet vol. Maar het klopt wel dat je grappen soms beter worden als je meer gedronken hebt. Slechter kan ook.” 

Waarom zijn jullie niet ook bij andere wedstrijden te horen?
“Vooral omdat deze wedstrijd zich perfect leent voor leuk commentaar. Sommigen van ons doen het wel, maar als groep doen we het niet. We zijn ook vrijwel allemaal van Nereus en we vinden het ook wel mooi het daar enkel voor te gebruiken. Dan blijft het uniek. We moeten onszelf ook niet te serieus nemen, daar wordt het commentaar ook niet beter van.”

De Razende Reporters zijn het hele weekend te horen via onderstaande link:

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Vorige week won een acht van Nereus tijdens een sparsessie op de Thames van de vrouwenacht van Cambridge die het op 7 april opneemt tegen Oxford voor de jaarlijkse Boatrace. Deze zogeheten fixture was gearrangeerd door de in Nederland opgeleide coach Astrid Cohnen, momenteel de assistent-coach van de ‘light blues’.

“Je moet je voorstellen dat onze acht in Groot-Brittannië tot nu toe alles gewonnen heeft wat ze gestart hebben. De fixtures op het parcours van de Boat Race gebruiken we om wedstrijdsituaties te oefenen. Nereus kon met zes medaillewinnaars van afgelopen WK onder 23 jaar komen, waardoor ik zeker wist dat we een sterke boot zouden treffen. Daar zouden we wat aan hebben”, legt Cohnen telefonisch uit vanuit Cambridge.

Recruitment
“Daarnaast hoop ik hiermee ook aan Nederlandse roeiers te laten zien dat studeren hier zo gek nog niet is. De trend is weliswaar om met een sportbeurs naar Amerika te gaan, maar hier kan je meedoen aan een uniek evenement en dito programma. De vrouwengroep is bijvoorbeeld behoorlijk internationaal met een behoorlijk aantal Amerikanen, een Zwitsers, Deens en Spaans meisje. Iedereen die hier een studie gedaan heeft, komt qua carrière terecht waar hij of zij wil. Overal staan ze in de rij voor mensen die hier gestudeerd hebben.” 

Herpakken
Haar wens voor sterke competitie kwam in Londen uit. Het Nereus-octet liet in het eerste stuk van twee kilometer niets heel van de vrouwen van Cambridge. “Dat was even wennen. Ons roeien was verreweg van representatief van onze standaard. Maar ze hebben zich goed herpakt en de schouders eronder gezet. Bij de tweede afstand lagen ze ondanks de minder voordelige kant qua bochten op de finish slechts een kwart lengte achter. Hier leren ze veel van, achter liggen kan ook gebeuren tijdens de Boatrace en dan moet je de juiste wapens paraat hebben.”  

cuwbc nereus 2019

Pastorie
Normaal gesproken houdt Cohnen, die in Nederland als betaald coach werkzaam was voor Skøll en Laga, zich vooral bezig met de lichte mannen en lichte vrouwen die hun Boatrace tegen eeuwige rivaal Oxford een week eerder roeien dan het officiële evenement op 7 april. “Ik ben aangenomen als assistent van de Amerikaanse hoofdcoach Rob Weber. Bij de zware vrouwenploeg doe ik af en toe de ergometertraining en ben ik een soort van pastoraal werker. Ik check geregeld hoe het met ze gaat en drink hier een daar koffie met ze. Ook wordt er naar mijn mening gevraagd met betrekking tot opstellingen en selecties.” 

Perfectionisme
De van oorsprong Duitse doelt op het zeer ambitieuze studieklimaat in combinatie met het zware trainingsregime. “In Nederland denkt men al dat de studiedruk hoog is. Dat is echter niets vergeleken met hier. Daarnaast trainen ze twaalf keer per week. Al onze roeiers zijn ook nog eens extreem perfectionistisch en zelfkritisch. Men zit maximaal in de focus van roeien, studeren en pendelen tussen collegezaal, de trainingslocaties en huis.” 

Logistiek
Volgens Cohnen zijn er behoorlijk wat verschillen met haar vorige coachwerkzaamheden in Nederland. “Ten eerste is er bij zo’n club als Cambridge een veel groter netwerk betrokken. Van bestuur tot sponsoren en invloedrijke ex-roeiers. Veel partijen willen helpen en delen hun advies over de ploegen. Je moet goed kunnen navigeren om je doel – het centraal stellen van de atleet – centraal te houden. Ook is de logistieke kant veel groter. Bij Nederlandse studentenverenigingen neemt een bestuur of een commissie veel werk uit handen. Hier moet je alles zelf doen: van de botenwagen tot het zorgen van reparaties van de boot .” 

Springplank
De voormalige roeister van Saurus en Skøll vertrok naar Engeland voor een nieuwe start. “Ik wilde mezelf ergens anders bewijzen. Ik had het idee dat er in Nederland op een bepaalde manier over me gedacht werd en daar wil ik graag vanaf en weer plezier hebben in het coachen. Door op een andere plek met dezelfde skills– waarin ik nog steeds veel vertrouwen heb – aan de slag te gaan, kan ik mijn manier van werken en samenwerken opnieuw neerzetten en vorm geven. Coachen hier in Cambridge is geweldig en ik ben enorm blij dat ik deze kans heb gecreëerd en gepakt. Als dit ooit een springplank blijkt te zijn voor andere kansen is dat mooi, maar voor nu zijn mijn roeiers en de Boatrace het allerbelangrijkste.”

Pin It on Pinterest