Selecteer een pagina
‘Everything Is Bigger In Texas’

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Stadium
Een dag in het leven van een sporter aan de University of Texas ziet er ongeveer zo uit. Er is op de campus een gigantisch American Football Stadium, ofwel het Darrell K Royal-Texas Memorial Stadium, met een bescheiden 100.119 zitplaatsen, wat het volgens Wikipedia het negende grootste stadion in de wereld maakt. In dit stadion zijn alle faciliteiten die je op een dag nodig hebt, in sommige gevallen zelfs het lokaal waar je college hebt. Op de vijfde verdieping zit het beruchte ‘study hall’, waar je als freshman(eerstejaars student) verplicht acht uur per week volmaakt aan studie-uren.

Fanny_stadium_Texas

Studiebegeleiding
Voor de meeste internationale studenten in mijn team is dit meestal onnodig en vooral hinderlijk, maar blijkbaar is het laatste jaar high school in Amerika een grap en kunnen ze wel wat extra toezicht gebruiken. Hier vindt men ook de advisorsin die gespecialiseerd zijn in plannen, leerproblemen, of jouw specifieke studierichting en kunnen helpen met het kiezen van je vakken. Zij bepalen ook of je op eigen benen mag studeren. Het is nogal een doolhof om als internationale student hier aan te komen en geen snars van het hele systeem te begrijpen, maar doordat er zoveel mensen zijn aan wie je alle mysteries in de wereld kan vragen, is het mij uiteindelijk gelukt om het zo te regelen dat ik een halfjaar korter over mijn studie doe.

Voeding
Een verdieping daarboven vind je het Texas Athletic Nutrition Center (TANC) waar je van een buffet lunch en diner kan halen. Dit bestaat uit een saladebar, yoghurtbar, smoothie- en verse sapjesbar, er is een zogeheten ‘egg-man’ die eitjes voor je bakt zoals je ze hebben wil, de ‘stir-fry guy’ die alles naar wens wokt én er is een sectie met gerechten van de dag. Overal staat bij of het proteïne, complexe koolhydraten of groenten met bovennatuurlijke werkingen zijn om te helpen met het maken van je keuze voor een uitgebalanceerd dieet. In de kelder van het stadion zitten B1 en B2. De eerste voor staat voor de ‘treatment room’ en de tweede voor het krachttrainingshonk, waarnaast je de jacuzzi en het ijsbad vindt. Bij de krachttrainingsruimte is ook een aparte bar met gezonde snacks om te eten voor en na het sporten, die wordt gerund door de diëtist die is toegewezen om ons team een beetje gezond en fit te krijgen.

Blessures
In B1 hebben we per team verschillende ‘physical trainers’ (wat niet hetzelfde is als een fysiotherapeut, daar hebben ze in Amerika namelijk nog nooit van gehoord) die helpen met blessures. Er is een app waarin je per dag kan iemand kan boeken op basis van je blessure en je beschikbaarheid. Daarnaast hebben we een huisarts die iedereen van de benodigde neussprays en geruststellende praatjes voorziet. Ook is er de mogelijkheid om in therapie te gaan, wat wordt vergoed door de universiteit omdat er in Amerika een grote focus ligt op mentale gezondheid.

Privéjet
Mijn favoriete verhaal om te vertellen als ik eens wil opscheppen is dat we in de maand mei veel wedstrijden hebben naast een tentamenweek. Om problemen te omzeilen vliegen we daarom met een privéjet naar een race die altijd in het midden van deze week valt, zodat er minder kans is op vertraging of problemen op het vliegveld. Elke jaar weer is het een bizarre ervaring om met een team van ongeveer vijftig meisjes in ons eigen vliegtuig te zitten.

Zelfstandigheid
Nu is het natuurlijk de vraag of je al deze fancy foefjes en Nike-kleren nodig hebt om te kunnen functioneren als student en sporter. Het antwoord daarop is naar mijn mening: nee. Ik heb zelfs het idee dat het voor eeuwig in de watten gelegd worden soms de groei naar zelfstandigheid als sporter en student in de weg zit. Aan de andere kant is het een heerlijk gevoel om te kunnen rekenen op gezondheidszorg en ondersteuning in je universitaire carri
ère, aangezien daar nogal wat mis kan gaan als je minstens 20 uur per week met je sport bezig bent, 15 uur per week les hebt en nog moet studeren af en toe. Zo’n vangnet heb je in Nederland niet. Dus of het allemaal nodig is? Nee. Of het leuk en handig is? Dat zeker wel.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet...

Lees meer

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Lees meer

Stereotypes Met Nuance

Nadat een aantal pioniers zoals Olivier Siegelaar en Niki van Sprang het voortouw namen, is het steeds gebruikelijker geworden om aan de andere kant van de oceaan te gaan studeren en roeien. Ik weet nog goed dat Max Ponsen en Roel van Broekhuizen,...

Lees meer
Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Onlangs was bootsman Coos de Wilde 25 jaar in dienst van Roeicentrum Berlagebrug. Een interview met hem vormt de aftrap van een reeks verhalen over het steeds beperkter wordende aantal bootsmannen in de Nederlandse roeisport.

De kiem voor het werk dat Coos nog steeds met veel plezier doet werd reeds gelegd toen hij als late tiener lid werd van de jonge en kleine roeivereniging Weesp. “Ze bestonden toen nog maar vijf jaar en aan alles was behoefte. We moesten het doen met afdankertjes van andere verenigingen, dus die boten moesten vrijwel allemaal opgeknapt worden. Ook in het gebouw was genoeg te doen”, vertelt hij met enig gevoel voor nostalgie. “Het bleek al snel dat ik handige handjes had.”

Werkloosheid
Toch duurde het even voordat hij eraan dacht hier zijn werk van te maken. “Ik heb eerst een opleiding tot elektricien afgerond en toen ik erachter kwam dat ik dat uiteindelijk niet wilde ook nog de lerarenopleiding. Maar er was veel werkloosheid in die jaren, dus ik ging van uitzendbaan naar uitzendbaan. Tot ik door een vriend werd getipt voor deze baan. Het roeicentrum was toen onderdeel van de Gemeente Amsterdam en ik werd aangenomen als tijdelijke vervanger van iemand met MS.”    

Meubels
Hij bleek een vreemde eend in de bijt. Zijn twee collega’s waren geen roeiers, maar opgeleid als houtbewerker of meubelmaker. Net als een aantal van hun voorgangers. “Omdat de loodsen bij Roeicentrum Berlagebrug te kort zijn voor een standaard C4, kon het voorkomen dat men er een halve meter af zaagde om hem passend te krijgen. Zonder er bij stil te staan dat hij dan wel heel raar in het water kwam te liggen. Ze zagen de boten ook meer als meubeltjes die zo min mogelijk gebruikt moesten worden in plaats van gebruiksvoorwerpen zoals ik.”  

Olielampen
Ook de bureaucratie leverde de nodige zorgen op. “Als ik iets van materiaal wilde aanschaffen moest dat via allerlei formulieren en duurde dat een eeuwigheid. Ten slotte had ik meestal te weinig van wat ik veel nodig had en andersom. Niemand snapte precies hoe wij aangestuurd moesten worden.” Tegelijkertijd gaf het werk hem veel plezier. “Zo kwam ik er achter dat bijna elke boot wel andere spoorbreedtes of roertjes had. Ik vond het een uitdaging daar één geheel van te maken. Ook heb ik 20 jaar terug alle lampjes voor op de boten in elkaar gezet. Die gebruiken we nog steeds. Tot dan ging het met olielampen, maar steeds minder instructeurs konden daar nog mee omgaan.”

coos_werkplaats_vecht

Flexibiliteit
Uiteindelijk bleef hij dan ook het langst van allemaal hangen. Al enige tijd is hij de enige bootsman. “Vanwege fusies gemeentelijke herindelingen vielen wij steeds weer onder iets anders. Mijn collega’s waren minder flexibel en duurder dan ik. In het weekend werken was bijvoorbeeld lastig omdat ze dan dubbel uitbetaald moesten worden. Ik vond het allemaal wel best. In de winter waren we zo goed als dicht, waardoor ik ook de mogelijkheid had te klussen aan mijn eigen huis. Ik had er ook lol in om mee te denken met hoe we het gebouw en de instructie beter konden inrichten. Zo was ik er voorstander van om in de winter ‘s avonds met verlichting door te blijven roeien. Ik had in Weesp gezien dat daar veel animo was voor fifty-fit roeien op doordeweekse ochtenden. Dit leek mij een goed alternatief voor het terug lopende schoolroeien.”

Curacao
Sinds het roeicentrum als onderdeel van het bedrijf Toprow is verder gegaan, is zijn werk niet alleen drukker, maar ook leuker geworden. “Nu is zeg maar de ‘sky the limit’, er wordt niet meer in beperkingen gedacht. We zijn sindsdien enorm gegroeid naar 1500 mensen die wekelijks komen roeien. Onze boten worden meer gebruikt, dus het is voor mij flink aanpoten. Ook hebben we nu de zeillocatie op de Sloterplas erbij. Ik kom er net vandaan en help met de verbouwing. Ik heb ooit geroepen dat we in de winter al onze eenpersoonsboten naar Curacao moesten verslepen zodat ze daar gebruikt konden worden. Nu breidt Toprow uit in New York en Londen. Wie weet gaat mijn plannetje ooit nog door haha..”
 
Werkplaats
In al die jaren heeft hij wel rond gekeken naar andere opties, onder andere bij De Amstel. “Ook ben ik wel eens wezen kijken bij een architectenbureau. Maar het idee om vast te zitten in zo’n kantoorpand greep me bij de keel. Er zijn altijd weer nieuwe uitdagingen zoals nu dat pand bij de Sloterplas, maar ook ben ik bezig met een nieuw stellagesysteem om nog meer boten op te kunnen bergen. Ik heb hier mijn eigen vloot van 65 boten en de mooiste werkplaats van Amsterdam. Wie heeft er nou een werkplek waar in de zomer iedereen voor ligt te zonnen? Nee, ik ga hier nooit meer weg.”

coos_werkplaats

Samenwerking Roei! en TopRow

Samenwerking Roei! en TopRow

Het blad Roei! en TopRow zijn een samenwerking aangegaan. TopRow publiceert vanaf nu met enige regelmaat artikelen die eerder in Roei! gestaan hebben. Sinds vijf jaar schrijft het blad Roei! over de roeisport. Het is een blad dat voor alle roeiers schrijft over alle vormen van roeien. Over toproeiers op wereldkampioenschappen, over toertochten, over de techniek van het roeien en over het plezier in de sport.

Er zijn in Nederland rond de vijfendertigduizend mensen die aan onze sport doen, bijna allemaal op een van de honderdveertig roeiverenigingen in het land.  In opkomst zijn ook het zeeroeien, het roeien in de Cornish pilot gig – een uit Cornwall afkomstige snelle zeewaardige zespersoons roeiboot – en het roeien in de lompere sloepen. Denk bijvoorbeeld aan de vier sloeproeiers van de Dutch Atlantic Four, die in januari de Talisker Whisky Atlantic Challenge wonnen. Ook daarover schrijft Roei!, zij het wat minder dan over de ‘gewone’ roeisport.

Roei! is opgezet door een groepje enthousiaste mensen dat vindt dat er een blad voor de roeiwereld moet zijn. Een blad op papier, dat leest lekker. Zes keer per jaar. De redactie is onafhankelijk van uitgeverijen en van de roeibond KNRB, maar we werken wel samen met de roeibond. Roei! brengt, zoals we zelf zeggen ‘nieuws met een lange adem’.

De verhalen uit eerdere nummers van Roei! die TopRow vanaf nu gaat publiceren zijn vooral achtergrondverhalen over roeiers en verenigingen en persoonlijke belevenissen. Daarmee hopen TopRow en Roei! je nog meer te laten zien hoe leuk roeien is. Ben je enthousiast over de sport, deel de verhalen – en neem een abonnement op Roei! – het kost maar 31 euro per jaar.

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60 mensen, die altijd tegelijkertijd trainen. De band met de coach is daarom meer van coach tot team dan van coach tot individuele roeier, wat invloed heeft op de communicatie over blessures. In elke sport zoekt een coach het grijze gebied op om de piekprestatie van zijn atleet te behalen, waarbij de coach en atleet allebei het risico nemen op vroegtijdig opbranden van de atleet. Dit is een lastige taak waar op topniveau veel mee wordt geëxperimenteerd door individuele topsporters en hun begeleiders.

Communicatie
Het is nog lastiger om het optimale te proberen te doen als je verantwoordelijkheid draagt voor een grote groep jonge vrouwen of mannen, waarbij iedereen elkaar in de gaten houdt. Als coach heb je heel wat uit te leggen als één roeier een bepaalde zware training niet hoeft te doen. Daarnaast wordt de communicatie over blessures de roeiers erg moeilijk gemaakt door de verschillende motivaties die roeiers kunnen hebben om geblesseerd te wíllen zijn en andere complicaties die te maken hebben met het Amerikaanse systeem.

Kwantiteit
Een groot onderdeel van blessure preventie ligt in het trainingsschema zelf. Een stereotype dat over Amerika bestaat is kort gezegd dat ‘kwantiteit over kwaliteit’ het beste is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Het volume is soms zo hoog dat de efficiëntie ervan ver te zoeken is. Toen ik er een keer even doorheen zat, deelde ik het trainingsprogramma van de voorgaande drie dagen met mijn goede vriend Julien Rühl, roeier en coach bij Willem III en Nereus, afgestudeerd in bewegingswetenschappen. Hij reageerde in het kort dat het genoeg was geweest om voor de rest van de week niets meer te hoeven doen. Het gevoel dat ik het grootste deel van de tijd op mijn reserves aan het trainen ben en een sessie vooral probeer te overleven gebeurt vaker dan wat ik denk dat goed is.

Verantwoordelijkheid
Aangezien roeien in zowel Nederland als Amerika een teamsport is, heb je altijd te maken met de mening van je teamgenoten als je een blessure hebt. Realistisch gezien kunnen je teamgenoten vrij weinig doen met die mening, maar het heeft wél invloed op je plek in het team en je betrouwbaarheid als ploeggenoot. De verhalen die ik hoor van roeiers uit Nederland in dit soort situaties zijn beduidend positiever dan hoe ik het in mijn eerste twee jaar in Amerika heb ervaren. Het schuldgevoel dat kwam als ik was geblesseerd, samen met het idee dat ik altijd werd nagestaard of dat er achter mijn rug om over me werd gepraat als ik een bepaalde training niet deed, hielpen niet bepaald mee aan mijn herstelproces.

Fanny Bon

Vertrouwen
In Nederland lijkt er meer een veronderstelling te zijn dat een roeier in ieder geval probeert altijd het beste te doen voor zijn of haar lijf. Er wordt vanuit gegaan dat de roeier zijn verantwoordelijkheid neemt en daar wordt op vertrouwt. In mijn eerste twee jaar in Texas was er aan dit vertrouwen een groot gebrek. Er werd verwacht dat je eerst dingen presteerde, daarna pas had je het ‘recht om stuk’ te zijn. Gewoon een paar daagjes even niks doen vanwege een onverklaarbaar pijntje van het een of ander was en is er nog steeds niet bij.

Regels
Dit riep bij mij de vraag op waarom er in Amerika minder ruimte is voor blessures in een team dan in Nederland? Het antwoord ligt wederom bij de NCAA. De NCAA is de overkoepelende sportorganisatie voor alle universiteitssporten. Dit betekent dat roeien onder dezelfde regels valt als basketbal, American Football en volleybal. Als je een goede sporter bent geweest op de middelbare school maak je kans op een beurs om (vrijwel) gratis naar de universiteit te gaan. Dit is veel waard omdat schoolgeld en andere kosten samen al gauw oplopen tot zo’n 30.000-50.000 dollar per jaar. In ons contract staat dat je niet uit het team gezet mag worden als gevolg van een blessure. Dat geeft een goed gevoel, omdat ik voor mijn eigen ervaring in Amerika veel rampscenario’s hoorde van mensen die een rib braken, naar huis moesten en vervolgens schoolgeld of andere kosten terug moesten betalen.

Misbruik
Daarnaast is de universiteit verantwoordelijk voor je behandelingen, wat ook veel waard is omdat zorgkosten in Amerika onbetaalbaar zijn. Daarom is het vrij lucratief om als sporter binnen te komen op een universiteit en van de privileges te kunnen genieten. Hierdoor gaan sommige mensen roeien om de verkeerde redenen: niet uit passie voor de sport, maar omdat ze van de privileges van een ‘student-athlete’ willen kunnen genieten.

Filter
Het lijkt daarom alsof de meeste coaches zichzelf een filter hebben aangemeten, waarmee ze het kaf van het koren proberen te scheiden. Aangezien er roeiers zijn die de privileges van het atleet-zijn misbruiken, zoals de beurs, de gesponsorde kleren en de zorgverzekering, hebben coaches een cynische blik als het om blessures gaat. Dit heeft veel invloed op de communicatie tussen roeier en coach. Na mijn eerste zes weken in Texas verstuikte ik mijn enkel op een zaterdag bij een hardloopwedstrijd met het team. Met een dikke blauwe voet werd ik het botenhuis ingedragen. De hoofdcoach was niet aanwezig en de assistent-coach zei dat ze het zou doorgeven. Die maandag werd ik opgewacht en werd mij langzamerhand duidelijk dat de assistent helemaal niets had doorgegeven, waardoor mijn hoofdcoach direct in de veronderstelling was dat ik die zaterdag tijdens het uitgaan op mijn smoel was gegaan en daarbij mijn enkel had verstuikt. Die miscommunicatie was achteraf gezien vrij hilarisch, maar op dat moment onnodig stressvol.

Communicatie
Door de grootte van het team, het gigantische trainingsvolume, de NCAA regels die intenties van de sporters twijfelachtig maken en de communicatie die daardoor verslechtert met de coach is het in Amerika nóg een stuk onprettiger om met een blessure te kampen dan in Nederland. Het vertrouwen dat in Nederland ligt in de roeier en zijn of haar eigen bedoelingen om zo snel mogelijk weer beter te worden, is veel waard. De mentale stress die komt met een blessure wordt alleen maar erger door cynische opmerkingen of een aangewakkerd schuldgevoel door teamgenoten. Gelukkig is de communicatie en de sfeer in het team inmiddels dusdanig verbeterd dat ik me niet meer zo slecht voel als het even niet gaat, in vergelijking met hoe ik me voelde toen ik nog een klein groentje was.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet...

Lees meer

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Lees meer

Stereotypes Met Nuance

Nadat een aantal pioniers zoals Olivier Siegelaar en Niki van Sprang het voortouw namen, is het steeds gebruikelijker geworden om aan de andere kant van de oceaan te gaan studeren en roeien. Ik weet nog goed dat Max Ponsen en Roel van Broekhuizen,...

Lees meer
Amsterdam Lightfestival toertocht: ‘Een absolute aanrader’

Amsterdam Lightfestival toertocht: ‘Een absolute aanrader’

Het roeicentrum organiseert dit jaar voor de vijfde keer de Amsterdam Lightfestival toertocht. Elke editie doen er meer dan 1000 roeiers mee. Toprow sprak met één van de deelnemers, Marie-Jeanne Diederen (51), van de Maastrichtse Watersport Club (MWC).

Hoe raakte je bekend met de Lightfestival toertocht?
“Ik ben pas vijf jaar terug gaan roeien vanwege mijn zoon die er veel plezier uit haalde. Niet lang nadat ik begonnen was werd deze tocht aangeboden via de Toeractiviteitencommissie van MWC. Ik had pas net mijn brevet, dus het was super spannend om dan ineens op de smalle Amsterdamse grachten te roeien. Onze roeilocatie op de Maas geeft met de stroming natuurlijk genoeg uitdagingen, maar het is een compleet andere dynamiek. Ik vond het een fantastische ervaring en het maakte dusdanig veel indruk dat ik sindsdien elk jaar ben mee gegaan. Inmiddels organiseer ik het zelf.”

Hoe organiseren jullie de tocht?
“Mede omdat wij natuurlijk van ver moeten komen, maken we er echt een uitje van. We gaan al vroeg in de ochtend weg zodat we om 12:00u in Amsterdam kunnen zijn. Dan gaat men in groepjes uiteen voor verschillende activiteiten. Speciaal voor ons is dat een half uur eerder dan normaal, zodat we na afloop nog met elkaar kunnen eten voordat we weer terug naar Maastricht gaan. De eerste keer dat ik mee ging, waren we met 20 man. Inmiddels zijn het er 40, meer kan ook niet. Binnen een half uur dat je kan inschrijven is het de laatste jaren vol. Dit jaar hadden we zelfs 70 aanmeldingen. Op een ledenaantal van 400 – waarvan 100 actief – is dat enorm. Mensen zijn nu eenmaal heel enthousiast hierover en raden de tocht aan anderen aan. Ook nu hadden we iets van tien tot twaalf beginners mee. Ik deel de boten in en meng alles door elkaar. Jong en oud. Van wedstrijdroeiers, tot beginners en andere enthousiaste leden.”

Hoe beviel de tocht dit jaar in vergelijking tot eerdere keren?
“Het is elk jaar toch steeds weer een beetje anders. De eerste keer blijft de leukste, dat kwam door de combinatie van de kunstwerken en het feit dat het nieuw en spannend was. Vorig jaar was de minste, het kwam wat chaotisch over. Deze editie waren de kunstwerken weer beduidend mooier. Eén van de hoogtepunten waren twintig uitvergrote verlichte pluizen die boven de gracht bungelen. Ook de ‘sterren van Van Gogh’ vond ik mooi. Dat ging om een kunstmatige versie van de sterrenhemel die Vincent van Gogh ooit schilderde voor het beroemde schilderij ‘De Sterrennacht’. De kunstenaars proberen ons eraan te herinneren dat we zoiets – zeker in een stad als Amsterdam waar de nachtelijke lucht permanent vervuild is – tegenwoordig niet meer zien.”

Hoe verloopt de samenwerking met het Roeicentrum?
“Dat gaat heel goed. Elke boot krijgt een stuurman/vrouw mee die de route kent, inclusief de ‘ins en outs’ van de kunstwerken. Tevens is het belangrijk dat er goed gemanoeuvreerd wordt, want het is vrij druk op het water tussen de grote rondvaartboten. Dat gaat altijd goed. Uiteraard is de één wat enthousiaster dan de ander. Zo had ik de eerste keer het geluk iemand te treffen die mij wees op het prachtige boek ‘The Boys in the Boat’. Dat geluk moet je hebben. Maar ik zou het iedereen aanraden. Ik ken inmiddels vrienden van andere verenigingen die ook elk jaar komen.”

Ook meedoen? Het Lightfestival is nog tot 20 januari in de stad. De tocht duurt twee uur en kost 35 euro per persoon. 

Roei-instructie voor Toprow Londen: ‘We waren echt aan het pionieren’

Roei-instructie voor Toprow Londen: ‘We waren echt aan het pionieren’

Toprow startte deze zomer in London met een filiaal aan de Theems. De Amsterdamse instructeurs Willem Crul en Caitlin Smith kregen de belangrijke taak de eerste lessen te verzorgen. Een behoorlijke klus voor de nog jonge studenten.

“We zijn een beetje in het diepe gegooid, maar het was het meer dan waard”, vertelt Caitlin enthousiast in de kantine van Roeicentrum Berlagebrug. De pas 21-jarige studente Kunstmatige Intelligentie kwam per toeval in Londen terecht. “Ik zou oorspronkelijk een minor gaan doen in New York en wilde daar roeiles geven als bijbaantje. Maar dat ging door omstandigheden niet meer door. Jasper (Smink, eigenaar van Toprow, red.) vroeg toen of ik dan niet voor ruim een maand naar Londen wilde. En ik zeg nu eenmaal snel ‘ja’ tegen dingen. Daar komen leuke dingen van op je pad.”

Passie
Bijkomend voordeel was dat Caitlin tot haar achtste jaar in Engeland had gewoond en tweetalig was opgevoed. Onderdak vond ze bij familie. De net zo jonge geschiedenisstudent Willem kende deze voordelen niet. “Ik hoorde via Caitlin van deze kans en zocht nog een bijbaan voor de zomer”, zegt hij vrolijk. “Met roeien merk je dat iedereen dezelfde passie heeft. Als ik mensen kan helpen en blij kan maken, vind ik het al snel geslaagd. En als dat ook nog eens in een stad als Londen kan…”

Stroming
Het regelen en geven van de eerste lessen bracht behoorlijk wat met zich mee. “Zo was de sterke stroming op de Theems een grote uitdaging. In het begin maakte ik een totaal verkeerde inschatting van hoe ver ik stroomafwaarts kon gaan om weer op tijd terug te komen. Ook kwam ik een keer in een zandbank terecht omdat het water veel sneller daalde dan ik dacht. De verkeersregels op het water zijn ook eens een stuk ingewikkelder dan hier”, stelt Caitlin.

Inventief
Het missen van een roeibak om de beginselen van de haal aan te leren zorgde eveneens voor ongemak. “Uiteindelijk vonden we ook hier onze weg. We legden de boot op een afgelegen stukje en gingen zelf in het water staan om de boot vast te houden. Zo konden de cursisten oefenen met halen maken zonder dat boot snelheid had”, aldus Willem.  

Caitlin Willem

Coördinatie
Los van de lessen was ook de coördinatie nog een flinke klus. “Degene die dat daar zou gaan doen, ging precies toen wij kwamen op huwelijksreis. Afmeldingen kwamen via email binnen op het Roeicentrum hier in Amsterdam en voordat het dan bij ons was, was het vaak al te laat. Maar ook dat losten we op. Zo hadden we goed contact met de roeiers van London Rowing Club, waar onze boten liggen.”

Reclame
De lessen bleken populair. “Als je nog niet kan roeien, kan je niet zoals hier in Nederland bij een roeivereniging terecht. De Londense clubs nemen alleen maar mensen aan die al kunnen roeien. Toprow springt in dat gat. Inmiddels zijn er ook wel andere plekken waar lessen worden aangeboden, maar die zijn kleinschalig en lastig te vinden. Voor onze lessen is echt reclame gemaakt. We zijn zelfs op de Londense radio geweest”, stelt Caitlin.

Pionieren
Beide twintigers werkten voor hun vertrek nieuwe instructeurs in. “Ook hebben we nog een protocol geschreven voor nieuwe werknemers. Volgens mij loopt het inmiddels uitstekend. Als ik er zo op terug kijk zijn we echt aan het pionieren geweest”, zegt Willem trots. Caitlin: “Bij een van onze laatste lessen kwam een Nederlandse vrouw die in Amsterdam een les moest missen vanwege vakantie. Die haalde ze in Londen in. Toen zijn wij samen met haar man en kind gaan roeien. Een super leuke ervaring.”

Ervaringen
Zowel Caitlin als Willem kijken dan ook vol voldoening terug op hun werk. Willem: “Ik vond het achteraf best wat zo alleen in Londen. Ik ben er een stuk zelfstandiger van geworden. Op het eind woonde ik bij een aantal studenten in huis, dat was erg leuk.” Caitlin vond het vooral fijn om zo op zichzelf te zijn aangewezen. “Vooral om te weten hoe het is om zelf iets op te zetten en te regelen. Je leert ook veel beter hoe een bedrijf werkt. Daar heb ik later zeker iets aan.”

Caitlin Willem