En de cirkel is rond. Iedereen in de zware mannen groep van het ANRT is aan het woord geweest en heeft de mogelijkheid gehad de lezer een kijkje te geven in de keuken van een Olympische roeiploeg op weg naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. Maar wie is hier eigenlijk in geïnteresseerd? Facebook leert ons dat er gemiddeld 44 “likes” worden gegeven voor de tot dusver geschreven columns, wat neerkomt op een half procent van het 7871 koppige publiek dat de RoeiNed Facebook rijk is. Het lijkt er bijna op dat in dit social-media tijdperk mensen niet meer zitten te wachten op een saaie lap tekst van gasten die vrijwel niks meemaken in hun eentonige leven. Tegenwoordig wordt er met veel meer plezier gekeken naar een filmpje dat gemaakt is met een 360-camera (67k views, 1027 likes, 815 shares and counting), wat de redelijk beperkte geest van dit tijdperk typeert. Heeft het dan nog wel toegevoegde waarde dat ik dit schrijf, en zit hier eigenlijk nog wel iemand op te wachten?

Toch heb ik het idee dat de zware jongens van het ANRT ervaringen en wijsheden rijk zijn die voor meer mensen interessant zijn om te weten. Gewoonweg omdat ik deze dingen zelf ook graag had willen weten toen ik nog aan het begin van mijn (roei) carrière stond. In de plusminus 18 jaar dat ik geroeid heb, worden dit alweer mijn derde Spelen en het wordt tijd om de mensen van wat advies te voorzien. Hard roeien is namelijk ondenkbaar mooi maar soms moet er net iets verder gekeken worden om die extreme schoonheid in te zien. Verder is het ook mijn afgunst voor de middelmatigheid die er tegenwoordig heerst en het feit dat iedereen tegenwoordig recht denkt te hebben op van alles en nog wat zonder er hard voor te werken die me ertoe zetten dit op te schrijven.

Ik roep daarom iedereen op om voortaan de extremen op te zoeken. Ik denk namelijk dat er nog nooit iemand gelukkig of beter van is geworden door middelmatigheid na te streven, maar desalniettemin gebeurt het toch nog veel te vaak. Maar waarom? Omdat je denkt dat dingen buiten je bereik liggen? Neem nou topsport. Toen ik vroeger stuur was (15 jaar oud en net aan 50kg – ik moest 5kg ballast mee omdat ik te licht was) wilde ik niets liever dan naar de Olympische Spelen, maar het leek alsof het junioren WK al te hoog gegrepen zou zijn. Nadat ik uiteindelijk na hard trainen toch op het junioren WK was aangekomen, kwam ik erachter dat het toch meer binnen het bereik lag dan ik eerst dacht. En zo loop je langzaam over de treden van de internationale roeitrap omhoog en kom je er steeds weer achter dat het allemaal veel minder onrealistisch en perfect is dan het alvorens lijkt te zijn. En daar sta je dan opeens zelf in het Olympische dorp op je 21e, tussen de sportgoden waarvan je eerst dacht dat ze absoluut onbereikbaar waren en bovenmenselijke dingen presteerden. Het blijken uiteindelijk toch ook gewoon mensen te zijn die extreem hard werken voor iets wat ze mooi vinden. Het gaat er dus vooral om hoe graag je iets wil en hoeveel je daarvoor bereid bent te doen. De grap is alleen dat iedereen kan zeggen dat hij de top wil bereiken, maar dat een zeer kleine minderheid uiteindelijk bereid is de arbeid erin te stoppen. En dat geldt niet alleen voor topsport, maar voor alles in het leven. Streef dus grote doelen na die in jouw potentie liggen, maar leef er dan ook naar. Leef in extremen, niet in middelmatigheid.

Uiteraard zijn wij Nederlanders hier niet zo goed in en hebben wij hier niet zoveel ervaring mee. Onze poldermentaliteit en welbekende leuzen als “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” worden er met de paplepel ingegoten. In Amerika daarentegen ligt dat allemaal net even wat anders. Ondanks dat deze cultuur van extreme passie en ongebreideld enthousiasme soms niet al te intelligent overkomt, heeft het in de 4 jaar dat ik daar gezeten heb mijn ogen geopend en denk ik dat wij als Nederlanders hier iets van zouden kunnen leren. In Nederland wordt er vaak teveel gelet op randzaken, in plaats van dat er gewoon met hart en ziel naar iets toegewerkt wordt. Het is bijvoorbeeld doodzonde om te lezen dat tegenwoordig sommige Nederlandse junioren meer tijd besteden aan brieven schrijven over waarom ze denken dat ze recht hebben op bepaalde dingen in plaats van gewoon te focussen op wat belangrijk is. Net zoals mensen die roepen dat ze in sommige boten horen of sommige uitzendingen verdienen. Roep het niet, maar handel ernaar. Als je iets extreem graag wilt dan zijn de mogelijkheden eindeloos – focus je daar dan ook op. Dus: wees geen grijze muis maar zoek de extremen op, durf te dromen van dingen die niemand voor mogelijk houdt, don’t be a naysayer, omring je met mensen die er hetzelfde instaan als jij, ga voor die droombaan, regel het mooiste meisje van de klas, werk keihard voor een doel, geniet ervan en zoek je eigen grenzen op, want alleen dan leer je jezelf kennen en kan je genieten van de weg die naar je uiteindelijke doel leidt. En een weg naar een lastig doel gaat uiteraard niet over rozen, maar dan zou het uiteindelijk ook geen genoegdoening geven.

Zodoende geniet ik van elke dag dat ik met alle zware jongens van het ANRT aan het trainen ben. Of we nou om 8u ’s ochtends in de koude wintermaanden in het donker op de ergometer samen bloed, zweet en tranen vergieten of dat we zonder shirt in een zonnig oord op spiegelglad water roeien – wij zijn de krijgers die elke dag samen ten strijde trekken en een gemeenschappelijk doel voor ogen hebben en dat is waanzinnig mooi. Zoals Dhr. D.R. Simon – by far de beste en meest inspirerende roeier die Nederland ooit gekend heeft – het mij al vroeg geleerd heeft: De “no-nonsense mentaliteit”, daar gaat het om. En dat is in sommige ploegen waarin ik geroeid heb ook weleens anders geweest. De fout wordt door veel mensen te vaak gezocht bij zaken buiten de eigen persoon.

En in de tussentijd: leg die telefoon aan de kant, lees een boek en verrijk jezelf met alle fantastische dingen die er in de wereld te doen zijn.  Zoals de Zen-Buddhisten en Nederlandse filosoof Spinoza het grondig met elkaar een waren en het zo lekker clichématig – wat het zeker niet minder waar maakt – konden verwoorden: “The journey is more important than the destination, the activity more important than the outcome”.