Selecteer een pagina

Twee weken terug won de Utrechtse Studenten Roeivereniging Triton voor het eerst in 52 jaar de Varsity. TopRow sprak met één van de mannen die in 1967 als eerste de finish passeerde, Berend Brummelman (76). We bevroegen hem over deze bijzondere dag en over de bijzondere band met zijn vereniging. 

In zijn woonplaats Wolvega laat hij trots de locatie aan de Schipsloot zien van waaruit hij en 50 andere leden van de door hem opgerichte vereniging Skylla roeien. Sinds 1979 – toen hij zich hier als dierenarts vestigde – roeit hij al op deze plek. Eerst vanuit een boerderij in de omgeving, inmiddels liggen in een loodsruimte van een bedrijf 20-25 boten, die Berend vrijwel allemaal zelf aanschafte.

Kader
Toch is Berend vooral Tritonees. Zelfs de verenigingsnaam is verbonden met de Utrechtse club, want Skylla wordt in de Griekse mythologie een dochter van Triton genoemd. “Ook na mijn roeitijd ben ik betrokken gebleven. Ik heb in 1970 bijvoorbeeld nog Varsity-commissie gedaan. Maar qua roeien ging het al snel minder op Triton. Ik weet nog dat toen ik in 1971 weer een jaar ging wedstrijdroeien naast mijn werk op de universiteit, ik bij selecties voor de Oude Vier probleemloos steevast in de snelste twee zat. Er was vooral geen kader meer.” Vanaf 1982 richtte hij zich meer op zijn eigen veteranenacht bij Daventria. “Het was de tweede keer dat Orca won en sindsdien had ik een onderbuikgevoel dat ik maar beter niet meer kon gaan.”

Ritueel
Vanaf 2004 keerde het tij. “Ik bedacht me dat ik het toch wel bijzonder vond wat ik ooit bereikt heb en dat het fantastisch is om daar elk jaar terug te kunnen keren. Voor mijn gevoel mag ik op de Varsity voor één dag in het jaar weer student zijn. Ik heb inmiddels een vast ritueel. In de ochtend ga ik per trein naar Utrecht om daar met mijn vouwfiets eerst naar de plek van de oude loods van Triton te gaan. Dan fiets ik via het Merwedekanaal naar waar Triton nu ligt, om dan door te gaan richting Houten. Zo kom ik weer helemaal in de stemming.”

Brandbrief
Hij schreef in die jaren ook een brief aan het bestuur dat ze écht eerder moesten gaan trainen wilden ze de Varsity ooit nog eens winnen. “Maar het échte geloof dat ze weer konden winnen, kwam pas de laatste jaren. Ik weet hoe belangrijk Kaj Hendriks het vond en we hadden weer aanwas van talent. Een jongere generatie oud-leden nam nu meer het voortouw in de ondersteuning. Vorig jaar hebben ze de Oude Vier bijvoorbeeld nog nieuwe riemen gegeven.”

Varsity-diner
Een jaarlijks terugkerend ritueel is de verplichte aanwezigheid van de laatst winnende Oude Vier bij het Varsity-diner in de week voor het evenement. “Kaj vertelde in zijn speech op de receptie dat hij vooral opgelucht was dat wij daar niet meer hoefden te komen. Maar ik ben er zeker niet altijd geweest. We deden dat de laatste jaren in toerbeurten. Niet iedereen uit onze vier vindt dat studentikoze leuk, ik kan er wel om lachen.” Berend probeert zo goed als het kan de huidige ontwikkelingen te volgen. “Ik houd graag contact met de jongens. Ook volg ik ze op Facebook en Instagram. Vorig jaar heb ik per ongeluk een vriendschapsverzoek gestuurd naar Tone Wieten. Ik verwisselde hem met Mechiel Versluis, een familielid van een kennis. Bleek Tone later onze grote concurrent te zijn.”

Folklore
Hij ziet de Varsity echt als topsport. “Ik sprak in de VIP-tent Feike Tibben uit het bondsbestuur en vader van Obbe die in de boot van Skøll zit. Ik ken hem vanuit de buurt, want hij zit bij ’t Diep in Steenwijk hier verderop. Hij noemde de Varsity folklore. Ik zie dat heel anders. Er doen veel toproeiers op af en op geen enkele andere roeiwedstrijd komen zoveel toeschouwers af.” Als hij het evenement vergelijkt met zijn tijd zijn er zowel verschillen als overeenkomsten. “Het is nu veel grootschaliger met modernere middelen. Die camera’s op de boten en de dronebeelden zijn fantastisch. Wij hadden toen nog niet eens walkietalkies. Maar er waren minstens zoveel mensen langs de kant.”   

Argo

Twee jaar terug kreeg Berend een ongeluk waardoor hij de editie miste waarin Triton in de eindsprint bijna won van Nereus. “Ik heb dat live vanuit mijn bed gekeken. Inmiddels kan ik weer fietsen, maar in de finale kon ik het mede gezien de drukte niet bijbenen. Ik ben 250 meter voor de finish maar gestopt zodat ik van een afstandje het tafereel kon aanschouwen. Ik werd overmand door emoties en werd gefeliciteerd door willekeurige burgers uit Houten die aan mij zagen dat er iets bijzonders was gebeurd. Ik was enorm opgelucht. Eindelijk zijn we uit het rijtje met Argo.” 

Winnaarsdiner
In de VIP-tent kwam hij zijn twee voormalig ploeggenoten, Herman Rouwé en Tom Dronkert, tegen. De vierde roeier uit ‘67, Erik Hartsuiker, overleed begin dit jaar. “Zij gingen eten met hun partners, maar ik had daar geen behoefte aan. Helma Nèpperus vroeg me of ik haar wilde vergezellen bij het winnaarsdiner. Daar heb ik de winnende ploeg nog kunnen toespreken.” Per fiets en trein kwam hij in de Utrechtse binnenstad, waar een enorme menigte was verzameld.

Helden

Er volgde een receptie in het Academiegebouw van de universiteit. “Het grappige is dat ik me dat van onze tijd niet kan herinneren. Wij aten met de ploeg en coaches in een restaurant in Bilthoven en gingen toen per trein naar Utrecht Centraal. En vanaf daar met een koets naar de sociëteit aan het Janskerkhof. Maar voor mijn gevoel werden wij net zoals helden onthaald als nu.” Na de receptie ging hij nog even mee naar het feest. “Mijn ploeggenoten heb ik daar niet meer gezien, maar ik wilde nog even sfeer proeven. Gelukkig kwam ik door de menigte heen. Wat me vooral opviel was dat er vrouwen in de zaal waren. In mijn tijd was dat ondenkbaar. Ik moest echter om 0:15u de laatste trein halen, dus lang kon ik er niet van genieten.”

Pin It on Pinterest

Share This