Selecteer een pagina

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Omdat onze eerste wedstrijd op 6 april in San Diego plaatsvindt zijn we op trainingskamp in het beruchte Waco. We doen hier de selecties om te bepalen wie in de eerste en tweede acht, en de eerste vier zal zitten. Toen ik mijn eerste jaar aan mijn ouders vertelde dat ik naar Waco ging, waren ze ontzettend bezorgd. Waco staat namelijk bekend als een vreemd stadje (ook wel ‘wacko’ genoemd) omdat hier in 1993 de ‘Waco siege’ plaatsvond, een conflict van twee maanden tussen de FBI en een christelijke sekte, die illegale wapens bezat. Uiteindelijk is het complex waar deze mensen woonden in rook op gegaan, met alle leden van de sekte erin. Volgens de FBI was het vuur aangestoken door de leider van de cult, maar sinds kort heeft de enige persoon die het heeft overleefd een documentaire en een boek geschreven over hoe de FBI verantwoordelijk is geweest voor de massamoord. Voor het trainingskamp zelf is dit natuurlijk niet relevant, maar het is wel één van de dingen die ik zo bijzonder vind aan studeren in Amerika. Je komt op bizarre plekken die je normaalgesproken alleen van films en het nieuws kent. 

Trainingsprogramma
Gelukkig is 1993 een lange tijd geleden en valt het reuze mee in Waco, maar het blijft een gehucht. We zitten in een hotel langs de enige grote weg in het hele dorp. Het botenhuis van de ploeg die hier permanent roeit, ‘Baylor Crew’, is ongeveer twee kilometer van het hotel vandaan. ’s Ochtends en ’s middags rennen we naar het botenhuis toe, roeien we een kilometertje of 24 in de acht en doen we seat-racesom de boten te selecteren. Vervolgens rennen we weer terug en doen we misschien nog een circuit met buikspieroefeningen en squats. De sfeer is soms best gespannen, omdat iedereen op het water zich er bewust van is dat het gaat om welke positie je behaalt. Uiteindelijk is het doel om als collectief zo hard mogelijk te gaan, maar het is nog best lastig om de concurrentie onderling tot het minimum te behouden. 

fanny_bon_amerika

Seat-races
Seat-raceszijn voor Amerikaanse coaches zo’n beetje de favoriete manier van selecteren. Elke dag roeien we in een andere opstelling. Iedereen wordt door elkaar gehusseld. Natuurlijk zijn er mensen die vaker op slag of op boeg zitten, maar om een beeld te geven: mijn eerste jaar roeide ik bij de nationale universiteitskampioenschappen (NCAA’s) op slag, het tweede jaar op twee en mijn derde jaar op zes. Hoe dichterbij de eerste race komt, hoe spannender elke dag wordt qua opstelling. Iedereen weet inmiddels wie écht kans maakt om in de eerste acht te komen, dus als je met teamgenoten zit van wie je dat weet, weet je dat je goed bezig bent. Het blijft een soort spel, waarin je gokt of jouw boot nu zou moeten winnen van de andere boot.

Ploegdynamiek
NCAA’s is namelijk een toernooi waarin drie bootscategorieën worden gevaren. Per categorie en resultaat krijg je punten waarna het team met de meeste punten de nationale titel wint. De eerste acht krijgt dus de meeste punten, daarna de tweede acht en de vier krijgt de minste punten. Het verschil in tijden tussen de eerste en de tweede acht is meestal zo’n 10-12 seconden per race. Dit zorgt soms voor een gekke dynamiek in het team. De eerste acht hoort namelijk de tweede acht altijd te verslaan, dus zodra de selectie een beetje rond is, train je alsnog met elkaar terwijl je weet dat één van de boten elke training zal verliezen. De coaches willen immers zien of het verschil groot genoeg blijft.

Saai 
Trainingskamp in Waco staat altijd bekend als een soort spannende tijd vanwege de selecties, maar tegelijkertijd ook heel zwaar en vooral ’s winters erg saai. De trainingen zijn eindeloos, dus de dag ziet er vrij repetitief uit met urenlang trainen, eten en slapen. Vooral de eerstejaars vinden het reuze spannend met de selecties en zijn elke dag zenuwachtig. Voor mij als senior (vierdejaars) is dit trainingskamp de laatste keer, daardoor is de spanning er wel een beetje vanaf. En één ding weet ik zeker: tot nooit meer ziens, Waco!

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan.

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Pin It on Pinterest

Share This