Mathijs Josselin de Jong (58) is de derde in onze serie bootsmannen. Hij is al bijna 30 jaar in dienst van het Amsterdamse Nereus. We spreken onder andere met hem over de speciale dynamiek van een succesvolle en grote studentenvereniging. Hij wil er in elk geval nog lang niet weg.

Mathijs komt in het vak na zijn opleiding aan de meubelmakersvakschool in Amsterdam. Die opleiding was een opmerkelijke keuze, want hij had in zijn geboorteplaats Oegstgeest net zijn VWO-diploma behaald. “Ik was altijd al de knutselaar thuis, dus voor mij was dit een logische keus. Maar ik kom uit een universitaire familie. Mijn vader was hoogleraar en die moest wel even slikken. Uiteindelijk vond ook hij het prima, ik moest vooral doen waar ik plezier uit haalde.” 

Vacature
Na een jaar aan het Amsterdamse VOC-schip – dat nu bij het Scheepvaartmuseum ligt – te hebben gewerkt, ziet de 23-jarige een advertentie bij het arbeidsbureau, het huidige UWV. Nereus zocht een opvolger voor Willem Westdorp, die op dat moment al ruim een half jaar met pensioen was gegaan. “Ik heb altijd al wat met bootjes gehad en was fervent zeiler. Vrienden van me hadden geroeid bij Die Leythe, dus ook met de sport had ik wel wat affiniteit.” 

Vloot
Tijdens zijn eerste bezoek en gesprek raakt hij meteen onder de indruk van de toen nog bijna geheel uit hout bestaande vloot. “Daar zat duidelijk structuur in, alleen de werkplaats was een chaos.” Van de 17 kandidaten maakt hij het meeste indruk. “Geen idee wat hielp, ik had een goede brief geschreven en misschien hielp mijn achternaam mee. Ook had ik net een cursus kunststofjachtbouw gevolgd. Dat kwam enorm van pas, want vlak na mijn aantreden kochten we alleen nog maar kunststofboten.” 

Lätta
Specifieke roeigerelateerde zaken leert hij snel van roeiers en coaches. “Toen ik hier net kwam roeide hier de zogeheten Lätta-acht, allemaal erg leuke kerels. Die hadden altijd rond 10:00u na de training een koffie-uurtje. Dan ging ik vaak naar boven en vroeg ik naar het nut van verschillende onderdelen. Dat heeft me erg geholpen. Ook heb ik hulp gehad van andere bootsmannen, vooral Wim Heuvelman van Triton.”

matig_josselin_de_jong

Kroegjool
Het studentikoze karakter van de club schrikt hem niet af. “Ik had geen moeite met die sfeer. Toen ik net was aangenomen waren het natuurlijk ook mensen van mijn leeftijd. Ik kan me de eerste Kroegjool nog goed herinneren. Het was 1991 en Nereus had al lang niet gewonnen. Ik hing laveloos onder het podium, ik vond het geweldig. Ook bleef ik geregeld hangen op donderdagavond bij de borrel. Nee, men vond het niet raar. Ik had zelfs het idee dat het gewaardeerd werd.” 

Bestuur
Het werk doet hij al die jaren nog steeds met veel plezier. “Natuurlijk baal je wel eens van die lakse studenten, maar buiten de eerstejaars competitieroeiers – die wel echt dom zijn – , gaat vrijwel iedereen op de vereniging redelijk verantwoord om met het materiaal. Het jaarlijks wisselen van besturen is soms lastig en in het verleden boterde het in een enkel geval niet goed. Maar over het algemeen heb ik niets te klagen. In al die tijd is er slechts een enkeling geweest waar ik echt een hekel aan heb gehad.” 

C4-en
Een piek in zijn werk is er altijd als de eerstejaarswedstrijdselecties in het najaar zijn afgelopen. “De houten C4-en zorgen altijd nog voor het meeste werk. Het mag het minste tijd kosten, maar worden wel het slechtst gebruikt. Men denkt altijd dat de Afroeiperiode het vervelendste is, maar dat valt erg mee. De Afroeicommissie zit er dan bovenop. En tijdens de selecties zijn er verantwoordelijke (hoofd)coaches. Het gaat pas mis als de roeiers worden losgelaten en er niemand meer op let.” 

Bestuursbak
Mathijs vindt niet dat er erg veel veranderd is in al die jaren. “Natuurlijk zijn dingen anders. Een zegen vind ik bijvoorbeeld dat er geen houten spanten meer zijn die vervangen moeten worden. Dat kostte veel moeite.” Maar de verenigingscultuur is los van de enorme professionalisering die op alle fronten heeft plaatsgevonden hetzelfde gebleven. “Ik merk er bijvoorbeeld niet eens zoveel van dat de vereniging veel groter is geworden. Nog steeds denkt elk bestuur een goede bestuursbak te hebben gevonden en nog steeds gaat hij altijd kapot”, zegt hij lachend.

mathijs_josselin_de_jong2

Woofers
“Het enige dat misschien anders is, is dat het vroeger een stuk normaler was dat er dingen kapot gingen, waar bestuursleden zelf ook vaak een aandeel in hadden. Er werd meer gezooid en zo hadden we vroeger de befaamde Technisch Front Barbecue waarbij enorme ‘woofers’ (steekvlammen van een paar seconden, red.) werden ontstoken. In verband met overlast kan dat niet meer. Bij het minste of geringste verliest Nereus haar vergunningen.” 

Pensioen
Hij beaamt dat het een enorme luxe is dat Nereus zich een bootsman kan permitteren. “Ik heb geen idee hoe andere grote studentenverenigingen het zonder kunnen doen. Het fonds van waaruit ik betaald word is in elk geval vol genoeg om mij tot aan mijn pensioen door te betalen. Maar wat mij betreft houdt het dan niet op. Op mijn gat zitten is niets voor mij. Als ik het volhoud, blijf ik dit graag nog even doen.”

Pin It on Pinterest

Share This