Het weekend voorafgaand aan de Head of the Charles is een lang weekend in het noordoosten van Amerika omdat het op maandag ‘Columbus Day’ of ‘Indigenous Peoples’ Day’ is. Welke van de twee het is, verschilt per regio en politieke voorkeur. Dit verschil zegt veel over de huidige verdeeldheid in de Verenigde Staten. Sommige staten veranderen de naam van de feestdag officieel, andere benadrukken officieel dat ze er niet over peinzen om het te veranderen. Het verschilt eigenlijk niet zo veel van de onenigheid over traditionele Nederlandse feestdagen die niet meer kunnen.

Ik spendeer dit weekend, na op zaterdagochtend een zogeheten ‘head race’ geroeid te hebben bij Yale in New Haven, bij de (uit Eindhoven afkomstige) familie van een ploeggenoot in Warner, New Hampshire, een kleine 300km noordelijker, vlakbij de Canadese grens. New Hampshire is de staat waar de ‘Indian Summer’ halverwege oktober het allermooist is, de kleuren van de bomen zijn adembenemend, zeker vanaf Mount Kearsarge, de berg waar we de hond uitlaten op zondagochtend.

Ik studeer tussen deze twee plekken in, in Providence, Rhode Island: de kleinste en meest progressieve staat. Daar wordt ‘Columbus Day’ al lang niet meer geaccepteerd. Sterker nog, op Brown University beginnen ze het academische jaar met een ‘land acknowledgment’, waarin wordt gesteld dat men zich op ingepikt land bevindt. Op die manier wil de universiteit meer bewustzijn creëren over de minder mooie kanten van haar verleden. Daarom viert men daar, met gepaste trots en schaamte tegelijk, ‘Indigenous Peoples Day’.

Het bejubelen van een blanke man die land heeft afgepakt van de inheemse bevolking onder het mom van ontdekking gaat hier, in tegenstelling tot in Nederland, niet door de beugel. Als je vindt dat dat wel kan, bijvoorbeeld vanwege het fopargument dat het ‘een andere tijd’ was, dan word je hier niet begrepen.
Tegelijkertijd is er aan de andere kant ook veel onbegrip voor ‘die progressieven op College Hill’ onder de mensen die niet bovenop de heuvel wonen. Bijvoorbeeld bij de mensen die een schietbaan op het platteland runnen. Onder meer omdat ‘die progressieven’ hun pistolen willen afpakken, terwijl die wapens hun Amerikaanse vrijheid waarborgen. Toen ik er een keer was met een vriend uit Nederland om zelf eens te ervaren waarom die Amerikanen zo weg zijn van hun guns, werd het me niet in dank afgenomen toen ik vertelde dat ik aan Brown studeerde. Desalniettemin was het heel leerzaam en leuk. Nu begrijp ik een stuk beter waarom het zo populair is. Het is een beetje als vuurwerk: spannend, luid en eigenlijk niet verstandig.

Jaap de Jong 1

In New Hampshire is ‘open-carrying’ toegestaan en praat men over het algemeen wel nog over ‘Columbus Day’. Het is een zogeheten Swing-State en speelt dus een belangrijke rol tijdens de presidentiële verkiezingen. Dit betekent ook dat de verdeeldheid sterk is. Echter, de mensen laten elkaar geloven wat ze willen en leven hoe ze willen, zonder al te veel veroordeling. Republikeinen en Democraten leven hier naast elkaar, veelal in harmonie. Dit resoneert sterk met het motto van de staat: ‘live free or die’. Deze tekst staat op elk kenteken en de mensen in New Hampshire koesteren dit enorm. Het staat namelijk voor het idee dat de regering je niet mag belemmeren in hoe jij je leven wilt leven, een absoluut fundament van de Amerikaanse samenleving. Als jij zonder gordel wilt autorijden, of zonder helm op je motor wilt rijden (ook niet verplicht in R.I. overigens), is dat je goed recht!
Kan dit niet vanwege een regeltje dat je regering heeft bepaald? Dan leef je dus niet in absolute vrijheid en kun je maar beter dood gaan. Dat laatste is tevens de populaire opvatting in het geval van een verkeersongeval geloof ik.

In New Hampshire tolereert men elkaar niet alleen, maar ze accepteren elkaar ook. Tijdens een fietstochtje zag ik een MAGA-sticker (die pro Trump zijn)  naast een sticker van een hart met de regenboogvlag er op. Dit zou je in bijvoorbeeld Rhode Island niet snel zien, daar pulkt men de stikker van een andersdenkende zo snel mogelijk van het verkeersbord.

Even later zag ik een man hout hakken naast een kippenren op zijn eigen stukje land. Er hing, zoals letterlijk overal in Amerika, een bordje met de tekst: ‘Private property, NO TRESPASSING, violators will be prosecuted’. Dit betekent meestal dat de persoon die daar leeft de ‘Cabin in the woods’ versie van de American Dream heeft voltooid en dat nu met hand en tand verdedigt. Deze beste man had aan z’n ene heup een pistool in een holster en aan z’n andere heup hing een mes. Hij was dus ultiem vrij, had overduidelijk geen angst, én was living the American Dream. Naast hem lag zijn shepherd-achtige hond met een rood-witte ‘handkerchief’ om z’n nek. Deze verwezenlijking van New Hampshire was zo’n mooie verschijning, dat ik het niet kon laten om even te stoppen en hem te vragen of ik wat foto’s mocht maken van het tafereel. De man was erg hartelijk en vond het geen probleem. Wel waarschuwde hij mij voor de hond, die was nogal gesteld op zijn ruimte. Hij ging rustig verder met houthakken en zodra ik één stap richting het hakblok zette sprong de hond op en beet hij me zachtjes in mijn hand. Goeie waakhond, hij ging namelijk gelijk voor uitschakeling en beet me een tweede keer, ditmaal in mijn knie. Weliswaar zachtjes, maar wel hard genoeg voor een wondje.

Dat ik een ‘wounded knee’ had, merkte ik pas toen ik alweer even op de fiets zat. Of deze man een anti-vaxer is heb ik hem dus helaas niet kunnen vragen. Dat vonden ze bij Brown voldoende reden om mij mijn hele ‘Indigenous Peoples’ Day’ in een gezondheidszorg draaimolen te laten zitten, terwijl de dokter aan het bellen was met zowel de Animal Control Agency van New Hampshire, de Health Department of Rhode Island en de Emergency Room van het nabijgelegen ziekenhuis. Er wordt nu geprobeerd om te achterhalen wat de vaccinatiestatus van die hond is en op basis daarvan wordt bepaald of ik moet worden ingeënt tegen hondsdolheid.

Welkom in Amerika.

‘Everything Is Bigger In Texas’

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Stereotypes Met Nuance

Stereotypes Met Nuance

Nadat een aantal pioniers zoals Olivier Siegelaar en Niki van Sprang het voortouw namen, is het steeds gebruikelijker geworden om aan de andere kant van de oceaan te gaan studeren en roeien. Ik weet nog goed dat Max Ponsen en Roel van Broekhuizen,...

Pin It on Pinterest

Share This