Aankomende zaterdag viert Dirk Moons zijn 25 jarig jubileum bij Roeicentrum Berlagebrug. Hoe kan het dat hij er zolang als instructeur plezier in houdt? Lees hier het boeiende gesprek dat we hadden met deze sportliefhebber pur sang.

Dirk vertelt graag en uitgebreid over hoe hij denkt over het roeien en verwante zaken: van didactiek tot topsportbeleving en zijn visie op breedtesport. Vaak noemt hij boeken die hij heeft gelezen of onderzoeken waar hij kennis van heeft genomen. “Ik ben eigenlijk altijd bezig met verder leren en dingen verbeteren. Ik houd het graag bij mezelf. Om roeiers te beschouwen als minder getalenteerd is onterecht. De één leert sneller dan de ander en dat is prima. Kijk als instructeur of coach vooral naar wat je zelf zou kunnen doen om iemand beter te maken.” 

Marathon
Dirk komt in aanraking met de roeisport als hij gaat studeren in Groningen en zich aanmeldt bij Gyas. Maar voor die tijd had sport in algemene zin hem al gegrepen. “Ik had een docent op de lagere school die ultraloper was. Ik liep al graag hard en dat werd alleen maar verder aangewakkerd. Hij had bedacht dat elke leerling zelf een afstand mocht bepalen die hij of zijn hard wilde lopen. Toen ik aangaf dat ik een marathon wilde lopen, heeft hij dat goedgekeurd, hoewel ik het niet aan mijn klasgenoten mocht vertellen. Met een tussenstop na 26 kilometer om boterhammen met kaas te eten en een fles melk te drinken, haha!” 

Roeicentrum
Tijdens zijn studie Engelse literatuur roeit hij twee jaar in Leicester en later voor zijn kopstudie in video in Londen. Terug in Nederland komt hij via Skøll, RIC en nu ook Poseidon, uit bij het Roeicentrum. “Ik was al 32 en had een baantje als dramaturg bij de VARA. Iemand tipte me, maar het leek mij meer een studentenbaan. Het bleek me toch te liggen. Sport was sowieso al mijn passie.”

Dirk moons 25 jaar.1

Metaforen
Gedurende de jaren evolueerde zijn aanpak. “Eerst werkte ik vooral vanuit roei- en biomechanica en hanteerde ik een bepaald haalbeeld dat ik mensen wilde aanleren. Ik kwam er echter achter dat dat te veel en te abstract was en de roeiers niet voldoende verder hielp. Het moest simpeler. Toen ben ik meer met klank, ritme, volume, timing gaan doen en veel meer met taal gaan werken. Metaforen bijvoorbeeld helpen goed.” Ook werd hij selectiever. Zo merkte hij dat zomaar het doen van een oefening, zonder goede reden, zoals bijvoorbeeld derde stop, vermeden moest worden omdat de roeier dan ‘uitschakelt’.

Visualisatie
Dat hij vooral met beginners en/of recreanten werkt, maakt hem niet uit. “Zo zie je toppers vaak voorafgaand aan belangrijke wedstrijden visualiseren. Maar waarom zou dat alleen voor toproeiers zijn? Ook een recreant kan hierdoor beter leren roeien. En vooral bij beginners kan je veel verpesten. Op de schaatsbaan laten ze niet voor niets juist de beste trainers beginners begeleiden.”

Topsport
Daarnaast gaat het bij recreanten vaak meer om de intrinsieke motivatie van de roeisport dan om per séde snelste willen zijn. Mijn acht werd ooit voorafgaand aan een race beschimpt door onze belangrijkste tegenstander in de hoop ons uit evenwicht te brengen. Niet sympathiek. Bovendien werkte het contra, we wonnen. Wat ik ook jammer vind aan topsport is dat als de beoefenaars stoppen, ze vaak ook niet meer in de boot stappen. Waar is dan de liefde voor de sport gebleven?” 

Ambitie
Maar is hij niet veel te fanatiek voor de groep roeiers die hij begeleid? Ook daar ziet hij vooral een uitdaging in. “Ik houd er inderdaad van als mensen het spelletje willen doorkrijgen. Wat daarbij vaak helpt is, om de stad uit te roeien zodat je rustiger aan de techniek kan werken. Als mensen toch liever de stad in varen dan overleggen we, vaak vinden we elkaar ergens in het midden.” 

Schaatsles
Bij het roeicentrum is hij met zijn 58 jaar een uitzondering. Hij voelt zich geen vreemde eend in de bijt. “Dat heb ik meer te danken aan mijn collega’s dan aan mijzelf. Steeds nieuwe roeiers komen bij ons lesgeven, maar de samenwerking gaat eigenlijk altijd goed. Misschien helpt het dat ik ieder jaar een schaatsles organiseer, een andere passie van mij. Dit jaar zijn er voor het eerst ook oudere roeiers uitgenodigd om instructie te komen geven. Dat vind ik erg leuk.” 

Primus inter pares
Dirk heeft weinig op met de uitdrukking ‘carrière maken’ en al helemaal niet aan de betekenis die er vaak aan wordt gegeven. “In Londen heb ik als journalist voor een bouwblad iedere week in de mooiste hotels geluncht in verband met de presentatie voor een ‘nieuwe’ baksteen. Dat is maar even leuk. Uiteindelijk heb ik drie studies gedaan waaronder de Rietveld, maar haal ik uit dit werk de meeste energie. Vroeger moest ik via een bepaald format lesgeven, nu heb ik veel meer vrijheid te bepalen wat ik doe. Jasper, de eigenaar van het bedrijf, heeft me betiteld als ‘primus inter pares’ (‘eerste onder de gelijken’, red.). Dat is een prettige erkenning en niet inhoudsloos bovendien.” 

Berlagebrug
Voorlopig is hij dan ook nog niet klaar. “Ik heb laatst uitgerekend dat ik ongeveer 30.000 keer onder de Berlagebrug door ben gevaren. Natuurlijk is dat een krankzinnig aantal. Ik ga zeker door zolang dat fysiek kan. De stuurzitjes in de boten worden de laatste jaren verbeterd en dat is een beduidend beter voor je rug. Maar het allerbelangrijkste is dat ik al die jaren met plezier die grote stenen trap van de Berlagebrug afloop. Zolang ik dat blijf doen, zit het goed.”

Pin It on Pinterest

Share This