Selecteer een pagina

Na de ochtendtraining rijd ik meestal op mijn scooter terug naar huis voor de lunch. En aangezien mijn huis naast de plaatselijke lagere school ligt, rijd ik dagelijks door een haag van honderden kinderen die op weg zijn naar huis. Iedere dag weer word ik uiterst vrolijk, giechelend en zwaaiend toegeschreeuwd door de plaatselijke schooljeugd:

“Hello mister” roepen ze, en:

“My name is…?”

Toch jammer.

 

Hello mister’ zal wel een overblijfsel zijn uit koloniale tijden, het is niet zo dat er nog veel plekken in de wereld zijn waar deze aanspreekvorm nog wordt gebruikt. Het is mij ook duidelijk dat tijdens de lessen Engels op de Indonesische lagere school in ieder geval twee zinnen worden geleerd voor het fortuinlijke geval dat je ooit een blanke tegenkomt. 50% kans dat ze de goede kiezen. ‘What is your name?’ is duidelijk moeilijker te onthouden.

Je kan het je tegenwoordig haast niet meer voorstellen, maar met uitzondering van hip of toeristisch Indonesië, spreekt het overgrote deel van de Indonesische bevolking amper een woord Engels. Mijn roeiers zijn daarop helaas geen uitzondering. “Stop three” snappen ze nog wel. Maar als ik er een mooie: “third stop” van maak, ben ik de meesten al kwijt…

Algemene Vergadering der Verenigde Naties
Ik ben geboren en getogen als coach aan het Utrechtse Merwedekanaal. Naast de onmetelijke voordelen die dit kanaal biedt, is er de eeuwige valkuil om vanaf haal 1 tot haal laatst tegen je ploeg aan te ouwehoeren. Je fietst immers de hele training lang op maximaal tien meter afstand van je ploeg en zo’n toeter in je hand is maar wat uitnodigend.

In Amsterdam is het niet anders. Aan de overkant van de finishtoren bij de Bosbaan staat een grote boom. De ideale plek voor een coach om zijn kennis eens uitgebreid te delen met zijn ploeg. Na twee kilometer tegen je ploeg aan te hebben gekwekt is er geen betere plek om de afgelopen (twee) kilometers te evalueren, verduidelijken, feedbacken en wat al niet meer. Ik heb wel eens horen spreken van de ‘Algemene Vergadering der Verenigde Naties’, zo lang kunnen de praatsessies van coaches soms duren, daar onder die boom.

En dan sta je ineens voor een groep van 25 Indonesiërs, met wie je tweehonderd kilometer per week roeit en een wederzijds begrepen woordenschat van tien woorden. Dat worden korte vergaderingen, dacht ik nog.

Knalpot
Het feit dat de Indonesische taal honderden woorden uit het Nederlands heeft overgenomen helpt mij weinig. Handuk, asbak, wastafel, spanduk, kulkas, knalpot, je hebt er weinig aan in de dagelijkse coachpraktijk. Het enige Nederlands dat mijn roeiers echt hebben begrepen is Labberdekak, een erfenis van Diederik de Boorder.

Ik heb assistenten die mij in principe kunnen helpen met coachen/vertalen. Maar nadat ik in een van mijn eerste weken hier een gepassioneerd betoog hield van minimaal tien minuten en mijn ‘vertaler’ er een Indonesische vertaling van drie zinnen van maakte, was het mij snel duidelijk: als ik hier iets wil bereiken, dan moet ik de taal leren.

Dus stamp ik al twee jaar lang woordjes, struikel over onuitspreekbare lettercombinaties (dayungnya=je riem) en leg de klemtoon structureel verkeerd (de jongen heet niet EDwin, maar edWIN). De Indonesische taal is zeker niet een van de moeilijkste, maar probeer de nuance in de roeitechniek maar eens duidelijk te maken.

In de eerste maanden kwam ik niet veel verder dan:

  • Derde stop: stop tiga!
  • Maak harde halen: dorong kuat!
  • Duw eerst met de benen: kaki duluh!
  • Swing dan met de rug: buang badan! (eigenlijk gooien met de rug, maar ja)
  • En glij weer rustig naar voren: pelan ke depan!

En laten we eerlijk zijn, met het bovenstaande kun je bijna iedereen leren roeien. Maar nu de echt belangrijke toernooien er aan komen, is het tijd voor meer.

Google Translate
Maand na maand krijg ik de taal steeds beter onder de knie. Mijn guru(=docent): Google translate! Uren in de file ontcijfer ik elk reclame- en verkeersbord dat ik tegenkom. En ondanks het feit dat ik het nu makkelijker vind om uit te leggen dat je niet mag parkeren voor een uitgang (dilarang parkir di pintu ini) dan dat ik uitleg dat een goede voorbereiding cruciaal is in de roeitechniek (persiapan terpenting!), geniet ik van het feit dat we communiceren. Van voorbespreking tot vermaning, van aanmoediging tot wedstrijdplan. We doen het. Ik struikel en hakkel en brabbel er behoorlijk op los. Maar ik heb weer het gevoel dat ik coach.

Sticker
Toen ik een van mijn roeiers in de voorbespreking voor zijn belangrijkste wedstrijd meenam naar het proces dat we samen hadden meegemaakt en hoe mooi het toch was dat we hier stonden, begon hij te huilen. Niet geheel de bedoeling, maar zo’n mooi moment en mooier dan elke sticker die ik ooit op de basisschool heb gekregen voor een mooi schrift.

Faster, higher, stronger: Indonesië naar Rio! – Column Boudewijn van Opstal

In augustus 2016 zullen 550 roeiers uit meer dan 58 landen strijden op het Lago Rodrigo de Freitas in Rio de Janeiro, tijdens de Olympische Spelen. En twee van deze roeiers. Die komen uit Indonesië. Ik heb me de laatste tijd afgevraagd of dat eigenlijk...

Ticket to the Tropics – Column Boudewijn van Opstal

Er zijn maar bijzonder weinig hotels in Chungju, Korea. Tenminste, binnen een normale afstand van de (WK 2013) roeibaan. Wat er wel zijn, zijn motels. Tientallen motels met vibrerende bedden, spiegels aan het plafond en condoomautomaten naast het bed. In...

Column 14: Just another Day at the Office

In tijden van winterse omstandigheden in Nederland, vliegt iedereen traditiegetrouw naar het mooie Sevilla. Eindelijk weer roeien in een boot onder de stralende zon (en een biertje voor de hardwerkende coach). Voor Indonesië zit een trainingskamp naar...

Een grote grap

Ik woon en werk in het grootste Moslimland ter wereld. Na drie jaar weet ik het zeker: Moslims hebben geen gevoel voor humor. Tenminste, niet voor Westerse humor. Al bij mijn eerste bioscoopbezoek in Indonesië werd mij duidelijk dat humor een relatief...

Column 11 – De ene Aziaat is de andere niet

Dè Indonesiër…Die bestaat natuurlijk niet. Niet zo gek ook, er zijn er maar liefst 270 miljoen. In alle soorten en maten (al lijken klein- en dunheid terugkerende kwaliteiten te zijn). Ik heb roeiers met kroeshaar, slap en futloos peentjeshaar (maar...

100 dagen

Zaterdag is het 100 dagen geleden dat het noodlot toesloeg. Er is herdacht, er zijn lichamen gevonden en begraven. Er is zoveel gehuild, maar uiteindelijk moesten we ook weer terug naar Indonesië. Er was een enorm toernooi en er werd gewonnen en we mochten...

Geld als water

Stel je eens voor dat we echt geld als water zouden hebben in de roeisport. Dat sponsors in de rij staan om hun naam op onze mooie boten te mogen plakken, de loterij weer meer geld overmaakt en de overheid roeien als DE focussport zou bestempelen, met...

Geef mij maar nasi goreng!

Ikan Pepes, Tahu Pedis, Sate Kambing. Wie het water in de mond sijpelt bij de gedachte aan de Indonesische rijsttafel, kan beter in Nederland blijven. Indonesiërs eten dat amper. Indonesiërs eten vooral rijst, witte rijst met gefrituurde kip. En ga je als...

De taal van het roeien

Na de ochtendtraining rijd ik meestal op mijn scooter terug naar huis voor de lunch. En aangezien mijn huis naast de plaatselijke lagere school ligt, rijd ik dagelijks door een haag van honderden kinderen die op weg zijn naar huis. Iedere dag weer word ik...

Roeien met de banen die je hebt

In Indonesië zijn de Nationale Kampioenschappen Roeien eens per 4 jaar. Maar als de Indonesiërs het doen, doen ze het ook goed. Eén gelukkige provincie neemt de organisatie op zich en organiseert het Indonesisch Kampioenschap. In het geval van Indonesië...

Pin It on Pinterest

Share This