Selecteer een pagina
Tot nooit meer ziens, Waco!

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Omdat onze eerste wedstrijd op 6 april in San Diego plaatsvindt zijn we op trainingskamp in het beruchte Waco. We doen hier de selecties om te bepalen wie in de eerste en tweede acht, en de eerste vier zal zitten. Toen ik mijn eerste jaar aan mijn ouders vertelde dat ik naar Waco ging, waren ze ontzettend bezorgd. Waco staat namelijk bekend als een vreemd stadje (ook wel ‘wacko’ genoemd) omdat hier in 1993 de ‘Waco siege’ plaatsvond, een conflict van twee maanden tussen de FBI en een christelijke sekte, die illegale wapens bezat. Uiteindelijk is het complex waar deze mensen woonden in rook op gegaan, met alle leden van de sekte erin. Volgens de FBI was het vuur aangestoken door de leider van de cult, maar sinds kort heeft de enige persoon die het heeft overleefd een documentaire en een boek geschreven over hoe de FBI verantwoordelijk is geweest voor de massamoord. Voor het trainingskamp zelf is dit natuurlijk niet relevant, maar het is wel één van de dingen die ik zo bijzonder vind aan studeren in Amerika. Je komt op bizarre plekken die je normaalgesproken alleen van films en het nieuws kent. 

Trainingsprogramma
Gelukkig is 1993 een lange tijd geleden en valt het reuze mee in Waco, maar het blijft een gehucht. We zitten in een hotel langs de enige grote weg in het hele dorp. Het botenhuis van de ploeg die hier permanent roeit, ‘Baylor Crew’, is ongeveer twee kilometer van het hotel vandaan. ’s Ochtends en ’s middags rennen we naar het botenhuis toe, roeien we een kilometertje of 24 in de acht en doen we seat-racesom de boten te selecteren. Vervolgens rennen we weer terug en doen we misschien nog een circuit met buikspieroefeningen en squats. De sfeer is soms best gespannen, omdat iedereen op het water zich er bewust van is dat het gaat om welke positie je behaalt. Uiteindelijk is het doel om als collectief zo hard mogelijk te gaan, maar het is nog best lastig om de concurrentie onderling tot het minimum te behouden. 

fanny_bon_amerika

Seat-races
Seat-raceszijn voor Amerikaanse coaches zo’n beetje de favoriete manier van selecteren. Elke dag roeien we in een andere opstelling. Iedereen wordt door elkaar gehusseld. Natuurlijk zijn er mensen die vaker op slag of op boeg zitten, maar om een beeld te geven: mijn eerste jaar roeide ik bij de nationale universiteitskampioenschappen (NCAA’s) op slag, het tweede jaar op twee en mijn derde jaar op zes. Hoe dichterbij de eerste race komt, hoe spannender elke dag wordt qua opstelling. Iedereen weet inmiddels wie écht kans maakt om in de eerste acht te komen, dus als je met teamgenoten zit van wie je dat weet, weet je dat je goed bezig bent. Het blijft een soort spel, waarin je gokt of jouw boot nu zou moeten winnen van de andere boot.

Ploegdynamiek
NCAA’s is namelijk een toernooi waarin drie bootscategorieën worden gevaren. Per categorie en resultaat krijg je punten waarna het team met de meeste punten de nationale titel wint. De eerste acht krijgt dus de meeste punten, daarna de tweede acht en de vier krijgt de minste punten. Het verschil in tijden tussen de eerste en de tweede acht is meestal zo’n 10-12 seconden per race. Dit zorgt soms voor een gekke dynamiek in het team. De eerste acht hoort namelijk de tweede acht altijd te verslaan, dus zodra de selectie een beetje rond is, train je alsnog met elkaar terwijl je weet dat één van de boten elke training zal verliezen. De coaches willen immers zien of het verschil groot genoeg blijft.

Saai 
Trainingskamp in Waco staat altijd bekend als een soort spannende tijd vanwege de selecties, maar tegelijkertijd ook heel zwaar en vooral ’s winters erg saai. De trainingen zijn eindeloos, dus de dag ziet er vrij repetitief uit met urenlang trainen, eten en slapen. Vooral de eerstejaars vinden het reuze spannend met de selecties en zijn elke dag zenuwachtig. Voor mij als senior (vierdejaars) is dit trainingskamp de laatste keer, daardoor is de spanning er wel een beetje vanaf. En één ding weet ik zeker: tot nooit meer ziens, Waco!

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

‘Everything Is Bigger In Texas’

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Stadium
Een dag in het leven van een sporter aan de University of Texas ziet er ongeveer zo uit. Er is op de campus een gigantisch American Football Stadium, ofwel het Darrell K Royal-Texas Memorial Stadium, met een bescheiden 100.119 zitplaatsen, wat het volgens Wikipedia het negende grootste stadion in de wereld maakt. In dit stadion zijn alle faciliteiten die je op een dag nodig hebt, in sommige gevallen zelfs het lokaal waar je college hebt. Op de vijfde verdieping zit het beruchte ‘study hall’, waar je als freshman(eerstejaars student) verplicht acht uur per week volmaakt aan studie-uren.

Fanny_stadium_Texas

Studiebegeleiding
Voor de meeste internationale studenten in mijn team is dit meestal onnodig en vooral hinderlijk, maar blijkbaar is het laatste jaar high school in Amerika een grap en kunnen ze wel wat extra toezicht gebruiken. Hier vindt men ook de advisorsin die gespecialiseerd zijn in plannen, leerproblemen, of jouw specifieke studierichting en kunnen helpen met het kiezen van je vakken. Zij bepalen ook of je op eigen benen mag studeren. Het is nogal een doolhof om als internationale student hier aan te komen en geen snars van het hele systeem te begrijpen, maar doordat er zoveel mensen zijn aan wie je alle mysteries in de wereld kan vragen, is het mij uiteindelijk gelukt om het zo te regelen dat ik een halfjaar korter over mijn studie doe.

Voeding
Een verdieping daarboven vind je het Texas Athletic Nutrition Center (TANC) waar je van een buffet lunch en diner kan halen. Dit bestaat uit een saladebar, yoghurtbar, smoothie- en verse sapjesbar, er is een zogeheten ‘egg-man’ die eitjes voor je bakt zoals je ze hebben wil, de ‘stir-fry guy’ die alles naar wens wokt én er is een sectie met gerechten van de dag. Overal staat bij of het proteïne, complexe koolhydraten of groenten met bovennatuurlijke werkingen zijn om te helpen met het maken van je keuze voor een uitgebalanceerd dieet. In de kelder van het stadion zitten B1 en B2. De eerste voor staat voor de ‘treatment room’ en de tweede voor het krachttrainingshonk, waarnaast je de jacuzzi en het ijsbad vindt. Bij de krachttrainingsruimte is ook een aparte bar met gezonde snacks om te eten voor en na het sporten, die wordt gerund door de diëtist die is toegewezen om ons team een beetje gezond en fit te krijgen.

Blessures
In B1 hebben we per team verschillende ‘physical trainers’ (wat niet hetzelfde is als een fysiotherapeut, daar hebben ze in Amerika namelijk nog nooit van gehoord) die helpen met blessures. Er is een app waarin je per dag kan iemand kan boeken op basis van je blessure en je beschikbaarheid. Daarnaast hebben we een huisarts die iedereen van de benodigde neussprays en geruststellende praatjes voorziet. Ook is er de mogelijkheid om in therapie te gaan, wat wordt vergoed door de universiteit omdat er in Amerika een grote focus ligt op mentale gezondheid.

Privéjet
Mijn favoriete verhaal om te vertellen als ik eens wil opscheppen is dat we in de maand mei veel wedstrijden hebben naast een tentamenweek. Om problemen te omzeilen vliegen we daarom met een privéjet naar een race die altijd in het midden van deze week valt, zodat er minder kans is op vertraging of problemen op het vliegveld. Elke jaar weer is het een bizarre ervaring om met een team van ongeveer vijftig meisjes in ons eigen vliegtuig te zitten.

Zelfstandigheid
Nu is het natuurlijk de vraag of je al deze fancy foefjes en Nike-kleren nodig hebt om te kunnen functioneren als student en sporter. Het antwoord daarop is naar mijn mening: nee. Ik heb zelfs het idee dat het voor eeuwig in de watten gelegd worden soms de groei naar zelfstandigheid als sporter en student in de weg zit. Aan de andere kant is het een heerlijk gevoel om te kunnen rekenen op gezondheidszorg en ondersteuning in je universitaire carri
ère, aangezien daar nogal wat mis kan gaan als je minstens 20 uur per week met je sport bezig bent, 15 uur per week les hebt en nog moet studeren af en toe. Zo’n vangnet heb je in Nederland niet. Dus of het allemaal nodig is? Nee. Of het leuk en handig is? Dat zeker wel.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Lees meer
Blessures in Amerika: onnodig stressvol

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60 mensen, die altijd tegelijkertijd trainen. De band met de coach is daarom meer van coach tot team dan van coach tot individuele roeier, wat invloed heeft op de communicatie over blessures. In elke sport zoekt een coach het grijze gebied op om de piekprestatie van zijn atleet te behalen, waarbij de coach en atleet allebei het risico nemen op vroegtijdig opbranden van de atleet. Dit is een lastige taak waar op topniveau veel mee wordt geëxperimenteerd door individuele topsporters en hun begeleiders.

Communicatie
Het is nog lastiger om het optimale te proberen te doen als je verantwoordelijkheid draagt voor een grote groep jonge vrouwen of mannen, waarbij iedereen elkaar in de gaten houdt. Als coach heb je heel wat uit te leggen als één roeier een bepaalde zware training niet hoeft te doen. Daarnaast wordt de communicatie over blessures de roeiers erg moeilijk gemaakt door de verschillende motivaties die roeiers kunnen hebben om geblesseerd te wíllen zijn en andere complicaties die te maken hebben met het Amerikaanse systeem.

Kwantiteit
Een groot onderdeel van blessure preventie ligt in het trainingsschema zelf. Een stereotype dat over Amerika bestaat is kort gezegd dat ‘kwantiteit over kwaliteit’ het beste is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Het volume is soms zo hoog dat de efficiëntie ervan ver te zoeken is. Toen ik er een keer even doorheen zat, deelde ik het trainingsprogramma van de voorgaande drie dagen met mijn goede vriend Julien Rühl, roeier en coach bij Willem III en Nereus, afgestudeerd in bewegingswetenschappen. Hij reageerde in het kort dat het genoeg was geweest om voor de rest van de week niets meer te hoeven doen. Het gevoel dat ik het grootste deel van de tijd op mijn reserves aan het trainen ben en een sessie vooral probeer te overleven gebeurt vaker dan wat ik denk dat goed is.

Verantwoordelijkheid
Aangezien roeien in zowel Nederland als Amerika een teamsport is, heb je altijd te maken met de mening van je teamgenoten als je een blessure hebt. Realistisch gezien kunnen je teamgenoten vrij weinig doen met die mening, maar het heeft wél invloed op je plek in het team en je betrouwbaarheid als ploeggenoot. De verhalen die ik hoor van roeiers uit Nederland in dit soort situaties zijn beduidend positiever dan hoe ik het in mijn eerste twee jaar in Amerika heb ervaren. Het schuldgevoel dat kwam als ik was geblesseerd, samen met het idee dat ik altijd werd nagestaard of dat er achter mijn rug om over me werd gepraat als ik een bepaalde training niet deed, hielpen niet bepaald mee aan mijn herstelproces.

Fanny Bon

Vertrouwen
In Nederland lijkt er meer een veronderstelling te zijn dat een roeier in ieder geval probeert altijd het beste te doen voor zijn of haar lijf. Er wordt vanuit gegaan dat de roeier zijn verantwoordelijkheid neemt en daar wordt op vertrouwt. In mijn eerste twee jaar in Texas was er aan dit vertrouwen een groot gebrek. Er werd verwacht dat je eerst dingen presteerde, daarna pas had je het ‘recht om stuk’ te zijn. Gewoon een paar daagjes even niks doen vanwege een onverklaarbaar pijntje van het een of ander was en is er nog steeds niet bij.

Regels
Dit riep bij mij de vraag op waarom er in Amerika minder ruimte is voor blessures in een team dan in Nederland? Het antwoord ligt wederom bij de NCAA. De NCAA is de overkoepelende sportorganisatie voor alle universiteitssporten. Dit betekent dat roeien onder dezelfde regels valt als basketbal, American Football en volleybal. Als je een goede sporter bent geweest op de middelbare school maak je kans op een beurs om (vrijwel) gratis naar de universiteit te gaan. Dit is veel waard omdat schoolgeld en andere kosten samen al gauw oplopen tot zo’n 30.000-50.000 dollar per jaar. In ons contract staat dat je niet uit het team gezet mag worden als gevolg van een blessure. Dat geeft een goed gevoel, omdat ik voor mijn eigen ervaring in Amerika veel rampscenario’s hoorde van mensen die een rib braken, naar huis moesten en vervolgens schoolgeld of andere kosten terug moesten betalen.

Misbruik
Daarnaast is de universiteit verantwoordelijk voor je behandelingen, wat ook veel waard is omdat zorgkosten in Amerika onbetaalbaar zijn. Daarom is het vrij lucratief om als sporter binnen te komen op een universiteit en van de privileges te kunnen genieten. Hierdoor gaan sommige mensen roeien om de verkeerde redenen: niet uit passie voor de sport, maar omdat ze van de privileges van een ‘student-athlete’ willen kunnen genieten.

Filter
Het lijkt daarom alsof de meeste coaches zichzelf een filter hebben aangemeten, waarmee ze het kaf van het koren proberen te scheiden. Aangezien er roeiers zijn die de privileges van het atleet-zijn misbruiken, zoals de beurs, de gesponsorde kleren en de zorgverzekering, hebben coaches een cynische blik als het om blessures gaat. Dit heeft veel invloed op de communicatie tussen roeier en coach. Na mijn eerste zes weken in Texas verstuikte ik mijn enkel op een zaterdag bij een hardloopwedstrijd met het team. Met een dikke blauwe voet werd ik het botenhuis ingedragen. De hoofdcoach was niet aanwezig en de assistent-coach zei dat ze het zou doorgeven. Die maandag werd ik opgewacht en werd mij langzamerhand duidelijk dat de assistent helemaal niets had doorgegeven, waardoor mijn hoofdcoach direct in de veronderstelling was dat ik die zaterdag tijdens het uitgaan op mijn smoel was gegaan en daarbij mijn enkel had verstuikt. Die miscommunicatie was achteraf gezien vrij hilarisch, maar op dat moment onnodig stressvol.

Communicatie
Door de grootte van het team, het gigantische trainingsvolume, de NCAA regels die intenties van de sporters twijfelachtig maken en de communicatie die daardoor verslechtert met de coach is het in Amerika nóg een stuk onprettiger om met een blessure te kampen dan in Nederland. Het vertrouwen dat in Nederland ligt in de roeier en zijn of haar eigen bedoelingen om zo snel mogelijk weer beter te worden, is veel waard. De mentale stress die komt met een blessure wordt alleen maar erger door cynische opmerkingen of een aangewakkerd schuldgevoel door teamgenoten. Gelukkig is de communicatie en de sfeer in het team inmiddels dusdanig verbeterd dat ik me niet meer zo slecht voel als het even niet gaat, in vergelijking met hoe ik me voelde toen ik nog een klein groentje was.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Lees meer
Stereotypes Met Nuance

Stereotypes Met Nuance

Nadat een aantal pioniers zoals Olivier Siegelaar en Niki van Sprang het voortouw namen, is het steeds gebruikelijker geworden om aan de andere kant van de oceaan te gaan studeren en roeien. Ik weet nog goed dat Max Ponsen en Roel van Broekhuizen, anderhalf jaar voordat ik klaar was met de middelbare school, besloten naar Amerika te gaan. Ik was al benaderd door ‘recruiters’, maar vond het moeilijk een keuze te maken. Toen zij gingen, dacht ik: ‘Ja maar hallo, dat kan ik ook!’, en ik was niet de enige. Nadien besloten ruim tien voormalige topjuniorenroeiers naar Amerika te vertrekken en zij zitten nu verspreid over het hele land. Nu ik met kerst weer even terug ben is de meest voorkomende vraag: “Wat zijn nou de grootste verschillen met Nederland?”. Het zal voor elke universiteit anders liggen, maar aangezien we toch twintig uur per week bezig zijn met roeien, ligt voor mij het grootste verschil in het coachen.

Een stereotype dat ik vaak te horen krijg is dat Amerikaanse coaches alleen om ergometerscores geven, dat techniek niet bestaat en dat iedereen geblesseerd terugkomt. Ja, er wordt inderdaad getraind op de ergometer, techniek wordt anders aangepakt en de houding naar blessures toe is anders. Als ik aan een Amerikaan in één zin moet uitleggen hoe Nederlanders trainen, zeg ik dat we minder rug gebruiken, meer extensieve duurtrainingen (ED) doen in plaats van elke dag wedstrijdjes en dat er minder focus is op het mentale aspect. Toch geloof ik dat mijn Nederlandse collega’s op andere plekken in Amerika weer een andere perceptie hebben, wat benadrukt dat het verschil coach gebonden is.

Eén van de redenen dat ik voor The University of Texas in Austin (UT) heb gekozen is omdat mijn coach, Dave O’Neill, van zijn beginnende roeiers niet per se snelle ergometerscores verwacht. Bij andere universiteiten wordt soms een richttijd gegeven en als de roeier die niet haalt, komt hij of zij niet binnen. Zo zit ons programma niet in elkaar, hoewel ik me een ongeluk schrok toen ik eenmaal in begon. Het aantal uren dat ik elke maandagmorgen op de ergometer moest afleggen was heel anders dan wat ik gewend was. Al ik heb ik het idee dat er inmiddels overal – en dus ook in Nederland –  een schepje bovenop het normale volume wordt gedaan.

Het verschil zit meer in de controle die in Amerika heerst. Elke keer dat we een training doen, worden onze scores genoteerd in een logboek, of het nou een rustige ED-training is of een van de tests die we elke vrijdag afleggen. Elke training die ik doe, ben ik me er van bewust dat mijn tijden in de gaten worden gehouden, dat ik word vergeleken met de groep meisjes die vergelijkbare tijden trappen en dat er wordt gekeken of mijn resultaten beter zijn dan de voorgaande week. Geregeld worden er motiverende speeches gehouden die als conclusie hebben dat als je gewoon elke dag één procent beter wordt, het succes vanzelf komt. Je hoeft geen wiskundewonder te zijn om te begrijpen dat via deze zienswijze een jaar lang twintig uur per week trainen een onrealistisch percentageverbetering oplevert. Hoewel iedereen zich realiseert dat dit onmogelijk is, geeft het blinde optimisme ook een drive die ik in Nederland niet kende. Als ik weer eens om kwart voor zes in de ochtend opsta om twintig kilometer te skiffen denk ik heus niet elke dag dat ik de sterren van de hemel ga roeien, eerder het tegenovergestelde. Maar als ik eenmaal naast mijn teamgenoten van over de hele wereld lig en mijn coach door de megafoon loeit dat ‘elke dag zou moeten tellen alsof het Amerikaans nationaal kampioenschap is’ komt er een competitieve drang in ons naar boven die fysiek een hele hoop uit ons haalt.

Een minder positieve consequentie van deze controle is dat het de zelfstandigheid in de roeier weghaalt. Amerikanen leren normaal gesproken roeien in de acht op hun ‘high school’. Ze trainen een paar keer per week, ergometeren wat en geven vooral erg veel om twee en zes kilometertests. De lange afstanden en het aantal trainingsuren die de meeste junioren in Nederland draaien, zijn zeer ongebruikelijk. Het gebrek aan focus op techniek komt naar mijn idee vooral door het gebrek aan ervaring in kleine nummers. Onze coach begon het jaar voor mij bij UT en toen er meer Europese roeiers kwamen, werd het verschil in de kleine nummers binnen één training duidelijk. Alle Europeanen roeiden met twee vingers in de neus rondjes om de Amerikaanse meisjes die vaak meerdere malen naar het WK onder 23 jaar waren geweest en veertig seconden sneller gingen op de ergometer. Mijn coach besloot zijn aanpak om te gooien en afgelopen jaar legden we gemiddeld twintig kilometer per dag in kleine nummers af, bovenop het normale dagelijkse ergometer- en krachttrainingsprogramma. Hierin werd duidelijk dat meisjes die in de acht weg konden komen met zogeheten ‘off-strokes’, ofwel halen zonder druk, keihard op hun bek gingen in de kleine nummers. Er sterk uitzien in de acht, serieus kijken terwijl ze gewoon meebewogen, was er niet meer bij. Toen we weer in de acht werden gezet, was het verschil als dag en nacht. Het selecteren op basis van prestaties in kleine nummers heeft dus zelfstandigheid, die je naar mijn mening van een ‘topsporter’ zou moeten kunnen verwachten, toegevoegd.

Uiteindelijk ligt het aan de coaches, de sfeer van het team en het trainingsprogramma hoe iemand zijn of haar tijd in Amerika ervaart. De competitie die heerst door de extreme controle kan het beste in mij naar boven halen, maar resulteert ook in ongewenste blessures omdat het lastiger is om je grens aan te geven. De zelfstandigheid die ontbreekt zorgt voor een gebrek aan vertrouwen in de boot, maar ook dat is veranderlijk en afhankelijk van de aanpak en stijl van de coach. Het militaire regime dat er op na wordt gehouden ligt ook aan de grote van het team: ik train dagelijks met zestig meisjes tegelijkertijd, terwijl er in Nederland meestal niet meer dan twintig mensen met elkaar roeien. Al deze verschillen hebben voordelen en nadelen, maar hetgeen wat me toch elke keer opvalt is dat alles genuanceerder is dan men in Nederland denkt.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier. 

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Lees meer
Aan de haal met… Myrthe Broekman

Aan de haal met… Myrthe Broekman

In Aan de haal met… stel ik elke maand iemand uit de roeiwereld aan jullie voor, bekend en minder bekend. In een gesprek over verleden, heden en toekomst komen interessante dilemma’s en grote levensvragen ter sprake. Deze maand: Myrthe Broekman.

Eén van de grote verrassingen van dit seizoen is de lichte vier van Boreas. Myrthe Broekman is de stuurvrouw van het zegevierende vijftal (in wisselende samenstellingen). De twintigjarige Zwolse kwam met roeien in aanraking door haar broer: “Toen mijn broer naar Groningen verhuisde begon hij met roeien. Ik snapte niet dat hij daar alles voor over had. ‘Dat moet dan wel heel bijzonder zijn’ dacht ik, en: ‘Dat moet ik zelf eens proberen’. Zo geschiedde..

“Ik begreep er niks van dat mijn broer ging roeien, dacht alleen ‘wat is dit?’”
Toen haar broer ging roeien vond Myrthe dat lastig te begrijpen. ‘Hij verhuisde naar Groningen en ik zag hem nooit meer. Hij was zo fanatiek bezig met roeien en alles eromheen: gezond eten, geen drank, geen snoep.” Wat was dat met dat roeien? Dat wilde Broekman graag weten. ‘Ik dacht: er zit hier ook een vereniging [Boreas, red.], ik ga er eens heen.” Ze deed de introperiode mee en startte het wedstrijdseizoen in de eerstejaars lichte damesploeg. “Toen snapte ik mijn broer ineens, dat roeien is leuk!”. Het seizoen verliep helaas allesbehalve soepel en er werd voornamelijk achteraan gevaren. Toch wilde de enthousiaste Myrthe nog geen afscheid nemen van het roeien. Toen zich dit seizoen een voor Boreas uitzonderlijk groot aantal lichte roeiers aanmeldde voor de wedstrijdploeg ontbrak er enkel een stuurvrouw: “Dat wilde ik wel zijn!”

“De Hollandia winnen voelde als een Varsity overwinning”
Sinds twee jaar heeft Boreas een eigen gebouw in de binnenstad van Zwolle: “Het is een soort grote woonboot, alles is helemaal nieuw.” Ondanks de vernieuwingen is de vereniging nog relatief klein waardoor alles net even anders gaat dan bij de grotere studentenverenigingen. Er worden bijvoorbeeld geen selecties gedaan. “Als we dat zouden doen houden we niemand over haha.”

Het doel dit seizoen was er het beste van maken. “We waren allereerst heel benieuwd hoe we in het veld zouden liggen.” Dat bleek stukken beter dan voorspeld. De vereniging had zeven jaar geleden voor het laatst een klasserend blik gehaald, dus er werd niet veel verwacht. Zeker niet dat de ploeg in een nieuw clubrecord als eerste de finishlijn zou passeren. “De winst op de Hollandia was fantastisch, het voelde alsof we de Varsity hadden gewonnen!”

Ook op de ZRB werd gewonnen. “Het werd uiteindelijk een familieaangelegenheid. Mijn broer kwam net langsvaren richting de start toen wij bij het erevlot aanlegden. Toen we uitstapten kwam hij als eerste over de finish in zijn finale. Een familieblik!”

“De binding is onze ploeg is heel goed, dat draagt bij aan de goede prestaties”
Op de momenten dat het moet, gaat deze ploeg er echt voor. “We doen en laten alles voor het doel en voor elkaar. Dat vind ik zo mooi. Ik ben ook met de ploeg intraining gegaan, omdat je het met zijn allen doet. Je kunt er niet maar half voor gaan.”

Naast de binding noemt Myrthe de locatie van de vereniging. Trainen op het zwarte water in Zwolle is een goede voorbereiding op alle omstandigheden, zelfs de WAB [Willem Alexanderbaan, red.]. “Wij zijn extreem water gewend. Richting paal 5 komt de wind echt van alle kanten. Enorme windvlagen schrikken mijn ploeg niet af, ze komen er vaak juist beter uit dan ze er in zijn gegaan!” De Duitse boten op het water werken ook (niet) mee. “Haha, die varen veel te hard en maken enorme golven. Ze realiseren zich vaak helemaal niet hoe kwetsbaar wij zijn in onze boot. Als onze coach fanatiek begint te zwaaien weet ik dat het mis is en er weer eentje aan komt racen.”

Dat ze zelf ook geroeid heeft ziet ze als groot voordeel. “Ik weet wat je als roeier doormaakt en waar je behoefte aan hebt. Ik denk vaak: ‘Wat zou ik nu willen horen, wat stimuleert mij?’ Myrthe ziet het als haar rol om de roeiers samen te krijgen, te zorgen dat iedereen tot het uiterste pusht. “Als dat lukt geeft dat een heel goed gevoel.”

“Bij Boreas ben je niet ‘licht ‘18’, maar ‘wedstrijdselectie ‘18’, we doen het allemaal met en voor elkaar” Eind augustus verhuist Myrthe naar Amsterdam om aan een nieuwe studie te beginnen. Of ze in Amsterdam wil gaan sturen weet ze nog niet. Een vereniging als Boreas heb je in de hoofdstad namelijk niet en dat vindt ze jammer. “Ik vind het kleinschalige van Boreas fantastisch. Het is ons kent ons en je doet het samen. Klein maar heel fijn zeg ik altijd! Bij grotere verenigingen zou je een beetje verloren kunnen raken.” De openheid bij Boreas spreekt haar ook erg aan. “Het maakt niet uit waar je vandaan komt en wat voor opleiding je doet. Ze staan open voor iedereen. Ook met een MBO-opleiding hoor je er gewoon bij.”

Ze weet niet goed wat ze zal doen als een van de Amsterdamse verenigingen haar een plek als stuur aanbiedt. “Diep vanbinnen zeg ik ‘ja’, maar de tijd zal het leren. Ik zou dat heel leuk vinden want ik vind sturen supertof, maar het is straks studie op 1, werk op 2 en de rest op 3. Dan wordt het misschien wel lastig.”

Hoewel ze niet zeker weet of ze wil en kan blijven sturen, zou ze graag nog af en toe roeien. “Ik mis het roeien soms wel ja, vooral als het nog vroeg is en het water spiegelglad. Dan is er bijna niemand op het water en hoor je alleen de zingende boot. Dan wil ik echt de boot in. Als roeier.”

“Je komt in de roeiwereld allemaal dezelfde types tegen, allemaal met een grote dosis doorzettingsvermogen” De roeiwereld is een goede leeromgeving meent Myrthe: “Ik vind het heel mooi om te zien dat je alles op kunt geven voor het behalen van je doelen. Familie, eten, sociale contacten, dat staat allemaal op een lager pitje. Maar dan krijg je er met je ploeg ook zoveel voor terug. Je leert doorzetten als het moeilijk wordt en je kunt altijd veel meer dan je denkt.” Met zulke wijze uitspraken zie ik het helemaal goedkomen met deze jongedame, wat komend jaar ook voor haar in petto heeft. “Maar eerst nog lekker een paar wedstrijden starten!” sluit een lachende Myrthe af.

Foto’s: Gerben Rink – Rink Fotografie

Elfsteden roeimarathon

Elfsteden roeimarathon

Bloed, zweet en tranen heb ik nog nooit zo letterlijk genomen. Wat was de tocht mooi maar wat deed het pijn. Je hebt het gevoel dat je billen nooit meer relaxt gaan voelen en dat je handen niet meer zullen functioneren zoals ze horen te functioneren.

Laat ik jullie terug nemen naar het evenement. Vrijdag was het dan zo ver, na wekenlange voorbereiding gingen we allemaal naar Friesland. Iedereen zo op zijn eigen manier, de ene met de auto terwijl de andere met de trein, de bus en de benenwagen moeite deed om er te komen. Eenmaal daar waren we vooral gefocust op de voorbereidingen. De boot veilig genoeg maken zodat die samen met ons de tocht zou overleven. De boot zou het wel overleven, maar de roeiers was nog even de vraag. Een inschatting maken en voor 15 mensen inkopen doen en avond eten maken was lastiger dan Bab en ik dachten. Dus de roeiers moesten het doen met een schandalig kleine portie eten (PARDON!!). Gelukkig was er later ergens een patatzaak, die heel wat goed maakte.

Toen alles klaar was, was het tijd om te gaan roeien. Daar gingen we dan naar de start… Ik weet niet of het zenuwen waren of gewoon gezonde wedstrijd spanning maar iedereen zat vol met energie. De zon was nog aanwezig toen we in Leeuwarden aan kwamen. Met een fanfare band werd de Elfsteden roeimarathon feestelijk geopend. Gelukkig konden wij er als een van de langste van genieten omdat we start nummer 96 hadden en hiermee een van de laatste start ploegen waren.

Roeien door Friesland is een ervaring op zich, maar met nog 98 andere ploegen de wateren van Friesland onveilig maken was een ervaring om niet meer te vergeten. Hoewel ik af en toe heel moe, gefrustreerd en zelfs een klein beetje boos was vond ik het vooral heel er fijn om te doen. Ik mocht vanaf een groot meer genieten van de zonsopgang en de fijne backsplash van Thijs.
Tijdens de tocht en voor mij dan vooral etappe nummer 3 (#neverforget) dacht ik alleen maar; ‘Waarom doe ik mezelf dit aan. Ik wil dit nooit meer. Mijn handen doen pijn, dit duurt toch wel heel lang.’ En af en toe; ‘Wat is het hier toch mooi!’
Echter nu het al weer een tijdje geleden is en mijn blaren bijna weg zijn, voel ik toch dat mijn handen weer beginnen te kriebelen. Misschien wil ik het volgend jaar nog een keer doen en onze tijd van dit jaar verbeteren. Zo’n tocht is heel zwaar, je slaapt nauwelijks en bent de hele tijd bezig maar het is ook een groot avontuur waardoor het super leuk is.

Mijn dank gaat uit naar de chauffeurs die het 21 uur met ons hebben uitgehouden en met weinig slaap, en naar Coos die de boot helemaal Elfstedentocht proef heeft gemaakt. Ik denk dat we ook heel dankbaar mogen zijn met het weer, want o wat was relaxt.

Ik wilde dat ik kon zeggen tot volgend jaar, maar dit is nog zeker een grote twijfel. Bedankt voor de mooie ervaring en ik kan iedereen aanraden dit ook te doen!

Pin It on Pinterest