Selecteer een pagina
Partnership Holland Acht en Red Bull

Partnership Holland Acht en Red Bull

Sponsor steunt sporters in ruil voor verhalen

De Holland Acht gaat de komende twee jaar een partnership aan met Red Bull. Het is een vorm van sponsoring die het bedrijf wereldwijd al langer toepast en waarin inspirerende verhalen van sporters een sleutelrol spelen.

“Waar het akelige drankje met de rode stier spandoeken ophangt, ben je verzekerd van spektakel”, schreven we in het oktobernummer van Roei!. We wisten toen nog niet dat bondsvoorzitter Rutger Arisz op 8 december Red Bull zou presenteren als nieuwe partner van de Holland Acht. Het verbaasde ons, want hoe is Red Bull te verenigen met de tegelijkertijd geopende topsportkeuken op de Bosbaan? En hoe spectaculair is roeien nu eigenlijk met dik twintig kilometer per uur op twee kilometer stil water? Maar toen we ons erin verdiepten bleken die gedachten te kort door de bocht.

Authentieke verhalen

Het Oostenrijkse Red Bull (zie Jetlag) verkoopt sinds 1987 blikjes energiedrank. Hieraan gekoppeld is een marketingstrategie waarvan het motto luidt ‘Red Bull geeft je vleugels’. Naast het organiseren van adrenalineverhogende evenementen als ‘Crashed Ice’, downhill schaatsen in een soort bobsleebaan, en ‘X-Row’, een roei-evenement in achten waarbij de deelnemers een deel van het parcours met de boot op de schouders over land afleggen, zoekt het bedrijf naar samenwerking met mensen die de grenzen verkennen van wat voor hen mogelijk is en daarvoor wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken, de zogenoemde vleugels. Die mensen vinden ze in de topsport, muziek en sociale innovaties. Liefst geen gearriveerde atleten of artiesten, maar mensen met talent die nog wat te winnen hebben.

Red Bull is op zoek naar inspirerende verhalen die de marketingafdeling via sociale en traditionele media verspreidt. Daarvoor heeft het bedrijf het Red Bull Media House opgericht dat met tv-zenders, tv-programma’s, films, tijdschriften, websites en games nu een van de grootste mediabedrijven van Oostenrijk is.

Ondersteuning van Red Bull kan die verhalen mooier maken, maar ook als dat niet meteen lukt toont het bedrijf zich een loyale partner. Zo werken ze al negen jaar samen met schaatser Kjeld Nuis, hoewel die in die periode tot twee keer toe de Olympische Spelen miste.

Robert Lücken

Verhalen, dat is waar de KNRB en Red Bull elkaar vooral lijken te vinden. Want ook de KNRB is erbij gebaat om inspirerende verhalen te communiceren, in hun geval om de roeisport te promoten. “Roeien is een hele authentieke sport”, vertelt Edwin Jansen, die als manager Marketing en Sponsoring bij de KNRB aan de basis stond van het contract met Red Bull, en in die rol pas in 2017 kennismaakte met de roeisport. “Er zitten hier op en top, puur natuur sportmensen die met hun passie en drive iets in deze sport willen bereiken. Ze hebben de gunfactor. Als ik hier binnenkom ’s ochtends hangen ze al aan de gewichten of fietsen ze naar de loods, en als ik weer naar huis ga zijn ze nog bezig. Dat kan mooie verhalen opleveren. Robert Lücken, bijvoorbeeld, heeft als slagman van de Holland Acht een prachtige erelijst met brons in Rio maar was toch teleurgesteld. Hij was gestopt, maar is inmiddels teruggekomen en zegt dat hij niet kan rusten voor hij goud heeft gewonnen. Roeien is een kleine sport, maar met zulke verhalen kun je toch de interesse van een groter publiek wekken en van potentiële sponsors.”

Jetlag

Het verhaal gaat dat de Oostenrijker Dieter Mateschitz, de oprichter van Red Bull, op dienstreis in Thailand voor zijn toenmalige werkgever Procter & Gamble een energiedrankje dronk tegen zijn jetlag en daarmee op het idee kwam dit in Europa op de markt te brengen. In 1987 ging het eerste blikje over de toonbank, in 2018 wereldwijd meer dan zes miljard. Het bedrijf is nog altijd zelfstandig en verkoopt naast energiedrank ook blikjes biologische frisdrank.

Sporters

Wereldwijd werkt Red Bull op dit moment samen met achthonderd sporters in uiteenlopende disciplines. In Nederland zijn dit achttien individuele sporters, waaronder motorcrosser Jeffrey Herlings, handbalster Tess Wester, schaatsers Kjeld Nuis en Irene Schouten, en sinds kort de Holland Acht en de Jumbo-Visma schaatsploeg. De energiedrankfabrikant ondersteunde ook de Zwitserse skiffeur Xeno Müller, die 1996 de eerste gouden olympische medaille voor Red Bull won (zie Handdruk). Op dit moment staan onder andere de huidige Noorse wereldkampioen skiff Kjetil Borch en de Kroatische dubbeltwee- en tweezonderkampioenen Martin en Valent Sinković onder contract. “Als Red Bull een land zou zijn, dan zou het in de top drie staan op de Olympische Spelen”, vertelt Jansen.

Red Bull ondersteunt deze atleten niet alleen financieel, maar ook door ze te helpen met het communiceren van hun eigen verhaal via social media en het bieden van faciliteiten om beter te kunnen trainen of presteren. Zo heeft het bedrijf een video-opstelling georganiseerd met tientallen camera’s waarmee uit alle hoeken de schaatsslag van Kjeld Nuis in beeld gebracht kon worden. Zijn eigen ploeg had daar niet de mogelijkheden voor.

Handdruk

De Zwitserse skiffeur Xeno Müller was de eerste roeier die gesponsord werd door Red Bull, van 1996 tot 2002. “Het bedrijf stond toen nog in de kinderschoenen”, vertelt hij via e-mail vanuit zijn woonplaats in de Verenigde Staten. “De samenwerking was altijd goed, alles ging op basis van een handdruk, ik hoefde geen contract te ondertekenen. De ondersteuning was vooral financieel en dat was heel welkom, want roeiers hebben nooit genoeg geld om van te leven, toen niet in ieder geval. Ik kon daardoor fulltime trainen in Californië – het weer is hier het hele jaar goed – en mijn coach Marty Aitken kwam elke vijf weken langs om mij tien dagen te begeleiden.” Müller won Olympisch goud in de skiff in Atlanta in 1996 en zilver in Sydney in 2000.

Community

Die achthonderd sporters en hun begeleiders vormen ook een soort netwerk of community. Sporters kunnen elkaar vragen stellen en het maakt de zoektocht naar deskundige begeleiding, bijvoorbeeld op het gebied van voeding of psychologie, makkelijker. Mensen van Red Bull helpen daar ook bij.

“Het is echt een heel fijne organisatie”, vertelt schaatsster Irene Schouten, in 2015 wereldkampioen massastart en in 2018 winnaar van olympisch brons in die discipline, over de telefoon. “Als ik in het buitenland aan het trainen ben kunnen ze daar bijvoorbeeld een goede fysiotherapeut voor me regelen. En ik heb ook heel veel aan het contact met andere sporters. Als er iets gezegd is in de media dat me niet bevalt en ik weet niet hoe ik erop moet reageren vraag ik ze wel eens om raad. Mensen in de schaatswereld hebben dan vaak al een oordeel, het is fijn als ik dan iemand uit een andere sport kan vragen hoe die het zou doen.”

Schouten, die inmiddels drie jaar met Red Bull samenwerkt, beaamt dat het delen van je eigen verhaal via social media tegenwoordig een must is voor topsporters. “Er zitten tegenwoordig meer mensen online dan voor de televisie. Als je veel volgers hebt is dat interessant voor bedrijven, en die bedrijven heb ik nodig om mijn sport te kunnen beoefenen. Hard schaatsen alleen is tegenwoordig niet meer genoeg. Red Bull heeft veel ervaring met social media en vertellen me welk soort foto’s het goed doen en hoe lang filmpjes moeten zijn om de aandacht vast te houden. Zelf ben ik daar niet zo goed in, ik ben blij met die tips. En toen ik laatst gehackt was hebben ze me daar ook direct bij geholpen.”

Suiker en cafeïne

Red Bull is een drank met net zoveel suiker als een gemiddelde frisdrank en net zoveel cafeïne per blikje als een kop koffie. Het wordt gerekend tot de ‘energiedranken’, een segment dat Red Bull op de markt geïntroduceerd heeft.

Per 100 ml

Red Bull

Koffie

Cola

Jus d’orange

Energie in kcal

46

1

41

46

Suiker in g

11

0,1

10

11

Cafeïne in mg

32

68

10

0

Vergelijking belangrijkste bestanddelen (Bron: Voedingscentrum/NEVO)

Het Voedingscentrum stelt ‘hoe minder, hoe beter’, en raadt af energiedrank te gebruiken als sportdrank. Door de hoge concentratie suiker vertraagt het de vochtopname in de darm, wat uitdroging kan veroorzaken. Aan de andere kant is bewezen dat cafeïne in de hoeveelheid van een blikje Red Bull een opwekkend effect heeft, vermoeidheid tijdelijk kan verdrijven en de concentratie en aandacht verbetert. Als je alleen daarop uit bent kun je kiezen voor de suikervrije variant van het drankje, maar die bevat evenals gewone frisdrank zuren die leiden tot tanderosie. Dan kun je nog beter een kop koffie zonder suiker drinken.

Van specifieke ingrediënten van Red Bull als taurine en glucorono-lacton is niet bewezen of het positieve dan wel negatieve effecten heeft.

Red Bull heeft in recente berichten in de media enige tijd als een gevaarlijk drankje te boek gestaan, waar je dood van zou kunnen gaan na consumptie van één blikje, maar dat lijkt gezien de samenstelling overdreven. Gezond is het drankje evenwel niet. Is dat wel te verenigen met toproeien en het gezondheidsverhaal dat de sport wil uitdragen?

Edwin Jansen benadrukt dat de KNRB aan goede voorlichting wil doen over het gebruik van Red Bull. “Het is een functioneel drankje als je er verder een gezonde levensstijl op nahoudt. Het is geschikt voor als je een examen voor de boeg hebt, een wedstrijd of een lange autorit, niet voor dagelijks gebruik als alternatief voor frisdrank. Dat verhaal gaan wij ook vertellen. Of we beter met een ander soort sponsor in zee hadden kunnen gaan? Stel dat dat een telefoonmaatschappij zou zijn, dan zeggen we daarmee ook niet dat we het een goed idee vinden dat je mobiel belt tijdens het autorijden.”

Droom

Jansen, die eerder in de marketing en communicatie werkte voor diverse grote sporten, was bekend met deze sponsorformule van Red Bull en had via via gehoord dat er op het hoofdkantoor een droom leefde om samen te werken met een acht. “Ik dacht, die acht, dat moet de Holland Acht worden. Samen met bondsvoorzitter Rutger Arisz heb ik toen contact gezocht met Red Bull. Deze vorm van sponsoring is nieuwe stap voor de KNRB, het is een andere manier van werken en we zijn er samen stap voor stap naartoe gegroeid.”

Het was een proces van een jaar voor de afspraken helemaal rond waren, en in dat jaar ging het vooral om de inhoud. Jansen kijkt er met veel enthousiasme op terug. Over het sponsorbedrag mag hij geen uitspraken doen, maar hij kan wel zeggen dat het om een substantieel bedrag gaat en dat het contract loopt tot eind 2020. “Het is een mooie aanvulling op onze jarenlange samenwerking met hoofdsponsor Aegon.”

Faciliteiten

Aan welke verbeteringen de Holland Acht samen met Red Bull precies gaat werken is nog niet bekend. Toen geruchten over de sponsordeal begonnen uit te lekken is besloten het nieuws eerder naar buiten te brengen. Zeker is dat dit in dezelfde sfeer ligt als bij andere sporters: financiële middelen, faciliteiten om beter te kunnen presteren, ondersteuning bij social media en het wereldwijde netwerk van Red Bull sporters. En als er bijvoorbeeld geïnvesteerd wordt in het krachthonk, profiteren andere roeiers mee. De ondersteuning is daarmee niet exclusief voor de Holland Acht.

En hoe zit het dan met dat drankje, dat in de sport een twijfelachtige reputatie heeft als energiedrank (zie Suiker en Cafeïne)? Het lijkt meer een symbool dan een product – het steuntje in de rug als je dat nodig hebt. De roeiers zijn niet verplicht het voor de camera te drinken, maar als ze het helemaal niet zouden gebruiken was er ook geen basis geweest voor een samenwerking.

Voor de mannen van de Holland Acht biedt de samenwerking met Red Bull de mogelijkheid zich als atleet en mediapersoonlijkheid verder te ontwikkelen. Irene Schouten: “Red Bull denkt heel erg mee over hoe ze je beter kunnen maken. Ik denk dat de roeiers daar heel blij van gaan worden.”

Over de totstandkoming van dit artikel          

Aan dit artikel is medewerking verleend door Red Bull Nederland, op voorwaarde dat wij hen niet zouden citeren. Dat is hun beleid, anderen moeten verhalen over het bedrijf vertellen. Door hiermee akkoord te gaan zijn we in feite onderdeel geworden van de marketingstrategie van Red Bull. De redactie is over dit bezwaar heen gestapt omdat het artikel inzicht biedt in de hedendaagse sponsoring van topsport.

Tekst: Leonie Walta en Koos Termorshuizen
Foto’s: Red Bull Content Pool

Volle por naar Rio: De no-nonsense mentaliteit

Volle por naar Rio: De no-nonsense mentaliteit

En de cirkel is rond. Iedereen in de zware mannen groep van het ANRT is aan het woord geweest en heeft de mogelijkheid gehad de lezer een kijkje te geven in de keuken van een Olympische roeiploeg op weg naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. Maar wie is hier eigenlijk in geïnteresseerd? Facebook leert ons dat er gemiddeld 44 “likes” worden gegeven voor de tot dusver geschreven columns, wat neerkomt op een half procent van het 7871 koppige publiek dat de RoeiNed Facebook rijk is. Het lijkt er bijna op dat in dit social-media tijdperk mensen niet meer zitten te wachten op een saaie lap tekst van gasten die vrijwel niks meemaken in hun eentonige leven. Tegenwoordig wordt er met veel meer plezier gekeken naar een filmpje dat gemaakt is met een 360-camera (67k views, 1027 likes, 815 shares and counting), wat de redelijk beperkte geest van dit tijdperk typeert. Heeft het dan nog wel toegevoegde waarde dat ik dit schrijf, en zit hier eigenlijk nog wel iemand op te wachten?

Toch heb ik het idee dat de zware jongens van het ANRT ervaringen en wijsheden rijk zijn die voor meer mensen interessant zijn om te weten. Gewoonweg omdat ik deze dingen zelf ook graag had willen weten toen ik nog aan het begin van mijn (roei) carrière stond. In de plusminus 18 jaar dat ik geroeid heb, worden dit alweer mijn derde Spelen en het wordt tijd om de mensen van wat advies te voorzien. Hard roeien is namelijk ondenkbaar mooi maar soms moet er net iets verder gekeken worden om die extreme schoonheid in te zien. Verder is het ook mijn afgunst voor de middelmatigheid die er tegenwoordig heerst en het feit dat iedereen tegenwoordig recht denkt te hebben op van alles en nog wat zonder er hard voor te werken die me ertoe zetten dit op te schrijven.

Ik roep daarom iedereen op om voortaan de extremen op te zoeken. Ik denk namelijk dat er nog nooit iemand gelukkig of beter van is geworden door middelmatigheid na te streven, maar desalniettemin gebeurt het toch nog veel te vaak. Maar waarom? Omdat je denkt dat dingen buiten je bereik liggen? Neem nou topsport. Toen ik vroeger stuur was (15 jaar oud en net aan 50kg – ik moest 5kg ballast mee omdat ik te licht was) wilde ik niets liever dan naar de Olympische Spelen, maar het leek alsof het junioren WK al te hoog gegrepen zou zijn. Nadat ik uiteindelijk na hard trainen toch op het junioren WK was aangekomen, kwam ik erachter dat het toch meer binnen het bereik lag dan ik eerst dacht. En zo loop je langzaam over de treden van de internationale roeitrap omhoog en kom je er steeds weer achter dat het allemaal veel minder onrealistisch en perfect is dan het alvorens lijkt te zijn. En daar sta je dan opeens zelf in het Olympische dorp op je 21e, tussen de sportgoden waarvan je eerst dacht dat ze absoluut onbereikbaar waren en bovenmenselijke dingen presteerden. Het blijken uiteindelijk toch ook gewoon mensen te zijn die extreem hard werken voor iets wat ze mooi vinden. Het gaat er dus vooral om hoe graag je iets wil en hoeveel je daarvoor bereid bent te doen. De grap is alleen dat iedereen kan zeggen dat hij de top wil bereiken, maar dat een zeer kleine minderheid uiteindelijk bereid is de arbeid erin te stoppen. En dat geldt niet alleen voor topsport, maar voor alles in het leven. Streef dus grote doelen na die in jouw potentie liggen, maar leef er dan ook naar. Leef in extremen, niet in middelmatigheid.

Uiteraard zijn wij Nederlanders hier niet zo goed in en hebben wij hier niet zoveel ervaring mee. Onze poldermentaliteit en welbekende leuzen als “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” worden er met de paplepel ingegoten. In Amerika daarentegen ligt dat allemaal net even wat anders. Ondanks dat deze cultuur van extreme passie en ongebreideld enthousiasme soms niet al te intelligent overkomt, heeft het in de 4 jaar dat ik daar gezeten heb mijn ogen geopend en denk ik dat wij als Nederlanders hier iets van zouden kunnen leren. In Nederland wordt er vaak teveel gelet op randzaken, in plaats van dat er gewoon met hart en ziel naar iets toegewerkt wordt. Het is bijvoorbeeld doodzonde om te lezen dat tegenwoordig sommige Nederlandse junioren meer tijd besteden aan brieven schrijven over waarom ze denken dat ze recht hebben op bepaalde dingen in plaats van gewoon te focussen op wat belangrijk is. Net zoals mensen die roepen dat ze in sommige boten horen of sommige uitzendingen verdienen. Roep het niet, maar handel ernaar. Als je iets extreem graag wilt dan zijn de mogelijkheden eindeloos – focus je daar dan ook op. Dus: wees geen grijze muis maar zoek de extremen op, durf te dromen van dingen die niemand voor mogelijk houdt, don’t be a naysayer, omring je met mensen die er hetzelfde instaan als jij, ga voor die droombaan, regel het mooiste meisje van de klas, werk keihard voor een doel, geniet ervan en zoek je eigen grenzen op, want alleen dan leer je jezelf kennen en kan je genieten van de weg die naar je uiteindelijke doel leidt. En een weg naar een lastig doel gaat uiteraard niet over rozen, maar dan zou het uiteindelijk ook geen genoegdoening geven.

Zodoende geniet ik van elke dag dat ik met alle zware jongens van het ANRT aan het trainen ben. Of we nou om 8u ’s ochtends in de koude wintermaanden in het donker op de ergometer samen bloed, zweet en tranen vergieten of dat we zonder shirt in een zonnig oord op spiegelglad water roeien – wij zijn de krijgers die elke dag samen ten strijde trekken en een gemeenschappelijk doel voor ogen hebben en dat is waanzinnig mooi. Zoals Dhr. D.R. Simon – by far de beste en meest inspirerende roeier die Nederland ooit gekend heeft – het mij al vroeg geleerd heeft: De “no-nonsense mentaliteit”, daar gaat het om. En dat is in sommige ploegen waarin ik geroeid heb ook weleens anders geweest. De fout wordt door veel mensen te vaak gezocht bij zaken buiten de eigen persoon.

En in de tussentijd: leg die telefoon aan de kant, lees een boek en verrijk jezelf met alle fantastische dingen die er in de wereld te doen zijn.  Zoals de Zen-Buddhisten en Nederlandse filosoof Spinoza het grondig met elkaar een waren en het zo lekker clichématig – wat het zeker niet minder waar maakt – konden verwoorden: “The journey is more important than the destination, the activity more important than the outcome”.

Volle por naar Rio: Trainen op de apenrots

Volle por naar Rio: Trainen op de apenrots

Om de monotonie van de Bosbaan af en toe te ontvluchten wijken we als nationaal roeiteam wel eens uit naar onder andere de Ringvaart. Hierbij moet je doorsteken bij het witte bruggetje rond de 1600m waar een paar honderd meter verderop een kleine steiger is gebouwd. Hier til je je boot uit het water en leg je ’m aan de andere kant van de dijk in het Nieuwe Meer. Het Nieuwe Meer biedt naast doorgang aan de Ringvaart ook een mogelijkheid om goed te oefenen voor omstandigheden zoals je ze vaak aantreft op de Willem-Alexanderbaan, dus gemiddeld wat meer wind en golfslag. Er is aan deze kant echter geen goed vlot om je boot in het water te leggen. Met een klein nummer, zoals een skiff, is dit al snel een probleem.

Het beste plekje om je skiff in het water te krijgen was een aantal weken geleden al ingenomen door twee vissers. Deze wilden na vriendelijk vragen absoluut niet aan de kant gaan. Zelfs na wat aandringen van collega-roeier Roel Braas waren ze niet bereid om hun hengel even uit het water te halen. Een van de wat minder vriendelijke dingen die ze riepen tijdens onze escalerende discussie was dat wij vooral niks deden van hun centen.

Dit laatste deed me meer dan ik had gewild. Ik train 12 keer in de week, offer vakanties en colleges op en heb het grootste gedeelte van mijn roeicarrière ook eigen kosten gemaakt. Natuurlijk vonden ze het gewoon vervelend om even aan de kant te gaan en vanuit die frustratie riepen ze dat. Maar hun argumenten zetten me wel aan het denken. Wat is de toegevoegde waarde van topsport?

Natuurlijk is het leuk en spannend om sportwedstrijden te volgen en het gezamenlijk kijken heeft ook een belangrijk sociaal aspect maar daarnaast is naar mijn mening de inspiratie die van topsport uitgaat een een hele belangrijke waarde. Het is van alle tijden dat we ons graag laten inspireren door personen die topprestaties leveren, zowel op intellectueel als op fysiek gebied. En dan bij voorkeur door mensen waarmee we ons kunnen vergelijken, onder het motto: “als hem het lukt waarom dan mij niet?” Dus topsporters kunnen stimuleren dat anderen met sporten beginnen. Doordat Max Verstappen als een speer gaat willen steeds meer kinderen karten. Profvoetballers zijn al jarenlang inspiratie voor mensen om een balletje te gaan trappen en alhoewel het bereik van roeien dan misschien wat minder groot is, vraag ik me wel af hoeveel junioren- en studentenroeiers er zouden zijn geweest als er aan de roeitop niets zou worden gepresteerd.

Nog even over de identificatiewaarde, ofwel door wie laten we ons inspireren. Dit is voor iedereen anders maar meestal vergelijken we ons het liefst met de mensen waar we op de een of andere manier op lijken. Dit kan zijn qua nationaliteit, denk aan de oranje gekleurde straten tijdens de WK voetbal. Ook op de facebookpagina’s van Nlroei en Roeined zie je dat het Nederlandse roeipubliek zich graag identificeert met de prestaties van de Nederlandse toppers. Maar het kan ook zijn dat we ons verbonden voelen qua achtergrond, leeftijd of gedeelde talenten.

Persoonlijk heb ik me tijdens mijn roeicarrière laten inspireren door de kracht van roeiers als Harmen Eefting en Roel Braas. Toen ik net op Njord kwam aan wandelen dacht ik eigenlijk dat roeiers vooral wat kleiner en lichter zouden zijn. Doordat ik deze 2 grote mannen aan het ergometeren zag dacht ik: ‘dit wil ik ook’. Zij hebben ervoor gezorgd dat ik zelf ook op zoek ging naar die toptijden.

Gelukkig wordt deze mening gedeeld door NOC*NSF. Deze sportorganisatie heeft als doel om (top)sport in Nederland te bevorderen en dus ook nadrukkelijk meer mensen te laten sporten. In die zin vormen we op onze apenrots in Obertraun een soort vooruitgeschoven post, die hopelijk leidt tot vele na-apers: Mensen die hetzelfde of meer proberen te bereiken dan wij doen. Zo, nu moet ik er alleen nog voor zorgen dat ik die argumenten paraat heb als ik die twee vissers weer tegen het lijf loop.

 

 

Credits fotografie: Joris Bergman

Volle por naar Rio: ANRT op grote hoogte

Volle por naar Rio: ANRT op grote hoogte

Maandag na Luzern is het zware mannen team van het ANRT voor de 3e keer langs het Kehlsteinhaus gereden. Het Kehlsteinhaus, beter bekend als het Adelaarsnest, was in 1939 een cadeau van de NSDAP voor Hitler zijn 50e verjaardag. Het Adelaarsnest is gebouwd op het hoogste punt van de Obersalzberg. Lager op deze berg lag de Berghof, het woonhuis van Hitler en andere leiders. Obersalzberg was onder bewind van Hitler langzaam uitgegroeid tot het grootste machtscentrum na Berlijn. Dat is ook de reden dat het in de laatste weken van de oorlog volledig is plat gebombardeerd. Tijdens dit groot geallieerd bombardement van de Obersalzberg en de Berghof is het Adelersnest bewust gespaard.Om in het Adelaarsnest bereikbaar te maken werd er speciaal een specialist gehaald die de Duitse snelwegen had ontworpen. Deze specialist plande een nieuwe weg door tunnels en met scherpe haarspeld bochten (destijds zeer buitengewoon). Deze nieuw aangelegde weg stopt een kleine 130 meter onder het Adelaarsnest. Om uiteindelijk binnen te komen is er een schacht van 124m uitgehakt waar met een lift de hoogte van 1834m wordt bereikt. Ondanks het bijzondere uitzicht en de imposante ligging ging Hitler er zelf niet heel graag heen. Hij was bang voor sabotage van de lift en bovenal: hij kon niet goed tegen de ijle lucht.

Die ijle lucht is precies de reden dat het ANRT afreist naar Oostenrijk. Vanaf Obersalzberg is het nog een uur rijden naar Obertraun waar wemet twee gondels de Lodge am Krippenstein bereiken. De ligging op hoogte van 2100m is volgens vele (zelf benoemde?) trainingsguru`s, waaronder Mark Emke, perfect voor een trainingskamp.

Elke ochtend staat het hele team klaar om 8:50. Dan nemen we de eerste gondel naar beneden. Hard trainen en slapen op hoogte is voor ons Laaglanders te belastend. Vandaar dat we het “sleep high train low” principe toepassen. Dat betekend dat we op hoogte slapen om ons lichaam te prikkelen meer rode bloedcellen aan te maken en beneden een volledig schema kunnen draaien. Onze boten liggen op een grasveldje aan de Hallstättersee. Een meertje met een ideale lengte van 6km. Het dorpje waarna het meer vernoemd is, is bijzonder toeristisch. Aziaten komen met touringcar na touringcar binnen om de nodige foto`s te maken en weer te verdwijnen. De aantrekkingskracht is zo groot dat in China een replica is gebouwd van Hallstatt! Echter wel in spiegelbeeld om gezeur met rechten te voorkomen.

Na de ochtend training rijden wij kort terug naar het Obertraun Sports and Recreation Centre. Een gigantisch complex met meerdere voetbalvelden, meerdere mountain bike routes, een zwembad, een krachttrainingsruimte, een eigen sauna met ijsbad enzovoort. Rond 12u wordt hier de lunch geserveerd waarna wij ons rond 14u klaarmaken richting de tweede training. Voor het rekken en strekken vindt hier dan ook het welbekende Mark Emkeriaans “bakkie koffie” plaats. Om stipt 15u ligt de boot dan weer in het meer want de laatste lift van 16:30 moet gehaald worden. Voor de optimist ligt een derde training in het verschiet. Bovenaan de eerste gondel ligt een alm, aan de linkerkant liggen bijzondere ijsgrotten waar de Mammoet vroeger heeft geleefd en aan de rechterkant gaat het “wandelpad” omhoog richting Krippenstein en de Lodge. Het huidige snelheidsrecord van deze etappe ligt in handen van Mechiel met een rappe 52 minuten.

Eenmaal boven gaan de jassen aan. Niemand wil kou vatten, ook nu in juni is het vrij fris, mede door grote plakkaten sneeuw die nog verstrooid liggen op de hoogvlakte. Rond 19u staat het eten op tafel. Tijdens het eten gaat het nog één keer over Luzern. Over de hele linie was het resultaat buitengewoon. Iedereen is er zich van bewust dat een goed resultaat gloort in Rio, de enige wedstrijd die dit seizoen echt telt. Het trainingsschema wordt doorgelicht en de fysieke doelen worden duidelijk. Ook alle roeitechnische mankementen worden glashard duidelijk. Er is meer dan voldoende ruimte voor verbetering en scherpte is vereist in de laatste 60 dagen tot aan de Spelen. Maar heel even genieten we nog van alle beelden en complimenten uit Luzern.

De “oudere” roeiers generatie bedenkt hardop dat Luzern vreemd is gevierd. Bij de Pickwickbar wordt stilletjes naar binnen gegluurd… en vervolgens stilletjes gepasseerd. Mooie herinneringen aan voorgaande jaren wellen op, toen er tot in de vroege uurtjes werd door gefeest en regelmatig nachtelijk werd gezwommen in de stroomversnelling van de Reuss. Vervolgens zijn we doorgelopen naar een restaurantje waar we met de 2, 4, 8 en coaches incluis hebben gegeten. Om een uur later de auto in te stappen richting Oostenrijk.

Volle por naar Rio: Rust, reinheid en regelmaat

Volle por naar Rio: Rust, reinheid en regelmaat

Al sinds jaar en dag strijkt het internationale roeicircus neer in Luzern: de stad van de berg Pilatus en de Kapellbrücke, gelegen aan het Vierwoudstedenmeer. Voor veel (internationale) roeiers is dit de stad van springen in de Reuss, van ‘verdwaalde’ fotograferende Aziatische toeristen en de stad van de rustgevende en eerlijkste roeibaan ter wereld: de Rotsee.

Als klein jongetje ben ik hier ongetwijfeld een keer geweest, aangezien mijn opa en oma vaak in vakantieperioden bij Sarnen kampeerden. In 2010 was ik hier voor het eerst als roeier. En anno 2016 is er eigenlijk niet zoveel veranderd. Tot vorig jaar sliepen ook de zware mannen en daarmee de gehele Nederlandse equipe altijd in het pittoreske hotel Drei Könige. Dat pittoreske past in het beeld van het oude gedeelte van Luzern, met z’n houten bruggen en romantiserende bouwstijl, maar gezien de leeftijd van de vloerbedekking, het ontbreken van airconditioning en de slechtzittende stoelen in de ontbijtzaal is ouderwets wellicht een betere omschrijving. In al die jaren is het ontbijt zelden tot niet veranderd, met voor mij als nostalgisch hoogtepunt de “Familia”-muesli. Deze muesli heb ik tot misselijkheid aan toe gegeten in mijn jongere jaren, aangezien mijn grootouders bevriend waren met de eigenaren van het bedrijf.

Vanuit het hotel is het een kleine tien minuten lopen naar het Schwanenplatz, waar de bus vertrekt richting de baan. We verzamelen in de lobby en gaan links de hoek om, steken de straat over, langs “Rütli” (waar regelmatig de lunch en het diner geserveerd werd), langs een oude apotheek, de Bang & Olufsen-zaak en op zaterdag over de markt met te dure kaas, worst en aardbeien. Dan steken we de Kapellbrücke over, slalommend tussen de toeristen, rechtsaf langs de zwanen met Aziaten en hun camera’s, naar de waterkant, ongeveer waar de waterfietsen vertrekken voor een rondje over het Vierwoudstedenmeer. Iedereen stempelt om en om braaf zijn dagkaartje en met de Pilatus op de achtergrond rijdt bus 1 richting Maihof weg.

Nog voor de eerste halte, Luzernerhof, rijdt de bus langs het mooiste hotel van het centrum, waar volgens de verhalen (vanzelfsprekend) de Britten verblijven. Geregeld stappen er wat Australiërs of Amerikanen in. Aangekomen op het Löwenplatz komen er eindelijk wat zitplaatsen vrij, tenzij deze door vluchtig instappende Italianen worden ingenomen. De bus vervolgt zijn weg langs Wesemlinrain de Schlossberg op, waar menig in oranje gehesen roeiouder moet terugschakelen om boven te komen. Tegen de tijd dat de Weggismatte gepasseerd wordt, zitten er naast roeiers enkel nog wat oudere mensen in de bus. Dan verschijnt Maihofmatte-Rotsee bovenaan het scherm en terwijl de ietwat zwoele, vriendelijke vrouwenstem de halte uitspreekt, passeren we een wandelende Peter Wiersum. Soms nog voor de bus weg kan rijden wordt er, net als in Amsterdam, door rood overgestoken. We volgen de weg een stukje te voet in de richting van de bus en nemen de eerste zijweg links. In de verte tussen de appartementen ligt daar de Rotsee. Zoals het echte studenten betaamt laten we diegene, voor wie het zijn ‘eerste Luzern’ is, vooroplopen om vervolgens de eerste trap te pakken, naar de ingang van een appartementencomplex in plaats van de tweede, die omlaag naar de Rotsee leidt.

Eenmaal onderaan de trap bevind je je op het botenterrein van de Rotsee: een prachtige baan, ingesloten tussen de met bossen en alpenweiden bedekte heuvels, letterlijk en figuurlijk een natuurgebied. Het is rustig en vredig, waar vogelgeluiden (op het botenterrein) en koebellen (op het water) andere geluiden overstemmen. Net zoals op Triton de roeiers op het Varsitydiner begeleid worden met een hoorspel om zo de Oude Vier-finale visualiseren, zou dit ook prima kunnen voor een wedstrijd op de Rotsee. Ik kan de verschillende geluiden zo voor de geest halen. Meteen denk ik aan het klaarliggen voor de start, waar vanaf de duikplank achter de starttoren regelmatig “Ioe Hikemelaya” en maar zeer zelden “Allez Triton” galmt. Ongeveer elke tien minuten passeert er een trein. Tenslotte vriendelijke begroetingen in alle mogelijke talen en het “Grüetzi” van de kleine kinderen bij het tassendepot en de, in een marechaussee-achtig uniform gestoken, beveiliger met snor. Dezelfde “Grüetzi”, waarmee ik vroeger aanklopte op de caravan van mijn opa en oma.

Terug in het hotel is mijn bed nog netter opgemaakt dan toen ik mijn kamer vanmorgen verliet. Er liggen weer twee nieuwe, opgevouwen handdoeken klaar en in een heerlijk schone badkamer maak ik mij klaar voor het buffet, beneden in het restaurant. Ik hoef niet na te denken over wanneer ik voor het laatst mijn dekbed gewassen heb en de keuken en/of badkamer voor het laatst een grote schoonmaakbeurt heb gegeven. Thuis in Nederland doe ik gewoon zelf mijn boodschappen, wordt er niet voor mij gekookt en tot mijn wellicht grootste ergernis doet de afwas zichzelf ook niet. Ik bedenk me op vrijwel elke uitzending (naar wedstrijd of trainingskamp) dat het een luxe is dat ik me dan alleen op het roeien kan focussen. In Nederland probeer ik dat ook, maar tot de regelmaat van ‘roeien, eten, slapen, roeien, eten en tenslotte weer slapen’ kom ik toch niet elke dag, mede door eerder beschreven verplichtingen/bezigheden. En dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat er soms (door collega’s) luiers verschoond en honden uitgelaten moeten worden, gewerkt/gestudeerd wordt en er vervelende buurmannen kunnen zijn.

Rust, reinheid en regelmaat worden voornamelijk gezien als belangrijke pijlers in de opvoeding van kinderen. Als we Wikipedia mogen geloven zijn deze drie R’en gebaseerd op zes voor de gezondheid belangrijke factoren, geformuleerd door de verpleegkundige Florence Nightingale: ‘licht en lucht’, ‘eten en drinken’, ‘slapen en waken’, ‘beweging en rust’, ‘afscheiding en uitscheiding’ en als laatste ‘gemoedsbewegingen’. Goede gezondheid zou worden bepaald door de juiste balans in deze zes punten, net zoals Hippocrates gezondheid omschreef als een balans tussen de vier lichaamssappen: slijm, bloed, gele en zwarte gal.

Maar als ik eerlijk en realistisch ben als topsporter, dan lever ik ook alleen onder diezelfde voorwaarden de beste prestaties. Dat betekent dus niet dat bijvoorbeeld het aantal kledinghaken in ons hotel ertoe doet, maar wel dat het aantal negatieve invloeden op één van bovenstaande factoren tot een minimum beperkt moet blijven.

Sinds mijn komst bij de nationale roei-equipe zijn we, als gehele equipe, steeds beter in staat om ook thuis in Nederland al deze factoren te voldoen. Dan heb ik het (natuurlijk) niet over de balans tussen gele en zwarte gal, maar bijvoorbeeld over de komst van een lunch en een slaapkamer op het Olympisch Trainingscentrum en de beschikbaarheid van een arts, fysiotherapeut en masseur op dagelijkse basis. Helaas is het ons nog niet gelukt om het aantal ziekte-episoden en blessures te reduceren tot het aantal gevallen, dat tijdens buitenlandse wedstrijden en trainingskampen plaatsvindt. Ik ben dan ook blij dat we de rust, reinheid en regelmaat uit Luzern na het weekend kunnen voortzetten tijdens onze hoogtestage in Obertraun, Oostenrijk. Aldaar zullen wij weer in alle gemakken worden voorzien, inclusief een fysiotherapeut en masseur, die ook zonder digitaal inschrijfsysteem kunnen worden bezocht. Het enige nadeel is dat deze hoogstestage de door Hippocrates voorstelde balans ontregeld door een toename van de hoeveelheid (rode) bloed(cellen). Het zou wel een optimistischer, en gepassioneerder temperament met zich meebrengen. Zo heb toch elk nadeel weer z’n voordeel!

Volle por naar Rio: “Gezocht: Talent”

Volle por naar Rio: “Gezocht: Talent”

Mark Emke is als hoofdcoach verantwoordelijk voor alle mannen. De Holland 8, Holland 4, de tweezonder en de lichte vierzonder genieten zijn toeziend oog. Midden in de spanning richting een topprestatie in Rio probeer ik Mark een stukje verder te laten kijken, wat gebeurt er na Rio? Speciaal voor jullie aanstormende talenten die uiteraard ook nu hard aan het werk zijn om het seizoen tot een succesvol eind te brengen een kijkje in de keuken van de bondscoach, met wat tips en trucs voor diegenen die in de toekomst een gooi willen doen naar zo’n felbegeerd stoeltje in de Holland 8!

De talentvolle roeier is voor Mark een drieluik: technisch, fysiek en mentaal. Een zekere basis van kracht is noodzakelijk, hiervoor kijkt hij naar scores op de ergometer. Technisch ziet Mark twee typen roeiers. Enerzijds zijn er mensen die een boot iets brengen, “boatmovers”. ‘Zo iemand zet je op slag in een boot en dan gaat die boot harder’, zegt hij. Maar als je niet dat technische talent bent is er ook hoop. ‘Sommige mensen zijn meer afhankelijk van hun omgeving, maar kunnen ook hard roeien. Die heb je ook nodig in een goede ploeg.’ Het laatste aspect van een talent is niet het minst. Volgens Mark is het namelijk heel belangrijk dat jij degene bent die hard wilt trainen, om uiteindelijk wedstrijden te winnen.

Wat je zelf kunt doen om op een hoger niveau te roeien is simpel: ‘Roeiers die verder willen komen moeten veel trainen’. Het lijkt bijna te simpel. Een exact schema kan Mark nu niet zomaar geven, maar het trainingsprogramma voor talenten op de website van de KNRB is een goede basis. ‘Binnen zo’n programma moet je zelf je grenzen zien te ontdekken en verleggen’. Volgens mij ligt in dat laatste een grote uitdaging, die uiteindelijk weleens doorslaggevend kan zijn in de groei en ontwikkeling van talentvolle roeiers.

Wie kan jou helpen bij het bereiken van de Nederlandse top? ‘Op iedere vereniging zijn goede coaches te vinden, het probleem is dat die vaak druk zijn. Talenten worden vaak wel opgemerkt, het is de kunst om iemand te vinden die bij jou past. Het belangrijkst is dat je je gevoel volgt, een beetje slim bent en de juiste mensen raadpleegt. De roeier moet zijn eigen pad uitstippelen, coaches kunnen daarbij hoogstens een beetje helpen.’

Momenten waarop je kunt laten zien wie je bent en wat je kunt zijn er genoeg. Als bondscoach kijkt Mark namelijk vaak, soms onopgemerkt, mee bij de Nederlandse wedstrijden en de internationale wedstrijden voor talentonwikkeling. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld het NK klein en de Holland Beker, naast het NK indoorroeien om je fysieke kunnen tentoon te spreiden. De internationale toernooien die interessant zijn voor Mark zijn het FISU WK, het WK onder 23 en het junioren WK. En volgens Mark zijn er ook dit jaar mensen die zijn aandacht trekken: ‘Koen Metsemaker bijvoorbeeld, die jongen laat zien dat hij sterk is op de ergometer en ook de boot kan bewegen. Het zou zomaar kunnen dat hij na Rio uitgenodigd wordt.’

En na Rio komt er een nieuw team, met nieuwe ploegen. ‘Dan nodigen we wat mensen uit om af en toe mee te komen trainen op de bosbaan. Tijdens de winter gaan we dingen uitproberen om na het NK klein ploegen te formeren richting de internationale toernooien.’ Denk jij dat je het in je hebt om jezelf tussen de mannen die naar Rio gaan te bewijzen? Ik zou het prachtig vinden als komende winter de veteranen het vuur aan de schenen gelegd krijgen door nieuwe jongens. Net als iedereen heb ik ook onderaan de ladder moeten beginnen en voor mij was er niets meer motiverend dan deze trede voor trede te beklimmen, almaar omhoog kijkend. Wat Mark het leukst vindt aan de cyclus van vier jaar? ‘Ik vind eigenlijk alles leuk. Het is mooi om te kijken wie de beste is en misschien nog wel mooier om daarna een team zo hard mogelijk te laten gaan.’

Pin It on Pinterest