Selecteer een pagina
Partnership Holland Acht en Red Bull

Partnership Holland Acht en Red Bull

Sponsor steunt sporters in ruil voor verhalen

De Holland Acht gaat de komende twee jaar een partnership aan met Red Bull. Het is een vorm van sponsoring die het bedrijf wereldwijd al langer toepast en waarin inspirerende verhalen van sporters een sleutelrol spelen.

“Waar het akelige drankje met de rode stier spandoeken ophangt, ben je verzekerd van spektakel”, schreven we in het oktobernummer van Roei!. We wisten toen nog niet dat bondsvoorzitter Rutger Arisz op 8 december Red Bull zou presenteren als nieuwe partner van de Holland Acht. Het verbaasde ons, want hoe is Red Bull te verenigen met de tegelijkertijd geopende topsportkeuken op de Bosbaan? En hoe spectaculair is roeien nu eigenlijk met dik twintig kilometer per uur op twee kilometer stil water? Maar toen we ons erin verdiepten bleken die gedachten te kort door de bocht.

Authentieke verhalen

Het Oostenrijkse Red Bull (zie Jetlag) verkoopt sinds 1987 blikjes energiedrank. Hieraan gekoppeld is een marketingstrategie waarvan het motto luidt ‘Red Bull geeft je vleugels’. Naast het organiseren van adrenalineverhogende evenementen als ‘Crashed Ice’, downhill schaatsen in een soort bobsleebaan, en ‘X-Row’, een roei-evenement in achten waarbij de deelnemers een deel van het parcours met de boot op de schouders over land afleggen, zoekt het bedrijf naar samenwerking met mensen die de grenzen verkennen van wat voor hen mogelijk is en daarvoor wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken, de zogenoemde vleugels. Die mensen vinden ze in de topsport, muziek en sociale innovaties. Liefst geen gearriveerde atleten of artiesten, maar mensen met talent die nog wat te winnen hebben.

Red Bull is op zoek naar inspirerende verhalen die de marketingafdeling via sociale en traditionele media verspreidt. Daarvoor heeft het bedrijf het Red Bull Media House opgericht dat met tv-zenders, tv-programma’s, films, tijdschriften, websites en games nu een van de grootste mediabedrijven van Oostenrijk is.

Ondersteuning van Red Bull kan die verhalen mooier maken, maar ook als dat niet meteen lukt toont het bedrijf zich een loyale partner. Zo werken ze al negen jaar samen met schaatser Kjeld Nuis, hoewel die in die periode tot twee keer toe de Olympische Spelen miste.

Robert Lücken

Verhalen, dat is waar de KNRB en Red Bull elkaar vooral lijken te vinden. Want ook de KNRB is erbij gebaat om inspirerende verhalen te communiceren, in hun geval om de roeisport te promoten. “Roeien is een hele authentieke sport”, vertelt Edwin Jansen, die als manager Marketing en Sponsoring bij de KNRB aan de basis stond van het contract met Red Bull, en in die rol pas in 2017 kennismaakte met de roeisport. “Er zitten hier op en top, puur natuur sportmensen die met hun passie en drive iets in deze sport willen bereiken. Ze hebben de gunfactor. Als ik hier binnenkom ’s ochtends hangen ze al aan de gewichten of fietsen ze naar de loods, en als ik weer naar huis ga zijn ze nog bezig. Dat kan mooie verhalen opleveren. Robert Lücken, bijvoorbeeld, heeft als slagman van de Holland Acht een prachtige erelijst met brons in Rio maar was toch teleurgesteld. Hij was gestopt, maar is inmiddels teruggekomen en zegt dat hij niet kan rusten voor hij goud heeft gewonnen. Roeien is een kleine sport, maar met zulke verhalen kun je toch de interesse van een groter publiek wekken en van potentiële sponsors.”

Jetlag

Het verhaal gaat dat de Oostenrijker Dieter Mateschitz, de oprichter van Red Bull, op dienstreis in Thailand voor zijn toenmalige werkgever Procter & Gamble een energiedrankje dronk tegen zijn jetlag en daarmee op het idee kwam dit in Europa op de markt te brengen. In 1987 ging het eerste blikje over de toonbank, in 2018 wereldwijd meer dan zes miljard. Het bedrijf is nog altijd zelfstandig en verkoopt naast energiedrank ook blikjes biologische frisdrank.

Sporters

Wereldwijd werkt Red Bull op dit moment samen met achthonderd sporters in uiteenlopende disciplines. In Nederland zijn dit achttien individuele sporters, waaronder motorcrosser Jeffrey Herlings, handbalster Tess Wester, schaatsers Kjeld Nuis en Irene Schouten, en sinds kort de Holland Acht en de Jumbo-Visma schaatsploeg. De energiedrankfabrikant ondersteunde ook de Zwitserse skiffeur Xeno Müller, die 1996 de eerste gouden olympische medaille voor Red Bull won (zie Handdruk). Op dit moment staan onder andere de huidige Noorse wereldkampioen skiff Kjetil Borch en de Kroatische dubbeltwee- en tweezonderkampioenen Martin en Valent Sinković onder contract. “Als Red Bull een land zou zijn, dan zou het in de top drie staan op de Olympische Spelen”, vertelt Jansen.

Red Bull ondersteunt deze atleten niet alleen financieel, maar ook door ze te helpen met het communiceren van hun eigen verhaal via social media en het bieden van faciliteiten om beter te kunnen trainen of presteren. Zo heeft het bedrijf een video-opstelling georganiseerd met tientallen camera’s waarmee uit alle hoeken de schaatsslag van Kjeld Nuis in beeld gebracht kon worden. Zijn eigen ploeg had daar niet de mogelijkheden voor.

Handdruk

De Zwitserse skiffeur Xeno Müller was de eerste roeier die gesponsord werd door Red Bull, van 1996 tot 2002. “Het bedrijf stond toen nog in de kinderschoenen”, vertelt hij via e-mail vanuit zijn woonplaats in de Verenigde Staten. “De samenwerking was altijd goed, alles ging op basis van een handdruk, ik hoefde geen contract te ondertekenen. De ondersteuning was vooral financieel en dat was heel welkom, want roeiers hebben nooit genoeg geld om van te leven, toen niet in ieder geval. Ik kon daardoor fulltime trainen in Californië – het weer is hier het hele jaar goed – en mijn coach Marty Aitken kwam elke vijf weken langs om mij tien dagen te begeleiden.” Müller won Olympisch goud in de skiff in Atlanta in 1996 en zilver in Sydney in 2000.

Community

Die achthonderd sporters en hun begeleiders vormen ook een soort netwerk of community. Sporters kunnen elkaar vragen stellen en het maakt de zoektocht naar deskundige begeleiding, bijvoorbeeld op het gebied van voeding of psychologie, makkelijker. Mensen van Red Bull helpen daar ook bij.

“Het is echt een heel fijne organisatie”, vertelt schaatsster Irene Schouten, in 2015 wereldkampioen massastart en in 2018 winnaar van olympisch brons in die discipline, over de telefoon. “Als ik in het buitenland aan het trainen ben kunnen ze daar bijvoorbeeld een goede fysiotherapeut voor me regelen. En ik heb ook heel veel aan het contact met andere sporters. Als er iets gezegd is in de media dat me niet bevalt en ik weet niet hoe ik erop moet reageren vraag ik ze wel eens om raad. Mensen in de schaatswereld hebben dan vaak al een oordeel, het is fijn als ik dan iemand uit een andere sport kan vragen hoe die het zou doen.”

Schouten, die inmiddels drie jaar met Red Bull samenwerkt, beaamt dat het delen van je eigen verhaal via social media tegenwoordig een must is voor topsporters. “Er zitten tegenwoordig meer mensen online dan voor de televisie. Als je veel volgers hebt is dat interessant voor bedrijven, en die bedrijven heb ik nodig om mijn sport te kunnen beoefenen. Hard schaatsen alleen is tegenwoordig niet meer genoeg. Red Bull heeft veel ervaring met social media en vertellen me welk soort foto’s het goed doen en hoe lang filmpjes moeten zijn om de aandacht vast te houden. Zelf ben ik daar niet zo goed in, ik ben blij met die tips. En toen ik laatst gehackt was hebben ze me daar ook direct bij geholpen.”

Suiker en cafeïne

Red Bull is een drank met net zoveel suiker als een gemiddelde frisdrank en net zoveel cafeïne per blikje als een kop koffie. Het wordt gerekend tot de ‘energiedranken’, een segment dat Red Bull op de markt geïntroduceerd heeft.

Per 100 ml

Red Bull

Koffie

Cola

Jus d’orange

Energie in kcal

46

1

41

46

Suiker in g

11

0,1

10

11

Cafeïne in mg

32

68

10

0

Vergelijking belangrijkste bestanddelen (Bron: Voedingscentrum/NEVO)

Het Voedingscentrum stelt ‘hoe minder, hoe beter’, en raadt af energiedrank te gebruiken als sportdrank. Door de hoge concentratie suiker vertraagt het de vochtopname in de darm, wat uitdroging kan veroorzaken. Aan de andere kant is bewezen dat cafeïne in de hoeveelheid van een blikje Red Bull een opwekkend effect heeft, vermoeidheid tijdelijk kan verdrijven en de concentratie en aandacht verbetert. Als je alleen daarop uit bent kun je kiezen voor de suikervrije variant van het drankje, maar die bevat evenals gewone frisdrank zuren die leiden tot tanderosie. Dan kun je nog beter een kop koffie zonder suiker drinken.

Van specifieke ingrediënten van Red Bull als taurine en glucorono-lacton is niet bewezen of het positieve dan wel negatieve effecten heeft.

Red Bull heeft in recente berichten in de media enige tijd als een gevaarlijk drankje te boek gestaan, waar je dood van zou kunnen gaan na consumptie van één blikje, maar dat lijkt gezien de samenstelling overdreven. Gezond is het drankje evenwel niet. Is dat wel te verenigen met toproeien en het gezondheidsverhaal dat de sport wil uitdragen?

Edwin Jansen benadrukt dat de KNRB aan goede voorlichting wil doen over het gebruik van Red Bull. “Het is een functioneel drankje als je er verder een gezonde levensstijl op nahoudt. Het is geschikt voor als je een examen voor de boeg hebt, een wedstrijd of een lange autorit, niet voor dagelijks gebruik als alternatief voor frisdrank. Dat verhaal gaan wij ook vertellen. Of we beter met een ander soort sponsor in zee hadden kunnen gaan? Stel dat dat een telefoonmaatschappij zou zijn, dan zeggen we daarmee ook niet dat we het een goed idee vinden dat je mobiel belt tijdens het autorijden.”

Droom

Jansen, die eerder in de marketing en communicatie werkte voor diverse grote sporten, was bekend met deze sponsorformule van Red Bull en had via via gehoord dat er op het hoofdkantoor een droom leefde om samen te werken met een acht. “Ik dacht, die acht, dat moet de Holland Acht worden. Samen met bondsvoorzitter Rutger Arisz heb ik toen contact gezocht met Red Bull. Deze vorm van sponsoring is nieuwe stap voor de KNRB, het is een andere manier van werken en we zijn er samen stap voor stap naartoe gegroeid.”

Het was een proces van een jaar voor de afspraken helemaal rond waren, en in dat jaar ging het vooral om de inhoud. Jansen kijkt er met veel enthousiasme op terug. Over het sponsorbedrag mag hij geen uitspraken doen, maar hij kan wel zeggen dat het om een substantieel bedrag gaat en dat het contract loopt tot eind 2020. “Het is een mooie aanvulling op onze jarenlange samenwerking met hoofdsponsor Aegon.”

Faciliteiten

Aan welke verbeteringen de Holland Acht samen met Red Bull precies gaat werken is nog niet bekend. Toen geruchten over de sponsordeal begonnen uit te lekken is besloten het nieuws eerder naar buiten te brengen. Zeker is dat dit in dezelfde sfeer ligt als bij andere sporters: financiële middelen, faciliteiten om beter te kunnen presteren, ondersteuning bij social media en het wereldwijde netwerk van Red Bull sporters. En als er bijvoorbeeld geïnvesteerd wordt in het krachthonk, profiteren andere roeiers mee. De ondersteuning is daarmee niet exclusief voor de Holland Acht.

En hoe zit het dan met dat drankje, dat in de sport een twijfelachtige reputatie heeft als energiedrank (zie Suiker en Cafeïne)? Het lijkt meer een symbool dan een product – het steuntje in de rug als je dat nodig hebt. De roeiers zijn niet verplicht het voor de camera te drinken, maar als ze het helemaal niet zouden gebruiken was er ook geen basis geweest voor een samenwerking.

Voor de mannen van de Holland Acht biedt de samenwerking met Red Bull de mogelijkheid zich als atleet en mediapersoonlijkheid verder te ontwikkelen. Irene Schouten: “Red Bull denkt heel erg mee over hoe ze je beter kunnen maken. Ik denk dat de roeiers daar heel blij van gaan worden.”

Over de totstandkoming van dit artikel          

Aan dit artikel is medewerking verleend door Red Bull Nederland, op voorwaarde dat wij hen niet zouden citeren. Dat is hun beleid, anderen moeten verhalen over het bedrijf vertellen. Door hiermee akkoord te gaan zijn we in feite onderdeel geworden van de marketingstrategie van Red Bull. De redactie is over dit bezwaar heen gestapt omdat het artikel inzicht biedt in de hedendaagse sponsoring van topsport.

Tekst: Leonie Walta en Koos Termorshuizen
Foto’s: Red Bull Content Pool

De boot niet doodrijden, maar samen laten vliegen – het WK

De boot niet doodrijden, maar samen laten vliegen – het WK

De Nederlandse LM4-: vier jongemannen met één bestemming: de Olympische Spelen van 2016. De nestor van de ploeg (Tim Heijbrock) hoopt in Rio de smaak van Londen 2012 weg te spoelen. De benjamin van het team, Jort van Gennep, staat er nog onbevangen in. Schrijver-journalist Ferry Wieringa volgde de ploeg in de aanloop naar het WK. Een verhaal over ploeggeest, overgave en de dunne lijn tussen wel of niet vooraan varen.

Deel III: het WK

Maandag 25 aug. 16 uur 39: 1e heat Het is een grijze dag en de tribunes zijn karig bezet. De LM4- roeit in de tweede van drie ‘LM4- heats’. In elke zijn er twee plekken voor de halve finale te verdienen, anders: herkansing. Bjorn, Tim, Jort en Joris gaan verlegen uit de startblokken weg, maar in de eerste kilometer blijkt dit geen voorbode voor een timide optreden: de lichte vier trekt hem door tot ze bij een tweede positie zijn belandt. Groot-Brittannië ligt eerste. De vier roeit eensgezind. Het is plaatsen en trappen. Mooi beheerst lichaamswerk, geen getrek of geruk. En Jort, die zit als een baksteen in dit bouwwerk. Hij roeit goed, zijn klappen zijn lang en gedragen, hij rijdt niet achter de feiten aan maar beweegt als één man met Tim. Zijn recover is smooth en zijn bladwerk efficiënt. En de andere drie zitten ook gewoon lekker te palen.

 “De eerste 250 meter dacht ik: dit ga ik niet volhouden.”

De USA staakt de aanval op plaats 2 of kan niet meer aanhaken: de LM4- plaatst zich direct voor de halve finale.

Tim (kort na de race): “De eerste 250 meter dacht ik: dit ga ik niet volhouden. Ik leek al stuk te zitten, het ging zwaar. Maar daarna ging het steeds makkelijker en roeiden we goed samen. De stijgende lijn die zichtbaar was heeft zich doorgezet. We varen elke race weer beter dan de vorige. Nu maar zien of we dit in de halve finale ook kunnen laten zien. Dat we niet ineens tuimelen, dat kan ook zomaar gebeuren. Dat dit mazzel was. Ik hoop het niet, maar wij zijn nog niet als de Denen. Die presteren gewoon standaard. Maar, wij gingen lekker.”

vrijdag 29 augustus, 15uur05: halve finale – Hollandse luchten boven de baan, een wind die zeer stevig richting finish waait. Snel weer, maar ook: onstuimig water. In de eerste halve finale kwalificeren de Denen, Britten en Nieuw-Zeelanders zich voor de finale. In de tweede start Nederland. Zes landen, drie plekken. Het zal vooral lastig worden om Frankrijk, Australië en Duitsland de kaas van het brood te eten. Maar een derde plek is voldoende. Na de start blijkt het ook deze drie landen menens – ze voeren het veld aan. Nederland ligt vierde en dit zal tot aan de 1.000 zo blijven. De drie koplopers nemen afstand en de LM4- werkt er hard aan het contact met hen niet kwijt te raken. Toch ontstaat er een bootlengte licht tussen Nederland en plek 3 (Duitsland). Op de 1.250 ziet het er allesbehalve gunstig uit. Niet dat Bjorn, Tim, Jort en Joris niet vooruit komen, maar met 500 meter te gaan moeten ze nog een bootlengte inlopen. En dat met een achtervolging in de benen.

Maar Bjorn timmert door en zijn kompanen bouwen mee. En vanaf de 1.500 gebeurt datgene wat sport zo´n prachtig schouwspel en spel maakt: de verhoudingen gaan schuiven. De LM4- komt met elke haal dichterbij Duitsland. De Duitsers lijken niet te weten wat de LM4- wel weet: benen zijn net een tube tandpasta – er valt altijd nog wat uit te persen. Duitsland ziet hoe Nederland in hun dode hoek verdwijnt. Als de verrekijker erbij wordt gepakt vangt deze een LM4- die zich met niets anders bezighoudt dan met de eigen halen. Ze besparen zich de nodeloze moeite van het opzij kijken, want het is immers: de dood of de gladiolen.

Op de meet: een fotofinish.

In het vacuüm van onzekerheid hijgt de ploeg uit. Wie heeft plek drie? Als het verlossende woord valt, balt Bjorn zijn vuist, lacht Joris zijn breedste lach en draait Tim zich naar Jort om. Met een lange, stevige handdruk vieren ze hun prestatie. Twee kilometer bleek voor Nederland voldoende om de puzzelstukken samen te brengen. Voor Duitsland was de race 0,07 seconden te lang.

Op het botenterrein zweeft coach Jeroen Spaans. “Had je me twee maanden geleden gevraagd of ik dit had gedacht: nee. Maar twee weken geleden zou ik er mijn geld wel op in hebben willen zetten. Maar het kan nog harder. De harde wind maakte het tot een snelle race met een hoog tempo. Jort had daar moeite mee. Ik ben dus heel benieuwd naar de finale.”

zondag 31 augustus, 13u33: WK Finale LM4- – Een licht bewolkte dag met een matige wind. De omstandigheden zijn beter dan twee dagen geleden bij de halve finale. Maar de vijf tegenstanders zijn sterker en de inzet is hoger.

En dan heb je ook nog de zenuwen – finale varen is niet alleen een fysieke inspanning, ook het zelfvertrouwen moet topfit zijn. De LM4- heeft een plek bij de beste zes landen veroverd. Maar nu. Met Denemarken, Nieuw-Zeeland, Groot Brittannië, Australië en Frankrijk is dit niet bepaald een speeltuin, eerder een arena met hongerige leeuwen. De Engelse speaker heeft het over ‘a mighty task for the Dutch to medal in this field’. Nadat het licht op groen is gesprongen, blijken het geen loze praatjes. De Nederlandse LM4- is trager weg en is vervolgens een race lang op zoek naar aansluiting. Bij de 1.000 is de achterstand 6,6 seconden. De echte wedstrijd vindt elders plaats. Nederland finisht als zesde en laatste.

Kort na de race spreekt een ontdane Tim voor een NOS camera zijn onvrede uit. Hij is verslagen en zo oogt hij ook. Hij neemt het niet de wind, de stroming noch de onervaren Jort kwalijk, maar wel zichzelf. “Ik had gedacht dat de ervaren roeiers in de ploeg wel in staat waren om de rust te bewaren. Maar we waren gehaast, we wilden er te graag weer bij komen. Dan gaat het rammelen en kom je in een neerwaartse spiraal. We moeten leren juist dan als ploeg te blijven roeien.”

Een paar dagen later blikt Joris terug. Hij is er tevreden over dat ze als nieuwe ploeg, en met Jort, in de WK finale lagen. Goed, de race die kon beter. Joris: “We vonden de goede halen niet terug. Er was te weinig ontspanning boven water en te weinig kracht in de haal. In dit veld moet je van start tot finish goed samenwerken. Vier roeiers die hetzelfde doen, kunnen heel hard gaan. Vergeten ze dat en doen ze alle vier wat anders, dan werken ze elkaar tegen. Roeien is echt teamwork. Daar moeten wij verder aan werken: dat we ons gedachteloos voortdurend aan elkaar aanpassen. De bandbreedte tussen goed en slecht roeien is nu te breed.”

Slagman Bjorn: “Ik voelde meteen dat we niet gelijk zaten. We kwamen niet samen los, we reden niet gelijk op, we deden allemaal net iets anders. En dan komt er geen lekker ritme. Als je dat voelt hoeft er nog niets aan de hand te zijn. Je weet: doorgaan, nog harder gaan staan. Je hoopt dat het zal gaan komen, maar als het niet komt zit je vrij snel in het rood. Er worden tijdens de race dan wel dingen geroepen. Tim riep bijvoorbeeld: “Draaien.” Ik snap het wel – er moest iets veranderen, maar we zaten al op 39! We reden de boot al een beetje dood. Later als je aanlegt baal je, je zit nog vol adrenaline. Je zegt waar het volgens jou aan lag. Tim had zijn verklaring, ik de mijne. Deze race hebben we er niet uitgehaald wat we wel in ons hebben. We kunnen technisch roeien en we kunnen knokken. Maar het moet er op het goede moment uitkomen. De komende twee jaar ga ik mezelf verder verbeteren zodat mijn bijdrage aan het team optimaal is. En samen gaan we werken aan een baanhaal die ‘staat’. Bij wind mee en bij wind tegen.”

Voor Joris was het WK ook persoonlijk een belangrijk moment. Hij zou besluiten of hij zou doorgaan of stoppen. Gaat hij door? “Ja. Ik werk nu drie dagen per week een dagdeel. Dat bevalt. Roeien heeft voorrang, maar dit zorgt ervoor dat ik prettiger functioneer. Het is ook goed voor mijn gemoedsrust. Alleen roeien vind ik te eentonig en ik wil me geen zorgen maken om mijn leven na de Spelen. Ik heb nu een balans tussen de LM4- en werk. Zo moeten we alle vier onze eigen manier vinden om de komende twee jaar aan te gaan. Ik heb er in ieder geval veel zin in. Dit is een ploeg die het in zich heeft om vooraan te kunnen varen. Het is ook een leuke ploeg. De belangrijkste reden dat Jort afgelopen maanden zoveel beter is geworden is omdat hij zei: leer het me maar. Met een houding van: “Ik weet alles al”, komt niemand verder. We voelen ons vrij bij elkaar om te zeggen wat we denken.”

Twee maanden geleden op een ochtend in juni stonden aan de Bosbaan vier jongemannen met hun coach – en in zijn fietskrat die dampende mok koffie. De LM4-, vier zielen samen op zoek naar die ene gedachte. Een gedachte die het beste in ieder naar boven moest halen, waarbij de som meer moest worden dan een optelling van losse delen. Het WK kwam vroeg, maar ze schopten het tot de finale. Dat stemt hoopvol. En nu, nu het circus bij de Bosbaan is vertrokken en in kranten, radio, tv, op fora, in kantines en sociëteiten, in zalen en kantoren, het grote nakaarten over ‘de toestand van het Nederlandse roeien’ is losgebarsten, gaat de LM4- in alle rust verder werken aan het bouwwerk dat ze over twee jaar op de Olympische Spelen voor het oog van de wereld willen onthullen.

Credits fotografie: Anja van den Herik

Lees hier het andere deel van het verhaal van Ferry:

Deel 1 – De ploeg

Deel 2 – De voorbereiding

De boot niet doodrijden, maar samen laten vliegen – de voorbereiding

De boot niet doodrijden, maar samen laten vliegen – de voorbereiding

De Nederlandse LM4-: vier jongemannen met  één bestemming: de Olympische Spelen van 2016. De nestor van de ploeg (Tim Heijbrock) hoopt in Rio de smaak van Londen 2012 weg te spoelen. De benjamin van het team, Jort van Gennep, staat er nog onbevangen in. Schrijver-journalist Ferry Wieringa volgde de ploeg in de aanloop naar het WK. Een verhaal over ploeggeest, overgave  en de dunne lijn tussen wel of niet vooraan varen.

Deel II: de voorbereiding

 

Met nog negen weken te gaan, staat het wereldkampioenschap voor de lichte vier voor de deur. Echter: ze hebben nog geen wedstrijd gevaren. Het EK in Belgrado viel in het water door ziekte van Bjorn. Ook is Jeroen pas sinds twee maanden hun coach en dan is er ook Jort nog die serieus beter moet worden.

De ploeg traint zes dagen per week, twee- tot driemaal per dag: twee keer in de boot, eenmaal in het krachthonk. Tijdens de boottrainingen wordt goed zichtbaar welk werk er nog verzet moet worden. Jeroen heeft een ander haalbeeld voor ogen. Hij is van mening dat lange, gedragen halen hen meer snelheid zullen brengen dan het ‘benen-armen haaltje’ dat ze nu aan de dag leggen. Tim: “We zijn een korte en felle haal gewend. In hoog tempo lekker draaien, draaien, draaien. We hebben Jeroen gevraagd vanwege zijn visie maar het blijft lastig om je lot in iemands handen te leggen.”

Ochtendtrainingen gaan vaak kilometerslang in tempo 16/18 en in paartjes ‘tubbend’. Vaak wordt de boot stilgelegd. Jeroen vindt hun roeien jachtig, rommelig. In de portofoon klinkt het: “Lengte, lengte, lengte.” Of: “Ik wil duidelijk onderscheid zien.” Hij wil dat ze gefaseerd door de haal en de recover gaan.

Dag na dag graast hij over het pad langs de baan, voorover hangend op zijn stuur, met het hoofd naar de boot gedraaid. Hij kijkt niet, maar leest zijn ploeg. Tijdens moeizame trainingen kan de kloof tussen het viertal in de boot en de coach peilloos diep aanvoelen. Verzuchtend kan het dan klinken: “Kunnen ze het niet of willen ze het niet.”

Jeroen: “Drie jongens in deze ploeg weten dondersgoed wat ze willen. Ze hebben ervaring en ze hebben opvattingen over hoe het moet. Maar ik wil ze uit die comfortzone trekken. Maar daarvoor moeten ze me vertrouwen. Om hard te gaan moeten ze overgave tonen. Overgave aan het programma en ja, aan mij, want dat programma maak ik.”

Tim: “Het liefste zou ik mijn eigen coach zijn. Dat zullen de anderen ook hebben. Maar ik ben niet alleen en ik heb geleerd vaker mijn mond te houden. Ik wil de coach niet tegenspreken. Ik wil gewoon dóen.”

Jort: “Het is een duivels dilemma: doe je wat prettig voelt of neem je dat houterige voorlopig voor lief? Wat nu onwennig aanvoelt kan namelijk uiteindelijk beter uitpakken. En als ik dat denk, denken de anderen dat misschien ook. Maar we gaan pas hard als we alle vier hetzelfde doen.”

 

NOG 8 WEKEN: De Koninklijke Holland Beker

Eind juni 2014. ‘De Koninklijke’. Het eerste echte testmoment voor de ploeg. Tegenstanders naast je, presteren onder druk, pieken. Hoewel de wereldtop ontbreekt is Duitsland – altijd sterk – er wel. In de voorwedstrijd valt de LM4- al na 500 meter uitelkaar. De resterende 1.500 meter leggen ze zwoegend af. Ze bereiken wel de finale.

In de finale gaat het beter. De ploeg is goed weg en blijft langer als collectief roeien. Maar na de 1.000 is het beste vergeven; het begint te rammelen, er komen bijbewegingen. Wat simpel moet zijn, wordt moeizaam. De Nederlandse LM4- eindigt toch, achter Duitsland, als tweede. Tim: “Het was een slechte race. Dat er langer als een collectief werd geroeid is reden om tevreden te zijn. Ik merk dat als we samenzitten, we hard kunnen gaan. Maar het begint nu te snel te rommelen. Dat moeten we eruit krijgen. We willen het te graag. Dat is het probleem.”

 

NOG 6 WEKEN: World Rowing Cup, Luzern

Een tweede meetmoment, de wereldbekerwedstrijd in Luzern, Zwitserland. Serieuzer dan ‘de Koninklijke’ want hier is de wereldtop wel aanwezig. In Luzern wint Nieuw-Zeeland. De Denen worden tweede. Daarna volgen Groot Brittannië, Frankrijk, Australië en Italië. De Nederlandse ploeg komt niet verder dan een derde plaats in de B-finale. De verschillen in de top van het veld zijn minimaal. Denemarken, Nieuw-Zeeland, de Engelsen en Fransen: ze gaan harder. Maar doordat het veld zo compact is, zit je er met jump ook zo weer bij. Bjorn: “Het ging beter dan de vorige race, dus dat is heel positief.” Tim: “We bleven nu tot de 1.500 samen die boot versnellen. Dat is alweer meer dan een maand ervoor.”

Hoewel ze langer als collectief bleven roeien, viel het na enige tijd in hoger tempi toch uitelkaar. Jort trekt het boetekleed aan: “Het is confronterend steeds weer te horen dat bakboord de boot omtrekt. Ik ga dan harder trappen, terwijl ik het met beter bladenwerk zou moeten compenseren.”

Tim zat ook allerminst lekker te roeien. Als slagman behoort hij soepel voor te slaan, niet de kolen voor twee man op het vuur te gooien. Hij kwam gebroken uit de boot.

NOG 4 WEKEN: Het Blok

Terug in Nederland pakken ze na een paar rustdagen de training weer op. Voordat ze dit doen wordt er echter eerst gesleuteld, want Jeroen heeft namelijk besloten een blok in de boot te bouwen.

Door beide stuurboorders direct achter elkaar te zetten, in plaats van om-en-om, hoopt hij Jort’s ontwikkeling in de snelkookpan te gooien. Door het blok komt hij met zijn neus óp Tim te zitten. Tim en hij moeten met elkaar een verbinding aangaan die niet met slappe koordjes, maar via ijzeren staven verloopt. Jort blijft na de uitzet namelijk achterin plakken, maar nu zal hij merken dat Tim wèl doorbeweegt. Halverwege de recover diept Jort en mist daardoor druk bij de inpik. Hij zal merken dat Tim wel druk heeft. Tim en Jort moeten een twee-eenheid gaan vormen.

Jort:Mijn grootste uitdaging is om mijn kracht beter te leren inzetten. Lichamelijk en mentaal. Ik ga er altijd volledig voor, blind. Dat is goed maar het is ook een valkuil. Ik wil die overgave beter leren kanaliseren. Soms ga je harder door minder te doen of je momenten uit te kiezen.”

Tim: “Ik weet hoe ik roei. Dat is goed. Maar ik probeer Jort hetzelfde als de anderen te behandelen. De gedachte moet zijn: we zijn een ploeg, iedereen is gelijk.”

Al na een week klinken er gunstige berichten. Tim: “Het blok geeft Jort een positief gevoel. En ik merk dat hij beter kan volgen. Hij houdt nu ook langer vol en… we varen rechter.”

Op een rustig moment buiten de trainingen om, vertelt Tim dat hij Jort een bijzondere jongen vindt en hem er graag bij heeft.

“Hij heeft humor en ondanks zijn leeftijd is hij heel volwassen. Je kunt merken dat hij veel heeft gelezen. Hij heeft ouders die hem meenamen naar het buitenland, naar musea. Tussen de trainingen gaat hij in zijn eentje naar het museum kunst kijken. Ik zou nooit in mijn eentje naar een museum gaan. Wat ik grappig aan hem vind is dat hij makkelijke dingen heel moeilijk kan maken. Dat zie je vaker bij lichte roeiers, die zijn soms te slim om iets makkelijks ook makkelijk uit te voeren. Ik dóe altijd gewoon. Dat hij nog niet perfect roeit, ach. We hebben nog twee jaar te gaan tot Rio.”

Jort weet hoe ondertussen ook hoe Tim tegen de LM4- aankijkt: als werk. “Maar ik ken Tim ook als iemand die soms iets anders zegt dan dat hij voelt. Het kan best zijn dat hij daarmee speelt. Ik zie in de boot namelijk iemand die heel graag wil winnen. En ik zie zijn inzet. Als hij aan gaat, dan gaat hij ook AAN. Dat is niet de mentaliteit van een loonslaaf. Hij heeft het volgens mij erg naar zijn zin.”

Tim: “Als je twee roeiers hebt en de ene heeft die heilige droom en die ander bekijkt het praktisch, dan zou ik mijn geld zetten op die met die heilige droom. Maar ik roei goed en ik zet me maximaal in. Onderschat dat niet. Of nee, doe maar wel. Denk maar: die Tim is een broodroeier, die gaat niet tot het gaatje. Laat de mensen dat maar van me denken.”

Jort: “Ik wil niet de eerste zijn die afhaakt. Ik wil hun niveau halen – misschien zelfs overstijgen. Daar doe ik alles aan. Op het WK zullen we zien of het voldoende blijkt te zijn.”

Tim over Jort: “Als het er op een gegeven moment echt om gaat, dan zou ik kunnen zeggen: Jort, het is gewoon nog niet je tijd. Hij is ook nog zo jong.”

Jort: “De anderen vinden me leergierig en prettig in de omgang. Ik zorg ervoor dat we na een slechte training of bij een conflict de tijd nemen om het uit te praten. Je bent samen met iets bezig, je wilt iets bereiken. Daar zit een belangrijk sociaal aspect aan en ruis op de communicatiekanalen kan dat proces verstoren. Ik roei omdat ik het leuk vind, niet omdat ik goud wil halen. Die weg naar een WK of de Spelen toe vind ik belangrijk. Ik wil daarom met prettige mensen in de boot zitten anders kan ik niet hard roeien. Je ziet elkaar dagelijks vele uren, het contact is geen gemiddelde werkrelatie. Het is emotioneel, je geeft je ziel en zaligheid aan je sport, je bent vaak moe, zit vaak tegen de uitputting aan – dan ben je soms niet meer zo beleefd tegen elkaar. Dat moet een relatie kunnen verdragen.”

NOG TWEE WEKEN

Het is een hete dag en als een stel afgebeulde seizoenarbeiders loopt de ploeg richting de loods. Voor vandaag staat er nog een laatste training op het programma, maar ze lijken te willen staken. Toch wordt de KNRB56 weer in het water gelegd. Worden de overslagen weer open getikt, is het: weer instappen, weer dat bankje, weer uitzetten.

Op het programma staat: acht keer 20 halen maximaal, tempo 40 plus. Er staat een stevige wind en de eerste meters lijken ze niet in water maar in appelstroop te roeien. De gebruikelijke warming-up laten ze achterwege. Snel die sprints afwerken en dan naar huis: slapen. Jeroen: “Ze klagen dat het te zwaar is, maar rust pakken we straks in Portugal wel.”

In geen tijd zijn er vijf sprints afgewerkt. In weerwil van hun houding, loopt de boot lekker. Nog drie sprints. Met tegenwind. Maar na nummer zes laten ze plotseling lopen. Jeroen kijkt verbaasd naar de overzijde van de baan. Wat nu? Ze maken rond! Terwijl ze er nog twee hebben te gaan. Jeroen begint te lachen: “De luie flikkers.” In de boot is besloten de laatste twee opzetjes met wind mee te pakken. Jeroen: “Kunnen ze daarna ook meteen aanleggen.”

De laatste sprint vliegen ze in tempo 42 over de baan. De klappen zijn hard en solide. Als slagman Bjorn er nog iets bovenop gooit, blijkt dat teveel van het goede: een mishaal. Later op het land: “Was dat nou bijna een snoek Jort? Als je dat straks in de finale doet, dan moet ik naar achter komen om je klappen te geven. Dat kunnen we niet hebben.” De opmerking wordt weggelachen.

Daags daarna reist de hele Nederlandse equipe af naar Portugal voor een trainingskamp. Langs de Bosbaan arriveren de bouwers. Tenten en tribunes verrijzen, het circus wordt opgetrokken. Op het water werkt ster van weleer Jan Wienese (OS Mexico, 1968, goud), in kalm tempo zijn training af op een verder lege baan.

Credits fotografie: Anja van den Herik

Lees hier het andere deel van het verhaal van Ferry:

Deel 1 – De ploeg

Deel 3 – Het WK

De boot niet doodrijden, maar samen laten vliegen – de ploeg

De boot niet doodrijden, maar samen laten vliegen – de ploeg

De Nederlandse LM4-: vier jongemannen met  één bestemming: de Olympische Spelen van 2016. De nestor van de ploeg (Tim Heijbrock) hoopt in Rio de smaak van Londen 2012 weg te spoelen. De benjamin van het team, Jort van Gennep, staat er nog onbevangen in. Schrijver-journalist Ferry Wieringa volgde de ploeg in de aanloop naar het WK. Een verhaal over ploeggeest, overgave en de dunne lijn tussen wel of niet vooraan varen.

Deel I: De ploeg

 

Een ochtend in juni 2014, het is iets na negen uur en de zon laat er geen misverstand over bestaan: vandaag gaat hij er een snikhete dag van maken. Vanuit het ‘OTC’ (Olympisch Trainingscentrum) aan de Bosbaan komen drie jongens aangelopen. Tengere knapen, gestoken in kleding die weinig meer behelst dan een polyester/lycrapakje en shirt. Aan de voeten slippertjes, modieuze sportschoenen en één van hen op een stevig soort instappers. Al babbelend – er wordt een bidonnetje opgegooid, twee duwen en trekken een beetje aan elkaar – loopt het drietal richting de laatste van de botenloodsen die zich aan de kop van de roeibaan bevinden.

In een stelling van de laatste ligt de KNRB56, het Empacher schip van de nationale Lichte Mannen vier-zonder (LM4-). Maar als deze jongens de bemanning zijn, dan betekent het dat het er nog aan één ontbreekt, want waar is dan de slagman?

Twee nemen de vertraging voor lief – het is ochtend, rustig aan en daarbij: het WK is pas over twee maanden en een beetje. Maar boegroeier Joris Pijs is korzelig. Hij loopt naar het wandrek, pakt er de vier riemen uit en beent naar het vlot.

DE AANHOUDER

Joris Pijs (1987), hij heeft er veel voor gedaan om hier te komen. Gedaan én gelaten. Nu hij er dan eindelijk bij zit, wil hij zijn tijd optimaal besteden. Het WK staat immers voor de deur. Ja, als het een afspraak voor de kapper betreft, zijn twee maanden een oceaan van tijd, maar voor een roeiploeg die sinds februari bij elkaar is en met nog aardig wat losse eindjes te kampen heeft, kunnen twee maanden aanvoelen als overmorgen.

Om een laatste gooi te doen naar de Spelen heeft hij zijn maatschappelijke loopbaan in de koelkast gezet. Joris (baardje, een warrige, weelderige bos krullen) is afgestudeerd als Technisch Bedrijfskundige en voordat hij voltijd en met volledige inzet zijn steentje gaat bijdragen aan het mooier en schoner maken van de aarde, wil de roeier van Gyas als slotakkoord van zijn sportloopbaan nog eenmaal op het hoogste platform optreden – en de LM4- moet hem daar brengen.

In 2012 werd hij niet geselecteerd voor de vier. Hij had er alles voor opzij gezet, was van Groningen naar Amsterdam verhuisd, had zijn leven zo ingericht dat hij met de dagelijkse trainingen en selecties kon meedoen. Maar de bondscoach sprak zijn vertrouwen in vier andere roeiers uit.

Joris ging niet bij de pakken neer zitten. Hij weet: wrijving geeft glans, tegenwind kweekt sterke benen. Een winnaar word je door telkens weer op te krabbelen nadat je gevloerd bent. Houd je dat langer vol dan de ander, dan kom je d´r ook. Dat zou je zijn grondtoon kunnen noemen – dat, verrijkt met de nodige eigenzinnige noten.

Direct na zijn afwijzing begon hij met een mede-afvaller een ‘dissidenten twee-zonder’. Hij wilde laten zien dat hij wèl in die ploeg thuishoorde. Op eigen kosten en zonder bondsbegeleiding, trainde en racete hij, samen met Arnoud Greidanus. Nog datzelfde jaar versloegen zij op het NK ook zware twee-zonders, bij de World Cup wonnen ze zilver, op het WK werden ze tweede. Maar de plek in de Olympische LM4- bleef hem onthouden. De jongeman die vroeger als kind de wilskracht had klassieke pianostukken in te studeren, toonde zich geduldig en zette zijn zinnen op de volgende Spelen: Rio 2016.

Terwijl Joris de riemen bij het vlot neerlegt, rekt Bjorn zich nog eens uit. Als hij een bekende ziet staan, loopt hij erop af en begint een praatje. Nog 120 trainingen te gaan. Geen haast. Twee wedstrijden, een afsluitend trainingskamp en dan pas is het zover: de eerste WK heat.

EEN LAATSTE KANS

Bjorn van den Ende (1986), ook al zo’n oude bekende in het kleine dorp dat toproeien heet. Hij heeft de uitstraling van een surfjongen die met een strootje duingras in de mond zijn dagen aan de kust slijt. Lukt het vandaag niet, dan wel morgen. Hij roeit sinds zijn tienerjaren. Bij Pampus begonnen en later bij Skøll belandt. Maar dat was zeven jaar en 35 kilogram geleden. Hij kreeg daar namelijk te horen dat zijn kansen op toproeien aanzienlijk groter waren als hij ‘licht’ zou roeien.

Was dit een studentengrap?

Bjorn woog 105 kilogram! Bjorn nam de opmerking in ieder geval niet licht op en de 1 meter 88 lange, blonde roeier met heldere blauwe ogen weegt nu geen gram meer dan 72,5 kilo.

In 2010 schopte hij het tot de nationale Lichte Acht (wereldbeker zilver). Leuk, maar dit was geen Olympisch nummer. Maar twee jaar later lukte hem wat Joris niet lukte: Bjorn zat bij de LM4-. Daar liep hij in het sporterswalhalla met het geluid van klotsend Olympisch roeiwater in zijn oren. Maar toen het startsignaal in Eton Dorney viel…. stond hij op de wal. Want hij zat weliswaar bij de groep, maar niet erin. Reserve Bjorn kwam niet in actie. Ben je in Rome, mis je de paus. Maar hij vond het geen probleem, “Alles voor het team.” Nu hij echter richting de dertig gaat, moet het er toch maar eens van komen: Rio!

Jeroen Spaans, de coach, komt aangefietst. Kort geknipt, teenslippers, short en het korenblauwe KNRB-shirt. Hij heeft nog kleine oogjes en vanuit het krat voorop zijn fiets kringelt er een slierpluimpje: hij heeft een mok dampende koffie kunnen oppikken. Hij heeft de gezonde kleur van het buitenleven. Qua lichaamsbouw heeft deze ex-roeier (OS 2000, Sydney, óók LM4-) het tanige, dat veel lichte toproeiers uit duizenden herkenbaar maakt, achter zich gelaten. Bij hem de sporen van een minder ascetisch bestaan – vaderschap, wijntje. Nee, de tijd dat het naaldje van zijn weegschaal bij 72,5 moest stoppen, is voorbij. Sinds twee maanden coacht hij de LM4-.

Terwijl de derde roeier zijn fles vult kondigt het geklepper van teenslippers op stoeptegels, de komst van de laatste van het viertal aan: de slagman. Als enige is hij, Tim Heijbrock (Willem III), al met blote bast. Maar over Tim dadelijk meer, want het is tijd om te gaan.

De ploeg vat de Empacher bij de boorden en tilt hem naar het vlot. Na een korte bespreking worden overslagen opengetikt, strokecoaches bevestigd. Boeg Joris krijgt de portofoon van Jeroen. Als slagroeier Tim ook zijn riem wil pakken en zich voorover buigt naar de laatste op het vlot, begint hij te lachen en klinkt het: “Joooort?” Jort is de vierde roeier, ook over hem dadelijk meer. Jort en Tim bemannen de stuurboordzijde, maar nu staat hij met het hoofd schuin naar de baan te staren. Het klinkt nogmaals: “Jooooort?” Nu hoort hij het wel.

“Ja Tim.”

“Mag ik vragen wat je in godsnaam met mijn riem doet?”

Jort kijkt naar de riem waar hij al een minuut mee in zijn handen staat. Ook hij constateert dat dit inderdaad niet de zijne is. De anderen barsten los:

“Lekker bezig Jort.” En: “Zijn we wakker?”

Tim neemt zijn riem aan en de ploeg maakt zich klaar om in te stappen.

 

DE NESTOR

Tim Heijbrock in de boot zien zitten is als kijken naar een elegante man in zijn Italiaanse maatpak. De kuip, het bankje, de verhoudingen tussen zijn lichaam en het schip, de riem in zijn hand – het klopt. Hij is rank en zou ook voor een danser kunnen doorgaan. Buiten de boot komt hij bedeesd over, maar in de boot laat hij zijn lichaam boekdelen spreken. In de ploeg spreken ze over hem alsof hij geen mens maar een krachtcentrale is. Jort: “De eerste keer dat hij aanging voor een opzetje, dacht ik: wat gebeurt hier?” Bjorn: “Tim heeft er zo’n ongelofelijke motor in liggen, die wil je erbij hebben.” Bjorn doelde met deze opmerking niet op Tim’s NOC*NSF-Volkswagentje.

Maar dat Tim (1985) erbij zit, mag verrassend genoemd worden, want was hij niet gestopt?

Als enige van het stel is hij, de nestor, ´aan gene zijde´ geweest. Twee jaar geleden lag hij in Eton Dorney op de Olympische Spelen van Londen aan de start. A-finale, yes sir. Daar waar normale mensen op televisie naar kijken, daar wás Tim.

Op zijn dertiende was hij begonnen met roeien, bij Pampus in Almere. Toen hij een internationaal toernooi bezocht en vijf van de zes nummers won, dacht hij: dit is leuk. “Ik was voor het eerst in het buitenland, in een mooie omgeving, ik won en Bjorn (van den Ende, Tim’s neef en beste vriend, FW) was er bij.”

Dertien jaar later is het jeugdtoernooi in Engeland verruild voor Londen 2012. De LM4- heeft baan 1 geloot – de buitenbaan waar die dag veel wind op staat. Maar de wind blijkt bij lange na niet de grootste tegenstander. De andere ploegen evenmin.

Het oplijnen duurt lang. De televisiekijker ziet hem zitten: positie twee in de boot, stuurboordriem in de hand. Hoeveel mensen weten hoe lang hij hiervan heeft gedroomd? De rest van de ploeg bestaat uit boegroeier Roeland Lievens – fijne jongen, kon Tim het goed mee vinden – en achterin zit het beroemdste en beruchtste slagenpaar van Nederland: de eeneiige tweeling Vincent en Tycho Muda alias ´de Muda’s’. Beroemd omdat zij sinds hun komst in het highbrow roeiwereldje een frisse wind hebben laten waaien: het hart op de tong, zeer zelfbewust, een voorkeur voor hardcore house, een eigen website met grappige filmpjes waarin zij de hoofdrol spelen.

En berucht. De buitenstaander ziet een ploeg die zeker kansen op een medaille heeft. Maar zij die beter weten zien in baan 1 een boot die al maanden een diepe, brede scheur door het midden vertoont. De vermaledijde wind valt in het niets bij wat de boot werkelijk afremt. Vanaf het begin was er een botsing van karakters. De gedreven tweeling heeft een sterke wil en legt die zonder terughoudendheid ook anderen op. In discussies blijkt hun mening wet. Opvattingen over de haal, indeling van de wedstrijden – zij hebben het antwoord. Coach John Faulkner kon in trainingen roepen wat hij wilde, maar als de Muda’s geen vast blad wilden varen, gebeurde het niet. De minder rap van de tongriem gesneden Tim werd van binnen verscheurd; enerzijds wilde hij uitstappen, anderzijds lonkten de Spelen.

Om frustraties weg te nemen en de machtsverhouding in evenwicht te brengen, werden andere coaches en zelfs een psycholoog geraadpleegd. Maar de grote Muda-show bleef het programma domineren. Het voor-Olympische jaar verliep sportief ook dramatisch. Blessures, ziekte. Een ticket voor de Spelen bleef lang onzeker. Toen op het WK in Bled (kwalificerend) boeg Roeland ziek werd, ontploften de Muda’s. Furieus waren ze. Dat uitgerekend hen dit moest overkomen. Ze vonden het onuitstaanbaar. Goed, Roeland, kon er niets aan doen. Nee, dat niet.

Later werd het ticket alsnog veilig gesteld.

Eton Dorney. Tim aan de start en in plaats van de gedachte: “Jongens, we gaan samen door het vuur!” klinkt het in zijn hoofd: “Waarom ben ik hier? Wat doe ik met deze jongens in de boot?” Als het licht verspringt verdringt de acute injectie van adrenaline alle onhandige gedachten, maar als er geschakeld wordt naar een baanhaal ziet hij de tweeling weer voor zich. Hij voelt de pijnscheuten van het eerste zuur en op dat moment duikt de gedachte op: “Ik stop, ik stop nu met halen maken.” Moet hij met deze jongens zijn droom beleven?

Maar Tim verbijt zijn twijfel – door te stoppen zou hij ook Roeland laten zakken – maar de ploeg zal als laatste eindigen.

Terug in Nederland besluit hij een punt achter zijn roeiloopbaan te zetten (én nooit meer met die broers samen in een boot te stappen). Hij haalt zijn studieboeken (Voeding en Diëtiek) weer boven tafel en ondertussen zal hij moeten gaan uitkijken naar een baan want zijn A-status (lees: salaris) zou hij binnenkort kwijtraken. Maar, vraagt hij zichzelf af, wat voor werk zoek ik eigenlijk? En wat wil ik straks met die studie aanvangen? Als een paar maanden later Bjorn aan de lijn hangt hoeft hij niet lang over zijn voorstel na te denken: ze gaan meedingen naar een plek in een nieuwe lichte vier zonder.

Maar Londen heeft bij Tim zijn sporen achtergelaten. Een ploeg kan, in plaats van een hechte groep met wie je winst viert en verlies betreurt, ook een mijnenveld zijn. Nee, dromen over medailles, er alles voor over hebben – zo denkt hij er niet meer over. Er moet gedokt worden. Geen vrijwilligerswerk meer voor hem. “Ik wil best roeien, maar wel voor geld. Als mensen dat vreemd vinden, dan is dat maar zo.”

Tim, Bjorn, Joris en zijn twee-zonderpartner Greidanus worden verkozen tot de Rio LM4-, maar als Greidanus enige tijd later besluit te stoppen, wordt er in februari 2014 een nieuwe roeier geselecteerd: Jort van Gennep.

DE BENJAMIN

Slechts negentien lentes jong en als het op wedstrijdervaring en roeitechniek aankomt, mag hij van zijn ploegmaten de riemen dragen. Dat de bond hem koos werd ‘in roeikringen’ opmerkelijk, zelfs onbegrijpelijk genoemd. Zelf heeft Jort (geboren in 1994, lid van Nereus) het over “een avontuur” en “het vetste dat me kon overkomen.” Jort van Gennep, de benjamin. Of om met Tim te spreken: “Onze feut.”

Hij is leergierig, enthousiast, klaar van geest en krachtig van lichaam. Op de roeimachine maalt hij de 2 kilometers weg in 6 minuut 15. Bonkige vormen met een hoofd uit klei geboetseerd. Een buitenmens die over akkers schuimt, aardappels raapt, de wolken leest en vaarzen vraagt hoe zij de wereld zien. Een jongen die urenlang naar een mierenhoop staart om het systeem van dat insectenvolkje te analyseren. Komt er tijdens het afstellen van de boot een hond langs, dan is zíjn aandacht niet meer bij dolpennen, hoeken en graden. Zo vaak als zijn gezicht op lachen staat. Hij vindt het allemaal fantastisch.

Rio had de student Politicologie niet op zijn kalender staan. “Ik had wel roei-ambities, maar als ik aan de Spelen dacht, dan die van Tokio in 2020.” Hij is talentvol, zeker, maar of hij de ploeg op het aanstaande WK al ten volle van dienst kan zijn, is de vraag. De tijd is kort en in het LM4-veld kun je niets laten liggen. Alles moet kloppen.

Lees ook de andere delen van dit verhaal:

Deel 2 – De voorbereiding

Deel 3 – Het WK

Credits Fotografie: Anja van den Herik

Die jongen uit de klas die net iets te veel eet…

Die jongen uit de klas die net iets te veel eet…

In de week waarin de Leidse waterpolomannen van cult-vereniging ‘De Zijl’ het NOS Sportjournaal haalden wegens hun verrassende resultaten in de Hoofdklasse, is er ook een andere oud waterpoloman die al langer met zijn krachten smijt: Stef Broenink. Erkend ergometerkanon; trapte op zijn eerste 2-kilometer selectietest voor de talentenacht van Njord drie jaar geleden 6.23, zag andere roeiers bijna hun bewustzijn verliezen en wist dat hij meer wilde. Korte tijd later stond er 6.07 op de klokken, en Broenink? Hij was iets vermoeider inderdaad.

We spreken ruim twee jaar later, op de officiële Open NJord Ergometer Kampioenschappen (ONJEK), waar elke Njord-roeier die de NKIR start een generale repetitie doet. Broenink is moe, niet kapot, dit keer staat er 5.48,8 op de klokken. Broenink: “Mijn test ging vrij gemakkelijk. Ik had afgesproken dat ik mijn eindsprint zou bewaren voor over anderhalve week. De start van het seizoen was goed dit jaar, daardoor ben ik nu al vrij fit. Het plan voor nu is om voor de NKIR nog een paar intensieve trainingen te doen, om gewoon je lichaam de juiste prikkels te blijven geven. Die trainingen zijn ook bedoeld om het hoge ritme in de vingers te krijgen en vertrouwen te kweken, zodat ik goed weet wat ik zaterdag over een week precies kan.”

Over de concurrentie in de Sporthallen Zuid: “Ik heb al een tijdje niet meer naast iemand gezeten die vergelijkbare resultaten neerzet op de ergometer. Naast Roel Braas zijn er meerdere gasten die onder de 5.50 zijn gegaan. We gaan zien wat het wordt!” Verder is het evenement niet verplicht voor zware bondsmannen, waar Broenink met zijn 105 kilo tegenwoordig ook deel van uitmaakt, daarom verwacht hij dat het veld niet extreem sterk bezet zal zijn. “Alleen als je het echt leuk vindt om te starten natuurlijk”. Hoe uniek is zijn tijd? Het huidige Nederlands Record staat op naam van Braas, met 5.47,2. Volgende week zal hij in ieder geval met vol vertrouwen dit record aan gaan vallen. Broenink: “Het wordt voor mij de eerste keer dat ik mee ga doen met de grote mannen. Het zal dus wel even wennen zijn om echt ‘live’ de competitie aan te gaan met de rest. Ik ben benieuwd hoe ik hier op zal reageren. Maar het belangrijkste vind ik vooralsnog om een goede 2k te trappen en een resultaat neer te zetten waar ik zelf tevreden mee ben.”

MerijnSoeters-2868De fundering is naar eigen zeggen gelegd tijdens zijn actieve waterpolo-periode, waarin Broenink 5 tot 6 keer per week trainde als reservekeeper bij het eerste team. In zijn studententijd bleef hij een jaar keepen, switchte naar rugby, trainde daar maar eenmaal per week en werd lid bij het Leidsch Studenten Corps Minerva. “Veel Minervanen roeien de Ringvaart. Ik ook. Toen vond ik het eigenlijk best wel leuk, dat roeien, al konden we er niks van natuurlijk”. Inmiddels heeft hij aansluiting gevonden bij de nationale selectie, waar hij voornamelijk skifft of in de twee-zonder stapt met Harold Langen. Broenink benadrukt dat hij erg onder de indruk is van Braas en diens prestaties tot dusver. “Dit jaar ga ik mijn best doen om het maximale er uit te halen en te zien waar mijn eigen grenzen liggen. Als dat dan sneller blijkt te zijn dan het NKIR record van Braas zou dat echt de kers op de taart zijn, maar ik moet eerst maar eens kijken wat hij dit jaar gaat neerzetten.” Rio is uiteraard een van de doelen, maar de weg ernaartoe is nog onduidelijk. Veel trainen en de grenzen van de ergometer op blijven zoeken zullen ongetwijfeld belangrijk blijven.

Schoolroeien
Terwijl schoolvoetbal al geruime tijd meeloopt op basisscholen, lanceert de KNRB een nieuw initiatief. Middelbare scholieren die al bekend zijn met de roeisport krijgen de kans om vrienden en vriendinnen uit te nodigen voor de vorming van een heus schoolroeiteam. Het hopen is natuurlijk op de ontdekking van een volgende Broenink of Braas. Op de lange termijn moeten dit soort ideeën dan ook bijdragen aan een grotere vijver voor de KNRB om uit te vissen. Willem Stohr, juniorencoordinator van RV Willem III geeft de insteek duidelijk weer: “We kennen allemaal wel die jongen of dat meisje uit de klas die geen bal vangt, net iets te langzaam praat en net iets te veel eet. Kortom, een typische roei(st)er. Alleen roeien ze nog niet. Deze figuren proberen we op een leuke manier kennis te laten maken met roeien”.

In de praktijk komt het neer op teams van vier scholieren, die in estafettevorm over totaal 2000 meter zullen strijden om zich te kronen tot beste roeischool van ons land. Daarnaast wijst elke juniorenroeier als ‘captain’ van zijn team, een jongen of meisje aan die in het individuele schoolveld om de knikkers mee gaat doen. Deze zogenoemde jokers maken kans op een dag meetrainen met de selectie van Ronald Florijn (bondscoach junioren, red.) en krijgen een roeipakje. Het schoolveld zal op het NKIR om elf uur aanvangen en is ingedeeld per jaarlaag voor de nodige eerlijkheid. Volgens Stohr is juist deze leeftijdscategorie ook een schot in de roos omdat “veel kinderen rond hun 13de tot 15de levensjaar uitgekeken raken op spelletjes als hockey en voetbal. Roeien is dan een leuke nieuwe uitdaging”.

Stohr vervolgt: “De ambitie van Ronald Florijn is om het aantal junioren in Nederland te verdubbelen. Ik heb ervaring met het juniorenbeleid bij zowel de Rosendaalse als Willem III en het probleem is bij die groei tweeledig; enerzijds is er een aantal verenigingen waar het juniorenroeien èrg groot wordt. Anderzijds zijn er verenigingen die groeiende juniorenstromen vakkundig weten te beëindigen. Door een léuk evenement te organiseren proberen we de vijver zoals gezegd te vergroten. Daarnaast proberen we met dit initiatief inderdaad te zoeken naar die ene rugbyer of waterpoloman die op zijn vijftiende al langer en breder is dan ikzelf”.

 

Meer foto’s van het NKIR? kijk op de website van Merijn Soeters.

Pin It on Pinterest