Minxia Peddemos: ‘Toen ik een filmpje van de paralympische kampioenen zag, was ik om’

Minxia Peddemos: ‘Toen ik een filmpje van de paralympische kampioenen zag, was ik om’

Na jarenlange afwezigheid doet Nederland weer mee in de mixed vier-met-stuurman bij het paraoeien. Eén van deze roeisters is Minxia Peddemos (23). Komend weekeinde doet zij mee aan de wereldbekerwedstrijden in Poznan. Lees hier haar verhaal.

Minxia wordt in 1996 als baby in China op straat gevonden. Vanwege de éénkindpolitiek is het al weinig populair om een meisje te houden en daar komt nog eens bij dat ze is geboren zonder linkerhand. “Het was al snel duidelijk dat mijn toekomst in het weeshuis bepaald was. Ik werd vooral geacht de andere kinderen te verzorgen of om op straat te overleven. Geregeld werden kinderen weggehaald ter adoptie, maar voor meisjes als ik was dat onwaarschijnlijk.”

Levensdrang

Haar kansen keren als een juf ontdekt dat Minxia ontzettend snel kan leren: ze gaat drie keer zo snel door de stof als alle anderen en is goed tijdens de muziek- en sportlessen. ‘’Deze bewijsdrang, ik noem het liever levensdrang, heeft mij gered.Ook was ik erg eigenwijs, wilde steeds buitenspelen terwijl dat eigenlijk niet mocht. Maar of dat geholpen heeft, betwijfel ik”, zegt ze lachend. Haar juf zorgt ervoor dat Minxia op haar zesde jaar door een Amsterdams echtpaar met een ander geadopteerd kind wordt opgehaald.

Schoonspringen
Minxia lijkt niet te lijden onder de omstandigheden van haar vroege jeugd. “Ik heb een zogeheten roots-reisgemaakt toen ik 10-jaar oud was om mijn weestijd een plekje te kunnen geven. Daar ben ik mijn ouders dankbaar voor. Maar dat ik goed terecht ben gekomen, komt bovenal door mijn familie. Van hen mocht ik gewoon kind zijn.” Ze groeide op in een woonboot aan het IJ en sportief als haar ouders zijn, doet ze tal van (water)sporten op competitief niveau in het valide veld. “Ik heb bijvoorbeeld aan voetbal, triatlononderdelen, zeilen en schoonspringen gedaan. Schoonspringen, omdat een atleet met dezelfde naam olympisch en wereldkampioene was.”

Viergever
Als Minxia in het najaar van 2015 in Wageningen gaat studeren, lijkt roeien bij Argo een logische stap. “De vader van Govert Viergever was mijn docent Nederlands en hij drukte ons op het hart fanatiek mee te doen aan het studentenleven, bijvoorbeeld door te gaan roeien zoals zijn zoon. Dat leek de perfecte sport voor mij: een combinatie van duur-, water- en teamsport en dan ook nog eens bij een studentenvereniging.”

Minxia.Peddemos

Scullen
Ze had zich echter niet gerealiseerd dat roeien lastig zou kunnen worden. “Ik had pas tijdens de wedstrijdselectie door dat eerstejaars lichtgewicht vrouwen scullden in plaats van boordroeien. Omdat ik vrijwel nooit stilsta bij mijn beperking had ik daar niet aan gedacht.” Zo goed als ze kon stortte ze zich dan maar op het competitie-roeien, maar al snel lukte dat niet meer vanwege pijn aan haar rechterschouder.“Ik heb nog wel wedstrijden van de NOOC-competitie gestart en ook ‘getaart’ (winnen, red.), maar het niet kunnen wedstrijdroeien frustreerde me toch. Ik kreeg last van een schouderblessure, waardoor ik veel minder kon trainen dan ik wilde.”

Britten
Net wanneer Minxia zich daarbij neer weet te leggen,wordt zij door de bond benaderd of ze zich wil classificeren voor het PR3 veld, voor mensen met een kleine beperking. Het duurt echter even voordat ze zich er toe kon zetten in een paraboot te stappen. “Eerst wilde ik nog meedraaien met de vereniging met commissies en coach werk, want het paraveld voelde bijna als toegeven dat ik een beperking heb. Tijdens een coachvergadering liet iemand mij een filmpje zien van de Britten die in de mixed vier goud wonnen bij de Paralympische Spelen. Toen was ik snel om.”

Prothese
De bond heeft op dat moment vier roeiers gevonden voor de mixed vier-met. Eind maart 2018 wordt ze gevraagd om een keer met ze mee te trainen.Tijdens die sessie is ze al snel verkocht. “Ik kwam erachter dat het eigenlijk heel leuk is om met andere para-atleten te gaan roeien. Op een vereniging val je algauw tussen wal en schip in het wedstrijdveld. Daarnaast was het heerlijk om weer terug in de roeiboot te zijn.” Via Team Stelorthopedie in Tynaarlo krijgt ze snel daarna een geschikte prothese, waardoor ze nu zonder angst voor blessures kan trainen.

Deadliften
Het enthousiasme voor het parateam is wederzijds. De coaches nodigen haar uit om vast mee te trainen met de vier. Afgelopen oktober haakt een van deze roeisters af, waardoor Minxia haar plek in de boot krijgt. Minxia blijkt minstens zo’n goede vervanger. “Ik ben weliswaar kleiner, maar ben met mijn linkerarm sterker dan met de rechter. Mensen verbazen zich daar vaak over, maar ik heb mezelf ooit voorgenomen dat waar ik minder handig was, ik dat met kracht moest kunnen compenseren. Mijn linkerarm is dus extra goed getraind, ik kan gewoon met 80 kilo deadliften.”

Varese
Een paar weken terug roeit het kwartet haar eerste internationale wedstrijd in Varese. “Dat was een leerzame ervaring, we hebben leren racen en haalden twee keer de A-finale. Dit was überhaupt mijn eerste 2-kilometer wedstrijd die ik kon roeien. Ook betekende dat voor het eerst de boot wegen, het classificeren van de beperkingen en langs de dopingautoriteit.We denken nog veel progressie te kunnen boeken: we waren die zondag bijvoorbeeld al een minuut sneller dan op die vrijdag. Komend weekend bij de tweede wereldbeker willen we onze progressie van de afgelopen weken laten zien.” 

Tokyo
Sinds afgelopen maart traint de vier dagelijks op de Bosbaan. “Het doel is om ondanks de korte voorbereidingstijd ons te plaatsen voor de Paralympische Spelen in Tokyo. Dan moeten we bij het WK in september bij de eerste 5 eindigen. Dat vergt een professionele aanpak.” Minxia probeert het zo goed als het kan het te combineren met studie en werk. “Grofweg studeer ik maandag en dinsdag in Wageningen en ben ik de rest van de tijd in Amsterdam. Waar kan draai ik shifts bij Roeicentrum Berlagebrug. Ik heb het geluk dat alle betrokkenen mij goed ondersteunen.”

D4- woedend op FISA: ‘Hoezo moeten wij een geel hesje aan bij World Cup II ?’

D4- woedend op FISA: ‘Hoezo moeten wij een geel hesje aan bij World Cup II ?’

Bekijk het maar: we komen niet!
D4- woedend op FISA: ‘Hoezo moeten wij een geel hesje aan bij World Cup II ?’

Hij viel rauw op haar dak: de brief van de FISA waarin Veronique Meester en haar ploeggenoten werd gemeld dat ze bij World Cup II een geel hesje moeten dragen. 

Peter lambert, John Collins, Jonny Walton and Jack Beaumont celebrate on the podium during The FISA World Rowing Cup

“Heel raar dat FISA politiek en sport wil vermengen en uitgerekend onze ploeg daar als uithangbord voor wil gebruiken. Laat die FISA bobo’s lekker zelf zo’n geel hesje aandoen als ze zo ontevreden zijn”.

“Ik had contact met meiden uit de ploegen die zilver en brons wonnen tijdens World Cup I en hen is dus niets gevraagd. Echt super oneerlijk deze willekeur!” aldus een strijdbare Ymkje Clevering. 

“Ik vind Nederland gewoon een gaaf land. Ik wil me op geen enkele wijze associëren met een groep tokkies die niemand duidelijk kunnen maken wat ze willen verbeteren aan ons land maar die wel elke week met hun grote bek ergens op straat staan te blèren”, zegt Karolien Florijn terwijl ze een banaan eet. 

Ellen Hogerwerf is vastberaden: “Deze World Cup slaan we uit protest over en één ding staat vast: mocht FISA president Jean-Christophe Rolland bij World Cup III de blikken uitreiken, mooi dat ik hem dan geen hand ga geven, ik hou gewoon mijn telefoon aan mijn oor op het erevlot”.

Foto vrouwen vierzonder: Ellen de Monchy

Net uit de boot: Edith Schippers

Net uit de boot: Edith Schippers

Sfeer in de sport is erg belangrijk

Even voorstellen
Ik ben Edith Schippers en ik roei! Ik ben Minister van Volksgezondheid*, Welzijn en Sport, getrouwd, één dochter en woon in Baarn. Ik roei vandaag weer na een zomerstop van drie maanden.

Lekker geroeid?
Heerlijk! Hoe kan het ook anders bij dit weer? (Strakblauwe lucht, warm zonnetje, weinig wind, red.) Omdat ik een tijdje niet had geroeid, heb ik wel wat blaren. Maar het was de moeite waard.

Hoe vaak zit je op het water?
Een keer in de week. Op zaterdagochtend is er hier inlooproeien. Dat is een geniale uitkomst, want zonder dat had ik het niet weer kunnen oppakken. We hebben een groep die komt opdagen, of niet. Het zijn mensen met een druk bestaan die in verschillende samenstellingen roeien. Als ik een politieke bijeenkomst heb, als minister van sport bij een WK of EK aanwezig ben of op reis ben voor een internationaal bezoek, dan dupeer ik mijn team niet. Daarom is dit ideaal.

Hoe ben je met roeien begonnen?
In mijn studententijd, bij Njord in Leiden. Daar had je wedstrijd- en fuifroeien; ik ben natuurlijk een fuifroeister. Maar we deden ook aan competitieroeien: we trainden twee keer per week en dan hadden we in bepaalde seizoenen op zaterdag wedstrijdjes tegen andere studentenroeiverenigingen.  Dat heb ik een jaar of twee, drie gedaan, in een boord-vier. 

Train je ergens voor?
Nee, ik doe het puur voor de ontspanning en ik doe het vooral voor het buiten-zijn. Ik heb één keer een tochtje meegeroeid hier op de Eem, naar het Randmeer. In stralende zon heen en in stromende regen terug, haha!

Wat was je mooiste belevenis?
Nou, de studententijd was wel heel erg mooi. Zeker die wedstrijden, die ik dan wel graag wilde winnen. We hadden een ontzettend leuke ploeg. En wat ik hier heel fijn vind, is de ontspannenheid op deze vereniging. Het is gemoedelijk en gezellig. Ik vind dat prettig, want ik roei niet om een prestatie neer te zetten en daarom vind ik de sfeer in de sport wel erg belangrijk.

Wat betekent roeien voor je?
Ontspanning, buiten zijn, even je hoofd leegmaken. Het is belangrijk om naast je baan je spieren aan te zetten. Ook in de winter is roeien heerlijk; het gekke is dat het soms lijkt te regenen maar als je in de boot zit, stopt het vaak ook wel weer.

*artikel is geschreven in oktober 2015 toen Edith Schippers Minister was in het tweede kabinet Rutte.

Pal naast de start

Pal naast de start

Sebastian Franke (56) woont sinds een jaar of zeven in een dijkhuis in een Nederlands aandoend rivierenlandschap. De slingerende hoge dijken aan de oostkant van Hamburg zijn dan ook in de middeleeuwen door Hollanders aangelegd, vertelt Franke. Zijn huis...

Lees meer

Boris (15) bezoekt NOC-NSF talentdag: “Uit alle testen blijkt dat ik volkomen talentloos ben”

Boris (15) bezoekt NOC-NSF talentdag: “Uit alle testen blijkt dat ik volkomen talentloos ben”

De 15-jarige Boris uit Kudelstaart bezocht onlangs op voordracht van zijn gymdocent een NOC-NSF talentdag op Papendal. Tijdens deze testdagen zoekt het olympisch comité naar onontdekt sporttalent.

Na het afleggen van een serie testen blijkt dat de boomlange Boris een talentloze stumper is zonder enige vorm van aanleg voor welke sport dan ook.

Boris die dagelijks zes uur gamend op de bank in zijn ouderlijk huis doorbrengt ziet dat anders. “Waar veel kinderen na het behalen van hun zwemdiploma starten met een sport, heb ik me de afgelopen jaren eerst de kunst van het herstellen eigen gemaakt. Een niet te onderschatten onderdeel in topsport.”

“Ik bezit inmiddels de zwarte band in chillen”, aldus een zeer relaxte Boris.

Veel leeftijdsgenoten nemen hun herstel niet serieus. Die praten bijvoorbeeld terug tegen hun ouders als die hun op de bank hangende puber wat vragen. “Nooit doen! Kost energie en voegt niets toe aan je herstel.” Of ze staan voor twaalf uur op. “Heel dom! ‘De Tour win je in bed,’ zei de laatste Nederlandse tourwinnaar toch!”

De moeder van Boris is erg met goede voeding bezig voor haar oogappel.

Boris zweert zelf bij paprika chips van Lays. “Een heel mooi natuurproduct en daarnaast zit 60% van alle zuurstof op aarde opgeslagen in de zakken van Lays, en wat heb je nodig als je gaat sporten? Precies!”

Boris legt de testresultaten schamper naast zich neer. “Je zou meer professionaliteit verwachten van onze nationale sportkoepel.”

Morgen start Boris met het terugkijken van alle seizoenen Game of Thrones.

Ik denk dat er niemand in Nederland zo uitgerust naar de Olympische Spelen van 2028 kan als ik!

Nereus-bootsman Josselin de Jong: ‘Bij mijn eerste Kroegjool hing ik laveloos onder het podium’

Nereus-bootsman Josselin de Jong: ‘Bij mijn eerste Kroegjool hing ik laveloos onder het podium’

Mathijs Josselin de Jong (58) is de derde in onze serie bootsmannen. Hij is al bijna 30 jaar in dienst van het Amsterdamse Nereus. We spreken onder andere met hem over de speciale dynamiek van een succesvolle en grote studentenvereniging. Hij wil er in elk geval nog lang niet weg.

Mathijs komt in het vak na zijn opleiding aan de meubelmakersvakschool in Amsterdam. Die opleiding was een opmerkelijke keuze, want hij had in zijn geboorteplaats Oegstgeest net zijn VWO-diploma behaald. “Ik was altijd al de knutselaar thuis, dus voor mij was dit een logische keus. Maar ik kom uit een universitaire familie. Mijn vader was hoogleraar en die moest wel even slikken. Uiteindelijk vond ook hij het prima, ik moest vooral doen waar ik plezier uit haalde.” 

Vacature
Na een jaar aan het Amsterdamse VOC-schip – dat nu bij het Scheepvaartmuseum ligt – te hebben gewerkt, ziet de 23-jarige een advertentie bij het arbeidsbureau, het huidige UWV. Nereus zocht een opvolger voor Willem Westdorp, die op dat moment al ruim een half jaar met pensioen was gegaan. “Ik heb altijd al wat met bootjes gehad en was fervent zeiler. Vrienden van me hadden geroeid bij Die Leythe, dus ook met de sport had ik wel wat affiniteit.” 

Vloot
Tijdens zijn eerste bezoek en gesprek raakt hij meteen onder de indruk van de toen nog bijna geheel uit hout bestaande vloot. “Daar zat duidelijk structuur in, alleen de werkplaats was een chaos.” Van de 17 kandidaten maakt hij het meeste indruk. “Geen idee wat hielp, ik had een goede brief geschreven en misschien hielp mijn achternaam mee. Ook had ik net een cursus kunststofjachtbouw gevolgd. Dat kwam enorm van pas, want vlak na mijn aantreden kochten we alleen nog maar kunststofboten.” 

Lätta
Specifieke roeigerelateerde zaken leert hij snel van roeiers en coaches. “Toen ik hier net kwam roeide hier de zogeheten Lätta-acht, allemaal erg leuke kerels. Die hadden altijd rond 10:00u na de training een koffie-uurtje. Dan ging ik vaak naar boven en vroeg ik naar het nut van verschillende onderdelen. Dat heeft me erg geholpen. Ook heb ik hulp gehad van andere bootsmannen, vooral Wim Heuvelman van Triton.”

matig_josselin_de_jong

Kroegjool
Het studentikoze karakter van de club schrikt hem niet af. “Ik had geen moeite met die sfeer. Toen ik net was aangenomen waren het natuurlijk ook mensen van mijn leeftijd. Ik kan me de eerste Kroegjool nog goed herinneren. Het was 1991 en Nereus had al lang niet gewonnen. Ik hing laveloos onder het podium, ik vond het geweldig. Ook bleef ik geregeld hangen op donderdagavond bij de borrel. Nee, men vond het niet raar. Ik had zelfs het idee dat het gewaardeerd werd.” 

Bestuur
Het werk doet hij al die jaren nog steeds met veel plezier. “Natuurlijk baal je wel eens van die lakse studenten, maar buiten de eerstejaars competitieroeiers – die wel echt dom zijn – , gaat vrijwel iedereen op de vereniging redelijk verantwoord om met het materiaal. Het jaarlijks wisselen van besturen is soms lastig en in het verleden boterde het in een enkel geval niet goed. Maar over het algemeen heb ik niets te klagen. In al die tijd is er slechts een enkeling geweest waar ik echt een hekel aan heb gehad.” 

C4-en
Een piek in zijn werk is er altijd als de eerstejaarswedstrijdselecties in het najaar zijn afgelopen. “De houten C4-en zorgen altijd nog voor het meeste werk. Het mag het minste tijd kosten, maar worden wel het slechtst gebruikt. Men denkt altijd dat de Afroeiperiode het vervelendste is, maar dat valt erg mee. De Afroeicommissie zit er dan bovenop. En tijdens de selecties zijn er verantwoordelijke (hoofd)coaches. Het gaat pas mis als de roeiers worden losgelaten en er niemand meer op let.” 

Bestuursbak
Mathijs vindt niet dat er erg veel veranderd is in al die jaren. “Natuurlijk zijn dingen anders. Een zegen vind ik bijvoorbeeld dat er geen houten spanten meer zijn die vervangen moeten worden. Dat kostte veel moeite.” Maar de verenigingscultuur is los van de enorme professionalisering die op alle fronten heeft plaatsgevonden hetzelfde gebleven. “Ik merk er bijvoorbeeld niet eens zoveel van dat de vereniging veel groter is geworden. Nog steeds denkt elk bestuur een goede bestuursbak te hebben gevonden en nog steeds gaat hij altijd kapot”, zegt hij lachend.

mathijs_josselin_de_jong2

Woofers
“Het enige dat misschien anders is, is dat het vroeger een stuk normaler was dat er dingen kapot gingen, waar bestuursleden zelf ook vaak een aandeel in hadden. Er werd meer gezooid en zo hadden we vroeger de befaamde Technisch Front Barbecue waarbij enorme ‘woofers’ (steekvlammen van een paar seconden, red.) werden ontstoken. In verband met overlast kan dat niet meer. Bij het minste of geringste verliest Nereus haar vergunningen.” 

Pensioen
Hij beaamt dat het een enorme luxe is dat Nereus zich een bootsman kan permitteren. “Ik heb geen idee hoe andere grote studentenverenigingen het zonder kunnen doen. Het fonds van waaruit ik betaald word is in elk geval vol genoeg om mij tot aan mijn pensioen door te betalen. Maar wat mij betreft houdt het dan niet op. Op mijn gat zitten is niets voor mij. Als ik het volhoud, blijf ik dit graag nog even doen.”

Handelsoorlog escaleert: Nederlandse roeiers geweerd van Amerikaanse universiteiten

Handelsoorlog escaleert: Nederlandse roeiers geweerd van Amerikaanse universiteiten

De Amerikaanse president Trump heeft een decreet getekend om het oplopende tekort op de roeiersbalans te stoppen. Op Twitter schreef Trump: “Holland is stealing from American universities, hurting our youngsters. USA has the right to fight back! There will be no Dutch rowers left in U.S. universities. Very bad for Netherlands, very good for USA!”

Na onder andere importheffingen op Chinees staal en Duitse auto’s zijn nu de Nederlandse roeiers aan de beurt. Het steekt de Amerikanen dat Nederlandse roeitalenten de afgelopen jaren massaal de Amerikaanse roeibankjes en collegebanken bezet hielden. Hierdoor is er voor gewone Amerikanen minder ruimte in deze ploegen en worden Nederlandse tieners op kosten van de Amerikanen opgeleid aan de meest prestigieuze universiteiten. Na vier jaar verdwijnen de blikken en de kennis weer naar Nederland.

Foto Ellen de Monchy

De Nederlandse regering is door de coalitiepartijen opgeroepen tegenmaatregelen te treffen. Aftredend CDA leider Sybrand Buma vindt het ongehoord dat jongeren zo de kans ontnomen wordt om gratis te studeren aan Amerikaanse topuniversiteiten en dringt bij minister van buitenlandse zaken Blok aan op actie: “We moeten Trump raken waar het pijn doet.” Een stop op het naar Nederland halen van Amerikaanse basketballers, Harley Davidson’s en popcorn zou wat Buma betreft een gepaste reactie zijn en de VS in het hart raken.

De minister heeft de Tweede Kamer beloofd oud KNRB bestuurder en oud Tweede Kamer lid Helma Neppérus als gezant naar Washington te sturen om met de Amerikanen te onderhandelen en hiermee verdere escalatie te voorkomen.

Hoofdcoach Diederik Simon van het Amsterdamse Nereus is echter blij. Hij ergert zich al jaren aan de uittocht van getalenteerde junioren naar de andere kant van de oceaan: “Wat een VOC mentaliteit om deze kinderen als moderne galleislaaf naar dat achterlijke land te brengen. Als ik op de Bosbaan ben struikel ik over de scouts die per kind dat ze de oceaan over lokken betaald krijgen. Het is echt waardeloos voor het Amsterdamse roeien dat deze jongens en meisjes uit de provincie massaal verleid worden door universiteiten als Princeton en Harvard. In het verleden was de logische stap dat deze junioren WK roeiers na hun eindexamen de Nereus boten vulden. Nu moeten we om deze plekken te vullen zelf roeiers opleiden. Belachelijk, daar hebben we niet eens de tijd voor.”

President Trump waarschuwde Mark Rutte via Twitter om geen actie te ondernemen. Volgens hem kunnen de Nederlanders prima aan Nederlandse universiteiten, hogescholen of VMBO’s studeren. Hij dreigt met importheffingen op stroopwafels, hagelslag en XTC mocht Nederland de maatregelen toch willen vergelden.

Pin It on Pinterest