Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Zeven jaar werkt Ricardo Oschatz (55) inmiddels als bootsman bij de Koninklijke Roei- & Zeilvereniging De Maas. Begonnen als jonge roeier bij eerst de gemeente Rotterdam en later Nautilus kwam hij via vele omzwervingen terug in de roeisport.

Ricardo volgde als scholier cursussen bij de ‘Raad van Lichamelijke Opvoeding’, een door de Gemeente Rotterdam opgerichte roeiloods aan de Crooswijksebocht, waar nu roeivereniging Rijnmond zetelt. Hij werd gegrepen door de sport en meldde zich al snel aan bij Nautilus, amper een kilometer verderop. “Ik heb zelfs nog op een blauwe maandag wedstrijdgeroeid, al was ik daarin niet bijzonder fanatiek. Prestatietochten trokken mij meer. Zo deed ik mee aan Koblenz-Delft, een race over 440 kilometer. En ik was erbij toen in 1988 de eerste Elfstedentocht werd verroeid.”

Enkhuizen
Ondanks zijn nog jonge leeftijd kwam hij snel in de werkplaats van Nautilus terecht. “Men had door dat ik handig was en ben daar vervolgens lang als vrijwilliger actief geweest. Nautilus had in tegenstelling tot De Maas geen betaalde bootsman dus wij moesten alles zelf oplossen.” Na een opleiding tot boekhouder en een jaar in militaire dienst, werkte hij in die tijd twaalf jaar als magazijnmedewerker in vrachtwagenonderdelen. Het werken aan boten bleef echter trekken. “Ik heb toen een cursus botenbouw gedaan in Enkhuizen. Met tien man hebben we in drie maanden tijd drie jollen in elkaar gezet. Daar heb ik de basis van mijn vakmanschap gelegd.”

bootsman de maasBusman
Ricardo vond kortstondig een baan bij Busman, toen de enige roeibotenbouwer van Nederland. “Het was leuk werk, maar ik kwam er wel achter dat boten bouwen iets heel anders was dan ze repareren. Het is meer fabrieksmatig werken en doet weinig beroep op creativiteit en samenwerking. Niet veel later werd de hele tent opgedoekt.” Na een tijd in een gereedschapswinkel in Gouda te hebben gewerkt, hoorde hij via een kennis van Nautilus dat De Maas een bootsman zocht. “Ik aarzelde geen moment. Ik kon van mijn hobby mijn werk maken.”

bootsman de maas

Clubcultuur
De Maas had direct iemand nodig, dus het was snel beklonken. Het betekende wel een omslag van club. “Ik vond De Maas altijd een vrij chique club. Vroeger waren er zelfs maar liefst drie bootsmannen. Nog steeds kom je hier niet zomaar binnen en moet je voor referenties zorgen om lid te kunnen worden. En kinderen kunnen hier alleen roeien als ook hun ouders lid zijn. Doordat ik er ben hoeven leden van De Maas veel minder zelf te klussen dan bij Nautilus.” Er staat volgens hem tegenover dat het een bijzonder familiaire vereniging is met veel gezellige en actief roeiende leden. Van de 600 leden die als roeier staan ingeschreven zijn er maar liefst 450 wekelijks actief.

Voorrang
Dat brengt ook veel schades met zich mee. “Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder schademelding. Sommige Maasleden denken dat ze op het water altijd voorrang hebben, maar anderen snappen dat niet”, zegt hij met een knipoog. Maar dan serieuzer: “Ons gebouw is prachtig, maar past niet meer bij de vloot van vandaag. De loodsen zijn smal en de hoogte van de deuren is veel te laag. Dat veroorzaakt veel schades. Daarnaast zit in de cultuur van de club dat als iets stuk is, er altijd wel iets nieuws komt.” Toch is er soms ook sprake van het tegenovergestelde. “Zo hebben we een ploeg die al 20 jaar in dezelfde boot roeien en absoluut geen andere – betere – boot wensen, hoewel hun schip allang aan vervanging toe is.”

Reparaties
Dat hij maar een beperkte opleiding in dit vakgebied had, leverde vooral in het begin enige problemen op, vertelt hij eerlijk. “Ik had vooral veel ervaring met hout en kunststofboten zijn toch echt heel anders. Zo wist ik weinig van honingraad en gebeurde het eens dat na een reparatie een boot ineens een kilo zwaarder was. Ook vond ik het lastig om weer de perfecte vorm terug te krijgen. Ten slotte is het vinden van de juiste kleur verf voor de laatste laag erg lastig. Maar ik las in jullie serie dat mijn collega van De Amstel daar iets op gevonden heeft. Met hem ga ik zeker contact opnemen.”

bootsman de maasGastheerschap
Een extra verdiepende cursus kwam er vooralsnog niet van. “Ik heb toen ik begon meteen contact opgenomen met Empacher want die boden dat vroeger aan, maar helaas zijn ze daarmee gestopt toen een van de oprichters overleed.” Gelukkig redt hij zich inmiddels uitstekend. Zijn vak behelst tegenwoordig ook meer dan enkel boten repareren. “Ik ben vaak de enige aanwezige op de loods, dus veiligheid en gastheerschap spelen ook een rol. Ik help mensen met het tillen van hun boten en ben ook getraind als bedrijfshulpverlener. Bovendien ben ik de enige die weet waar alles ligt, dus ik krijg de hele dag vragen. Deze werkplaats voelt echt als mijn domein en dat is een heerlijk gevoel. Ik zit hier uitstekend op mijn plek.”

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Meer dan 30 jaar werkt Serraat Eikholt als bootsman bij de Nijmeegse studentenroeivereniging Phocas. Niet alleen repareerde hij zich het leplazarus en bouwde hij stellingen en liftconstructies, ook fabriceerde in die tijd maar liefst vijftien boten. Daarnaast is hij als continue factor binnen de vereniging van 600 leden van onschatbare waarde. Dat bleek wel toen Toprow hem opzocht in het botenhuis.

Het is een drukte van jewelste als wij op een doordeweekse dag aankomen bij het sterk verouderde botenhuis aan het Maas-Waalkanaal. Werklui lopen in en uit en binnen heeft iedereen warme truien aan en mutsen op. Naast allerlei werkzaamheden die worden uitgevoerd, blijkt ook de verwarming al een paar dagen niet te werken. Als vast aanspreekpunt probeert Serraat alles in goede banen te leiden.

Lozen
Het is flink aanpoten voor zowel het bestuur als voor Serraat. Het huidige botenhuis stamt uit 1972 en is zichtbaar in slechte staat. Phocas wacht al jaren op een onderkomen aan het nieuwe water van de Spiegelwaal, maar dat project is inmiddels al jaren vertraagd. Ondertussen is aan het oude botenhuis aan groot onderhoud nauwelijks iets gedaan. “Het is eigenlijk geen doen meer met zoveel leden op zo’n kleine plek. Op ons vlot past enkel één vier of een acht en ik heb overal stellages of takelliften gemaakt om zoveel mogelijk boten en riemen weg te werken, zo krap is het. Ook is botenhuis lek. Elke week moeten we 1500 liter water lozen.”

bootsman phocas 2Verantwoordelijkheid
De universiteit van wie het drijvende gebouw is, heeft onlangs besloten alsnog een laatste investering te doen. Zo moeten de laatste twee jaar tot het vertrek volbracht worden. Het onderhoud van het botenhuis zat vroeger in het takenpakket van de door de universiteit betaalde Serraat. Daar is hij sinds kort vanaf. “Ik wilde die verantwoordelijkheid niet meer dragen. Stel je voor dat iemand door de vloer zakt, ben ik dan de pineut? Daarnaast is er altijd wel wat te doen terwijl ik ook aan de boten moet werken. Zo hing een pin die de loopbrug naar de kant half-los en was het verbindingsstuk tussen loods en vlot kapot. Daarvoor zijn nu ook al die werklui.”

Metsemakers
Ondanks de zorgen, heeft Serraat (52) het uitstekend naar zijn zin bij Phocas. “In de reuring van zo’n studentenvereniging voel ik me als een vis in het water. Ik vind het altijd weer bijzonder om te zien dat er een soort van harde kern van vrijwilligers opstaat om keihard voor zo’n vereniging te werken. Ik verbaas me er echt over wat mensen op zo’n jonge leeftijd al kunnen. Daarnaast is het fantastisch dat er vanuit hier soms echt mensen boven de rest uit steken en dat ik daar onderdeel van mag zijn. Zo heb ik de opkomst van Nelleke Penninx, Annemarieke van Rumpt en onlangs nog Koen Metsemakers van dichtbij mogen meemaken. Ik heb zijn finale van afgelopen WK meerdere malen gekeken. Verbluffend hoeveel beter ze waren dan de rest.”

Inventief
Hij komt bij Phocas terecht als hij na een opleiding als meubelmaker vanwege zijn rug wordt afgekeurd voor de richting Bosbouw. “Via de opleiding instrumentmakerij kwam ik bij de afdeling houtbewerking bij een stage van de universiteit uit. Die was hier. Ik heb toen heel lang meegelopen met mijn voorganger – eigenlijk veel te lang zonder betaald te worden – maar ik wilde per se zijn baan overnemen. Toen hij eindelijk stopte was ik zo blij als een kind.” Het werk had hij zich ondertussen wel eigen gemaakt. Naast het repareren en het maken van boten (Serraat maakte zelfs eigenhandig een kunststofskiff) legde hij zich ook toe op andere zaken. “Zo heb ik allerlei instrumenten gemaakt die het de leden makkelijker moesten maken de boten goed af te stellen. Ook ben ik druk bezig geweest om bankjes op maat te maken. Dat soort dingen vind ik leuk. Zoiets is net een puzzel.”

Bootsman 3 phocasCoaching
Werk is er altijd wel geweest. “Als er niets kapot is, kan je altijd verder met onderhoud. Maar als ik eerlijk ben, vind ik het stiekem ook wel leuk als er weer een keer een boot aan gort gevaren wordt. Het is dan altijd weer een uitdaging de boot weer in zo’n goed mogelijke staat te herstellen.” Daarnaast denkt hij graag mee met de club. “Ik onderken bijvoorbeeld de grote waarde van goede coaching. Phocas heeft momenteel domweg te weinig beschikbare uren voor professionele coaching, dus op dat gebied missen we de slag. Daar moet meer geïnvesteerd in worden.”

Lakstraat
Serraat heeft zijn hoop gezet op de nieuwe huisvesting. “Dan moet het gemakkelijker worden meer leden te trekken. We zitten veel dichterbij de stad en het onderkomen is een stuk aantrekkelijker.” Ook voor hemzelf zal het er flink op vooruit gaan. “Er komt in de werkplaats een afgesloten lakstraat en een aparte lashoek. Voor mij is dat geweldig als je het vergelijkt met de plek hier waar de tocht direct door de muren komt.” Zijn enige zorg is of zijn beroep wel blijft bestaan. “Je merkt elders in het land dat het steeds meer hobbyisten zijn die het werk gaan doen. En mensen hebben het er steeds vaker voor over om iets nieuws te kopen. Ik snap dat ik hier bij de universiteit een unieke aanstelling heb en hopelijk blijft dat. Het zou zonde zijn als dit het einde van ons vak zou betekenen.”

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Hij is pas 38 jaar, nieuw in het vak en geen roeier. Bepaald geen prototype bootsman dus. Toch heeft Jesse Bouma het na een kleine twee jaar behoorlijk naar zijn zin bij De Amstel in Amsterdam. “Het werk is afwisselend en ze laten mij lekker mijn gang gaan.”

We treffen Jesse een dag na zijn eerste echte incident bij de club. Een gladde vier was bij het Apollohotel vlakbij tegen een dukdalf gevaren en dreigde te zinken. “Ons motorbootje werd net gerepareerd en er waren geen mensen hier, dus toen moest ik samen met hun coach er heen roeien. Ik had denk ik één keer eerder geroeid”, vertelt hij lachend. Met de roeiers van de kapotte boot weer veilig op de kant en de coach roeiend, trok Jesse de kapotte boot vanuit de roeiboot terug naar De Amstel.

Boostman de Amstel_3

Jachten
Hij kan dit soort reuring wel waarderen. Tot nu toe werkte hij na zijn opleiding aan het hout- en meubileringscollege met richting scheepsbouw vooral op scheepswerven. Hij zette houten sloepen in elkaar maar ook luxe jachten. “Het was leuk werk, maar ook veel van hetzelfde. Je was vooral onderdeel van een team dat iets maakte. Ik haal meer waardering uit iets dat ik helemaal zelf in elkaar kan zetten. Je stond ook vaak de hele dag in het stof of in giftige chemische lucht. Ik ging me steeds vaker afvragen of dit het nou was.”

ZZP
Jesse begon voor zichzelf als zzp’er gericht op allerlei klussen. Hij leerde zichzelf onder andere goed schilderen, maar ook dat viel hem zwaar. “Zat je een hele dag op je knieën onder een boot. En dan heb ik het nog niet eens over het zoeken naar opdrachten. Daardoor was je eigenlijk de hele tijd bezig.” Een uitkomst bood Elmer van Orden, bootsman van Het Spaarne, waar hij ooit stage had gelopen. Hij attendeerde Jesse op het feit dat zijn collega bij De Amstel ging vertrekken.

3D-puzzel
Bij de roeivereniging in Heemstede had hij in 2001 een bijzonder leuk half jaar gehad. “Ik kwam daar bij toeval terecht. Het Spaarne leek het goed als Elmer zijn kennis door zou geven. We konden het al snel goed vinden en ik vond het werk veel charme hebben. Je eigen werkplaats met een redelijke vrijheid om te kunnen doen wat je wil. Hij heeft me onder andere een C1 laten bouwen, de Sprinkhaan. Dat vond ik ook bijzonder, dat ik echt mijn eigen bootje kon maken. Ik zie dat als een soort 3D-puzzel.”

Waterkering 
Omdat hij niet uit het vak kwam en geen roeier was, verwachtte hij niet teveel van zijn open sollicitatie. “Ik kende de situatie ook niet precies en wist niet hoe erg ze iemand nodig hadden. Maar na een paar maanden kwam de vraag of ik niet toch een keer kon komen praten. Ze hebben me een klusje laten doen om te kijken wat ik kon. Volgens mij ging het om het repareren van een waterkering. Dat kon ik wel.”

Kleuren

Toch was het begin wel even wennen. “Ik moest echt vaak nadenken over hoe het de roeibeweging is en bijvoorbeeld dat je met deze sport achteruit gaat in plaats van vooruit. Dingen die voor jullie roeiers logisch zijn, maar voor mij niet. Met epoxy had ik gelukkig al veel ervaring, maar ik ben bijvoorbeeld dagen bezig geweest om uit te vinden welke kleur geel Empacher precies gebruikt of het wit van Filippi.”

Afwisseling  
Ook moest hij een manier vinden om al het werk op elkaar af te stemmen. “Als je een gaatje in een boot hebt gevuld, moet dat drogen. Maar je moet weer niet te lang wachten met verven. Als je meerdere dingen door elkaar gaat doen, verlies je wel nog eens het overzicht. Maar daar raak ik steeds meer bedreven in. Die afwisseling vind ik uiteindelijk ook het leukst.” Opvallend genoeg is zijn werkplaats – zeker in vergelijking met die van zijn collega’s – behoorlijk opgeruimd. “Ik ben wellicht een vreemde eend in de bijt, maar ik vind het inderdaad prettig om alles snel te kunnen vinden.”

Klachtenuurtje
Als hij dingen niet weet, is het contact met zijn oude leermeester Elmer snel gelegd. “We sturen elkaar geregeld foto’s van schades met de vraag of de ander dat wel eens heeft meegemaakt. Feitelijk gaat het hier weinig anders aan toe dan op Het Spaarne. Mensen komen met dezelfde problemen binnenlopen. We noemen het gekscherend ons psychologisch klachtenuurtje. Maar deels is het ook ‘trial en error’, want wat is precies ‘goed’ als het om repareren gaat? Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan.” 

Bootsman de Amstel

Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

De Zuid-Afrikaan Kevin Bisseker (60) volgde zeventien jaar geleden de iconische bootsman Cor Splinter op bij De Hoop. Net als zijn voorgangers in deze serie wil hij zo lang mogelijk op deze plek blijven werken.

Het is een terugkerend patroon. Bootsmannen die gelukkig zijn in hun vak en de vrijheid die ze roemen in hun afgebakende ruimte van hun eigen werkplaats. Kevin ontvangt me dan ook met koffie uit een uitstekend apparaat en steekt er zelf een sigaartje bij op. “Ik kan hier heerlijk werken, lekker met de radio aan. Het voelt een beetje alsof het van mij is. Zo ben ik enige die weet waar alles ligt.”

Apartheid
Kevin heeft een bijzonder levensverhaal. Als jongen van 23 verlaat hij Zuid-Afrika om onder de dienstplicht uit te komen. “Het was los van de prachtige natuur een compleet verpest land met de apartheid. Daar wilde ik niet actief aan meewerken. Ik ben net op tijd vertrokken. Terwijl ik onderweg was naar Johannesburg voor mijn vlucht, viel bij mijn ouders de brief op de mat dat ik mij bij het leger moest melden.”

Inboorlingen
Vóór zijn vertrek kent hij echter nog een fijne tijd in zijn geboorteland. “Ik ben opgegroeid in het Oosten waar amper toeristen komen. Als zoon van een groothandelaar in bonen, rijst en groente had ik niets te klagen. Na mijn middelbare school heb ik drie maanden met vrienden in een bestelbusje van hem in het oerwoud tussen de inboorlingen geleefd. Prachtig was dat. Koken op zelf gemaakt vuur en surfen aan de kust.”

Flodder

Toevallig gaat de goedkoopste vlucht vanuit Zuid-Afrika naar Nederland. Maar daar vestigen, lukt mede vanwege VISA-problemen niet meteen. “Ik ben op allerlei plekken geweest. Van strandwerk in Griekenland tot baantjes in Engeland, waar ik nog ben opgepakt voor illegaal werken. Via een meisje dat ik leerde kennen in Griekenland kwam ik weer in Nederland terecht. Ze was nog jong en woonde in de Jordaan. Haar vader was Sjakie uit Flodder.”

Stoffeerder
De relatie zorgt ervoor dat hij zich eind jaren ’80 permanent in Nederland wil vestigen. Dat betekent twee jaar wachten totdat hij een paspoort kan krijgen. “Ik ben een tijd stoffeerder in de RAI geweest, een verschrikkelijke baan. Toen ik eindelijk Nederlander was geworden, kon ik mijn eigen klusbedrijf beginnen. Ik deed van alles, van het timmeren van bedden tot loodgieterswerk. Maar mijn bedrijf lag wel steeds stil als ik jaarlijks een maand naar Zuid-Afrika ging om familie te bezoeken.”

De Amstel
Een unieke gelegenheid om in loondienst en bijvoorbeeld ook vakantiegeld te krijgen en pensioen op te bouwen te gaan werken, doet zich voor als hij een keer met een klant naar De Amstel gaat voor een proefles roeien. Een sport die hij op zijn middelbare school zeer actief had beoefend. “Ik zag daar de bootsman bezig en zei meteen: ‘dat lijkt me nou perfect werk voor mij’. De klant zag niet veel later in het bondsblad Roeien een vacature voor De Hoop en wees mij erop.”

Splinter
Hij valt in de smaak en wordt de opvolger van Cor Splinter, de alom gewaardeerde bootsman die maar liefst 47 jaar werkte bij de chique vereniging aan de Weesperzijde. “Het was lastig in zijn voetsporen te treden. Het was een enorme vakman. En dan woonde hij ook nog eens op De Hoop. We hebben de eerste zes weken samen gedaan om mij in te werken. Je kan je voorstellen hoe dat gaat met twee eigenzinnige mensen in een kleine ruimte. Dat knetterde nog wel eens.”

Surfboard
Het lukt Kevin echter snel het vak zich eigen te maken en zich een plek te verwerven. “Omdat ik al een roeiverleden had, had ik wel een voorsprong. En in Zuid-Afrika had ik ook al eens zelf een surfboard gemaakt. Uit een magazine over Epoxy heb ik geleerd hoe ik zo goed mogelijk kunststofboten kon repareren. Het fijne van dit werk is dat vrijwel niemand weet wat fout is. Dat gaf mij de ruimte om te experimenteren. Hulp heb ik zodoende niet enorm hoeven zoeken.”           

Onhandig
Geliefd is de bootsman uiteraard niet altijd op zo’n grote vereniging. “Met veel mensen kan ik goed opschieten, maar sommige leden vinden mij te streng. Maar ja, ik wil gewoon schade voorkomen. Soms is het dweilen met de kraan open als je ziet hoe mensen een boot tillen en in de stelling leggen. De mensen hier zijn natuurlijk heel hoog opgeleid, maar de handigheid ontbreekt vaak.”

Waterpompen
Met het bestuur heeft hij een fijne samenwerking. “Het wisselt een beetje per persoon. De materiaalcommissaris van nu zit er bijvoorbeeld behoorlijk bovenop. Wekelijks stuur ik hem een lijst van zaken die ik wil doen. Dat vind ik geen enkel probleem, zolang er maar ruimte is voor dingen die spontaan moeten gebeuren. Net was ik bijvoorbeeld ook bezig met de waterpompen uit de kleedkamer die stuk zijn. Dat komt er dan bij.”   

Skiffen
Hij blijft het werk het liefst doen totdat het vanwege leeftijd niet meer lukt. “Ik heb weinig pensioen opgebouwd dus ga graag nog ruim tien jaar door. Daarnaast vind ik het echt een eer om te werken bij zo’n grote en koninklijke vereniging. Ik ben nog steeds iedere dag dankbaar dat ik hier terecht ben gekomen.” Extra voordeel is dat hij ondertussen ook zelf kan roeien. “Ik heb hier geleerd te skiffen. Ik mag wekelijks wat kwartiertjes opsparen. Dat ga ik vroeg in de ochtend. Je hoofd even vrij maken van alle nare gedachtes die iedereen soms wel eens heeft. Dat kan niet beter dan met roeien.”

Nereus-bootsman Josselin de Jong: ‘Bij mijn eerste Kroegjool hing ik laveloos onder het podium’

Nereus-bootsman Josselin de Jong: ‘Bij mijn eerste Kroegjool hing ik laveloos onder het podium’

Mathijs Josselin de Jong (58) is de derde in onze serie bootsmannen. Hij is al bijna 30 jaar in dienst van het Amsterdamse Nereus. We spreken onder andere met hem over de speciale dynamiek van een succesvolle en grote studentenvereniging. Hij wil er in elk geval nog lang niet weg.

Mathijs komt in het vak na zijn opleiding aan de meubelmakersvakschool in Amsterdam. Die opleiding was een opmerkelijke keuze, want hij had in zijn geboorteplaats Oegstgeest net zijn VWO-diploma behaald. “Ik was altijd al de knutselaar thuis, dus voor mij was dit een logische keus. Maar ik kom uit een universitaire familie. Mijn vader was hoogleraar en die moest wel even slikken. Uiteindelijk vond ook hij het prima, ik moest vooral doen waar ik plezier uit haalde.” 

Vacature
Na een jaar aan het Amsterdamse VOC-schip – dat nu bij het Scheepvaartmuseum ligt – te hebben gewerkt, ziet de 23-jarige een advertentie bij het arbeidsbureau, het huidige UWV. Nereus zocht een opvolger voor Willem Westdorp, die op dat moment al ruim een half jaar met pensioen was gegaan. “Ik heb altijd al wat met bootjes gehad en was fervent zeiler. Vrienden van me hadden geroeid bij Die Leythe, dus ook met de sport had ik wel wat affiniteit.” 

Vloot
Tijdens zijn eerste bezoek en gesprek raakt hij meteen onder de indruk van de toen nog bijna geheel uit hout bestaande vloot. “Daar zat duidelijk structuur in, alleen de werkplaats was een chaos.” Van de 17 kandidaten maakt hij het meeste indruk. “Geen idee wat hielp, ik had een goede brief geschreven en misschien hielp mijn achternaam mee. Ook had ik net een cursus kunststofjachtbouw gevolgd. Dat kwam enorm van pas, want vlak na mijn aantreden kochten we alleen nog maar kunststofboten.” 

Lätta
Specifieke roeigerelateerde zaken leert hij snel van roeiers en coaches. “Toen ik hier net kwam roeide hier de zogeheten Lätta-acht, allemaal erg leuke kerels. Die hadden altijd rond 10:00u na de training een koffie-uurtje. Dan ging ik vaak naar boven en vroeg ik naar het nut van verschillende onderdelen. Dat heeft me erg geholpen. Ook heb ik hulp gehad van andere bootsmannen, vooral Wim Heuvelman van Triton.”

matig_josselin_de_jong

Kroegjool
Het studentikoze karakter van de club schrikt hem niet af. “Ik had geen moeite met die sfeer. Toen ik net was aangenomen waren het natuurlijk ook mensen van mijn leeftijd. Ik kan me de eerste Kroegjool nog goed herinneren. Het was 1991 en Nereus had al lang niet gewonnen. Ik hing laveloos onder het podium, ik vond het geweldig. Ook bleef ik geregeld hangen op donderdagavond bij de borrel. Nee, men vond het niet raar. Ik had zelfs het idee dat het gewaardeerd werd.” 

Bestuur
Het werk doet hij al die jaren nog steeds met veel plezier. “Natuurlijk baal je wel eens van die lakse studenten, maar buiten de eerstejaars competitieroeiers – die wel echt dom zijn – , gaat vrijwel iedereen op de vereniging redelijk verantwoord om met het materiaal. Het jaarlijks wisselen van besturen is soms lastig en in het verleden boterde het in een enkel geval niet goed. Maar over het algemeen heb ik niets te klagen. In al die tijd is er slechts een enkeling geweest waar ik echt een hekel aan heb gehad.” 

C4-en
Een piek in zijn werk is er altijd als de eerstejaarswedstrijdselecties in het najaar zijn afgelopen. “De houten C4-en zorgen altijd nog voor het meeste werk. Het mag het minste tijd kosten, maar worden wel het slechtst gebruikt. Men denkt altijd dat de Afroeiperiode het vervelendste is, maar dat valt erg mee. De Afroeicommissie zit er dan bovenop. En tijdens de selecties zijn er verantwoordelijke (hoofd)coaches. Het gaat pas mis als de roeiers worden losgelaten en er niemand meer op let.” 

Bestuursbak
Mathijs vindt niet dat er erg veel veranderd is in al die jaren. “Natuurlijk zijn dingen anders. Een zegen vind ik bijvoorbeeld dat er geen houten spanten meer zijn die vervangen moeten worden. Dat kostte veel moeite.” Maar de verenigingscultuur is los van de enorme professionalisering die op alle fronten heeft plaatsgevonden hetzelfde gebleven. “Ik merk er bijvoorbeeld niet eens zoveel van dat de vereniging veel groter is geworden. Nog steeds denkt elk bestuur een goede bestuursbak te hebben gevonden en nog steeds gaat hij altijd kapot”, zegt hij lachend.

mathijs_josselin_de_jong2

Woofers
“Het enige dat misschien anders is, is dat het vroeger een stuk normaler was dat er dingen kapot gingen, waar bestuursleden zelf ook vaak een aandeel in hadden. Er werd meer gezooid en zo hadden we vroeger de befaamde Technisch Front Barbecue waarbij enorme ‘woofers’ (steekvlammen van een paar seconden, red.) werden ontstoken. In verband met overlast kan dat niet meer. Bij het minste of geringste verliest Nereus haar vergunningen.” 

Pensioen
Hij beaamt dat het een enorme luxe is dat Nereus zich een bootsman kan permitteren. “Ik heb geen idee hoe andere grote studentenverenigingen het zonder kunnen doen. Het fonds van waaruit ik betaald word is in elk geval vol genoeg om mij tot aan mijn pensioen door te betalen. Maar wat mij betreft houdt het dan niet op. Op mijn gat zitten is niets voor mij. Als ik het volhoud, blijf ik dit graag nog even doen.”

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Elmer van Orden is de tweede bootsman die centraal staat in een serie over het steeds zeldzamer wordende beroep in de Nederlandse roeisport. Elmer is al 27 jaar werkzaam bij één van de grootste roeiverenigingen van het land, de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne uit Heemstede. Hij fabriceerde daar maar liefst twaalf boten, en dan tellen we zijn eigen woonark en de catamaran voor zijn woon-werkverkeer nog niet eens mee.

Elmer (57) komt in zijn jeugd al in aanraking met roeien bij Daventria in Deventer. Na zijn middelbare schooltijd vertrekt hij voor enkele jaren naar Canada. “Het waren de jaren ’80 en er heerste hier een behoorlijke werkloosheid. In Canada had ik familie wonen en ik ben daar HTS Werktuigbouwkunde gaan doen. Maar uiteindelijk kon ik er niet aarden. Ik miste de Hollandse gezelligheid.”

Water
Toch vertrekt hij snel weer naar het buitenland. In de Engelse kustplaats Lowesoft leert hij in één jaar het vak van botenbouwer bij het International Boatbuilding Trainingcentre. “In plaats van een degelijke opleiding ben ik mijn hart gaan volgen. Het water trok me altijd al. Je kan er zoveel dingen in zien. Of het regent of dat het droog is of vanuit welke richting de wind komt. Mijn vader was ook al een botenliefhebber en een enthousiaste zeiler.”

Vacature
Na verschillende baantjes in de jachtbouw op verschillende plekken in Nederland, ziet hij in het blad Roeien een vacature staan bij Het Spaarne. “Ik was er net achter gekomen dat ik de jachtbouw een te stressvolle wereld vond. Ik bleek de enige kandidaat en hoewel ik hier nog nooit geweest was, bleek het al snel een goede match. Ik had kennis van de materialen, was handig en had affiniteit met de roeisport.”

Wapenfeit
Elmer maakt snel indruk. “Mijn eerste wapenfeit was de reparatie van een houten acht waarvan de punt er tijdens de Heineken Roeivierkamp af gevaren was. De desbetreffende ploeg moest een week later de Head of the River varen. Met flink wat kunst- en vliegwerk is het me gelukt. Vlak daarna was de Algemene Ledenvergadering en was het wel duidelijk dat ik mocht blijven.” In het begin krijgt hij nog een to-do-lijst mee van materiaalcommissaris Menno Velthuis. “Ik moest vooral het afstellen van boten en het opmeten van riggers leren. Maar al vrij snel ging ik mijn eigen gang.”

Houtworm
Hij geeft zelfs één dag in de week op, om meer tijd vrij te maken voor de bouw van zijn eigen woonboot een paar kilometer verderop aan het Spaarne. “Toen ik hier kwam, woonde ik met een zeilboot op een semi-legale ligplaats in Amsterdam. Ik moest weg en heb een tijd hier in het haventje van Het Spaarne gelegen. Het was behelpen met enkel een houten kachel. Toen kon ik de oude woonboot van Menno overnemen. Maar die had zijn gebreken, zoals een lek dak en houtworm.”

Pannetjes
In 2003 ontmoet hij zijn huidige vrouw. Ze weigerde te leven in een huiskamer vol met pannetjes. En bij haar intrekken was voor Elmer geen optie. “Je moet mij niet in een flatje zetten. Dan vind je me al snel onderaan. Ik heb een karkas laten maken en de boot zelf van binnen afgewerkt, inclusief CV, waterleiding en riool.” Inmiddels gaat Elmer elke dag met de ook door hem gemaakte catamaran naar en van zijn werk. “Het is ideaal woon-werkverkeer, ik heb nooit last van files.”

Botenbouwer
Het zijn niet de enige boten die hij maakt. Als één van de weinigen in Nederland kan hij roeiboten fabriceren. “Het begon met een C1 die aan vervanging toe was. Van De Amstel en De Hoop kreeg ik mallen en deed er vervolgens drie maanden over. Nu gaat het veel sneller. Inmiddels ben ik bezig aan mijn dertiende boot, een wherry.” Ze zelf verkopen wil hij niet. Het zou een te ingewikkeld commercieel proces worden en hij is blij dat Het Spaarne het hem in werktijd laat doen.

Vooruitgang
Dat dit mogelijk is – ondanks dat de vereniging in zijn tijd van ongeveer 700 leden tot boven de 1000 groeide – komt mede door de vele veranderingen in zijn vak. “In al die tijd zijn vrijwel alle houten boten vervangen door kunststof. Dat is minder onderhoudsgevoelig, al blijft dat ook steeds veranderen vanwege steeds weer nieuwe milieuregels. Een gigantische vooruitgang was het verdwijnen van houten riemen. Die bladen en vooral de lak waren nogal aan slijtage onderhevig. Ten slotte gaan zaken als de afschrijving van boten en vaarverboden nu allemaal elektronisch.”

Swipen
Ondertussen werd ook de vereniging anders. Zo steeg de gemiddelde leeftijd flink. “De jeugdafdeling is geslonken. Er is een grote golf aan babyboomerslid geworden.” Ondertussen werd de handigheid van roeiers minder. “We leven in een digitale tijd. Men kan tegenwoordig heel goed swipen maar een moertje vastdraaien is te lastig. Ook de technische kennis van bestuursleden is minder geworden.”

Kuddegedrag
Sommige zaken veranderen echter nooit. “Neem de zaterdagochtend. Om 8:30u is er nog niemand en een half uur later staat iedereen massaal in de rij om hun boot in het water te leggen. Weer een kwartier verder is het weer muisstil. Niemand die bedenkt iets eerder te gaan. Kuddegedrag noem ik het. Er zijn genoeg momenten in de week dat je hier een kanon kan afschieten.”  

Gezelligheid
Toch zit Elmer op zijn plek. “Eigenlijk kan het niet veel beter, ik heb hier enorme vrijheid. Ik blijf hier wel tot mijn pensioen, al heb ik als vijftiger ook weinig andere opties haha..” Hij heeft veel inloop en een vast clubje mensen om zich heen met wie hij elke ochtend koffie drinkt. Precies de Hollandse gezelligheid die hij eerder zo miste. 

Pin It on Pinterest