Selecteer een pagina
Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

De Zuid-Afrikaan Kevin Bisseker (60) volgde zeventien jaar geleden de iconische bootsman Cor Splinter op bij De Hoop. Net als zijn voorgangers in deze serie wil hij zo lang mogelijk op deze plek blijven werken.

Het is een terugkerend patroon. Bootsmannen die gelukkig zijn in hun vak en de vrijheid die ze roemen in hun afgebakende ruimte van hun eigen werkplaats. Kevin ontvangt me dan ook met koffie uit een uitstekend apparaat en steekt er zelf een sigaartje bij op. “Ik kan hier heerlijk werken, lekker met de radio aan. Het voelt een beetje alsof het van mij is. Zo ben ik enige die weet waar alles ligt.”

Apartheid
Kevin heeft een bijzonder levensverhaal. Als jongen van 23 verlaat hij Zuid-Afrika om onder de dienstplicht uit te komen. “Het was los van de prachtige natuur een compleet verpest land met de apartheid. Daar wilde ik niet actief aan meewerken. Ik ben net op tijd vertrokken. Terwijl ik onderweg was naar Johannesburg voor mijn vlucht, viel bij mijn ouders de brief op de mat dat ik mij bij het leger moest melden.”

Inboorlingen
Vóór zijn vertrek kent hij echter nog een fijne tijd in zijn geboorteland. “Ik ben opgegroeid in het Oosten waar amper toeristen komen. Als zoon van een groothandelaar in bonen, rijst en groente had ik niets te klagen. Na mijn middelbare school heb ik drie maanden met vrienden in een bestelbusje van hem in het oerwoud tussen de inboorlingen geleefd. Prachtig was dat. Koken op zelf gemaakt vuur en surfen aan de kust.”

Flodder

Toevallig gaat de goedkoopste vlucht vanuit Zuid-Afrika naar Nederland. Maar daar vestigen, lukt mede vanwege VISA-problemen niet meteen. “Ik ben op allerlei plekken geweest. Van strandwerk in Griekenland tot baantjes in Engeland, waar ik nog ben opgepakt voor illegaal werken. Via een meisje dat ik leerde kennen in Griekenland kwam ik weer in Nederland terecht. Ze was nog jong en woonde in de Jordaan. Haar vader was Sjakie uit Flodder.”

Stoffeerder
De relatie zorgt ervoor dat hij zich eind jaren ’80 permanent in Nederland wil vestigen. Dat betekent twee jaar wachten totdat hij een paspoort kan krijgen. “Ik ben een tijd stoffeerder in de RAI geweest, een verschrikkelijke baan. Toen ik eindelijk Nederlander was geworden, kon ik mijn eigen klusbedrijf beginnen. Ik deed van alles, van het timmeren van bedden tot loodgieterswerk. Maar mijn bedrijf lag wel steeds stil als ik jaarlijks een maand naar Zuid-Afrika ging om familie te bezoeken.”

De Amstel
Een unieke gelegenheid om in loondienst en bijvoorbeeld ook vakantiegeld te krijgen en pensioen op te bouwen te gaan werken, doet zich voor als hij een keer met een klant naar De Amstel gaat voor een proefles roeien. Een sport die hij op zijn middelbare school zeer actief had beoefend. “Ik zag daar de bootsman bezig en zei meteen: ‘dat lijkt me nou perfect werk voor mij’. De klant zag niet veel later in het bondsblad Roeien een vacature voor De Hoop en wees mij erop.”

Splinter
Hij valt in de smaak en wordt de opvolger van Cor Splinter, de alom gewaardeerde bootsman die maar liefst 47 jaar werkte bij de chique vereniging aan de Weesperzijde. “Het was lastig in zijn voetsporen te treden. Het was een enorme vakman. En dan woonde hij ook nog eens op De Hoop. We hebben de eerste zes weken samen gedaan om mij in te werken. Je kan je voorstellen hoe dat gaat met twee eigenzinnige mensen in een kleine ruimte. Dat knetterde nog wel eens.”

Surfboard
Het lukt Kevin echter snel het vak zich eigen te maken en zich een plek te verwerven. “Omdat ik al een roeiverleden had, had ik wel een voorsprong. En in Zuid-Afrika had ik ook al eens zelf een surfboard gemaakt. Uit een magazine over Epoxy heb ik geleerd hoe ik zo goed mogelijk kunststofboten kon repareren. Het fijne van dit werk is dat vrijwel niemand weet wat fout is. Dat gaf mij de ruimte om te experimenteren. Hulp heb ik zodoende niet enorm hoeven zoeken.”           

Onhandig
Geliefd is de bootsman uiteraard niet altijd op zo’n grote vereniging. “Met veel mensen kan ik goed opschieten, maar sommige leden vinden mij te streng. Maar ja, ik wil gewoon schade voorkomen. Soms is het dweilen met de kraan open als je ziet hoe mensen een boot tillen en in de stelling leggen. De mensen hier zijn natuurlijk heel hoog opgeleid, maar de handigheid ontbreekt vaak.”

Waterpompen
Met het bestuur heeft hij een fijne samenwerking. “Het wisselt een beetje per persoon. De materiaalcommissaris van nu zit er bijvoorbeeld behoorlijk bovenop. Wekelijks stuur ik hem een lijst van zaken die ik wil doen. Dat vind ik geen enkel probleem, zolang er maar ruimte is voor dingen die spontaan moeten gebeuren. Net was ik bijvoorbeeld ook bezig met de waterpompen uit de kleedkamer die stuk zijn. Dat komt er dan bij.”   

Skiffen
Hij blijft het werk het liefst doen totdat het vanwege leeftijd niet meer lukt. “Ik heb weinig pensioen opgebouwd dus ga graag nog ruim tien jaar door. Daarnaast vind ik het echt een eer om te werken bij zo’n grote en koninklijke vereniging. Ik ben nog steeds iedere dag dankbaar dat ik hier terecht ben gekomen.” Extra voordeel is dat hij ondertussen ook zelf kan roeien. “Ik heb hier geleerd te skiffen. Ik mag wekelijks wat kwartiertjes opsparen. Dat ga ik vroeg in de ochtend. Je hoofd even vrij maken van alle nare gedachtes die iedereen soms wel eens heeft. Dat kan niet beter dan met roeien.”

In Memoriam, 5 jaar later

In Memoriam, 5 jaar later

In Memoriam, 5 jaar later

In 2014 schreven Boudewijn en Elisabeth voor Roeined een In Memoriam over Karlijn en Laurens, twee bekende gezichten in de roeiwereld, die omkwamen in de MH17. Het was een van de eerste verhalen in navolging van de ramp – een verhaal uit het hart. Vijf jaar later blikken zij terug. 

Vijf jaar geleden vlogen Laurens en Karlijn uit onze levens, op weg naar een strand waar wij hadden afgesproken, op weg naar de theeplantage waar Laurens graag even aan het bureau van Hella Haasse wilde zitten. Op weg naar het roeimeer in Pangelengan, Indonesie waar Lies en Lijn een ouderwets potje zouden gaan tweezonderen. Het matchende Indiana-roeipakje dat speciaal mee was in haar tas, is nooit meer teruggevonden.  

We weten nog goed hoe overweldigend – bovenop alles – de media aandacht was in de eerste weken na de ramp. Ook wij ontvingen tientallen verzoeken voor interviews van nationale en internationale media naar aanleiding van het stuk dat wij hadden geschreven. Ergens voelde het terecht dat de wereld hier zo bij stil stond. Dat de vlaggen half stok hingen. Dat het hele land trilde op haar grondvesten. Hoe anders dan wanneer je in stilte een geliefde verliest.

Nu, vijf jaar later, staat de media weer bol van nagedachtenissen, artikelen en rapporten, en ook de afgelopen jaren ging er nauwelijks een week voorbij dat de MH17 niet in de media voorbij kwam. En toch brengt het maar zelden antwoorden of troost. Want hoezeer de levens van al die mensen in een adem wordt genoemd met de ramp, het gaat niet over hun. Het leven van Karlijn en Laurens wordt niet gedefinieerd door hun laatste seconden, door raketten, daders, wrakstukken en gruwelijkheden. 

De 25 en 30 jaar van Karlijn en Laurens ging over levenslust, over dromen waarmaken, over alles met een grote glimlach, over liefde en vriendschap. Over energie, van het soort waarmee Karlijn zich voor een wedstrijd aan de start kon omdraaien en haar teamgenoten zo doordringend aan kon kijken dat je wist dat we voor de winst en niets dan de winst zouden strijden. Het ging over al die dingen die wij toen in ons stuk beschreven. Kleine, dagelijkse dingen. Waarvan je achteraf pas weet dat het daar om ging. Hun dood (het kan zomaar voorbij zijn) maar vooral hun leven (just do it) heeft de verdere koers van ons leven bepaald.

Op hun geliefde Skøll werd later een tweezonder gedoopt: de ‘Karlijn en Laurens’. Het is inmiddels niet eens meer de nieuwste en mooiste boot van Skøll, een onbenul is ooit op de boot gaan staan en dwars door de huid gegaan. 

Boten zijn duidelijk net zo breekbaar als het leven.

foto: Merijn Soeters

Duitse World Cup-équipe aangekomen in Rotterdam: ‘Wo ist hier eigentlich die Altstadt?’

Duitse World Cup-équipe aangekomen in Rotterdam: ‘Wo ist hier eigentlich die Altstadt?’

De Erasmusbrug, Kubuswoningen, de Markthal; de Duitse roei-équipe keek haar ogen uit tijdens een rondleiding langs de architectonische hoogstandjes van Rotterdam. 

Deutschland-acht roeier Christopher Wolff heeft echter ook een kanttekening. 
“In mijn ogen kun je ook te ver doorschieten in je zucht om te vernieuwen. Jammer dat ze er in het centrum van Rotterdam niet in geslaagd zijn om klassieke elementen te combineren met moderne. Laten we eerlijk zijn: iedere tijd schept toch zijn eigen monumenten?” 

“Toen ik onze stadsgids daar naar vroeg, begon ze na een diepe zucht met haar ogen te rollen. Jammer dat je daar niet gewoon een gesprek over kunt hebben.” 

Een ander punt van onbegrip voor Christopher is het grote aantal verwarde ouderen op straat in Rotterdam. 
“Wanneer men ons onderling Duits hoort spreken, krijgen we regelmatig de vraag ‘Wo ist mein Fahrrad?’ Alsof ze denken dat we hier voor de Tour de France komen of zo. Best zielig.”

Christopher zegt tot slot uit te kijken naar de races op de ‘Kaiser Wilhelmstrecke in Siebenhausen.’
“Staan er echt nog maar 7 huizen?”
“Is het daar soms oorlog geweest of zo?” zegt hij schaterend. “Geintje joh! en jullie maar denken dat wij Duitsers geen humor hebben!”

Foto’s: Ellen de Monchy

Aegir slaat NSRF over: ‘losbandigheid na wedstrijd past niet in onze nieuwe cultuur’

Aegir slaat NSRF over: ‘losbandigheid na wedstrijd past niet in onze nieuwe cultuur’

Op de NSRF Slotwedstrijden komend weekend zal Aegir ontbreken. Hessel Wesselink, praeses van Aegir, verklaart desgevraagd: “De NSRF staat voor alles wat wij in Groningen al lang achter ons hebben gelaten: comazuipen, sexueel grensoverschrijdend gedrag en de winst in het eerstejaarsklassement. Wij willen hier absoluut niet mee geassocieerd worden, nu niet net zo min als in verleden. Je ziet dat andere studentenverenigingen hier gewoon veel minder ver in zijn. 

Om die reden zullen we de NSRF en de uittraining overslaan. Bovendien zijn we niet eens intraining gegaan.

Op de NSRF zagen we in het verleden meermaals dat roeiers en roeisters elkaar na de races schalkse blikken plachten toe te werpen. Bij ons op de sociëteit zagen we helaas ook wel eens dat een dame een kusje aan een heer gaf, maar nadat we overgingen tot het publiceren van de naam van de dame in kwestie op een lijst was dat afgelopen.

Daarnaast is het nuttigen van grote aantallen alcoholische versnaperingen ons een doorn in het oog.

In plaats van de NSRF hebben we op Aegir hebben een eigen bijeenkomst waar plaats is voor bezinning, schriftlezing en zang. 

Om 20:30u sluiten we af zodat iedereen op tijd naar bed kan. Alleen!”

Foto’s: Ellen de Monchy

 

Pal naast de start

Pal naast de start

Sebastian Franke (56) woont sinds een jaar of zeven in een dijkhuis in een Nederlands aandoend rivierenlandschap. De slingerende hoge dijken aan de oostkant van Hamburg zijn dan ook in de middeleeuwen door Hollanders aangelegd, vertelt Franke. Zijn huis ligt tegen de buitenkant van de dijk, maar omdat  er sluizen zijn in de Elbe – gebouwd na de storm van 1953 – hoeft hij niet bang te zijn voor overstromingen.

In een open schuurtje hangt zijn twintig jaar oude skiff van het Litouwse merk Akva (spreek uit: aqua). De boot heet naar een rivier in Litouwen, de Mituva. Als hij gaat roeien loopt hij een meter of honderd met zijn boot naar een vlot. Dat vlot ligt er altijd. Franke woont namelijk pal naast de start van de roeibaan Hamburg-Allermöhe. Daardoor kan hij lekker zonder omkijken twee kilometer roeien over dat stuk van de Dove – wij zouden zeggen Oude – Elbe. In de schuur liggen ook de resten van een twee – die is finaal doormidden gegaan toen bij een hevige storm alle wilgen in de buurt tegen de vlakte gingen, de twee lag precies waar zo’n boom viel.

Franke roeit al 46 jaar bij dezelfde Hamburgse vereniging, Hansa. In 1987 werd hij wereldkampioen in de lichte vier, dat is zijn grootste succes. Verder heeft hij tien Duitse kampioenschappen op zijn naam staan en nam hij vijfmaal deel aan Henley, naar eigen zeggen zonder veel succes. Nu roeit hij vier of vijf keer per week, waarvan twee- of driemaal thuis. Vaak roeit hij op zaterdagochtend om een uur of zeven zo’n anderhalf uur. De rest van de familie slaapt uit, zodat iedereen om half negen tevreden aan het ontbijt zit. Zijn vrouw en zijn oudste zoon van twaalf roeien ook.

Franke is bij ieder evenement van de FISA te vinden. Hij is daar gewoonlijk regisseur van de gesproken commentaren en het beeld op de videoschermen. Tijdens de wereldbeker in juli in Rotterdam is hij er ook bij. Zelf roeit hij vrijwel elk jaar de FISA Masters, zijn ogen glimmen als het daarover gaat. Hij zit er regelmatig in de boot met de ploeggenoten uit zijn topjaren.

Pal naast de start

Sebastian Franke (56) woont sinds een jaar of zeven in een dijkhuis in een Nederlands aandoend rivierenlandschap. De slingerende hoge dijken aan de oostkant van Hamburg zijn dan ook in de middeleeuwen door Hollanders aangelegd, vertelt Franke. Zijn huis...

Lees meer

Net uit de boot: Edith Schippers

Sfeer in de sport is erg belangrijkEven voorstellenIk ben Edith Schippers en ik roei! Ik ben Minister van Volksgezondheid*, Welzijn en Sport, getrouwd, één dochter en woon in Baarn. Ik roei vandaag weer na een zomerstop van drie maanden.Lekker...

Lees meer

Beschut onder het balkon

Keesjan de Wilde (64) z’n roeicarrière begon op het strand, bij de reddingsbrigade in Katwijk. Het vlet de golven in duwen, de branding door, een stukje de zee op en weer terug naar het strand. Hij roeide met de reddingsboot ook een keer een wedstrijd op de Bosbaan.

Lees meer

Minxia Peddemos: ‘Toen ik een filmpje van de paralympische kampioenen zag, was ik om’

Minxia Peddemos: ‘Toen ik een filmpje van de paralympische kampioenen zag, was ik om’

Na jarenlange afwezigheid doet Nederland weer mee in de mixed vier-met-stuurman bij het paraoeien. Eén van deze roeisters is Minxia Peddemos (23). Komend weekeinde doet zij mee aan de wereldbekerwedstrijden in Poznan. Lees hier haar verhaal.

Minxia wordt in 1996 als baby in China op straat gevonden. Vanwege de éénkindpolitiek is het al weinig populair om een meisje te houden en daar komt nog eens bij dat ze is geboren zonder linkerhand. “Het was al snel duidelijk dat mijn toekomst in het weeshuis bepaald was. Ik werd vooral geacht de andere kinderen te verzorgen of om op straat te overleven. Geregeld werden kinderen weggehaald ter adoptie, maar voor meisjes als ik was dat onwaarschijnlijk.”

Levensdrang

Haar kansen keren als een juf ontdekt dat Minxia ontzettend snel kan leren: ze gaat drie keer zo snel door de stof als alle anderen en is goed tijdens de muziek- en sportlessen. ‘’Deze bewijsdrang, ik noem het liever levensdrang, heeft mij gered.Ook was ik erg eigenwijs, wilde steeds buitenspelen terwijl dat eigenlijk niet mocht. Maar of dat geholpen heeft, betwijfel ik”, zegt ze lachend. Haar juf zorgt ervoor dat Minxia op haar zesde jaar door een Amsterdams echtpaar met een ander geadopteerd kind wordt opgehaald.

Schoonspringen
Minxia lijkt niet te lijden onder de omstandigheden van haar vroege jeugd. “Ik heb een zogeheten roots-reisgemaakt toen ik 10-jaar oud was om mijn weestijd een plekje te kunnen geven. Daar ben ik mijn ouders dankbaar voor. Maar dat ik goed terecht ben gekomen, komt bovenal door mijn familie. Van hen mocht ik gewoon kind zijn.” Ze groeide op in een woonboot aan het IJ en sportief als haar ouders zijn, doet ze tal van (water)sporten op competitief niveau in het valide veld. “Ik heb bijvoorbeeld aan voetbal, triatlononderdelen, zeilen en schoonspringen gedaan. Schoonspringen, omdat een atleet met dezelfde naam olympisch en wereldkampioene was.”

Viergever
Als Minxia in het najaar van 2015 in Wageningen gaat studeren, lijkt roeien bij Argo een logische stap. “De vader van Govert Viergever was mijn docent Nederlands en hij drukte ons op het hart fanatiek mee te doen aan het studentenleven, bijvoorbeeld door te gaan roeien zoals zijn zoon. Dat leek de perfecte sport voor mij: een combinatie van duur-, water- en teamsport en dan ook nog eens bij een studentenvereniging.”

Minxia.Peddemos

Scullen
Ze had zich echter niet gerealiseerd dat roeien lastig zou kunnen worden. “Ik had pas tijdens de wedstrijdselectie door dat eerstejaars lichtgewicht vrouwen scullden in plaats van boordroeien. Omdat ik vrijwel nooit stilsta bij mijn beperking had ik daar niet aan gedacht.” Zo goed als ze kon stortte ze zich dan maar op het competitie-roeien, maar al snel lukte dat niet meer vanwege pijn aan haar rechterschouder.“Ik heb nog wel wedstrijden van de NOOC-competitie gestart en ook ‘getaart’ (winnen, red.), maar het niet kunnen wedstrijdroeien frustreerde me toch. Ik kreeg last van een schouderblessure, waardoor ik veel minder kon trainen dan ik wilde.”

Britten
Net wanneer Minxia zich daarbij neer weet te leggen,wordt zij door de bond benaderd of ze zich wil classificeren voor het PR3 veld, voor mensen met een kleine beperking. Het duurt echter even voordat ze zich er toe kon zetten in een paraboot te stappen. “Eerst wilde ik nog meedraaien met de vereniging met commissies en coach werk, want het paraveld voelde bijna als toegeven dat ik een beperking heb. Tijdens een coachvergadering liet iemand mij een filmpje zien van de Britten die in de mixed vier goud wonnen bij de Paralympische Spelen. Toen was ik snel om.”

Prothese
De bond heeft op dat moment vier roeiers gevonden voor de mixed vier-met. Eind maart 2018 wordt ze gevraagd om een keer met ze mee te trainen.Tijdens die sessie is ze al snel verkocht. “Ik kwam erachter dat het eigenlijk heel leuk is om met andere para-atleten te gaan roeien. Op een vereniging val je algauw tussen wal en schip in het wedstrijdveld. Daarnaast was het heerlijk om weer terug in de roeiboot te zijn.” Via Team Stelorthopedie in Tynaarlo krijgt ze snel daarna een geschikte prothese, waardoor ze nu zonder angst voor blessures kan trainen.

Deadliften
Het enthousiasme voor het parateam is wederzijds. De coaches nodigen haar uit om vast mee te trainen met de vier. Afgelopen oktober haakt een van deze roeisters af, waardoor Minxia haar plek in de boot krijgt. Minxia blijkt minstens zo’n goede vervanger. “Ik ben weliswaar kleiner, maar ben met mijn linkerarm sterker dan met de rechter. Mensen verbazen zich daar vaak over, maar ik heb mezelf ooit voorgenomen dat waar ik minder handig was, ik dat met kracht moest kunnen compenseren. Mijn linkerarm is dus extra goed getraind, ik kan gewoon met 80 kilo deadliften.”

Varese
Een paar weken terug roeit het kwartet haar eerste internationale wedstrijd in Varese. “Dat was een leerzame ervaring, we hebben leren racen en haalden twee keer de A-finale. Dit was überhaupt mijn eerste 2-kilometer wedstrijd die ik kon roeien. Ook betekende dat voor het eerst de boot wegen, het classificeren van de beperkingen en langs de dopingautoriteit.We denken nog veel progressie te kunnen boeken: we waren die zondag bijvoorbeeld al een minuut sneller dan op die vrijdag. Komend weekend bij de tweede wereldbeker willen we onze progressie van de afgelopen weken laten zien.” 

Tokyo
Sinds afgelopen maart traint de vier dagelijks op de Bosbaan. “Het doel is om ondanks de korte voorbereidingstijd ons te plaatsen voor de Paralympische Spelen in Tokyo. Dan moeten we bij het WK in september bij de eerste 5 eindigen. Dat vergt een professionele aanpak.” Minxia probeert het zo goed als het kan het te combineren met studie en werk. “Grofweg studeer ik maandag en dinsdag in Wageningen en ben ik de rest van de tijd in Amsterdam. Waar kan draai ik shifts bij Roeicentrum Berlagebrug. Ik heb het geluk dat alle betrokkenen mij goed ondersteunen.”

Pin It on Pinterest