Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Hij is pas 38 jaar, nieuw in het vak en geen roeier. Bepaald geen prototype bootsman dus. Toch heeft Jesse Bouma het na een kleine twee jaar behoorlijk naar zijn zin bij De Amstel in Amsterdam. “Het werk is afwisselend en ze laten mij lekker mijn gang gaan.”

We treffen Jesse een dag na zijn eerste echte incident bij de club. Een gladde vier was bij het Apollohotel vlakbij tegen een dukdalf gevaren en dreigde te zinken. “Ons motorbootje werd net gerepareerd en er waren geen mensen hier, dus toen moest ik samen met hun coach er heen roeien. Ik had denk ik één keer eerder geroeid”, vertelt hij lachend. Met de roeiers van de kapotte boot weer veilig op de kant en de coach roeiend, trok Jesse de kapotte boot vanuit de roeiboot terug naar De Amstel.

Boostman de Amstel_3

Jachten
Hij kan dit soort reuring wel waarderen. Tot nu toe werkte hij na zijn opleiding aan het hout- en meubileringscollege met richting scheepsbouw vooral op scheepswerven. Hij zette houten sloepen in elkaar maar ook luxe jachten. “Het was leuk werk, maar ook veel van hetzelfde. Je was vooral onderdeel van een team dat iets maakte. Ik haal meer waardering uit iets dat ik helemaal zelf in elkaar kan zetten. Je stond ook vaak de hele dag in het stof of in giftige chemische lucht. Ik ging me steeds vaker afvragen of dit het nou was.”

ZZP
Jesse begon voor zichzelf als zzp’er gericht op allerlei klussen. Hij leerde zichzelf onder andere goed schilderen, maar ook dat viel hem zwaar. “Zat je een hele dag op je knieën onder een boot. En dan heb ik het nog niet eens over het zoeken naar opdrachten. Daardoor was je eigenlijk de hele tijd bezig.” Een uitkomst bood Elmer van Orden, bootsman van Het Spaarne, waar hij ooit stage had gelopen. Hij attendeerde Jesse op het feit dat zijn collega bij De Amstel ging vertrekken.

3D-puzzel
Bij de roeivereniging in Heemstede had hij in 2001 een bijzonder leuk half jaar gehad. “Ik kwam daar bij toeval terecht. Het Spaarne leek het goed als Elmer zijn kennis door zou geven. We konden het al snel goed vinden en ik vond het werk veel charme hebben. Je eigen werkplaats met een redelijke vrijheid om te kunnen doen wat je wil. Hij heeft me onder andere een C1 laten bouwen, de Sprinkhaan. Dat vond ik ook bijzonder, dat ik echt mijn eigen bootje kon maken. Ik zie dat als een soort 3D-puzzel.”

Waterkering 
Omdat hij niet uit het vak kwam en geen roeier was, verwachtte hij niet teveel van zijn open sollicitatie. “Ik kende de situatie ook niet precies en wist niet hoe erg ze iemand nodig hadden. Maar na een paar maanden kwam de vraag of ik niet toch een keer kon komen praten. Ze hebben me een klusje laten doen om te kijken wat ik kon. Volgens mij ging het om het repareren van een waterkering. Dat kon ik wel.”

Kleuren

Toch was het begin wel even wennen. “Ik moest echt vaak nadenken over hoe het de roeibeweging is en bijvoorbeeld dat je met deze sport achteruit gaat in plaats van vooruit. Dingen die voor jullie roeiers logisch zijn, maar voor mij niet. Met epoxy had ik gelukkig al veel ervaring, maar ik ben bijvoorbeeld dagen bezig geweest om uit te vinden welke kleur geel Empacher precies gebruikt of het wit van Filippi.”

Afwisseling  
Ook moest hij een manier vinden om al het werk op elkaar af te stemmen. “Als je een gaatje in een boot hebt gevuld, moet dat drogen. Maar je moet weer niet te lang wachten met verven. Als je meerdere dingen door elkaar gaat doen, verlies je wel nog eens het overzicht. Maar daar raak ik steeds meer bedreven in. Die afwisseling vind ik uiteindelijk ook het leukst.” Opvallend genoeg is zijn werkplaats – zeker in vergelijking met die van zijn collega’s – behoorlijk opgeruimd. “Ik ben wellicht een vreemde eend in de bijt, maar ik vind het inderdaad prettig om alles snel te kunnen vinden.”

Klachtenuurtje
Als hij dingen niet weet, is het contact met zijn oude leermeester Elmer snel gelegd. “We sturen elkaar geregeld foto’s van schades met de vraag of de ander dat wel eens heeft meegemaakt. Feitelijk gaat het hier weinig anders aan toe dan op Het Spaarne. Mensen komen met dezelfde problemen binnenlopen. We noemen het gekscherend ons psychologisch klachtenuurtje. Maar deels is het ook ‘trial en error’, want wat is precies ‘goed’ als het om repareren gaat? Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan.” 

Bootsman de Amstel

Red Bull: wij gaan roeien naar de 21e eeuw brengen!

Red Bull: wij gaan roeien naar de 21e eeuw brengen!

Tijd voor een extreme challenge op een Bosbaan gevuld met Red Bull.

Jefry van Weerthuizen is creative client director bij Red Bull en helemaal hyper.
“Holy shit! Het is rond: april 2020 gaan we het water van de Bosbaan vervangen door Red Bull.”

Jefry legt ons de story uit. “Als A-Brand wil je de customer acquisition cost van je prospects zo laag mogelijk houden. Dan zou je zeggen: doe iets met een department store om je drop in rate te vergroten. Maar dan maak je een denkfout. Hahaha!
Dat is namelijk inbound denken. Je moet leads en met name qualified leads zo snel mogelijk je Sales Funnel intrekken. Logisch toch?

De roeiwereld is voor ons mega interessant omdat er veel highly educated peeps rondlopen die het MAXIMALE uit zichzelf willen halen. Ja toch?

Om de werkelijkheid wat te versimpelen zijn we daarom met buyer persona’s gaan werken. Daar ontstonden ‘Roderick, de stoere KNSRB roeier’ en ‘Boukelien, het verlegen knorrenmeisje’. Uit onderzoek bleek dat ze beiden heel erg experienced driven zijn. Toen wisten we: we moeten in het olympisch jaar iets gaan doen wat compleet viral kan gaan. Wojoooo!

En dan moet je die boring sport dus volledig afbreken en opnieuw opbouwen. Roeien genereert geen traffic! Veel te weinig adrenaline, veel te weinig smoel. Op dat moment gilde een collega bij een 360-jump in the desert sessie vol afschuw: ‘Roeiers roeien op water………… fokking WATER!’

Toen was het plan snel rond: Bosbaan vullen met Red Bull, downhill starten en een schans op de 1500 meter. Downhill ice skating werd een succes, dit dus ook, Hell Yeah!

Spektakel, Sales, een extreme challenge in plaats van suf over 2 kilometer van A naar B peddelen.

Zo geven we Roderick, maar vooral Boukelien de kans te shinen als influencer. Read my lips boys en girls: dit is de enige manier om roeien olympisch te houden.

We hebben overigens gekozen voor de Red Bull purple edition sugarfree met acaibessmaak.
Die is echt leip lekker.

Kijk uiteindelijk wil ik als merk de kans op klant penetratie zo groot mogelijk maken!
En die Roderick is me toch een lekker ding. Hahaha!”

Afroeiploeg The Champions van Asopos gaat het Holland 8 moeilijk maken. “Ongelijk roeien is echt ons ding”

Afroeiploeg The Champions van Asopos gaat het Holland 8 moeilijk maken. “Ongelijk roeien is echt ons ding”

Foto: Ellen de Monchy

“Wat geweldig, het nieuws vanuit de wetenschap dat uit fase roeien sneller gaat dan gelijk roeien!” blèrt Jayden. De jongens van afroeiploeg ‘The Champions’ hebben er al vier trainingen op zitten sinds ze twee weken geleden zijn begonnen met studeren. En de kersverse academici drinken er aan de bar van hun club Asopos nog een op.

Boeg Noah verklaart de blijdschap: “Het is een enorme opluchting dat we niet fucking lang hoeven te oefenen voor zoiets sufs als gelijk leren roeien. Gelijk drinken vinden we al moeilijk genoeg. Wij zijn van een generatie die niet gewend is hard te werken. Dat hoefde ook niet want mijn moeder maakte altijd mijn huiswerk en mijn vader liet altijd de hond uit of deed mijn krantenwijk. We wisten al wel dat we goed waren, maar niet dat we zo goed waren. Tokyo lonkt voor ons. Ze vertelden het al in de intro week: met studentenroeien kan je in korte tijd de wereldtop halen.” 

Slagman Sergio vult hem aan: “We gaan echt al knetterhard in de C4 en in de bak lukt het keren achterin ons ook al. Dat gaat dus alleen nog maar sneller in zo’n gele pretbanaan van Empacher. Beetje wiebelen, maar dat gaat dus alleen maar sneller! Er kwam al zo’n coach langs die ons vroeg in de eerstejaars acht mee te selecteren. Hem viel het dus ook al op dat we super goed zijn.” 

Kevin, druk oefenend met het vaarreglement om bakboord en stuurboord uit elkaar te houden, sluit het gesprek af: “We zien die jongens uit de Holland 8 wel op de Bosbaan komend jaar. Een ding is zeker. Anti fase roeien gaat de selectie op zijn kop zetten. Wel ff kijken of ik kan, want ik zou met mijn middelbare school matties op reünie naar Chersonissos en dat is ook belangrijk.

Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

De Zuid-Afrikaan Kevin Bisseker (60) volgde zeventien jaar geleden de iconische bootsman Cor Splinter op bij De Hoop. Net als zijn voorgangers in deze serie wil hij zo lang mogelijk op deze plek blijven werken.

Het is een terugkerend patroon. Bootsmannen die gelukkig zijn in hun vak en de vrijheid die ze roemen in hun afgebakende ruimte van hun eigen werkplaats. Kevin ontvangt me dan ook met koffie uit een uitstekend apparaat en steekt er zelf een sigaartje bij op. “Ik kan hier heerlijk werken, lekker met de radio aan. Het voelt een beetje alsof het van mij is. Zo ben ik enige die weet waar alles ligt.”

Apartheid
Kevin heeft een bijzonder levensverhaal. Als jongen van 23 verlaat hij Zuid-Afrika om onder de dienstplicht uit te komen. “Het was los van de prachtige natuur een compleet verpest land met de apartheid. Daar wilde ik niet actief aan meewerken. Ik ben net op tijd vertrokken. Terwijl ik onderweg was naar Johannesburg voor mijn vlucht, viel bij mijn ouders de brief op de mat dat ik mij bij het leger moest melden.”

Inboorlingen
Vóór zijn vertrek kent hij echter nog een fijne tijd in zijn geboorteland. “Ik ben opgegroeid in het Oosten waar amper toeristen komen. Als zoon van een groothandelaar in bonen, rijst en groente had ik niets te klagen. Na mijn middelbare school heb ik drie maanden met vrienden in een bestelbusje van hem in het oerwoud tussen de inboorlingen geleefd. Prachtig was dat. Koken op zelf gemaakt vuur en surfen aan de kust.”

Flodder

Toevallig gaat de goedkoopste vlucht vanuit Zuid-Afrika naar Nederland. Maar daar vestigen, lukt mede vanwege VISA-problemen niet meteen. “Ik ben op allerlei plekken geweest. Van strandwerk in Griekenland tot baantjes in Engeland, waar ik nog ben opgepakt voor illegaal werken. Via een meisje dat ik leerde kennen in Griekenland kwam ik weer in Nederland terecht. Ze was nog jong en woonde in de Jordaan. Haar vader was Sjakie uit Flodder.”

Stoffeerder
De relatie zorgt ervoor dat hij zich eind jaren ’80 permanent in Nederland wil vestigen. Dat betekent twee jaar wachten totdat hij een paspoort kan krijgen. “Ik ben een tijd stoffeerder in de RAI geweest, een verschrikkelijke baan. Toen ik eindelijk Nederlander was geworden, kon ik mijn eigen klusbedrijf beginnen. Ik deed van alles, van het timmeren van bedden tot loodgieterswerk. Maar mijn bedrijf lag wel steeds stil als ik jaarlijks een maand naar Zuid-Afrika ging om familie te bezoeken.”

De Amstel
Een unieke gelegenheid om in loondienst en bijvoorbeeld ook vakantiegeld te krijgen en pensioen op te bouwen te gaan werken, doet zich voor als hij een keer met een klant naar De Amstel gaat voor een proefles roeien. Een sport die hij op zijn middelbare school zeer actief had beoefend. “Ik zag daar de bootsman bezig en zei meteen: ‘dat lijkt me nou perfect werk voor mij’. De klant zag niet veel later in het bondsblad Roeien een vacature voor De Hoop en wees mij erop.”

Splinter
Hij valt in de smaak en wordt de opvolger van Cor Splinter, de alom gewaardeerde bootsman die maar liefst 47 jaar werkte bij de chique vereniging aan de Weesperzijde. “Het was lastig in zijn voetsporen te treden. Het was een enorme vakman. En dan woonde hij ook nog eens op De Hoop. We hebben de eerste zes weken samen gedaan om mij in te werken. Je kan je voorstellen hoe dat gaat met twee eigenzinnige mensen in een kleine ruimte. Dat knetterde nog wel eens.”

Surfboard
Het lukt Kevin echter snel het vak zich eigen te maken en zich een plek te verwerven. “Omdat ik al een roeiverleden had, had ik wel een voorsprong. En in Zuid-Afrika had ik ook al eens zelf een surfboard gemaakt. Uit een magazine over Epoxy heb ik geleerd hoe ik zo goed mogelijk kunststofboten kon repareren. Het fijne van dit werk is dat vrijwel niemand weet wat fout is. Dat gaf mij de ruimte om te experimenteren. Hulp heb ik zodoende niet enorm hoeven zoeken.”           

Onhandig
Geliefd is de bootsman uiteraard niet altijd op zo’n grote vereniging. “Met veel mensen kan ik goed opschieten, maar sommige leden vinden mij te streng. Maar ja, ik wil gewoon schade voorkomen. Soms is het dweilen met de kraan open als je ziet hoe mensen een boot tillen en in de stelling leggen. De mensen hier zijn natuurlijk heel hoog opgeleid, maar de handigheid ontbreekt vaak.”

Waterpompen
Met het bestuur heeft hij een fijne samenwerking. “Het wisselt een beetje per persoon. De materiaalcommissaris van nu zit er bijvoorbeeld behoorlijk bovenop. Wekelijks stuur ik hem een lijst van zaken die ik wil doen. Dat vind ik geen enkel probleem, zolang er maar ruimte is voor dingen die spontaan moeten gebeuren. Net was ik bijvoorbeeld ook bezig met de waterpompen uit de kleedkamer die stuk zijn. Dat komt er dan bij.”   

Skiffen
Hij blijft het werk het liefst doen totdat het vanwege leeftijd niet meer lukt. “Ik heb weinig pensioen opgebouwd dus ga graag nog ruim tien jaar door. Daarnaast vind ik het echt een eer om te werken bij zo’n grote en koninklijke vereniging. Ik ben nog steeds iedere dag dankbaar dat ik hier terecht ben gekomen.” Extra voordeel is dat hij ondertussen ook zelf kan roeien. “Ik heb hier geleerd te skiffen. Ik mag wekelijks wat kwartiertjes opsparen. Dat ga ik vroeg in de ochtend. Je hoofd even vrij maken van alle nare gedachtes die iedereen soms wel eens heeft. Dat kan niet beter dan met roeien.”

In Memoriam, 5 jaar later

In Memoriam, 5 jaar later

In Memoriam, 5 jaar later

In 2014 schreven Boudewijn en Elisabeth voor Roeined een In Memoriam over Karlijn en Laurens, twee bekende gezichten in de roeiwereld, die omkwamen in de MH17. Het was een van de eerste verhalen in navolging van de ramp – een verhaal uit het hart. Vijf jaar later blikken zij terug. 

Vijf jaar geleden vlogen Laurens en Karlijn uit onze levens, op weg naar een strand waar wij hadden afgesproken, op weg naar de theeplantage waar Laurens graag even aan het bureau van Hella Haasse wilde zitten. Op weg naar het roeimeer in Pangelengan, Indonesie waar Lies en Lijn een ouderwets potje zouden gaan tweezonderen. Het matchende Indiana-roeipakje dat speciaal mee was in haar tas, is nooit meer teruggevonden.  

We weten nog goed hoe overweldigend – bovenop alles – de media aandacht was in de eerste weken na de ramp. Ook wij ontvingen tientallen verzoeken voor interviews van nationale en internationale media naar aanleiding van het stuk dat wij hadden geschreven. Ergens voelde het terecht dat de wereld hier zo bij stil stond. Dat de vlaggen half stok hingen. Dat het hele land trilde op haar grondvesten. Hoe anders dan wanneer je in stilte een geliefde verliest.

Nu, vijf jaar later, staat de media weer bol van nagedachtenissen, artikelen en rapporten, en ook de afgelopen jaren ging er nauwelijks een week voorbij dat de MH17 niet in de media voorbij kwam. En toch brengt het maar zelden antwoorden of troost. Want hoezeer de levens van al die mensen in een adem wordt genoemd met de ramp, het gaat niet over hun. Het leven van Karlijn en Laurens wordt niet gedefinieerd door hun laatste seconden, door raketten, daders, wrakstukken en gruwelijkheden. 

De 25 en 30 jaar van Karlijn en Laurens ging over levenslust, over dromen waarmaken, over alles met een grote glimlach, over liefde en vriendschap. Over energie, van het soort waarmee Karlijn zich voor een wedstrijd aan de start kon omdraaien en haar teamgenoten zo doordringend aan kon kijken dat je wist dat we voor de winst en niets dan de winst zouden strijden. Het ging over al die dingen die wij toen in ons stuk beschreven. Kleine, dagelijkse dingen. Waarvan je achteraf pas weet dat het daar om ging. Hun dood (het kan zomaar voorbij zijn) maar vooral hun leven (just do it) heeft de verdere koers van ons leven bepaald.

Op hun geliefde Skøll werd later een tweezonder gedoopt: de ‘Karlijn en Laurens’. Het is inmiddels niet eens meer de nieuwste en mooiste boot van Skøll, een onbenul is ooit op de boot gaan staan en dwars door de huid gegaan. 

Boten zijn duidelijk net zo breekbaar als het leven.

foto: Merijn Soeters

Duitse World Cup-équipe aangekomen in Rotterdam: ‘Wo ist hier eigentlich die Altstadt?’

Duitse World Cup-équipe aangekomen in Rotterdam: ‘Wo ist hier eigentlich die Altstadt?’

De Erasmusbrug, Kubuswoningen, de Markthal; de Duitse roei-équipe keek haar ogen uit tijdens een rondleiding langs de architectonische hoogstandjes van Rotterdam. 

Deutschland-acht roeier Christopher Wolff heeft echter ook een kanttekening. 
“In mijn ogen kun je ook te ver doorschieten in je zucht om te vernieuwen. Jammer dat ze er in het centrum van Rotterdam niet in geslaagd zijn om klassieke elementen te combineren met moderne. Laten we eerlijk zijn: iedere tijd schept toch zijn eigen monumenten?” 

“Toen ik onze stadsgids daar naar vroeg, begon ze na een diepe zucht met haar ogen te rollen. Jammer dat je daar niet gewoon een gesprek over kunt hebben.” 

Een ander punt van onbegrip voor Christopher is het grote aantal verwarde ouderen op straat in Rotterdam. 
“Wanneer men ons onderling Duits hoort spreken, krijgen we regelmatig de vraag ‘Wo ist mein Fahrrad?’ Alsof ze denken dat we hier voor de Tour de France komen of zo. Best zielig.”

Christopher zegt tot slot uit te kijken naar de races op de ‘Kaiser Wilhelmstrecke in Siebenhausen.’
“Staan er echt nog maar 7 huizen?”
“Is het daar soms oorlog geweest of zo?” zegt hij schaterend. “Geintje joh! en jullie maar denken dat wij Duitsers geen humor hebben!”

Foto’s: Ellen de Monchy

Pin It on Pinterest