Skøll wint Varsity 2020 – Algoritme en debatwedstrijd bepalen winnaar

Skøll wint Varsity 2020 – Algoritme en debatwedstrijd bepalen winnaar

Foto: Ellen de Monchy

De finale van de Race der Oude Vieren is gisteren via een slotdebat op videoplatform Zoom uitgevochten. Dit nadat in de ochtend door een algoritme werd bepaald wie van de 21 deelnemende verenigingen door mochten naar de finale.

Op basis van criteria als aantal blikken, ergometer score en aantal Instagram volgers werden de zeven ploegen geselecteerd die in de middag live via Zoom zouden strijden om de felbegeerde gouden blikken.

De heren studenten moesten in een slotdebat verbaal de degens kruisen. Dit gevecht tussen de Oude Vieren bestond uit een debat waarin stellingen voorbijkwamen van filosofen als Aristoteles, Seneca en Estelle Cruijff.

Het Leidse Njord werd vooraf getipt door het “Varsity Magazine”, maar tijdens het debat bleek dat de ware Leidse bek tegenwoordig in Leiderdorp woont. Asopos de Vliet maakte met een selectie van vier filosofie studenten een verpletterende start in het debat. In het middenstuk liepen de emoties hoog op bij de stelling: “Knor zijn is net zoiets als Voodoo, als je er niet in gelooft bestaat het niet.”

Door een duidelijk mindere VO2 max vlakte de curve van Asopos echter af en konden ze uiteindelijk het hoge tempo van het debat niet volhouden. Nadat het brutale Nereus gediskwalificeerd werd vanwege onvoldoende social distancing kwam Skøll uiteindelijk gemakkelijk als eerste over de finish.

De kroegjool werd op meerdere platformen gevierd. Skøll trok zich terug op Skype professional, waar veel KNSRB leden kozen voor Microsoft Teams. Op Fortnite werd nog even gezooid tussen Laga en Theta. Argo was met name te vinden op Hay Day. De Gouden Blikken worden morgen door Brinks Waardetransport thuisbezorgd bij de heren Tibben, Van Lierop, Moerman en Rustenburg.

Aegir ontruimt botenloods voor quarantaine 900 Vindicat-leden

Aegir ontruimt botenloods voor quarantaine 900 Vindicat-leden

Groningen bereidt zich voor op de komst van 900 Vindicat-leden die afgelopen week vakantie vierden in Noord-Italië, midden in de brandhaard van het Corona virus. De Groninger studentenroeivereniging Aegir is daarop op verzoek van de GGD gestart met het ontruimen van de immense botenloods om de komende twee weken de Vindicat-leden in quarantaine op te kunnen sluiten.

450 Stapelbedden die klaar stonden voor een mogelijke grote gasbeving werden vanochtend door de GGD afgeleverd op de Stockholmstraat. Dat betekent dat de Vindicat-leden met z’n tweeën in één bed moeten slapen, maar dat waren ze de afgelopen week al gewend. 

Bij binnenkomst morgen zullen de Vindicaters individueel ontsmet worden. Bijkomend voordeel aan deze gloednieuwe Chinese desinfectiestraat is dat bijvangst als chlamydia, schurft en gonorroe ook afgevangen wordt. Hooghoudt, wier naam al decennia lang op de gevel van Vindicat prijkt, zorgt dat de studenten de komende twee weken voldoende middelen voor desinfectie tot hun beschikking hebben.

Aegir-voorzitter Godelieve Hoovers: “Na de schorsing als subvereniging van Vindicat is dit een goede manier om de banden weer aan te halen. Om de impact op onze roeiprestaties te minimaliseren zullen onze 760 leden de komende twee weken op trainingskamp naar het Noord-Italiaanse Varese gaan.”

Coronavirus: Jonge Acht van Thêta al week in quarantaine voor vlot Proteus

Coronavirus: Jonge Acht van Thêta al week in quarantaine voor vlot Proteus

Foto: Leo de Keizer

De Jonge Acht van Thêta ligt al een week op De Schie in Delft te wachten voordat ze van boord kan. Na afloop van de – voor hen toch al teleurstellend verlopen – Winterwedstrijden nam kamprechter Michel Portasse deze stevige maatregel.

Portasse, in het dagelijks leven apotheker: “Voor de start hoorde ik al gehoest uit de boot komen. Dit, gecombineerd met het zwakke optreden van de acht en het bleke gezicht van de stuurvrouw deed bij mij meteen alle alarmbellen afgaan. Direct zette ik mijn mondkapje op en richtte mijn infraroodthermometer op de Aziatisch ogende stuurvrouw. Eén en één is twee, weet je. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn deze dagen. En ja hoor, 38,5 graden! Nou, dan weet ik genoeg. Dan gaat het noodprotocol van de Roeibond in werking en verbied ik de bemanning aan land te gaan. Eerst moet het virus uitdoven.”

Sindsdien dobberen de acht roeiers en stuurvrouw in quarantaine op De Schie. Het RIVM monitort continu vanuit een motorbootje de bemanning. Als er na twee weken geen ziekteverschijnselen meer zijn mogen ze van boord.

Stuurvrouw Hu Lang vindt de situatie nogal overdreven: “Het was mijn eerste wedstrijd. Ze hadden me verteld dat ik me goed aan moest kleden, maar ik kwam om van de hitte in twee dikke donsjassen en een regenpak. Niet gek dat ik wat verhoging had. Maar dit is natuurlijk je reinste discriminatie. Ik studeer al twee jaar Elektrotechniek in Eindhoven, loop stage in de cleanroom van ASML, eet wekelijks boerenkool met worst en slik mijn xtc-pilletje. Mijn ouders wonen in Hotan, dat is 50 uur rijden van Wuhan. Daarnaast heb ik mijn ouders al tien maanden niet gezien. Hoe kan ik het virus dan hebben opgelopen?

Portasse ziet dit toch echt anders: “Het is allemaal heel alarmerend: de hele boot is nu al ziek. Verkoudheid noemen ze het, doordat ze onderkoeld zijn na een week buiten. Nou, ik weet wel beter! Zo gemakkelijk komen ze er niet van af. Uitzieken en dan pas van boord. Gebruik die tijd op het water maar om extra te trainen!”

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Zeven jaar werkt Ricardo Oschatz (55) inmiddels als bootsman bij de Koninklijke Roei- & Zeilvereniging De Maas. Begonnen als jonge roeier bij eerst de gemeente Rotterdam en later Nautilus kwam hij via vele omzwervingen terug in de roeisport.

Ricardo volgde als scholier cursussen bij de ‘Raad van Lichamelijke Opvoeding’, een door de Gemeente Rotterdam opgerichte roeiloods aan de Crooswijksebocht, waar nu roeivereniging Rijnmond zetelt. Hij werd gegrepen door de sport en meldde zich al snel aan bij Nautilus, amper een kilometer verderop. “Ik heb zelfs nog op een blauwe maandag wedstrijdgeroeid, al was ik daarin niet bijzonder fanatiek. Prestatietochten trokken mij meer. Zo deed ik mee aan Koblenz-Delft, een race over 440 kilometer. En ik was erbij toen in 1988 de eerste Elfstedentocht werd verroeid.”

Enkhuizen
Ondanks zijn nog jonge leeftijd kwam hij snel in de werkplaats van Nautilus terecht. “Men had door dat ik handig was en ben daar vervolgens lang als vrijwilliger actief geweest. Nautilus had in tegenstelling tot De Maas geen betaalde bootsman dus wij moesten alles zelf oplossen.” Na een opleiding tot boekhouder en een jaar in militaire dienst, werkte hij in die tijd twaalf jaar als magazijnmedewerker in vrachtwagenonderdelen. Het werken aan boten bleef echter trekken. “Ik heb toen een cursus botenbouw gedaan in Enkhuizen. Met tien man hebben we in drie maanden tijd drie jollen in elkaar gezet. Daar heb ik de basis van mijn vakmanschap gelegd.”

bootsman de maasBusman
Ricardo vond kortstondig een baan bij Busman, toen de enige roeibotenbouwer van Nederland. “Het was leuk werk, maar ik kwam er wel achter dat boten bouwen iets heel anders was dan ze repareren. Het is meer fabrieksmatig werken en doet weinig beroep op creativiteit en samenwerking. Niet veel later werd de hele tent opgedoekt.” Na een tijd in een gereedschapswinkel in Gouda te hebben gewerkt, hoorde hij via een kennis van Nautilus dat De Maas een bootsman zocht. “Ik aarzelde geen moment. Ik kon van mijn hobby mijn werk maken.”

bootsman de maas

Clubcultuur
De Maas had direct iemand nodig, dus het was snel beklonken. Het betekende wel een omslag van club. “Ik vond De Maas altijd een vrij chique club. Vroeger waren er zelfs maar liefst drie bootsmannen. Nog steeds kom je hier niet zomaar binnen en moet je voor referenties zorgen om lid te kunnen worden. En kinderen kunnen hier alleen roeien als ook hun ouders lid zijn. Doordat ik er ben hoeven leden van De Maas veel minder zelf te klussen dan bij Nautilus.” Er staat volgens hem tegenover dat het een bijzonder familiaire vereniging is met veel gezellige en actief roeiende leden. Van de 600 leden die als roeier staan ingeschreven zijn er maar liefst 450 wekelijks actief.

Voorrang
Dat brengt ook veel schades met zich mee. “Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder schademelding. Sommige Maasleden denken dat ze op het water altijd voorrang hebben, maar anderen snappen dat niet”, zegt hij met een knipoog. Maar dan serieuzer: “Ons gebouw is prachtig, maar past niet meer bij de vloot van vandaag. De loodsen zijn smal en de hoogte van de deuren is veel te laag. Dat veroorzaakt veel schades. Daarnaast zit in de cultuur van de club dat als iets stuk is, er altijd wel iets nieuws komt.” Toch is er soms ook sprake van het tegenovergestelde. “Zo hebben we een ploeg die al 20 jaar in dezelfde boot roeien en absoluut geen andere – betere – boot wensen, hoewel hun schip allang aan vervanging toe is.”

Reparaties
Dat hij maar een beperkte opleiding in dit vakgebied had, leverde vooral in het begin enige problemen op, vertelt hij eerlijk. “Ik had vooral veel ervaring met hout en kunststofboten zijn toch echt heel anders. Zo wist ik weinig van honingraad en gebeurde het eens dat na een reparatie een boot ineens een kilo zwaarder was. Ook vond ik het lastig om weer de perfecte vorm terug te krijgen. Ten slotte is het vinden van de juiste kleur verf voor de laatste laag erg lastig. Maar ik las in jullie serie dat mijn collega van De Amstel daar iets op gevonden heeft. Met hem ga ik zeker contact opnemen.”

bootsman de maasGastheerschap
Een extra verdiepende cursus kwam er vooralsnog niet van. “Ik heb toen ik begon meteen contact opgenomen met Empacher want die boden dat vroeger aan, maar helaas zijn ze daarmee gestopt toen een van de oprichters overleed.” Gelukkig redt hij zich inmiddels uitstekend. Zijn vak behelst tegenwoordig ook meer dan enkel boten repareren. “Ik ben vaak de enige aanwezige op de loods, dus veiligheid en gastheerschap spelen ook een rol. Ik help mensen met het tillen van hun boten en ben ook getraind als bedrijfshulpverlener. Bovendien ben ik de enige die weet waar alles ligt, dus ik krijg de hele dag vragen. Deze werkplaats voelt echt als mijn domein en dat is een heerlijk gevoel. Ik zit hier uitstekend op mijn plek.”

Vlotverhalen: Erie Schoonevelt

Vlotverhalen: Erie Schoonevelt

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug.

Wie ben je?
“Ik ben Erie Schoonevelt.”

Hoe lang roei je al bij Roeicentrum Berlagebrug?
“8 jaar nu bijna. In maart is het 8 jaar.”

Wat heb je net gedaan?
“Ik heb net geroeid, me zijn tweeën. Het was hard werken met die wind vandaag! We hebben een rondje gevaren en gelet op de gelijkheid. We doen niet mee aan de Berlage Sprint, zit niet in ons DNA.”

Wat betekent roeien voor jou
“Ik vind het gewoon lekker om te doen op het water en te bewegen buiten. Wij kregen van de Gemeente elk jaar de reclame ‘roeien is voor iedereen’ dat hadden wij in de wachtkamer van de huisartsenpraktijk hangen. En toen wij met pensioen gingen, dachten ik ook ik ga eens kijken. En nu roei ik nog steeds.”

Vlotverhalen: Erie Schoonevelt

Vlotverhalen: Erie Schoonevelt

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je?"Ik ben Erie Schoonevelt." Hoe lang roei je al bij Roeicentrum Berlagebrug?"8 jaar nu bijna. In maart is het 8 jaar." Wat heb je net gedaan?"Ik heb...

Vlotverhalen: Alice Snel

Vlotverhalen: Alice Snel

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je"Ik ben Alice Snel en ik ben 80 jaar." Hoe lang roei je al bij Roeicentrum Berlagebrug?"Ik roei 15 jaar nu, en momenteel drie keer in de week." Wat...

Vlotverhalen: Lieke

Vlotverhalen: Lieke

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je?“Ik ben Lieke Olijslagers, 28 jaar, en huisarts in opleiding in Nijmegen.” Wat heb je net gedaan?“We komen terug van de roeitocht van het Amsterdam...

TU Delft ontwikkelt ergometer die blijft drijven

TU Delft ontwikkelt ergometer die blijft drijven

Foto: Ellen de Monchy

Een veel gehoorde opmerking over ergometers is dat ze niet blijven drijven. Studenten van de TU Delft zijn er nu in geslaagd met behulp van materialen uit de ruimtevaartindustrie een ergometer te ontwikkelen die wel blijft drijven.

Jesse van Rhijn, vierdejaars en hoofd van het designteam, heeft twee jaar lang aan dit project gewerkt: “Het was een enorme uitdaging om het gewicht onder de twee kilogram te krijgen, maar met een mix van carbonfiber, twaron en zilverfolie is het ons uiteindelijk toch gelukt.

We hebben nu een geweldige oplossing voor alle sporters die hun ergo-trainingen binnen in een loods of sportschool afwerken. Met een drijvende ergometer loop je naar een sloot of kanaal en je ergometert er zo mee weg.”

Vooral roeiers met minder goede ergometerscores bleken veel te klagen over het ontbreken van drijvend vermogen. Van Rhijn: “Voor hen is deze uitvinding een uitkomst. In de eerste gebruikstesten werd bevestigd dat deze “natte winden”, zoals ze genoemd werden, nu veel minder vaak halverwege een training afstappen. Dan krijgen ze immers direct een nat pak.”

Op de TU Eindhoven wordt ondertussen gewerkt aan een project om acht drijvende ergometers aan elkaar te koppelen.

Pin It on Pinterest