Wedstrijdkalender bekend: Varsity tweedaags evenement, knorren op zaterdag

Wedstrijdkalender bekend: Varsity tweedaags evenement, knorren op zaterdag

Foto: Ellen de Monchy

Slecht gestrikte dassen, overhemden zonder Ralph Lauren paardje en jasjes van de Wibra. Komende april moet u op zaterdag naar Houten komen om deze uitingen van slechte smaak te zien. De zondag wordt traditioneel weer voor de corporale verenigingen. De niet corporalen, in de corporale volksmond ook wel “knorren” genoemd, krijgen hun eigen feestje op zaterdag. 

President van de K.N.S.R.B. Diederik van Borft tot Katwijk licht het besluit om van de Varsity een tweedaagse wedstrijd te maken toe: “Het begon toch te schuren: een overvol wedstrijdprogramma, duizenden knorren die niet weten hoe het heurt en een oude vier van Skøll die in 2020 dreigt te gaan winnen. 

Om die redenen hebben we besloten de wedstrijd over twee dagen te spreiden. Deze spreiding geeft bijvoorbeeld de vele overnaedsche tweeën, die nu een zware wissel trekken op het tijdsschema, de ruimte wat meer ontspannen op te roeien naar de start. Dat moet nu namelijk allemaal erg gehaast. De ploeg die op zaterdag de Knorren Oude Vier wint krijgt een taart en vijf muntjes voor een drankje. 

Ook commercieel kunnen we op deze manier veel beter van twee walletjes eten: het geeft ruimte voor nieuwe sponsoren zoals de Triodos Bank, De Groene Amsterdammer en George Soros’ Open Society Foundation. Allemaal partijen die nu niet geassocieerd willen worden met het imago van de zondag. Omdat de knorren de Varsity traditioneel vanaf de overzijde van het kanaal aanschouwen zullen we in de nacht van zaterdag op zondag het gehele bezoekersterrein afbreken en aan de andere kant weer opbouwen.” 

Gezien de drukte op de gehele roeikalender, waardoor de Koninklijke Holland Beker dit jaar zelfs helemaal komt te vervallen, zou een extra wedstrijddag als een opmerkelijk besluit gezien kunnen worden. Van Borft tot Katwijk: “Onzin natuurlijk, 2020 heeft met 29 februari sowieso al een extra zaterdag.”

Vlotverhalen: Lieke

Vlotverhalen: Lieke

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug.

Wie ben je?
“Ik ben Lieke Olijslagers, 28 jaar, en huisarts in opleiding in Nijmegen.”

Wat heb je net gedaan?
“We komen terug van de roeitocht van het Amsterdam Light Festival. Ik heb dit samen gedaan met mijn vriend, mijn broertje en mijn schoonzus. Mijn vriend en ik hebben elkaar leren kennen tijdens onze studentenroeitijd bij Phocas in Nijmegen. Mijn broer en zijn vriendin kennen elkaar van Vidar uit Tilburg. Dit leuk ons een leuk uitje om samen te doen.”

Hoe was het?
“Het was heel gaaf. Sowieso om weer eens te roeien na een heel erg lange tijd. Ik zat op slag in een C4 met stuurman en ondanks dat we het allemaal al lang niet meer hadden gedaan, ging het best goed. Er zaten zeker weer goede halen tussen. Om in het donker door de Amsterdamse grachten te roeien met allemaal lichtjes maakte het al helemaal een bijzondere ervaring.”

Wat betekent roeien voor jou?
“Het betekende vroeger heel veel. Ik heb net als de anderen in deze boot fanatiek wedstrijd geroeid en later ook in het bestuur van Phocas gezeten. Dat was een bijzonder intense tijd. De mensen die ik toen heb leren kennen, zie ik nog steeds; alleen het roeien is weggevallen. Het is dus vooral nostalgie naar een prettige tijd. Ik was niet van plan het weer op te pakken, maar na deze tocht begint het toch weer te kriebelen. Toevallig hebben onlangs twee voormalig ploeggenoten van mij zich aangemeld bij roeivereniging De Waal. Nu ben ik nog net iets te druk met mijn opleiding, maar misschien ga ik dat ook doen als ik het weer wat rustiger heb.”

 

Vlotverhalen: Lieke

Vlotverhalen: Lieke

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je?“Ik ben Lieke Olijslagers, 28 jaar, en huisarts in opleiding in Nijmegen.” Wat heb je net gedaan?“We komen terug van de roeitocht van het Amsterdam...

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wie zijn jullie? “Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele...

Vlotverhalen: Bart van Brakel

Vlotverhalen: Bart van Brakel

In de nieuwe rubriek 'vlotverhalen' interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wil je jezelf even voorstellen? “Ik ben Bart van Brakel, ik ben 66 jaar oud en ik werk op dit moment niet meer. Ik heb heel lang...

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug.

Wie zijn jullie?

“Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele fanatieke sporter.”

 “Ik ben Annemiek, 58 jaar, ik ben fysiotherapeut, en ben wel een fanatieke sporter. Altijd hardlopen, maar kan ik niet meer, dus met roeien begonnen. En vindt dat helemaal leuk!”

 “Ik ben Mathilde, 48 jaar, en ook een fysiotherapeut.”

 “Ik ben Eveline, 54 jaar, en ik ben systeemtherapeut werkzaam in een traumacentrum voor kinderen en jeugd.”

Hoe vaak roeien jullie bij het Roeicentrum, en hoe zijn jullie daar terecht gekomen?

Tessa: “ik ben hier terecht gekomen omdat een collega vertelde ‘kom mee roeien’ en ben toen mee gegaan. Hij heeft mij geïntroduceerd. Ik had last van een frozen shoulder, en ik dacht dit moet ik doen omdat ik mijn schouders moest bewegen. De fysiotherapeut had aangegeven, of zwemmen of roeien. En dus met roeien begonnen omdat ik dat mijn hele leven eigenlijk al had willen doen.”

 Annemiek: “ik ben eigenlijk gaan roeien omdat een patiënt van mij wilde gaan roeien, omdat zij veel klachten had. Ik ben toen met haar meegegaan. Na 1 seizoen is zij naar een vereniging gegaan. Ben wel met haar meegegaan en gaan kijken, maar ik wilde geen vereniging omdat ik gewoon lekker wilde roeien, en niet wilde sturen, niet achter de bar en boten schuren. Ik vind het hier bij het Roeicentrum helemaal heerlijk, ik kom aan, ga in de boot zitten en ik vind het leuk om elke keer weer te leren en les te krijgen.”

 Mathilde: “Ik heb ooit een roeicursus gedaan 10 jaar geleden, toen het nog van de gemeente was. Dat was in de winter, en er lag vaak ijs en ging het niet door. Dat was niet zo goede start, maar daarna ben ik weer overgehaald om weer te starten. Ik wilde iets buiten doen, iets team-achtig en het ziet er mooi uit. Ik wilde graag op het water zijn, deed veel aan kanoën, en woonde toentertijd op een boot.”

Eveline: “Ik heb 16 jaar geleden een cursus boordroeien gedaan, en er achteraan 1 week intensief in de C1 in de avond. Ik wilde doorgaan met roeien, alleen was ik zwanger en dat was niet handig. Ben gestopt en een paar jaar later wilde ik weer iets doen. Ik heb vroeger fanatiek gebasketbald, dus teamsport. En ik wilde teamsport plus buiten combineren en kwam op roeien. En een oom van mij roeide tot aan zijn 80-ste, en dat wilde ik ook. Daar ga ik voor!”

Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen?

“Wij waren allemaal heel lang bevriend, al 30 jaar. Twee van ons zijn samen gestart, en later kwamen de anderen er bij. Het naar een vereniging gaan is wel eens een discussiepuntje van ons. Ik (Annemiek) vind de formule bij het Roeicentrum juist wel lekker. Het is wel duurder, maar het voordeel is dat je geen verplichtingen hebt (achter de bar, boten schoonmaken etc). Ik hoef het ‘verenigingsleven’ ook niet echt. Ik heb genoeg leuke mensen om mij heen. En je krijg hier ook een instructeur die les geeft. En de roeiles gaat altijd door! Ofwel met een andere instructeur, dat is heel fijn.”

“In de winter schaatsen we ook wel op de woensdag ochtend. Dus in de boot is er een klik, maar buiten de boot ook. We blijven altijd heel lang koffie drinken!”

Vlotverhalen: Lieke

Vlotverhalen: Lieke

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je?“Ik ben Lieke Olijslagers, 28 jaar, en huisarts in opleiding in Nijmegen.” Wat heb je net gedaan?“We komen terug van de roeitocht van het Amsterdam...

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wie zijn jullie? “Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele...

Vlotverhalen: Bart van Brakel

Vlotverhalen: Bart van Brakel

In de nieuwe rubriek 'vlotverhalen' interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wil je jezelf even voorstellen? “Ik ben Bart van Brakel, ik ben 66 jaar oud en ik werk op dit moment niet meer. Ik heb heel lang...

Drie tips om NKIR deelnemers nog zenuwachtiger te maken.

Drie tips om NKIR deelnemers nog zenuwachtiger te maken.

Foto: Ellen de Monchy

Veel roeiers kijken huizenhoog op tegen de naderende NKIR. 2000 meter afzien in een warme, zuurstofarme sporthal is mentaal ook geen kattenpis. Met name bij eerstejaars loopt het vaak dun door de roeibroek. We geven je hier drie slimme coachtips om jouw pupil totaal te ontregelen.

  1. Zeg dat je pupil geen angst moet tonen

Tegenstanders ruiken het angstzweet van je pupil en zullen weten: deze loser ga ik pakken. Dus doe als prins Andrew: zweet niet. Borst vooruit als je je ergometer opzoekt, spuug in je handen en hanteer voor de zekerheid royaal de deo spuitbus.

  1. Wijs op het belang van mindfullness

Tijdens de race kijkt je pupil in de ogen van ruim 500 gillende hooligans. Hij ruikt hun slechte adem en hoort hun verwensingen. Deze supporters willen dat hij kapot gaat en dat hun clubgenoot zegeviert. Laat hem woorden als “uitgemergeld gratenpakhuis” en “talentloze vetklep” niet persoonlijk nemen. Laat hem een rustgevend muziekje opzetten en denken aan wat zijn moeder gisteren nog zei: je mag er zijn!

  1. Zeg dat je pupil slim moet racen

Rust uit tussen je halen en realiseer je dat hijgen moe maakt. Onder de 6.00 is geen doel, het is een keuze. Maak die keuze en geluk en voorspoed zullen je ten deel vallen. Spreek ook uit dat je huizenhoge verwachtingen hebt!

Bonustip:

Heeft je pupil na deze adviezen succesvol gefaald: stuur hem dan naar ergotherapie!

Oud roeier Bert van Bokhoven begon onlangs een ergotherapie praktijk.

Bert: “NKIR trauma’s ontregelen het brein. Deelnemers herbeleven hun NKIR angst voortdurend. Ze slapen slecht, skippen ergo trainingen en liggen daardoor slecht in hun ploeg. Vaak ontstaan dan depressies die uitmonden in een vorm van ergovrees, te vergelijken met pleinvrees.

Ergotherapie zorgt ervoor dat roeiers eenvoudiger bij opgesloten gevoelens kunnen komen. Op de sofa bespreek ik hoe het is om je score richting de schaamtevolle 1.45 per 500 meter te zien stijgen. Ik bespreek wat deze slappelingen normaal wegdrukken. Dat werkt heilzaam, omdat het brein de traumatische race als het ware herschrijft in een minder angstige versie.”

N.B. Ergotherapie zit bij de meeste zorgverzekeraars in 2020 gewoon in het basispakket!

Stuurvrouw Holland8: laten we stoppen met praten over ‘bemanning’

Stuurvrouw Holland8: laten we stoppen met praten over ‘bemanning’

Foto: Ellen de Monchy

Holland 8 stuurvrouw Aranka Kops kan zich helemaal vinden in het pleidooi van D66 kamerlid Monica den Boer. Eerder deze week gaf deze volksvertegenwoordigster aan het woord “bemanning” niet passend te vinden in een debat over het tekort aan politiemensen. Er zijn immers net zo goed vrouwelijke agenten als mannelijke. 

Kops: “ik volg haar helemaal! Bemanning dekt bij ons de lading niet, ook in de Holland8 zitten niet alleen maar mannen. 

Er zit niet alleen een vrouwelijke stuur in de Holland8, er zit ook een aantal beesten in! Door testosteron gedreven beesten. Ik bedoel: heb je die stierennek van Simon van Dorp wel eens bekeken? En die grote klauwen van Mechiel Versluis? En wat te denken van die gorillatorso van Ruben Knab? 

Laten we het dus voortaan niet meer hebben over de ‘bemanning’ van de Holland8, maar over de ‘bebeesting’ van de Holland8. 

En dat slaat dan ook direct op mij. Mij noemen ze ook vaak een lekker dier.”

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Meer dan 30 jaar werkt Serraat Eikholt als bootsman bij de Nijmeegse studentenroeivereniging Phocas. Niet alleen repareerde hij zich het leplazarus en bouwde hij stellingen en liftconstructies, ook fabriceerde in die tijd maar liefst vijftien boten. Daarnaast is hij als continue factor binnen de vereniging van 600 leden van onschatbare waarde. Dat bleek wel toen Toprow hem opzocht in het botenhuis.

Het is een drukte van jewelste als wij op een doordeweekse dag aankomen bij het sterk verouderde botenhuis aan het Maas-Waalkanaal. Werklui lopen in en uit en binnen heeft iedereen warme truien aan en mutsen op. Naast allerlei werkzaamheden die worden uitgevoerd, blijkt ook de verwarming al een paar dagen niet te werken. Als vast aanspreekpunt probeert Serraat alles in goede banen te leiden.

Lozen
Het is flink aanpoten voor zowel het bestuur als voor Serraat. Het huidige botenhuis stamt uit 1972 en is zichtbaar in slechte staat. Phocas wacht al jaren op een onderkomen aan het nieuwe water van de Spiegelwaal, maar dat project is inmiddels al jaren vertraagd. Ondertussen is aan het oude botenhuis aan groot onderhoud nauwelijks iets gedaan. “Het is eigenlijk geen doen meer met zoveel leden op zo’n kleine plek. Op ons vlot past enkel één vier of een acht en ik heb overal stellages of takelliften gemaakt om zoveel mogelijk boten en riemen weg te werken, zo krap is het. Ook is botenhuis lek. Elke week moeten we 1500 liter water lozen.”

bootsman phocas 2Verantwoordelijkheid
De universiteit van wie het drijvende gebouw is, heeft onlangs besloten alsnog een laatste investering te doen. Zo moeten de laatste twee jaar tot het vertrek volbracht worden. Het onderhoud van het botenhuis zat vroeger in het takenpakket van de door de universiteit betaalde Serraat. Daar is hij sinds kort vanaf. “Ik wilde die verantwoordelijkheid niet meer dragen. Stel je voor dat iemand door de vloer zakt, ben ik dan de pineut? Daarnaast is er altijd wel wat te doen terwijl ik ook aan de boten moet werken. Zo hing een pin die de loopbrug naar de kant half-los en was het verbindingsstuk tussen loods en vlot kapot. Daarvoor zijn nu ook al die werklui.”

Metsemakers
Ondanks de zorgen, heeft Serraat (52) het uitstekend naar zijn zin bij Phocas. “In de reuring van zo’n studentenvereniging voel ik me als een vis in het water. Ik vind het altijd weer bijzonder om te zien dat er een soort van harde kern van vrijwilligers opstaat om keihard voor zo’n vereniging te werken. Ik verbaas me er echt over wat mensen op zo’n jonge leeftijd al kunnen. Daarnaast is het fantastisch dat er vanuit hier soms echt mensen boven de rest uit steken en dat ik daar onderdeel van mag zijn. Zo heb ik de opkomst van Nelleke Penninx, Annemarieke van Rumpt en onlangs nog Koen Metsemakers van dichtbij mogen meemaken. Ik heb zijn finale van afgelopen WK meerdere malen gekeken. Verbluffend hoeveel beter ze waren dan de rest.”

Inventief
Hij komt bij Phocas terecht als hij na een opleiding als meubelmaker vanwege zijn rug wordt afgekeurd voor de richting Bosbouw. “Via de opleiding instrumentmakerij kwam ik bij de afdeling houtbewerking bij een stage van de universiteit uit. Die was hier. Ik heb toen heel lang meegelopen met mijn voorganger – eigenlijk veel te lang zonder betaald te worden – maar ik wilde per se zijn baan overnemen. Toen hij eindelijk stopte was ik zo blij als een kind.” Het werk had hij zich ondertussen wel eigen gemaakt. Naast het repareren en het maken van boten (Serraat maakte zelfs eigenhandig een kunststofskiff) legde hij zich ook toe op andere zaken. “Zo heb ik allerlei instrumenten gemaakt die het de leden makkelijker moesten maken de boten goed af te stellen. Ook ben ik druk bezig geweest om bankjes op maat te maken. Dat soort dingen vind ik leuk. Zoiets is net een puzzel.”

Bootsman 3 phocasCoaching
Werk is er altijd wel geweest. “Als er niets kapot is, kan je altijd verder met onderhoud. Maar als ik eerlijk ben, vind ik het stiekem ook wel leuk als er weer een keer een boot aan gort gevaren wordt. Het is dan altijd weer een uitdaging de boot weer in zo’n goed mogelijke staat te herstellen.” Daarnaast denkt hij graag mee met de club. “Ik onderken bijvoorbeeld de grote waarde van goede coaching. Phocas heeft momenteel domweg te weinig beschikbare uren voor professionele coaching, dus op dat gebied missen we de slag. Daar moet meer geïnvesteerd in worden.”

Lakstraat
Serraat heeft zijn hoop gezet op de nieuwe huisvesting. “Dan moet het gemakkelijker worden meer leden te trekken. We zitten veel dichterbij de stad en het onderkomen is een stuk aantrekkelijker.” Ook voor hemzelf zal het er flink op vooruit gaan. “Er komt in de werkplaats een afgesloten lakstraat en een aparte lashoek. Voor mij is dat geweldig als je het vergelijkt met de plek hier waar de tocht direct door de muren komt.” Zijn enige zorg is of zijn beroep wel blijft bestaan. “Je merkt elders in het land dat het steeds meer hobbyisten zijn die het werk gaan doen. En mensen hebben het er steeds vaker voor over om iets nieuws te kopen. Ik snap dat ik hier bij de universiteit een unieke aanstelling heb en hopelijk blijft dat. Het zou zonde zijn als dit het einde van ons vak zou betekenen.”

Pin It on Pinterest