Selecteer een pagina
Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Elmer van Orden is de tweede bootsman die centraal staat in een serie over het steeds zeldzamer wordende beroep in de Nederlandse roeisport. Elmer is al 27 jaar werkzaam bij één van de grootste roeiverenigingen van het land, de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne uit Heemstede. Hij fabriceerde daar maar liefst twaalf boten, en dan tellen we zijn eigen woonark en de catamaran voor zijn woon-werkverkeer nog niet eens mee.

Elmer (57) komt in zijn jeugd al in aanraking met roeien bij Daventria in Deventer. Na zijn middelbare schooltijd vertrekt hij voor enkele jaren naar Canada. “Het waren de jaren ’80 en er heerste hier een behoorlijke werkloosheid. In Canada had ik familie wonen en ik ben daar HTS Werktuigbouwkunde gaan doen. Maar uiteindelijk kon ik er niet aarden. Ik miste de Hollandse gezelligheid.”

Water
Toch vertrekt hij snel weer naar het buitenland. In de Engelse kustplaats Lowesoft leert hij in één jaar het vak van botenbouwer bij het International Boatbuilding Trainingcentre. “In plaats van een degelijke opleiding ben ik mijn hart gaan volgen. Het water trok me altijd al. Je kan er zoveel dingen in zien. Of het regent of dat het droog is of vanuit welke richting de wind komt. Mijn vader was ook al een botenliefhebber en een enthousiaste zeiler.”

Vacature
Na verschillende baantjes in de jachtbouw op verschillende plekken in Nederland, ziet hij in het blad Roeien een vacature staan bij Het Spaarne. “Ik was er net achter gekomen dat ik de jachtbouw een te stressvolle wereld vond. Ik bleek de enige kandidaat en hoewel ik hier nog nooit geweest was, bleek het al snel een goede match. Ik had kennis van de materialen, was handig en had affiniteit met de roeisport.”

Wapenfeit
Elmer maakt snel indruk. “Mijn eerste wapenfeit was de reparatie van een houten acht waarvan de punt er tijdens de Heineken Roeivierkamp af gevaren was. De desbetreffende ploeg moest een week later de Head of the River varen. Met flink wat kunst- en vliegwerk is het me gelukt. Vlak daarna was de Algemene Ledenvergadering en was het wel duidelijk dat ik mocht blijven.” In het begin krijgt hij nog een to-do-lijst mee van materiaalcommissaris Menno Velthuis. “Ik moest vooral het afstellen van boten en het opmeten van riggers leren. Maar al vrij snel ging ik mijn eigen gang.”

Houtworm
Hij geeft zelfs één dag in de week op, om meer tijd vrij te maken voor de bouw van zijn eigen woonboot een paar kilometer verderop aan het Spaarne. “Toen ik hier kwam, woonde ik met een zeilboot op een semi-legale ligplaats in Amsterdam. Ik moest weg en heb een tijd hier in het haventje van Het Spaarne gelegen. Het was behelpen met enkel een houten kachel. Toen kon ik de oude woonboot van Menno overnemen. Maar die had zijn gebreken, zoals een lek dak en houtworm.”

Pannetjes
In 2003 ontmoet hij zijn huidige vrouw. Ze weigerde te leven in een huiskamer vol met pannetjes. En bij haar intrekken was voor Elmer geen optie. “Je moet mij niet in een flatje zetten. Dan vind je me al snel onderaan. Ik heb een karkas laten maken en de boot zelf van binnen afgewerkt, inclusief CV, waterleiding en riool.” Inmiddels gaat Elmer elke dag met de ook door hem gemaakte catamaran naar en van zijn werk. “Het is ideaal woon-werkverkeer, ik heb nooit last van files.”

Botenbouwer
Het zijn niet de enige boten die hij maakt. Als één van de weinigen in Nederland kan hij roeiboten fabriceren. “Het begon met een C1 die aan vervanging toe was. Van De Amstel en De Hoop kreeg ik mallen en deed er vervolgens drie maanden over. Nu gaat het veel sneller. Inmiddels ben ik bezig aan mijn dertiende boot, een wherry.” Ze zelf verkopen wil hij niet. Het zou een te ingewikkeld commercieel proces worden en hij is blij dat Het Spaarne het hem in werktijd laat doen.

Vooruitgang
Dat dit mogelijk is – ondanks dat de vereniging in zijn tijd van ongeveer 700 leden tot boven de 1000 groeide – komt mede door de vele veranderingen in zijn vak. “In al die tijd zijn vrijwel alle houten boten vervangen door kunststof. Dat is minder onderhoudsgevoelig, al blijft dat ook steeds veranderen vanwege steeds weer nieuwe milieuregels. Een gigantische vooruitgang was het verdwijnen van houten riemen. Die bladen en vooral de lak waren nogal aan slijtage onderhevig. Ten slotte gaan zaken als de afschrijving van boten en vaarverboden nu allemaal elektronisch.”

Swipen
Ondertussen werd ook de vereniging anders. Zo steeg de gemiddelde leeftijd flink. “De jeugdafdeling is geslonken. Er is een grote golf aan babyboomerslid geworden.” Ondertussen werd de handigheid van roeiers minder. “We leven in een digitale tijd. Men kan tegenwoordig heel goed swipen maar een moertje vastdraaien is te lastig. Ook de technische kennis van bestuursleden is minder geworden.”

Kuddegedrag
Sommige zaken veranderen echter nooit. “Neem de zaterdagochtend. Om 8:30u is er nog niemand en een half uur later staat iedereen massaal in de rij om hun boot in het water te leggen. Weer een kwartier verder is het weer muisstil. Niemand die bedenkt iets eerder te gaan. Kuddegedrag noem ik het. Er zijn genoeg momenten in de week dat je hier een kanon kan afschieten.”  

Gezelligheid
Toch zit Elmer op zijn plek. “Eigenlijk kan het niet veel beter, ik heb hier enorme vrijheid. Ik blijf hier wel tot mijn pensioen, al heb ik als vijftiger ook weinig andere opties haha..” Hij heeft veel inloop en een vast clubje mensen om zich heen met wie hij elke ochtend koffie drinkt. Precies de Hollandse gezelligheid die hij eerder zo miste. 

Net uit de boot: Stef Blok

Net uit de boot: Stef Blok

Even voorstellen
Stef Blok (1964), sinds een jaar lid van roeivereniging De Kogge te Wervershoof en in het dagelijks leven minister van Veiligheid en Justitie*. In mijn studententijd roeide ik bij het Groningse Aegir. Daarna ben ik nog zeven jaar lid geweest bij De Meije, ook zo’n schattige kleine vereniging, aan de Nieuwkoopse Plassen.

Lekker geroeid?
Je treft het, want ik zat voor het eerst in twintig jaar weer in een skiff. Hoe het ging? Nou, ik ben weer droog aan de kant gekomen, ik ben tevreden.

Hoe vaak zit je op het water?
Ik zit nu gemiddeld een keer in de drie weken in de boot, eigenlijk veel te weinig. Toen ik in Enkhuizen kwam wonen, besloot ik toch weer lid te worden van een roeivereniging. Ik dacht dat het rustiger zou worden, zo tegen het eind van mijn ministerschap. Dat valt tegen.

Hoe ben je met roeien begonnen?
In Groningen heb ik in mijn laatste studiejaar in een eerstejaars acht geroeid. Gelukkig hebben we nog een blik getrokken. Je had ook van die stakkers die een jaar lang om zeven uur klaarstonden en uiteindelijk met lege handen eindigden.

Wat wil je bereiken in het roeien?
Dit jaar deed er voor het eerst een vier van De Kogge mee aan de Head. Onze klassering? Ik had gehoopt dat je die vraag niet zou stellen. Volgend jaar zijn we er weer bij, maar dan wordt er van tevoren een keer getraind.

Wat is je mooiste roeibelevenis?
In de eerstejaars acht, het winnen van de Heineken en de Martini Regatta. Daarnaast heb ik drie keer de Elfstedentocht volbracht, een keer werden we tweede. Tot slot: skiffen op de Nieuwkoopse Plassen in de winter, met een laagje mist boven het water. Prachtig.

Wat betekent roeien voor je?
Voor mij is er een hele duidelijke lijn tussen het roeien in een wedstrijdploeg en het samenwerken in een kabinet. In beide gevallen word je geselecteerd om samen te werken, los van je eigen keuze. Maar je bepaalt met elkaar of het een gaaf jaar wordt of een sof. Het is de dood of de gladiolen. Dat is de essentie en gelukkig gaat dat in het huidige kabinet erg goed.

*Dit interview is in juni 2017 geschreven voor het blad Roei! Stef Blok is nu Minister van Buitenlandse Zaken.

Net uit de boot: Stef Blok

Even voorstellenStef Blok (1964), sinds een jaar lid van roeivereniging De Kogge te Wervershoof en in het dagelijks leven minister van Veiligheid en Justitie*. In mijn studententijd roeide ik bij het Groningse Aegir. Daarna ben ik nog zeven jaar lid...

Lees meer

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Lees meer

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Als fervent jeugdroeier begon hij bij RIC zijn roei carrière in de wedstrijdselectie. Tijdens zijn studie Future Planet Studies aan de Universiteit van Amsterdam heeft hij deze ervaring gebruikt om de stap te zetten naar het instructeursschap. “Danmag je uren achter elkaar over roeien praten terwijl je lekker buiten bent. Dat is heel fijn werken.” De stap naar hoofdinstructeur was dan ook snel gemaakt. “Ik weet dat ik waarschijnlijk het onderwijs in wil. Door de ervaring van het lesgeven hier merk ik dat ik het heel leuk vind om mezelf te horen praten. Als je er dan ook nog betaald voor kan krijgen om mensen iets bij te brengen wat jou interesseert, dat vind ik geweldig.” 

Senne zeinstra

Snelheidslimieten en zakkende polders 
Waar genoeg mensen de politiek als kommer en kwel beschouwen, was het voor Senne Zeinstra pure logica: “Roeien doe je natuurlijk op het water. En sinds ik roei ken ik al de Amstel, een belangrijke rivier in het waterschap. Ik weet hoe leuk het is om daarop te kunnen recreëren en lekker ding te kunnen doen, maar ook hoe belangrijk is om te weten dat het water veilig en schoon is. Dat je niet meteen naar het ziekenhuis moet voor een tetanusprik als je omgaat!”Verder vertelt hij over het waarborgen van het roeiplezier op de Amstel. “Er was ooit een plan om iedereen aan dezelfde snelheidslimiet te houden, dus ook het ongemotoriseerde verkeer op het water. Dan kan ik je vertellen dat een roeiboot met vier personen of acht personen een stuk harder gaat dan de toegestane 9 km/uur. Dus dat zijn van die kleine dingen waar je wel scherp op moet zijn. Anders is opeens in één klap de hele roeisport op de Amstel verboden.” 

 

Waterschapsproblematiek omvat meer dan alleen de pleziervaart, vertelt hij verder.“Ik doe nu onderzoek naar bodemdaling in veenpolders als grote bedreiging. Als je het waterpeil houdt zoals we dat nu houden, dan daalt het maar door en door. Vanuit mijn studie heb ik een aantal dingen geleerd. Het heeft me wat urgentie bijgebracht waar de meeste mensen misschien niet direct aan denken als ze denken aan het waterschap. Dan denken ze aan polders en dijken, maar in de polder gebeurt nog veel meer dan alleen de dijk die er omheen ligt. Vandaar dat ik me bij Water Natuurlijk heb aangesloten. Zij willen het waterpeil niet automatisch laten mee dalen met de bodemdaling. Dat vind ik wel lef hebben.” 

 

Een stads natuurmens 
Hij is zich erg bewust van zijn affiniteit met de natuur en het klimaat. “Hetklinkt misschien gek voor iemand die in Amsterdam is geboren en nooit buiten de stad heeft gewoond. Maar ik ben altijd graag in de natuur geweest, in de zomer naar de duinen of naar de naar de polder. Iets boven Amsterdam heb je Jisp, een klein dorpje, waar mijn familie een buitenhuisje heeft op het water, weer op het water…” vertelt hij lachend. “Ook ga ik elke zomer naar een zomerkamp om kinderen te begeleiden, in het bos. In de natuur ben je weg van de drukte van de stad en kun je je eigen gekke wereld creëren. Dat is een plek die ik heel mooi vind en dit doe ik dan ook graag. Ik wil het ook geen vrijwilligerswerk noemen, want ik zie dat niet als werk.” 

 

Senne Zeinstra is te vinden op Lijst 3 plaats 17 van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor de verkiezingen van 20 maart aanstaande. Wij wensen hem in ieder geval veel succes!

Belgische roeibond: tweeënhalfduizend leden en geen geld

Belgische roeibond: tweeënhalfduizend leden en geen geld

België is geen groot roeiland. Met twee en een half duizend leden past de roeibond KBR/FRBA met gemak twaalf keer in de KNRB. Toch is de organisatie vanwege de Belgische bestuursstructuur erg complex. En dan is er nog dat verdriet om die twee topploegen waarvan er maar één naar Rio mocht.

Op het Olympisch Kwalificatietoernooi in 2016 plaatsten zich twee Belgische boten voor Rio: skiffeur Hannes Obreno en de lichte dubbeltwee met Tim Brys en Niels van Zandweghe. België mocht echter maar één boot afvaardigen omdat vanwege de mondialisering van de roeisport ook kleine roeilanden een kans moesten krijgen. De Belgische roeibond was gedwongen een hartverscheurend oordeel te vellen en gaf uiteindelijk Obreno het startbewijs. Het drama werd helemaal bitter toen bleek dat de plaats van de lichte dubbeltwee toeviel toe aan de verliezende finalist, Denemarken, dat al met vijf boten naar de Olympische Spelen mocht. 

Voor Gwenda Stevens (52), voorzitter van de Koninklijke Belgische Roeibond, was deze gebeurtenis een zwarte periode in haar voorzitterschap. Ze krijgt tranen in de ogen wanneer ze erover spreekt. “Het was een nachtmerrie, ik word er nog emotioneel van als ik eraan denk. Je zag die jongens zó teleurgesteld, ik had echt hartzeer. De druk was enorm: Roeibond, doe iets! Nog steeds hoor je zo hier en daar de kritiek. Maar het bestuur en ik weten wat we er allemaal voor gedaan hebben.” 

Praten als Brugman tot in de hoogste FISA-regionen wierp geen vruchten af. De Deense bond stond al met advocaten klaar, zou de FISA een andere beslissing nemen. Werd de Belgische bond overvallen door de regel? Niet door de regel maar wel door de plaatsing van zowel de skiff als de lichte dubbeltwee. 

Politieke structuur 
Leren van ervaring en volhouden zijn eigenschappen die Stevens als voorzitter van de Belgische Roeibond hard nodig heeft. Want de structuur van de Koninklijke Belgische Roeibond (KBR), ofwel Fédération Royale Belge d’Aviron (FRBA), is uiterst complex. De bond is de koepelorganisatie waaronder de Vlaamse Roeiliga (VRL) en de Ligue Francophone d’Aviron (LFA) ressorteren, die worden gefinancierd door de Vlaamse en Waalse gouvernementen. Stevens: “De politieke structuur is erg nadelig voor ons. De Bond zelf heeft helemaal geen geld, dat zit bij de liga’s. Wij hebben de medailles voor het Belgisch kampioenschap moeten kopen van het geld van boetes die we hebben geïnd van roeiers die overtredingen begingen. De roeiers zijn geneigd niet naar de Bond, maar naar hun liga te kijken. Daar zijn de faciliteiten. Dat is frustrerend, voor mij persoonlijk ook. Vooral omdat ik vind dat we als Bond niet genoeg voor de roeiers kunnen doen.” 

De politieke en culturele verdeeldheid zijn des te nadeliger omdat de Belgische roeigemeenschap niet erg groot is. Aan de Waalse kant zijn er 875 roeilicenties en aan de Vlaamse kant ongeveer 1650. Het voor Nederland typische studentenroeien bestaat in België nauwelijks, althans niet in de vorm van zelfstandige studentenroeiverenigingen. Het aantal verenigingen is beperkt en studentenroeiers vinden onderdak bij de bestaande verenigingen. Stap voor stap probeert de Roeibond vooruitgang te boeken. Een andere beperkende factor is de geringe beschikbaarheid van roeiwater. En omdat verzekeringen verplichten dat elke boot op het water een begeleider op de wal heeft, is roeien ook nog eens arbeidsintensief. 

Talenten 
Stevens laat zich echter niet ontmoedigen. De Belgische Roeibond is nog altijd de belangrijke schakel tussen de twee liga’s en het nationale en internationale roeien. Met goedkeuring van de beide gouvernementen heeft de Bond een hoofdcoach in dienst die de nationale ploeg op de roeibaan Hazewinkel begeleidt. Op de niveaus daaronder hebben de liga’s hun eigen coaches. 

Door op verschillende bestuurlijke niveaus te acteren zet Stevens het roeien nationaal en internationaal op de kaart en werkt ze aan de verbetering van klimaat voor de roeiers. “Mijn hartstocht gaat uit naar de roeisport zelf. Als ondervoorzitter van de Koninklijke Roeivereniging Sport Gent en in de functie van kamprechter sta ik altijd dichtbij of op het vlot. Ik wil er zijn voor de mensen. Ik ben geen bestuurder die alleen op de tribune gaat zitten. Ik wil zien wat er in het veld gebeurt.” 

Werk aan de winkel genoeg in België. Een van de initiatieven van Stevens is de jeugdstage voor 13- en 14-jarigen. Alle clubs worden hiervoor uitgenodigd. “Ik ben er niet voor om er bij de jeugd al talenten uit te pikken. Daarvoor vind ik ze nog te jong. De minder sterke kinderen en de kinderen die nog geen groeispurt hebben meegemaakt verlies je daarmee. En de talenten die je selecteert gaan zich al te vroeg oppervoelen. Ook heb je te maken met een veranderende mentaliteit. Kinderen en ouders accepteren geen afwijzing meer, zoals de Oostenrijkse roeibond op het FISA-congres in Berlijn naar voren bracht. Selecties leiden daar soms tot een ganse hetze.” 

Belgie roeibond2

© Merijn Soeters – www.merijnsoeters.com

Competitie 
De clubs vormen het fundament van de roeisport. Daar mag wat Stevens betreft wel wat meer beweging in komen. “Zij moeten de roeiers en roeisters stimuleren. We hebben jarenlang gehad, dat roeiers zich niet meer inschrijven als er een kampioen is die jaren achtereen wint, zoals Eveline Peleman (wereldkampioene lichte skiff 2014, inmiddels als international gestopt, red.). Ik denk wel eens dat we teveel op onze lauweren rusten, te lang blij zijn met een kampioen. Als je wilt dat je jonge roeiers doorstromen van nationaal naar internationaal, dan moet je de opvolgers al hebben klaarstaan. Bij te geringe competitie worden de wedstrijden saai en komt er niemand kijken. Maar ja, ook dat moeten de clubs zelf stimuleren. Laat die ook voor toeschouwers zorgen, zodat een roeiwedstrijd weer een evenement wordt. Daar moeten we allemaal keihard aan werken.” 

Stevens ziet geen heil in de pogingen van sommige landen om het aantal leden van de Roeibond te vergroten door ergometerroeiers licenties te geven: “De kern van onze mooie sport moet je niet laten verwateren. Dat mensen die in de fitnesszaal op ‘iets’gaan zitten en dan zeggen: ik heb vandaag geroeid – daar heb ik mijn twijfels over.” 

Een van de doelen van de roeibond is de Belgische kampioenschappen attractiever maken. Komend jaar april wordt samen met de Antwerpse clubs het Belgisch Kampioenschap (BK) korte boten georganiseerd – in Nederland noemen we dat kleine nummers. In september is er het het BK voor de lange boten in samenwerking met Brussel. Om evoor te zorgen dat er voldoende competitie is, zijn er nummers geschrapt, waaronder de mannen 4+ en 2+. Een nieuw nummer is de mixed dubbelvier voor junioren en senioren. Kleinere clubs zijn daarmee eerder in staat om roeiers af te vaardigen naar het kampioenschap lange boten. De roeisters en roeiers die dit jaar in de A- of B-finales uitkwamen krijgen een feestelijke huldiging. Stevens: “Zo ben ik begonnen met het een beetje leuker te maken.” 

Logo’s 
Stevens omschrijft haar rol als die van moderator naar de beide liga’s toe. Het lijkt een detail, maar ook de kwestie van de logo’s op het roeipakje past in haar aanpak. “De bond had een oubollig logo, waaraan je niet eens kon zien dat het over roeien ging. Dat hebben we veranderd. Dan hadden de Waalse en Vlaamse liga ook nog elk hun eigen logo op het pakje. Denk niet dat een Waalse roeier met een Vlaams logo op zijn pakje ging roeien, of andersom. Dan was het hek van de dam. Nu hebben we een roeipakje met het nieuwe logo samen met de logo’s van beide liga’s. Ik beleg een paar keer per jaar een tripartite overleg tussen de bond en de liga’s. Dan breng ik ook kwesties als deze ter sprake en zeg: jongens, wat gaat ’t zijn?” 

Stevens is voor een tweede termijn herkozen tot 2021 en meer dan ooit gemotiveerd. “Ik ben ambitieus. Ik wil er iets van maken. Ik ben iemand die graag problemen aanboort om tot een oplossing te brengen. Die zijn voor mij een uitdaging. Roeien is mijn passie, ik ga ermee naar bed en sta ermee op.” 

Gaat het drama van Rio zich ooit herhalen? Stevens is daar beslist in: “Nee. Afgezien van de FISA-regels hadden we er gewoon niet aan gedacht dat we met twee boten voor de medailles zouden gaan. Nu zeg ik: verdomd, jongens, we gaan wél voor de medailles.”

Gwenda Stevens (52) begon in 1977 met roeien bij de Brugse Trimm- en Roeiclub Brugge, en is sinds 1983 lid van Koninklijke Roeivereniging Sport Gent. Ze was ruim tien jaar wedstrijdroeister. Later haalde ze haar trainersdiploma en vervulde ze diverse trainersfuncties bij Sport Gent, met name voor de jeugd. Vanuit die rol was ze ook teammanager voor de Coupe de la Jeunesse en de WK onder 23. Ze is internationaal kamprechter en lid van de Executive Board voor de Coupe de la Jeunesse. Sinds 2004 maakt ze deel uit van het bestuur van de Koninklijke Belgische Roeibond, waarvan ze sinds 2013 voorzitter is. Ook is ze lid van de raad van bestuur van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité.

Net uit de boot: Stef Blok

Even voorstellenStef Blok (1964), sinds een jaar lid van roeivereniging De Kogge te Wervershoof en in het dagelijks leven minister van Veiligheid en Justitie*. In mijn studententijd roeide ik bij het Groningse Aegir. Daarna ben ik nog zeven jaar lid...

Lees meer

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Lees meer

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

Dit weekeinde vindt op de Amstel de Heineken Roeivierkamp plaats, met stip de meest spectaculaire roeiwedstrijd van het jaar. Eén van de bijzonderheden zijn de Razende Reporters, die het evenement jaarlijks van spitsvondig commentaar voorzien. Toprow sprak met de meest ervaren van het stel, Coen Eggenkamp.

Wat is nu precies de charme van de ‘Heineken’?
“Het meest bijzondere is dat het anders dan elke andere reguliere nationale roeiwedstrijd is. Daar zie je op een saaie, rechte tweekilometerbaan de ene race na de andere in ganzenpas voorbij komen. Hier gebeurt eigenlijk elk moment wel wat. Zo heeft elke afstand weer wat anders. Bij de sprint op het lastige water voor Nereus verliezen onervaren roeiers nog wel een riem. Op de langste afstand, de 5000 meter, starten de snelste ploegen als laatste. Los van het lastige parcours en de vele stuurfouten die worden gemaakt, zorgt dat voor veel spektakel. Er moet immers ook veel worden ingehaald. Bij bruggen komen vaak genoeg teveel ploegen voor te weinig gaten. Dat gaat natuurlijk fout.” 

Sinds hoe lang becommentariëren jullie de wedstrijden al?
“Voor zover ik weet waren de eerste reporters al bij de eerste editie in 1973. Toen waren we nog enkel op het clubhuis van het organiserende Nereus te horen. Na verloop van tijd werd het professioneler en hadden we voor één weekeinde een radiofrequentie. Nu zijn we al een aantal jaren ook via internet te beluisteren. Uiteindelijk hebben we met pijn in ons hart twee jaar terug afscheid genomen van de echte radio. Het werd te duur en vrijwel iedereen luisterde via internet.” 

Hoe zijn jullie zo befaamd geworden?
“Ik weet nog van mijn eigen roeitijd dat je echt zoveel mogelijk van commentaar mee wilde pakken. Je moet ook het geluk hebben met de mensen met wie je het doet. Doordat er wel doorstroom inzit, lukt het op een of andere manier altijd wel het niveau sterk te houden. Ondanks dat ik me soms ook wel eens afvraag of dat nog wel lukt. Het leukste is als je wat verschillende types hebt. Dus een mix tussen kenners van roeien en grapjassen, maar ook in karakters. In de auto die altijd meerijdt, vind ik het bijvoorbeeld altijd fijn iemand te hebben met iets meer afstand. Op het balkon wil je liefst meer snelle grappen hebben.” 

Bereiden jullie je goed voor?
“Nee, eigenlijk totaal niet, al loop ik zelf altijd wel even in de inschrijvingen door. Mensen verbazen zich daar soms ook wel over, maar geen enkele grap of conversatie is ingestudeerd. Daarvoor zijn we ook te chaotisch haha. We zien elkaar ook vaak pas zaterdagochtend voor het eerst. Behalve dan de jongens van de techniek. Hulde overigens voor hen, want voor hen zit er veel meer werk in en niemand ziet hen, want ze zitten binnen in een buco om onder andere te schakelen tussen auto en balkon. Een verschrikkelijke klus met zoveel haantjes die continu roepen dat ze meer ‘air-time’ willen hebben. Veel mensen hebben niet door hoeveel werk hier inzit.” 

Reporters coen eggenkamp

De kritiek is soms dat jullie vooral veel afzeiken?
“Dat is inderdaad altijd een punt van zorg. Het meest makkelijke is het roeien wat je voor je ziet af te kraken. Echter het is ook vaak wat de mensen het liefste willen horen. We spreken elkaar er ook geregeld op aan als een blok te negatief is geweest. De andere kant is dat we onszelf ook bepaald niet sparen. Het kan er onderling hard aan toe gaan, zelf krijg ik bijvoorbeeld altijd grappen over mijn leeftijd en mijn jonge vriendin. Moet kunnen.” 

Zijn jullie eigenlijk non-stop dronken?
“Haha die vraag krijgen we vaker. Maar nee bepaald niet. Sommigen zijn richting het einde van de dag wel flink aangeschoten, maar zelf drink ik vaak pas in de laatste blokken, anders houd ik zo’n heel weekend simpelweg niet vol. Maar het klopt wel dat je grappen soms beter worden als je meer gedronken hebt. Slechter kan ook.” 

Waarom zijn jullie niet ook bij andere wedstrijden te horen?
“Vooral omdat deze wedstrijd zich perfect leent voor leuk commentaar. Sommigen van ons doen het wel, maar als groep doen we het niet. We zijn ook vrijwel allemaal van Nereus en we vinden het ook wel mooi het daar enkel voor te gebruiken. Dan blijft het uniek. We moeten onszelf ook niet te serieus nemen, daar wordt het commentaar ook niet beter van.”

De Razende Reporters zijn het hele weekend te horen via onderstaande link:

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Vorige week won een acht van Nereus tijdens een sparsessie op de Thames van de vrouwenacht van Cambridge die het op 7 april opneemt tegen Oxford voor de jaarlijkse Boatrace. Deze zogeheten fixture was gearrangeerd door de in Nederland opgeleide coach Astrid Cohnen, momenteel de assistent-coach van de ‘light blues’.

“Je moet je voorstellen dat onze acht in Groot-Brittannië tot nu toe alles gewonnen heeft wat ze gestart hebben. De fixtures op het parcours van de Boat Race gebruiken we om wedstrijdsituaties te oefenen. Nereus kon met zes medaillewinnaars van afgelopen WK onder 23 jaar komen, waardoor ik zeker wist dat we een sterke boot zouden treffen. Daar zouden we wat aan hebben”, legt Cohnen telefonisch uit vanuit Cambridge.

Recruitment
“Daarnaast hoop ik hiermee ook aan Nederlandse roeiers te laten zien dat studeren hier zo gek nog niet is. De trend is weliswaar om met een sportbeurs naar Amerika te gaan, maar hier kan je meedoen aan een uniek evenement en dito programma. De vrouwengroep is bijvoorbeeld behoorlijk internationaal met een behoorlijk aantal Amerikanen, een Zwitsers, Deens en Spaans meisje. Iedereen die hier een studie gedaan heeft, komt qua carrière terecht waar hij of zij wil. Overal staan ze in de rij voor mensen die hier gestudeerd hebben.” 

Herpakken
Haar wens voor sterke competitie kwam in Londen uit. Het Nereus-octet liet in het eerste stuk van twee kilometer niets heel van de vrouwen van Cambridge. “Dat was even wennen. Ons roeien was verreweg van representatief van onze standaard. Maar ze hebben zich goed herpakt en de schouders eronder gezet. Bij de tweede afstand lagen ze ondanks de minder voordelige kant qua bochten op de finish slechts een kwart lengte achter. Hier leren ze veel van, achter liggen kan ook gebeuren tijdens de Boatrace en dan moet je de juiste wapens paraat hebben.”  

cuwbc nereus 2019

Pastorie
Normaal gesproken houdt Cohnen, die in Nederland als betaald coach werkzaam was voor Skøll en Laga, zich vooral bezig met de lichte mannen en lichte vrouwen die hun Boatrace tegen eeuwige rivaal Oxford een week eerder roeien dan het officiële evenement op 7 april. “Ik ben aangenomen als assistent van de Amerikaanse hoofdcoach Rob Weber. Bij de zware vrouwenploeg doe ik af en toe de ergometertraining en ben ik een soort van pastoraal werker. Ik check geregeld hoe het met ze gaat en drink hier een daar koffie met ze. Ook wordt er naar mijn mening gevraagd met betrekking tot opstellingen en selecties.” 

Perfectionisme
De van oorsprong Duitse doelt op het zeer ambitieuze studieklimaat in combinatie met het zware trainingsregime. “In Nederland denkt men al dat de studiedruk hoog is. Dat is echter niets vergeleken met hier. Daarnaast trainen ze twaalf keer per week. Al onze roeiers zijn ook nog eens extreem perfectionistisch en zelfkritisch. Men zit maximaal in de focus van roeien, studeren en pendelen tussen collegezaal, de trainingslocaties en huis.” 

Logistiek
Volgens Cohnen zijn er behoorlijk wat verschillen met haar vorige coachwerkzaamheden in Nederland. “Ten eerste is er bij zo’n club als Cambridge een veel groter netwerk betrokken. Van bestuur tot sponsoren en invloedrijke ex-roeiers. Veel partijen willen helpen en delen hun advies over de ploegen. Je moet goed kunnen navigeren om je doel – het centraal stellen van de atleet – centraal te houden. Ook is de logistieke kant veel groter. Bij Nederlandse studentenverenigingen neemt een bestuur of een commissie veel werk uit handen. Hier moet je alles zelf doen: van de botenwagen tot het zorgen van reparaties van de boot .” 

Springplank
De voormalige roeister van Saurus en Skøll vertrok naar Engeland voor een nieuwe start. “Ik wilde mezelf ergens anders bewijzen. Ik had het idee dat er in Nederland op een bepaalde manier over me gedacht werd en daar wil ik graag vanaf en weer plezier hebben in het coachen. Door op een andere plek met dezelfde skills– waarin ik nog steeds veel vertrouwen heb – aan de slag te gaan, kan ik mijn manier van werken en samenwerken opnieuw neerzetten en vorm geven. Coachen hier in Cambridge is geweldig en ik ben enorm blij dat ik deze kans heb gecreëerd en gepakt. Als dit ooit een springplank blijkt te zijn voor andere kansen is dat mooi, maar voor nu zijn mijn roeiers en de Boatrace het allerbelangrijkste.”

Pin It on Pinterest