Een kleine twintig jaar is Barend Doorduin (46) bootsman. Begonnen als lichte roeier bij Orca vond hij de materiaalcommissie al snel interessanter dan zijn studie fysische geografie. En waar zijn collega’s vaak bij toeval in dit vak belandden, koos Barend al snel zelf voor dit beroep. Sinds een paar jaar werkt hij zowel bij burgervereniging Rijnland als bij de studenten van Laga. Een afwisseling die hij bijzonder leuk vindt.

Barend vindt het zelf ook opvallend dat hij dit werk is gaan doen. Er kan namelijk niet gezegd worden dat mensen hem niet gewaarschuwd hebben. “De oude meneer Heuvelman die vroeger in Utrecht als bootsman werkte, drukte me op het hart het vooral niet te doen, omdat je dit wel echt heel erg graag moest willen”, vertelt Barend. “En inderdaad, je moet kunnen incasseren. Mensen willen de hele tijd iets van je en op elke vereniging lopen wel eens moeilijke mensen rond. Daar moet je mee om kunnen gaan.”

Vrijheid
De liefde voor de sport en het materiaal zorgden er echter voor dat hij zijn plan toch doorzet. “Daarnaast ben ik erg gehecht aan mijn vrijheid. Ik word al gek bij het idee dat ik op een kantoor moet zitten en stukken moet lezen. Ik heb een tijdje bij een bedrijf in Amsterdam-Noord gewerkt dat onderdelen voor superjachten maakte. Zo kon ik bijvoorbeeld niet vijf minuten later beginnen omdat mijn trein dan veel beter aansloot op de pont. Nu moest ik per sé een half uur eerder weg. Erg leuk, maar er was nul flexibiliteit. Dat frustreerde me enorm.”

Willem III
Barend ging weliswaar een tijd naar het hout- en meubileringscollege in Amsterdam, maar maakte die opleiding niet af. Het vak leerde hij vooral als assistent van Rob Heeres, die nog steeds een werkplaats runt in Utrecht. Via coachwerk leerde hij Jan-Willem van de Wal van Willem III kennen. Die regelde in 2002 voor hem dat hij aan de slag kon als zelfstandige bootsman. “Dat was een geweldige tijd. Ik was dan wel als roeier niet mega fanatiek, maar de drive naar snelheid zit er – weliswaar op een andere manier – ook bij mij in. Zo voer op een week voor de Head een ploeg de punt van een acht eraf. Ik heb het hele weekeinde keihard gewerkt om het voor elkaar te krijgen dat de roeiers alsnog konden starten.”

Zelf leren
Als hij iets nog niet had geleerd, pakte hij het zelf op. “Het is voor een groot deel een kwestie van trial en error en kritisch op jezelf blijven. Ik heb veel gelezen, op Youtube filmpjes gekeken en ik wissel kennis uit met collega´s. In het spuiten van boten moest ik bijvoorbeeld handiger worden.” Daar heb ik samen met een collega bootsman dan weer training in gekregen bij Filippi in Italië. Inmiddels heeft hij het meeste onder de knie. “Zo heb ik eindelijk de perfecte Empacher-kleur voor reparaties gevonden waar nu een spuitbus van is gemaakt. Dat vind ik leuke klusjes.”

bootsman rijnland

Ghana
In 2007 vertrok Barend naar Ghana omdat zijn vrouw daar ging werken voor een Duitse ontwikkelingsorganisatie. “We hebben nog een presentatie gegeven voor de Ghanese roeibond die net in oprichting was. Verder deed ik wat losse klussen. Toen we een paar jaar geleden terug kwamen, wilde ik weer zo snel mogelijk aan het werk als bootsman. Helaas was er toen geen vacature en heb ik even bij die jachtenbouwer gewerkt.”

Afwisseling
Hij rook zijn kans toen de bootsman van Rijnland met pensioen ging. Oorspronkelijk werden ook DDS en Die Leythe aan zijn werkgeverslijst toegevoegd, maar dat bleek iets teveel. “We kregen kort daarna een zoontje dat extra aandacht nodig had. ” Nu werkt hij drie dagen in de week, waarvan twee bij Rijnland en één bij Laga.” Juist die afwisseling vindt hij leuk. “De studenten zijn jong en energiek en daar kan van alles. Hier bij Rijnland is alles rustig en gestructureerd en kom ik weer wat meer tot mezelf.”

Ponton
Als hij per sé zou moeten kiezen, kiest hij voor het werk bij de studenten. “Ik houd wel van die reuring, er gebeurt altijd wel wat. Want ligt ergens een ponton in het water, dan weet je zeker dat er een ploeg tegenaan gaat varen. ‘Studenten zijn nog bezig om slim te worden’ grapte een collega ooit. Bij Laga zijn meer schades, wat ik leuk vind, terwijl bij Rijnland het meer om onderhoudswerk gaat. Nu ligt er toevallig een gladde acht die uit de stellingen is gewaaid. Dat vind ik stiekem alleen maar leuk.”

Mild
Een strenge bootsman is hij in tegenstelling tot veel van zijn collega’s niet. “Eigenlijk word ik vrijwel niet boos. Bij Laga hebben ze de gewoonte dat als iemand een boot kapot vaart, hij naar mij toekomt met een fles wijn en daarbij een mooi verhaal vertelt. Ik vind dat geweldig. En laten we eerlijk zijn, ik ben dit werk toch juist gaan doen voor de schades? Bijkomend voordeel is dat mensen het durven te vertellen als ze iets kapot gemaakt hebben.”

Italië
Barend ziet zichzelf oud worden als bootsman. “Ik heb ook geen idee wat ik anders zou moeten doen. Ja, dit werk in Italië lijkt me wel wat”, grapt hij. “Maar dan moet ik Italiaans gaan leren en dat gaat toch niet gebeuren haha.. Nee, ik blijf dit werk voorlopig nog wel doen.””

Pin It on Pinterest

Share This