Skøll wint Varsity 2020 – Algoritme en debatwedstrijd bepalen winnaar

Skøll wint Varsity 2020 – Algoritme en debatwedstrijd bepalen winnaar

Foto: Ellen de Monchy

De finale van de Race der Oude Vieren is gisteren via een slotdebat op videoplatform Zoom uitgevochten. Dit nadat in de ochtend door een algoritme werd bepaald wie van de 21 deelnemende verenigingen door mochten naar de finale.

Op basis van criteria als aantal blikken, ergometer score en aantal Instagram volgers werden de zeven ploegen geselecteerd die in de middag live via Zoom zouden strijden om de felbegeerde gouden blikken.

De heren studenten moesten in een slotdebat verbaal de degens kruisen. Dit gevecht tussen de Oude Vieren bestond uit een debat waarin stellingen voorbijkwamen van filosofen als Aristoteles, Seneca en Estelle Cruijff.

Het Leidse Njord werd vooraf getipt door het “Varsity Magazine”, maar tijdens het debat bleek dat de ware Leidse bek tegenwoordig in Leiderdorp woont. Asopos de Vliet maakte met een selectie van vier filosofie studenten een verpletterende start in het debat. In het middenstuk liepen de emoties hoog op bij de stelling: “Knor zijn is net zoiets als Voodoo, als je er niet in gelooft bestaat het niet.”

Door een duidelijk mindere VO2 max vlakte de curve van Asopos echter af en konden ze uiteindelijk het hoge tempo van het debat niet volhouden. Nadat het brutale Nereus gediskwalificeerd werd vanwege onvoldoende social distancing kwam Skøll uiteindelijk gemakkelijk als eerste over de finish.

De kroegjool werd op meerdere platformen gevierd. Skøll trok zich terug op Skype professional, waar veel KNSRB leden kozen voor Microsoft Teams. Op Fortnite werd nog even gezooid tussen Laga en Theta. Argo was met name te vinden op Hay Day. De Gouden Blikken worden morgen door Brinks Waardetransport thuisbezorgd bij de heren Tibben, Van Lierop, Moerman en Rustenburg.

Hoe het Amerikaanse roeiseizoen plotseling eindigde

Hoe het Amerikaanse roeiseizoen plotseling eindigde

Zo. Het is gedaan met de pret. Het coronavirus heeft korte metten gemaakt met het roeiseizoen van 2020. Althans, voor de Amerikaanse competitie. Ongeveer een week geleden kondigden de universiteiten in Amerika één voor één aan dat de rest van het semester online voortgezet zou worden.

Het eerste vervelende roei-bericht kregen we echter al een paar dagen eerder. De San Diego Crew Classic zou in ieder geval niet door zou gaan, omdat het aantal besmettingen in Californië snel aan het stijgen was en daarnaast had het bestuur van onze universiteit alle reizen van sportteams verboden omdat ze niet wilden dat iemand eventueel vast zou komen te zitten in een andere staat. Wél zouden we nog in de regio, in New England, kunnen racen en nog veel belangrijker: de rest van het roeiseizoen stond nog overeind. Inclusief de IRA’s: het nationale studentenkampioenschap eind mei, het hoogtepunt van het jaar. We hebben nog ongeveer één dag in de veronderstelling geleefd dat we verder gingen trainen voor het wedstrijdseizoen. Dit vooruitzicht, om de komende twaalf weken op een uitgestorven campus te zitten, zonder echte face-to-face lessen en zonder de normale omstandigheden was ook niet ideaal, maar beter dan niks.

Cancellen
Sommige jongens zagen de bui al hangen en konden – omdat ze ervan overtuigd waren dat het toch tevergeefs was – de laatste paar trainingen nog maar lastig opbrengen, Dat gevoel, dat alle moeite en tijd die we er gezamenlijk ingestoken hebben voor niks is geweest, volgde spoedig voor ons allemaal. Zelf zat ik in mijn één na laatste les (een seminar met twaalf mensen over ‘American Culture in the City’, waar we op dat moment Toni Morrison’s ‘Jazz’ bespraken), toen de studente naast me vertelde dat de Ivy League, die over alle roeiwedstrijden gaan, zojuist had besloten om alle sportseizoenen te cancellen. Dat kwam, ondanks alle voortekenen, alsnog heel hard aan.

Verlies
Toen de kogel door de kerk was besefte ik me pas wat een groot verlies het was. Ik ben fitter dan ooit, en de mogelijkheid om die fitheid te gebruiken in een wedstrijd, om mezelf met anderen te meten, is er voorlopig niet. Het plezier van het racen tegen vrienden van andere universiteiten, het reizen, de spanning, de inspanning en de ontlading zijn allemaal van de baan. Maar nog belangrijker, de dagelijkse trainingen met al m’n roeivrienden vallen ook plotseling weg. Daar, in onze boathouse, in de gym en op het water, daar vindt het allerbelangrijkste plaats. Daar is het tevens het allerleukst, daar lig ik dagelijks in een deuk. Maar voorlopig dus even niet meer.

Reflectie
Dit alledaagse verlies liet me later, toen alles wat meer was bezonken, ook inzien dat het ‘alles is voor niets geweest’-gevoel, niet juist is. Het is logisch om dat aanvankelijk te voelen, omdat hetgeen waarvoor je je elke dag zo inspant ineens wegvalt, maar eigenlijk gaat het juist om die dagelijkse inspanning. Die training, die collectieve inzet van je teamgenoten, die ben je niet kwijt, die is niet verdwenen. Dit seizoen was, ondanks dat het drastisch is ingekort, alsnog machtig mooi. Ik heb enorm genoten van dit team, dag in dag uit. Ik realiseer me nu des te meer hoe bijzonder het is en dat het geen vanzelfsprekendheid is dat je altijd zult kunnen roeien.

Virus
Dat we onze doelen dit jaar niet kunnen nastreven is een bittere pil, maar er zijn natuurlijk mensen die veel zwaardere tegenslagen te verduren hebben als gevolg van het virus. Er zijn ook genoeg voorbeelden te noemen van mensen bij wie het verlies van slechts één seizoen, van een paar maanden, compleet in het niet valt bij wat er voor hun op het spel staat. Daarnaast was er ook weinig tijd om te balen en om sip te zijn, want we moesten hals over kop de campus verlaten. De updates kwamen aan de lopende band binnen en de situatie werd steeds serieuzer. Al snel werd duidelijk dat ik maar beter zo snel mogelijk naar huis kon gaan, voordat alles op lockdown zou gaan en ik in Amerika vast zou zitten. Ik heb al m’n spullen ingepakt en ben naar het vliegveld vertrokken. Onderweg ontving ik een e-mail van de provoost aan alle studenten en medewerkers: er was iemand positief getest op het COVID-19 virus op Brown University.

Amerika Jaap

Van botenbouwer naar de Amstel

Van botenbouwer naar de Amstel

Een week geleden ben ik vertrokken vanuit Amerika.  Nu roei ik inmiddels al weer een aantal ochtenden lekker op de Amstel. Samen met vrienden op de Amstel skiffen blijft uiteindelijk toch het allermooist. Dat zal ik de komende maand dan ook dagelijks blijven doen,...

Wintertraining in Amerika

Wintertraining in Amerika

De laatste weken van het semester zijn aangebroken, nog vier weken en dan vlieg ik alweer naar huis voor de kerstvakantie. Voordat de tentamens beginnen hebben we volgend weekend nog één laatste wedstrijd op de Charles: niet de Head-, maar de Foot of the Charles. Dit...

Live free or die

Live free or die

Het weekend voorafgaand aan de Head of the Charles is een lang weekend in het noordoosten van Amerika omdat het op maandag ‘Columbus Day’ of ‘Indigenous Peoples’ Day’ is. Welke van de twee het is, verschilt per regio en politieke voorkeur. Dit verschil zegt veel over...

Dry season

Dry season

Over precies een maand vindt – mits het Coronavirus geen roet in het eten gooit – de San Diego Crew Classic plaats, een wedstrijd op Mission Bay in San Diego. Het is de eerste wedstrijd van het seizoen en onze coaches willen er alles aan doen om zo sterk mogelijk voor de dag te komen. Een belangrijke regel in deze tijd – die herkenbaar moet zijn voor de Nederlandse wedstrijdroeiers – is dat we geen alcohol mogen drinken.

Oorspronkelijk was het weinig aantrekkelijk om naar San Diego te gaan. Mission Bay ligt vlak boven de grens met Mexico en vrijwel direct aan de Stille Oceaan. Het kan er enorm spoken, waardoor twee van de wedstrijdbanen vaak veel meer in de luwte liggen dan de rest van de baan. Niet ideaal voor grote wedstrijden dus, zeker als je – zoals wij – helemaal vanaf de oostkust moet komen. Nu de wedstrijdleiding het dit jaar anders aanpakt en over is gegaan op één-tegen-één duels, was dat voor ons een reden om ook te gaan. Nu kunnen we het opnemen tegen ploegen van wie we bij de Head of the Charles nog verloren: zoals California en Yale. Daarnaast komt er een acht van Nereus met daarin voormalige ploeggenoten van mij.

Intraining

Met deze race in het verschiet is het nu tijd om alle zeilen bij te zetten, zodat we goed beslagen ten ijs komen. We kunnen pas sinds anderhalve week weer roeien vanwege het klimaat hier in New England, dus we hebben niet bijzonder veel tijd om de opstellingen uit te vogelen. 

Om zo veel mogelijk snelheid te genereren in deze korte periode, trekken we alles uit de kast: meer trainingsuren, carbon-winged Empacher-achten in plaats van de Resoluteboten die we in de herfst gebruiken én – niet te vergeten – algehele drooglegging: geen alcohol, geen druppel. 

Helemaal intraining dus. Niet gek zou je zeggen: menig ploeg in Nederland doet het net zo. Toch zijn er best een aantal verschillen in het beleid, een beleid waar lang niet iedereen blij mee is. 

Contract 

Waar er in Nederland na een grote overwinning (neem een Varsity of een Heineken) ruimte is voor een viering waarbij het bier rijkelijk vloeit, is er hier geen tijd voor de kater. Met vrijwel elk weekend een belangrijke race, wordt alcohol liever helemaal geschuwd. Daarnaast wordt er van je verwacht dat je een beetje op tijd naar bed gaat en gezond eet, maar deze twee dingen zijn natuurlijk iets meer open voor eigen interpretatie. Om zeker te weten dat je je aan de afspraken houdt, moet je een contract ondertekenen (hoé Amerikaans?!). Als iemand contractbreuk pleegt, word je zonder pardon uit het team gezet. Dit is geen loze dreiging: afgelopen jaar is er nog een hele goede roeier uit de ploeg gegooid. Dit heeft de mensen wel aan denken gezet, want het is groot een gemis. 

Tekenen 

Persoonlijk ben ik vooral van mening dat het belangrijk is dat alle neuzen dezelfde kant op staan tijdens zo’n belangrijke periode en ik vind het verstandig om alcohol dan een poosje te laten staan. Zó lang is het tweekilometerseizoen ook weer niet: drie maanden niet drinken is zelfs kort in vergelijking tot de intrainingsperiode in Nederland. Misschien wordt het beleid hier in de komende jaren iets coulanter, met een sporadisch biertje, maar vooralsnog wordt er in ieder geval voet bij stuk gehouden en blijven de regels gelden: geen bier, geen drugs, hier tekenen alstublieft.

Van botenbouwer naar de Amstel

Van botenbouwer naar de Amstel

Een week geleden ben ik vertrokken vanuit Amerika.  Nu roei ik inmiddels al weer een aantal ochtenden lekker op de Amstel. Samen met vrienden op de Amstel skiffen blijft uiteindelijk toch het allermooist. Dat zal ik de komende maand dan ook dagelijks blijven doen,...

Wintertraining in Amerika

Wintertraining in Amerika

De laatste weken van het semester zijn aangebroken, nog vier weken en dan vlieg ik alweer naar huis voor de kerstvakantie. Voordat de tentamens beginnen hebben we volgend weekend nog één laatste wedstrijd op de Charles: niet de Head-, maar de Foot of the Charles. Dit...

Live free or die

Live free or die

Het weekend voorafgaand aan de Head of the Charles is een lang weekend in het noordoosten van Amerika omdat het op maandag ‘Columbus Day’ of ‘Indigenous Peoples’ Day’ is. Welke van de twee het is, verschilt per regio en politieke voorkeur. Dit verschil zegt veel over...

Aegir ontruimt botenloods voor quarantaine 900 Vindicat-leden

Aegir ontruimt botenloods voor quarantaine 900 Vindicat-leden

Groningen bereidt zich voor op de komst van 900 Vindicat-leden die afgelopen week vakantie vierden in Noord-Italië, midden in de brandhaard van het Corona virus. De Groninger studentenroeivereniging Aegir is daarop op verzoek van de GGD gestart met het ontruimen van de immense botenloods om de komende twee weken de Vindicat-leden in quarantaine op te kunnen sluiten.

450 Stapelbedden die klaar stonden voor een mogelijke grote gasbeving werden vanochtend door de GGD afgeleverd op de Stockholmstraat. Dat betekent dat de Vindicat-leden met z’n tweeën in één bed moeten slapen, maar dat waren ze de afgelopen week al gewend. 

Bij binnenkomst morgen zullen de Vindicaters individueel ontsmet worden. Bijkomend voordeel aan deze gloednieuwe Chinese desinfectiestraat is dat bijvangst als chlamydia, schurft en gonorroe ook afgevangen wordt. Hooghoudt, wier naam al decennia lang op de gevel van Vindicat prijkt, zorgt dat de studenten de komende twee weken voldoende middelen voor desinfectie tot hun beschikking hebben.

Aegir-voorzitter Godelieve Hoovers: “Na de schorsing als subvereniging van Vindicat is dit een goede manier om de banden weer aan te halen. Om de impact op onze roeiprestaties te minimaliseren zullen onze 760 leden de komende twee weken op trainingskamp naar het Noord-Italiaanse Varese gaan.”

Coronavirus: Jonge Acht van Thêta al week in quarantaine voor vlot Proteus

Coronavirus: Jonge Acht van Thêta al week in quarantaine voor vlot Proteus

Foto: Leo de Keizer

De Jonge Acht van Thêta ligt al een week op De Schie in Delft te wachten voordat ze van boord kan. Na afloop van de – voor hen toch al teleurstellend verlopen – Winterwedstrijden nam kamprechter Michel Portasse deze stevige maatregel.

Portasse, in het dagelijks leven apotheker: “Voor de start hoorde ik al gehoest uit de boot komen. Dit, gecombineerd met het zwakke optreden van de acht en het bleke gezicht van de stuurvrouw deed bij mij meteen alle alarmbellen afgaan. Direct zette ik mijn mondkapje op en richtte mijn infraroodthermometer op de Aziatisch ogende stuurvrouw. Eén en één is twee, weet je. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn deze dagen. En ja hoor, 38,5 graden! Nou, dan weet ik genoeg. Dan gaat het noodprotocol van de Roeibond in werking en verbied ik de bemanning aan land te gaan. Eerst moet het virus uitdoven.”

Sindsdien dobberen de acht roeiers en stuurvrouw in quarantaine op De Schie. Het RIVM monitort continu vanuit een motorbootje de bemanning. Als er na twee weken geen ziekteverschijnselen meer zijn mogen ze van boord.

Stuurvrouw Hu Lang vindt de situatie nogal overdreven: “Het was mijn eerste wedstrijd. Ze hadden me verteld dat ik me goed aan moest kleden, maar ik kwam om van de hitte in twee dikke donsjassen en een regenpak. Niet gek dat ik wat verhoging had. Maar dit is natuurlijk je reinste discriminatie. Ik studeer al twee jaar Elektrotechniek in Eindhoven, loop stage in de cleanroom van ASML, eet wekelijks boerenkool met worst en slik mijn xtc-pilletje. Mijn ouders wonen in Hotan, dat is 50 uur rijden van Wuhan. Daarnaast heb ik mijn ouders al tien maanden niet gezien. Hoe kan ik het virus dan hebben opgelopen?

Portasse ziet dit toch echt anders: “Het is allemaal heel alarmerend: de hele boot is nu al ziek. Verkoudheid noemen ze het, doordat ze onderkoeld zijn na een week buiten. Nou, ik weet wel beter! Zo gemakkelijk komen ze er niet van af. Uitzieken en dan pas van boord. Gebruik die tijd op het water maar om extra te trainen!”

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Zeven jaar werkt Ricardo Oschatz (55) inmiddels als bootsman bij de Koninklijke Roei- & Zeilvereniging De Maas. Begonnen als jonge roeier bij eerst de gemeente Rotterdam en later Nautilus kwam hij via vele omzwervingen terug in de roeisport.

Ricardo volgde als scholier cursussen bij de ‘Raad van Lichamelijke Opvoeding’, een door de Gemeente Rotterdam opgerichte roeiloods aan de Crooswijksebocht, waar nu roeivereniging Rijnmond zetelt. Hij werd gegrepen door de sport en meldde zich al snel aan bij Nautilus, amper een kilometer verderop. “Ik heb zelfs nog op een blauwe maandag wedstrijdgeroeid, al was ik daarin niet bijzonder fanatiek. Prestatietochten trokken mij meer. Zo deed ik mee aan Koblenz-Delft, een race over 440 kilometer. En ik was erbij toen in 1988 de eerste Elfstedentocht werd verroeid.”

Enkhuizen
Ondanks zijn nog jonge leeftijd kwam hij snel in de werkplaats van Nautilus terecht. “Men had door dat ik handig was en ben daar vervolgens lang als vrijwilliger actief geweest. Nautilus had in tegenstelling tot De Maas geen betaalde bootsman dus wij moesten alles zelf oplossen.” Na een opleiding tot boekhouder en een jaar in militaire dienst, werkte hij in die tijd twaalf jaar als magazijnmedewerker in vrachtwagenonderdelen. Het werken aan boten bleef echter trekken. “Ik heb toen een cursus botenbouw gedaan in Enkhuizen. Met tien man hebben we in drie maanden tijd drie jollen in elkaar gezet. Daar heb ik de basis van mijn vakmanschap gelegd.”

bootsman de maasBusman
Ricardo vond kortstondig een baan bij Busman, toen de enige roeibotenbouwer van Nederland. “Het was leuk werk, maar ik kwam er wel achter dat boten bouwen iets heel anders was dan ze repareren. Het is meer fabrieksmatig werken en doet weinig beroep op creativiteit en samenwerking. Niet veel later werd de hele tent opgedoekt.” Na een tijd in een gereedschapswinkel in Gouda te hebben gewerkt, hoorde hij via een kennis van Nautilus dat De Maas een bootsman zocht. “Ik aarzelde geen moment. Ik kon van mijn hobby mijn werk maken.”

bootsman de maas

Clubcultuur
De Maas had direct iemand nodig, dus het was snel beklonken. Het betekende wel een omslag van club. “Ik vond De Maas altijd een vrij chique club. Vroeger waren er zelfs maar liefst drie bootsmannen. Nog steeds kom je hier niet zomaar binnen en moet je voor referenties zorgen om lid te kunnen worden. En kinderen kunnen hier alleen roeien als ook hun ouders lid zijn. Doordat ik er ben hoeven leden van De Maas veel minder zelf te klussen dan bij Nautilus.” Er staat volgens hem tegenover dat het een bijzonder familiaire vereniging is met veel gezellige en actief roeiende leden. Van de 600 leden die als roeier staan ingeschreven zijn er maar liefst 450 wekelijks actief.

Voorrang
Dat brengt ook veel schades met zich mee. “Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder schademelding. Sommige Maasleden denken dat ze op het water altijd voorrang hebben, maar anderen snappen dat niet”, zegt hij met een knipoog. Maar dan serieuzer: “Ons gebouw is prachtig, maar past niet meer bij de vloot van vandaag. De loodsen zijn smal en de hoogte van de deuren is veel te laag. Dat veroorzaakt veel schades. Daarnaast zit in de cultuur van de club dat als iets stuk is, er altijd wel iets nieuws komt.” Toch is er soms ook sprake van het tegenovergestelde. “Zo hebben we een ploeg die al 20 jaar in dezelfde boot roeien en absoluut geen andere – betere – boot wensen, hoewel hun schip allang aan vervanging toe is.”

Reparaties
Dat hij maar een beperkte opleiding in dit vakgebied had, leverde vooral in het begin enige problemen op, vertelt hij eerlijk. “Ik had vooral veel ervaring met hout en kunststofboten zijn toch echt heel anders. Zo wist ik weinig van honingraad en gebeurde het eens dat na een reparatie een boot ineens een kilo zwaarder was. Ook vond ik het lastig om weer de perfecte vorm terug te krijgen. Ten slotte is het vinden van de juiste kleur verf voor de laatste laag erg lastig. Maar ik las in jullie serie dat mijn collega van De Amstel daar iets op gevonden heeft. Met hem ga ik zeker contact opnemen.”

bootsman de maasGastheerschap
Een extra verdiepende cursus kwam er vooralsnog niet van. “Ik heb toen ik begon meteen contact opgenomen met Empacher want die boden dat vroeger aan, maar helaas zijn ze daarmee gestopt toen een van de oprichters overleed.” Gelukkig redt hij zich inmiddels uitstekend. Zijn vak behelst tegenwoordig ook meer dan enkel boten repareren. “Ik ben vaak de enige aanwezige op de loods, dus veiligheid en gastheerschap spelen ook een rol. Ik help mensen met het tillen van hun boten en ben ook getraind als bedrijfshulpverlener. Bovendien ben ik de enige die weet waar alles ligt, dus ik krijg de hele dag vragen. Deze werkplaats voelt echt als mijn domein en dat is een heerlijk gevoel. Ik zit hier uitstekend op mijn plek.”

Vlotverhalen: Erie Schoonevelt

Vlotverhalen: Erie Schoonevelt

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug.

Wie ben je?
“Ik ben Erie Schoonevelt.”

Hoe lang roei je al bij Roeicentrum Berlagebrug?
“8 jaar nu bijna. In maart is het 8 jaar.”

Wat heb je net gedaan?
“Ik heb net geroeid, me zijn tweeën. Het was hard werken met die wind vandaag! We hebben een rondje gevaren en gelet op de gelijkheid. We doen niet mee aan de Berlage Sprint, zit niet in ons DNA.”

Wat betekent roeien voor jou
“Ik vind het gewoon lekker om te doen op het water en te bewegen buiten. Wij kregen van de Gemeente elk jaar de reclame ‘roeien is voor iedereen’ dat hadden wij in de wachtkamer van de huisartsenpraktijk hangen. En toen wij met pensioen gingen, dachten ik ook ik ga eens kijken. En nu roei ik nog steeds.”

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wie zijn jullie? “Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele...

Vlotverhalen: Bart van Brakel

Vlotverhalen: Bart van Brakel

In de nieuwe rubriek 'vlotverhalen' interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wil je jezelf even voorstellen? “Ik ben Bart van Brakel, ik ben 66 jaar oud en ik werk op dit moment niet meer. Ik heb heel lang...

TU Delft ontwikkelt ergometer die blijft drijven

TU Delft ontwikkelt ergometer die blijft drijven

Foto: Ellen de Monchy

Een veel gehoorde opmerking over ergometers is dat ze niet blijven drijven. Studenten van de TU Delft zijn er nu in geslaagd met behulp van materialen uit de ruimtevaartindustrie een ergometer te ontwikkelen die wel blijft drijven.

Jesse van Rhijn, vierdejaars en hoofd van het designteam, heeft twee jaar lang aan dit project gewerkt: “Het was een enorme uitdaging om het gewicht onder de twee kilogram te krijgen, maar met een mix van carbonfiber, twaron en zilverfolie is het ons uiteindelijk toch gelukt.

We hebben nu een geweldige oplossing voor alle sporters die hun ergo-trainingen binnen in een loods of sportschool afwerken. Met een drijvende ergometer loop je naar een sloot of kanaal en je ergometert er zo mee weg.”

Vooral roeiers met minder goede ergometerscores bleken veel te klagen over het ontbreken van drijvend vermogen. Van Rhijn: “Voor hen is deze uitvinding een uitkomst. In de eerste gebruikstesten werd bevestigd dat deze “natte winden”, zoals ze genoemd werden, nu veel minder vaak halverwege een training afstappen. Dan krijgen ze immers direct een nat pak.”

Op de TU Eindhoven wordt ondertussen gewerkt aan een project om acht drijvende ergometers aan elkaar te koppelen.

De lessen van goeroe Anderson

De lessen van goeroe Anderson

Na een succesvol en leuk trainingskamp van twee weken in Florida, is het roei-circus van mijn Brown University weer neergestreken in Providence, Rhode Island. We hebben tijdens onze kerstvakantie de zon opgezocht, zodat we ook wat trainingsuren op het water konden maken. Hier in het noorden zitten we namelijk nog een aantal weken op de ergometer in verband met de kou.

Disney
Waar wij zaten in Florida, vlakbij Orlando, was nauwelijks sprake van een ‘echt leven’. Alles daar is in de sfeer van Disney World: een neppe sprookjeswereld. De meeste mensen die in het plaatsje Cocoa Beach komen, zijn er vanwege een tussenstop van het cruiseschip waarop ze hun vakantie vieren. Vaak zijn deze schepen ook daadwerkelijk van Disney World, wat betekent dat de toeristen van top tot teen zijn uitgedost in Mickey Mouse parafernalia. Andere schepen zijn compleet volgestouwd met gokmachines en maken slechts een klein rondje op zee, zodat de passagiers belastingvrij kunnen gokken zodra ze verder dan drie zeemijl van de kust verwijderd zijn en waar de alcoholleeftijd van 21 jaar ook niet meer geldt. Dit plaatsje aan het strand draait dus volledig op toerisme en dat is te zien aan de inrichting. Het is een klassieke strip-mall, een soort lintdorp, maar dan met allemaal apotheken, supermarkten, fast-food restaurants en andere treurigheid. Bijna alle winkels zijn 24/7 open én hebben een Drive-Thru; die maken de immense parkeerplaatsen haast overbodig.

Gelijkwaardige achten
Middenin deze treurigheid trainden dagelijks twee keer. ‘S ochtends roeiden we vaak in kleine nummers en ‘s middags in achten. In tegenstelling tot in Nederland, waar je aan het begin van het seizoen een boot selecteert en daar in verder traint, wordt er in Amerika veel gewisseld en geschoven. Ons team bestaat momenteel uit zo’n veertig roeiers, dus de opstelling was haast nooit hetzelfde. De achten worden op het trainingskamp altijd gelijkwaardig gemaakt, zodat de sparsessies altijd spannend zijn. Het doel van het kamp is dan ook om het hele team een stap te laten zetten, en niet slechts de A-boot. Al zijn de opstellingen zijn niet compleet willekeurig. Zo hebben we een aantal time-trials gevaren in tweezonders om te zien welke paren goed klikten, om die vervolgens ook bij elkaar te houden in de achten.

Anderson
Omdat de trainingen nogal wat van je lichaam eisen, proberen de coaches ons tussentijds zo goed mogelijk te laten herstellen. Onze bootsman snijdt als wij op het water zijn allemaal meloenen en ananassen, zodat wij ons daaraan tegoed kunnen doen zodra we van het water afkomen. Daarna gaan we aan het werk met Anderson. Dit is een man die al tientallen jaren met allerlei roeiteams werkt, onder meer met de Amerikaanse nationale ploeg en de Harvard Heavyweights. Hij heeft me wel eens verteld dat hij ook ooit kortstondig een vertoning heeft gemaakt aan de Bosbaan, maar daar waren de coaches toentertijd niet overtuigd van zijn nut. Wat hij doet is namelijk redelijk bijzonder en niet per sé wetenschappelijk.


Hippie
De eerste keer dat ik hem zag, dacht ik eigenlijk dat het een verwarde hippie was die bij onze botentrailer rondliep. Hij begon te verkondigen dat iedereen zijn ellenbogen boven zijn schouders moest houden, zodat je de diepste inademing van de dag kon doen, om de ‘roest van de motor’ af te halen. Tot mijn verbazing begon iedereen dat ook plotseling te doen! Deze man was dus Anderson, dé roeigoeroe waar men het altijd over had. Hij leidde onze warming-up, waarin we moesten huppelen en alles zo los mogelijk moesten maken, onder meer door op ons hele lichaam te kloppen: ‘knocking on the castle doors!’ heette dit.

Scrub

Dit jaar had hij iets nieuws: breathing straws. Oftewel een heel klein stukje bamboe aan een stukje touw dat je om je nek draagt. Als je door dit buisje uitademt, duurt je uitademing wat langer en gaat je hartslag omlaag, althans: dat is het idee. We rekken en strekken heel wat af met hem, vaak met behulp van tennisbal tussen de grond en je lichaam. Hij zegt altijd dat we onze spieren moeten schoonmaken, zoals je een spons uitknijpt als hij vies is. We doen ook vaak meditatie en yoga-achtige dingen met hem op het strand, waar hij een soort scrub maakt van olijfolie, fruitschillen en zand. U begrijpt dat er verdeeldheid heerst binnen het team over zijn methodes, maar de coach gelooft dat het ons goed doet en dat denk ik ook, al is het maar omdat je je verstand even op nul kan zetten.

Van botenbouwer naar de Amstel

Van botenbouwer naar de Amstel

Een week geleden ben ik vertrokken vanuit Amerika.  Nu roei ik inmiddels al weer een aantal ochtenden lekker op de Amstel. Samen met vrienden op de Amstel skiffen blijft uiteindelijk toch het allermooist. Dat zal ik de komende maand dan ook dagelijks blijven doen,...

Wintertraining in Amerika

Wintertraining in Amerika

De laatste weken van het semester zijn aangebroken, nog vier weken en dan vlieg ik alweer naar huis voor de kerstvakantie. Voordat de tentamens beginnen hebben we volgend weekend nog één laatste wedstrijd op de Charles: niet de Head-, maar de Foot of the Charles. Dit...

Live free or die

Live free or die

Het weekend voorafgaand aan de Head of the Charles is een lang weekend in het noordoosten van Amerika omdat het op maandag ‘Columbus Day’ of ‘Indigenous Peoples’ Day’ is. Welke van de twee het is, verschilt per regio en politieke voorkeur. Dit verschil zegt veel over...

Vlotverhalen: Alice Snel

Vlotverhalen: Alice Snel

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug.

Wie ben je
“Ik ben Alice Snel en ik ben 80 jaar.”

Hoe lang roei je al bij Roeicentrum Berlagebrug?
“Ik roei 15 jaar nu, en momenteel drie keer in de week.”

Wat heb je net gedaan?
“Ik heb net in een 4 geroeid met zijn drieën. Ik zit in een vaste groep, en roeien wij al jaren samen. Het was heel fijn met zijn drieën te roeien.”

Wat betekent roeien voor jou?
“Nou roeien betekent alles voor mij. Het is een mooie en schitterende sport. Ik ben hier begonnen op mijn 16e. Dus dat is heel lang geleden. Ik heb 1 blok van school uit geroeid. En ik heb hier altijd willen roeien. En ik dacht, dat is alleen voor scholen, en dat bleek veel later niet zo te zijn, en toen ben ik weer begonnen! Ik vind roeien fantastisch.”

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wie zijn jullie? “Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele...

Vlotverhalen: Bart van Brakel

Vlotverhalen: Bart van Brakel

In de nieuwe rubriek 'vlotverhalen' interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wil je jezelf even voorstellen? “Ik ben Bart van Brakel, ik ben 66 jaar oud en ik werk op dit moment niet meer. Ik heb heel lang...

Wedstrijdkalender bekend: Varsity tweedaags evenement, knorren op zaterdag

Wedstrijdkalender bekend: Varsity tweedaags evenement, knorren op zaterdag

Foto: Ellen de Monchy

Slecht gestrikte dassen, overhemden zonder Ralph Lauren paardje en jasjes van de Wibra. Komende april moet u op zaterdag naar Houten komen om deze uitingen van slechte smaak te zien. De zondag wordt traditioneel weer voor de corporale verenigingen. De niet corporalen, in de corporale volksmond ook wel “knorren” genoemd, krijgen hun eigen feestje op zaterdag. 

President van de K.N.S.R.B. Diederik van Borft tot Katwijk licht het besluit om van de Varsity een tweedaagse wedstrijd te maken toe: “Het begon toch te schuren: een overvol wedstrijdprogramma, duizenden knorren die niet weten hoe het heurt en een oude vier van Skøll die in 2020 dreigt te gaan winnen. 

Om die redenen hebben we besloten de wedstrijd over twee dagen te spreiden. Deze spreiding geeft bijvoorbeeld de vele overnaedsche tweeën, die nu een zware wissel trekken op het tijdsschema, de ruimte wat meer ontspannen op te roeien naar de start. Dat moet nu namelijk allemaal erg gehaast. De ploeg die op zaterdag de Knorren Oude Vier wint krijgt een taart en vijf muntjes voor een drankje. 

Ook commercieel kunnen we op deze manier veel beter van twee walletjes eten: het geeft ruimte voor nieuwe sponsoren zoals de Triodos Bank, De Groene Amsterdammer en George Soros’ Open Society Foundation. Allemaal partijen die nu niet geassocieerd willen worden met het imago van de zondag. Omdat de knorren de Varsity traditioneel vanaf de overzijde van het kanaal aanschouwen zullen we in de nacht van zaterdag op zondag het gehele bezoekersterrein afbreken en aan de andere kant weer opbouwen.” 

Gezien de drukte op de gehele roeikalender, waardoor de Koninklijke Holland Beker dit jaar zelfs helemaal komt te vervallen, zou een extra wedstrijddag als een opmerkelijk besluit gezien kunnen worden. Van Borft tot Katwijk: “Onzin natuurlijk, 2020 heeft met 29 februari sowieso al een extra zaterdag.”

Vlotverhalen: Lieke

Vlotverhalen: Lieke

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug.

Wie ben je?
“Ik ben Lieke Olijslagers, 28 jaar, en huisarts in opleiding in Nijmegen.”

Wat heb je net gedaan?
“We komen terug van de roeitocht van het Amsterdam Light Festival. Ik heb dit samen gedaan met mijn vriend, mijn broertje en mijn schoonzus. Mijn vriend en ik hebben elkaar leren kennen tijdens onze studentenroeitijd bij Phocas in Nijmegen. Mijn broer en zijn vriendin kennen elkaar van Vidar uit Tilburg. Dit leuk ons een leuk uitje om samen te doen.”

Hoe was het?
“Het was heel gaaf. Sowieso om weer eens te roeien na een heel erg lange tijd. Ik zat op slag in een C4 met stuurman en ondanks dat we het allemaal al lang niet meer hadden gedaan, ging het best goed. Er zaten zeker weer goede halen tussen. Om in het donker door de Amsterdamse grachten te roeien met allemaal lichtjes maakte het al helemaal een bijzondere ervaring.”

Wat betekent roeien voor jou?
“Het betekende vroeger heel veel. Ik heb net als de anderen in deze boot fanatiek wedstrijd geroeid en later ook in het bestuur van Phocas gezeten. Dat was een bijzonder intense tijd. De mensen die ik toen heb leren kennen, zie ik nog steeds; alleen het roeien is weggevallen. Het is dus vooral nostalgie naar een prettige tijd. Ik was niet van plan het weer op te pakken, maar na deze tocht begint het toch weer te kriebelen. Toevallig hebben onlangs twee voormalig ploeggenoten van mij zich aangemeld bij roeivereniging De Waal. Nu ben ik nog net iets te druk met mijn opleiding, maar misschien ga ik dat ook doen als ik het weer wat rustiger heb.”

 

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wie zijn jullie? “Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele...

Vlotverhalen: Bart van Brakel

Vlotverhalen: Bart van Brakel

In de nieuwe rubriek 'vlotverhalen' interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wil je jezelf even voorstellen? “Ik ben Bart van Brakel, ik ben 66 jaar oud en ik werk op dit moment niet meer. Ik heb heel lang...

Van botenbouwer naar de Amstel

Van botenbouwer naar de Amstel

Een week geleden ben ik vertrokken vanuit Amerika.  Nu roei ik inmiddels al weer een aantal ochtenden lekker op de Amstel. Samen met vrienden op de Amstel skiffen blijft uiteindelijk toch het allermooist. Dat zal ik de komende maand dan ook dagelijks blijven doen, totdat ik naar Florida vertrek om daar op trainingskamp te gaan met het roeiteam van mijn universiteit, Brown University. 

Dit semester was ik daar bijzonder vroeg klaar omdat ik voornamelijk projecten en papers moest inleveren. Deze kon ik ook in Nederland afmaken. Één belangrijk ding wat ik echter wel heb moeten missen vanwege mijn vroegtijdige vertrek is de tewaterlating van de boot die ik samen met een vijftiental andere studenten heb gebouwd. We hebben namelijk – voor een studiepunt nota bene! – een 4,5 meter lange roeiboot gebouwd.

Kreeftvissers
Het gaat om een Maine Peapod, een bootje dat vroeger voornamelijk door kreeftvissers uit Maine werd gebruikt. Het is een behoorlijk brede boot die stabiliteit biedt als je een zware kist vol kreeft uit het water moet tillen. Het vak, Boatbuilding, werd gegeven door een 76-jarige componist annex bootbouwer-hobbyist. Hij heeft ons gedurende het hele proces aan de hand genomen en alles voorgedaan en uitgelegd.

blog.3.jaap

Mallen
De boot is overnaads en gemaakt met 6-laags multiplex hout. Dit is zo buigbaar dat het niet eens nodig was om te stomen. Voordat we ons daarmee bezig moesten houden, moesten we eerst alle afmetingen overnemen uit de bouwtekeningen, zodat we mallen konden maken voor de voor- en achtersteven, die symmetrisch zijn. 

blog.3.jaapOpbouwen
Daarna zijn we de boot daadwerkelijk gaan bouwen. Het was een behoorlijke klus om alle planken de juiste maat te krijgen; veel passen en meten. Als het niet helemaal precies pastte omdat er bijvoorbeeld te veel was weggeschaafd, vulden we de boel met epoxy. Na de bevestiging van de planken begon de afwerking. Allereerst het inpassen van de boordranden, daarna zitjes, beschermrand, dolhouders enzovoorts. De dolhouders zitten tussen een buiten- en een binnenboordrand in.

Riemen
Tevens moesten er natuurlijk riemen gemaakt worden. Dit leek mij een mooie klus, dus dat heb ik, samen met een ploeggenoot gedaan, die het vak ook volgde. We hebben – met de creditcard van de universiteit uiteraard – een flink stuk dennenhout gekocht, dat zich uitstekend leent voor het maken van riemen vanwege de lange nerf, die stevigheid biedt. Na veel hout weggezaagd te hebben hadden we twee grove stukken hout die wat weg hadden van riemen. Heel wat schaaf- en schuurwerk volgde, om uiteindelijk echte klassieke riemen met vlakke bladen te krijgen. Met twee lagen epoxy en twee lagen vernis zijn ze goed genoeg beschermd.

Schilderen
De laatste stap was het schilderen. De boot zelf is na lang beraad rood geschilderd aan de buitenkant, met uitzondering van de bovenste plank, waar het hout nog steeds zichtbaar is onder de lak. De binnenkant is een modieus gebroken wit geworden. 

Vakmanschap
Godzijdank is de boot blijven drijven, anders hadden we allemaal een onvoldoende gekregen. Ondanks dat het geen roeiboot is zoals ik ze gewend ben en het een wat ongebruikelijk vak was, was het ongelooflijk leuk om dit project te doen en om in de cultuur van botenbouwers te duiken. Het vakmanschap wat hierbij komt kijken is iets waar ik niet eerder aan ben blootgesteld en het inspireert me om wellicht ooit nog eens een boot te bouwen waarmee ik dan wel ‘s ochtends vroeg met mijn vrienden over de Amstel kan roeien!

Van botenbouwer naar de Amstel

Van botenbouwer naar de Amstel

Een week geleden ben ik vertrokken vanuit Amerika.  Nu roei ik inmiddels al weer een aantal ochtenden lekker op de Amstel. Samen met vrienden op de Amstel skiffen blijft uiteindelijk toch het allermooist. Dat zal ik de komende maand dan ook dagelijks blijven doen,...

Wintertraining in Amerika

Wintertraining in Amerika

De laatste weken van het semester zijn aangebroken, nog vier weken en dan vlieg ik alweer naar huis voor de kerstvakantie. Voordat de tentamens beginnen hebben we volgend weekend nog één laatste wedstrijd op de Charles: niet de Head-, maar de Foot of the Charles. Dit...

Live free or die

Live free or die

Het weekend voorafgaand aan de Head of the Charles is een lang weekend in het noordoosten van Amerika omdat het op maandag ‘Columbus Day’ of ‘Indigenous Peoples’ Day’ is. Welke van de twee het is, verschilt per regio en politieke voorkeur. Dit verschil zegt veel over...

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug.

Wie zijn jullie?

“Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele fanatieke sporter.”

 “Ik ben Annemiek, 58 jaar, ik ben fysiotherapeut, en ben wel een fanatieke sporter. Altijd hardlopen, maar kan ik niet meer, dus met roeien begonnen. En vindt dat helemaal leuk!”

 “Ik ben Mathilde, 48 jaar, en ook een fysiotherapeut.”

 “Ik ben Eveline, 54 jaar, en ik ben systeemtherapeut werkzaam in een traumacentrum voor kinderen en jeugd.”

Hoe vaak roeien jullie bij het Roeicentrum, en hoe zijn jullie daar terecht gekomen?

Tessa: “ik ben hier terecht gekomen omdat een collega vertelde ‘kom mee roeien’ en ben toen mee gegaan. Hij heeft mij geïntroduceerd. Ik had last van een frozen shoulder, en ik dacht dit moet ik doen omdat ik mijn schouders moest bewegen. De fysiotherapeut had aangegeven, of zwemmen of roeien. En dus met roeien begonnen omdat ik dat mijn hele leven eigenlijk al had willen doen.”

 Annemiek: “ik ben eigenlijk gaan roeien omdat een patiënt van mij wilde gaan roeien, omdat zij veel klachten had. Ik ben toen met haar meegegaan. Na 1 seizoen is zij naar een vereniging gegaan. Ben wel met haar meegegaan en gaan kijken, maar ik wilde geen vereniging omdat ik gewoon lekker wilde roeien, en niet wilde sturen, niet achter de bar en boten schuren. Ik vind het hier bij het Roeicentrum helemaal heerlijk, ik kom aan, ga in de boot zitten en ik vind het leuk om elke keer weer te leren en les te krijgen.”

 Mathilde: “Ik heb ooit een roeicursus gedaan 10 jaar geleden, toen het nog van de gemeente was. Dat was in de winter, en er lag vaak ijs en ging het niet door. Dat was niet zo goede start, maar daarna ben ik weer overgehaald om weer te starten. Ik wilde iets buiten doen, iets team-achtig en het ziet er mooi uit. Ik wilde graag op het water zijn, deed veel aan kanoën, en woonde toentertijd op een boot.”

Eveline: “Ik heb 16 jaar geleden een cursus boordroeien gedaan, en er achteraan 1 week intensief in de C1 in de avond. Ik wilde doorgaan met roeien, alleen was ik zwanger en dat was niet handig. Ben gestopt en een paar jaar later wilde ik weer iets doen. Ik heb vroeger fanatiek gebasketbald, dus teamsport. En ik wilde teamsport plus buiten combineren en kwam op roeien. En een oom van mij roeide tot aan zijn 80-ste, en dat wilde ik ook. Daar ga ik voor!”

Hoe zijn jullie bij elkaar gekomen?

“Wij waren allemaal heel lang bevriend, al 30 jaar. Twee van ons zijn samen gestart, en later kwamen de anderen er bij. Het naar een vereniging gaan is wel eens een discussiepuntje van ons. Ik (Annemiek) vind de formule bij het Roeicentrum juist wel lekker. Het is wel duurder, maar het voordeel is dat je geen verplichtingen hebt (achter de bar, boten schoonmaken etc). Ik hoef het ‘verenigingsleven’ ook niet echt. Ik heb genoeg leuke mensen om mij heen. En je krijg hier ook een instructeur die les geeft. En de roeiles gaat altijd door! Ofwel met een andere instructeur, dat is heel fijn.”

“In de winter schaatsen we ook wel op de woensdag ochtend. Dus in de boot is er een klik, maar buiten de boot ook. We blijven altijd heel lang koffie drinken!”

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

Vlotverhalen: Tessa, Annemiek, Mathilde en Eveline

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wie zijn jullie? “Ik ben Tessa, 56 jaar, mijn beroep is papier restaurator en ik werk in het Stedelijk museum. Ben niet een hele...

Vlotverhalen: Bart van Brakel

Vlotverhalen: Bart van Brakel

In de nieuwe rubriek 'vlotverhalen' interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug. Wil je jezelf even voorstellen? “Ik ben Bart van Brakel, ik ben 66 jaar oud en ik werk op dit moment niet meer. Ik heb heel lang...

Drie tips om NKIR deelnemers nog zenuwachtiger te maken.

Drie tips om NKIR deelnemers nog zenuwachtiger te maken.

Foto: Ellen de Monchy

Veel roeiers kijken huizenhoog op tegen de naderende NKIR. 2000 meter afzien in een warme, zuurstofarme sporthal is mentaal ook geen kattenpis. Met name bij eerstejaars loopt het vaak dun door de roeibroek. We geven je hier drie slimme coachtips om jouw pupil totaal te ontregelen.

  1. Zeg dat je pupil geen angst moet tonen

Tegenstanders ruiken het angstzweet van je pupil en zullen weten: deze loser ga ik pakken. Dus doe als prins Andrew: zweet niet. Borst vooruit als je je ergometer opzoekt, spuug in je handen en hanteer voor de zekerheid royaal de deo spuitbus.

  1. Wijs op het belang van mindfullness

Tijdens de race kijkt je pupil in de ogen van ruim 500 gillende hooligans. Hij ruikt hun slechte adem en hoort hun verwensingen. Deze supporters willen dat hij kapot gaat en dat hun clubgenoot zegeviert. Laat hem woorden als “uitgemergeld gratenpakhuis” en “talentloze vetklep” niet persoonlijk nemen. Laat hem een rustgevend muziekje opzetten en denken aan wat zijn moeder gisteren nog zei: je mag er zijn!

  1. Zeg dat je pupil slim moet racen

Rust uit tussen je halen en realiseer je dat hijgen moe maakt. Onder de 6.00 is geen doel, het is een keuze. Maak die keuze en geluk en voorspoed zullen je ten deel vallen. Spreek ook uit dat je huizenhoge verwachtingen hebt!

Bonustip:

Heeft je pupil na deze adviezen succesvol gefaald: stuur hem dan naar ergotherapie!

Oud roeier Bert van Bokhoven begon onlangs een ergotherapie praktijk.

Bert: “NKIR trauma’s ontregelen het brein. Deelnemers herbeleven hun NKIR angst voortdurend. Ze slapen slecht, skippen ergo trainingen en liggen daardoor slecht in hun ploeg. Vaak ontstaan dan depressies die uitmonden in een vorm van ergovrees, te vergelijken met pleinvrees.

Ergotherapie zorgt ervoor dat roeiers eenvoudiger bij opgesloten gevoelens kunnen komen. Op de sofa bespreek ik hoe het is om je score richting de schaamtevolle 1.45 per 500 meter te zien stijgen. Ik bespreek wat deze slappelingen normaal wegdrukken. Dat werkt heilzaam, omdat het brein de traumatische race als het ware herschrijft in een minder angstige versie.”

N.B. Ergotherapie zit bij de meeste zorgverzekeraars in 2020 gewoon in het basispakket!

Stuurvrouw Holland8: laten we stoppen met praten over ‘bemanning’

Stuurvrouw Holland8: laten we stoppen met praten over ‘bemanning’

Foto: Ellen de Monchy

Holland 8 stuurvrouw Aranka Kops kan zich helemaal vinden in het pleidooi van D66 kamerlid Monica den Boer. Eerder deze week gaf deze volksvertegenwoordigster aan het woord “bemanning” niet passend te vinden in een debat over het tekort aan politiemensen. Er zijn immers net zo goed vrouwelijke agenten als mannelijke. 

Kops: “ik volg haar helemaal! Bemanning dekt bij ons de lading niet, ook in de Holland8 zitten niet alleen maar mannen. 

Er zit niet alleen een vrouwelijke stuur in de Holland8, er zit ook een aantal beesten in! Door testosteron gedreven beesten. Ik bedoel: heb je die stierennek van Simon van Dorp wel eens bekeken? En die grote klauwen van Mechiel Versluis? En wat te denken van die gorillatorso van Ruben Knab? 

Laten we het dus voortaan niet meer hebben over de ‘bemanning’ van de Holland8, maar over de ‘bebeesting’ van de Holland8. 

En dat slaat dan ook direct op mij. Mij noemen ze ook vaak een lekker dier.”

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Meer dan 30 jaar werkt Serraat Eikholt als bootsman bij de Nijmeegse studentenroeivereniging Phocas. Niet alleen repareerde hij zich het leplazarus en bouwde hij stellingen en liftconstructies, ook fabriceerde in die tijd maar liefst vijftien boten. Daarnaast is hij als continue factor binnen de vereniging van 600 leden van onschatbare waarde. Dat bleek wel toen Toprow hem opzocht in het botenhuis.

Het is een drukte van jewelste als wij op een doordeweekse dag aankomen bij het sterk verouderde botenhuis aan het Maas-Waalkanaal. Werklui lopen in en uit en binnen heeft iedereen warme truien aan en mutsen op. Naast allerlei werkzaamheden die worden uitgevoerd, blijkt ook de verwarming al een paar dagen niet te werken. Als vast aanspreekpunt probeert Serraat alles in goede banen te leiden.

Lozen
Het is flink aanpoten voor zowel het bestuur als voor Serraat. Het huidige botenhuis stamt uit 1972 en is zichtbaar in slechte staat. Phocas wacht al jaren op een onderkomen aan het nieuwe water van de Spiegelwaal, maar dat project is inmiddels al jaren vertraagd. Ondertussen is aan het oude botenhuis aan groot onderhoud nauwelijks iets gedaan. “Het is eigenlijk geen doen meer met zoveel leden op zo’n kleine plek. Op ons vlot past enkel één vier of een acht en ik heb overal stellages of takelliften gemaakt om zoveel mogelijk boten en riemen weg te werken, zo krap is het. Ook is botenhuis lek. Elke week moeten we 1500 liter water lozen.”

bootsman phocas 2Verantwoordelijkheid
De universiteit van wie het drijvende gebouw is, heeft onlangs besloten alsnog een laatste investering te doen. Zo moeten de laatste twee jaar tot het vertrek volbracht worden. Het onderhoud van het botenhuis zat vroeger in het takenpakket van de door de universiteit betaalde Serraat. Daar is hij sinds kort vanaf. “Ik wilde die verantwoordelijkheid niet meer dragen. Stel je voor dat iemand door de vloer zakt, ben ik dan de pineut? Daarnaast is er altijd wel wat te doen terwijl ik ook aan de boten moet werken. Zo hing een pin die de loopbrug naar de kant half-los en was het verbindingsstuk tussen loods en vlot kapot. Daarvoor zijn nu ook al die werklui.”

Metsemakers
Ondanks de zorgen, heeft Serraat (52) het uitstekend naar zijn zin bij Phocas. “In de reuring van zo’n studentenvereniging voel ik me als een vis in het water. Ik vind het altijd weer bijzonder om te zien dat er een soort van harde kern van vrijwilligers opstaat om keihard voor zo’n vereniging te werken. Ik verbaas me er echt over wat mensen op zo’n jonge leeftijd al kunnen. Daarnaast is het fantastisch dat er vanuit hier soms echt mensen boven de rest uit steken en dat ik daar onderdeel van mag zijn. Zo heb ik de opkomst van Nelleke Penninx, Annemarieke van Rumpt en onlangs nog Koen Metsemakers van dichtbij mogen meemaken. Ik heb zijn finale van afgelopen WK meerdere malen gekeken. Verbluffend hoeveel beter ze waren dan de rest.”

Inventief
Hij komt bij Phocas terecht als hij na een opleiding als meubelmaker vanwege zijn rug wordt afgekeurd voor de richting Bosbouw. “Via de opleiding instrumentmakerij kwam ik bij de afdeling houtbewerking bij een stage van de universiteit uit. Die was hier. Ik heb toen heel lang meegelopen met mijn voorganger – eigenlijk veel te lang zonder betaald te worden – maar ik wilde per se zijn baan overnemen. Toen hij eindelijk stopte was ik zo blij als een kind.” Het werk had hij zich ondertussen wel eigen gemaakt. Naast het repareren en het maken van boten (Serraat maakte zelfs eigenhandig een kunststofskiff) legde hij zich ook toe op andere zaken. “Zo heb ik allerlei instrumenten gemaakt die het de leden makkelijker moesten maken de boten goed af te stellen. Ook ben ik druk bezig geweest om bankjes op maat te maken. Dat soort dingen vind ik leuk. Zoiets is net een puzzel.”

Bootsman 3 phocasCoaching
Werk is er altijd wel geweest. “Als er niets kapot is, kan je altijd verder met onderhoud. Maar als ik eerlijk ben, vind ik het stiekem ook wel leuk als er weer een keer een boot aan gort gevaren wordt. Het is dan altijd weer een uitdaging de boot weer in zo’n goed mogelijke staat te herstellen.” Daarnaast denkt hij graag mee met de club. “Ik onderken bijvoorbeeld de grote waarde van goede coaching. Phocas heeft momenteel domweg te weinig beschikbare uren voor professionele coaching, dus op dat gebied missen we de slag. Daar moet meer geïnvesteerd in worden.”

Lakstraat
Serraat heeft zijn hoop gezet op de nieuwe huisvesting. “Dan moet het gemakkelijker worden meer leden te trekken. We zitten veel dichterbij de stad en het onderkomen is een stuk aantrekkelijker.” Ook voor hemzelf zal het er flink op vooruit gaan. “Er komt in de werkplaats een afgesloten lakstraat en een aparte lashoek. Voor mij is dat geweldig als je het vergelijkt met de plek hier waar de tocht direct door de muren komt.” Zijn enige zorg is of zijn beroep wel blijft bestaan. “Je merkt elders in het land dat het steeds meer hobbyisten zijn die het werk gaan doen. En mensen hebben het er steeds vaker voor over om iets nieuws te kopen. Ik snap dat ik hier bij de universiteit een unieke aanstelling heb en hopelijk blijft dat. Het zou zonde zijn als dit het einde van ons vak zou betekenen.”

Okeanos slaat Hel over

Okeanos slaat Hel over

Foto: Ellen de Monchy

“Op zondag naar De Hel is voor dit bestuur een brug te ver”

“We hebben dit jaar een uiterst principieel bestuur,” zegt Okeanos voorzitter en theologie student aan de VU Jan de Boer. “Ja principieel, maar fundamentalistisch mag je het van mij ook noemen, ik vind dat geen vervelend woord. Okeanos is opgericht op de fundamenten van Zijn woord.”

We zingen al sinds 1957 vol overgave “liever niet op zondag” en hebben Aegir sinds 1975 meerdere malen om een naamswijziging verzocht. Eens komt er een bestuur dat wel die Red Line durft te trekken.

Aegir liet in een reactie weten dat Okeanos Godverdomme niet zo moet zeiken.

 

Wintertraining in Amerika

Wintertraining in Amerika

De laatste weken van het semester zijn aangebroken, nog vier weken en dan vlieg ik alweer naar huis voor de kerstvakantie. Voordat de tentamens beginnen hebben we volgend weekend nog één laatste wedstrijd op de Charles: niet de Head-, maar de Foot of the Charles. Dit is een achtervolgingsrace in de 4+ over een iets kortere afstand dan de Head of the Charles, namelijk 4 km. Het is een soort onderlinge oefenwedstrijd tussen de universiteiten van Harvard, Northeastern, MIT en Brown. Meestal is het heel vroeg op een zaterdagochtend, verschrikkelijk koud, waait het keihard en is het behoorlijk afzien.

Het is de allerlaatste krachtmeting op het water voordat we ‘naar binnen gaan’.Daarna is het namelijk te koud om nog het water op te gaan. De winters gaan hier in het noordoosten van Amerika gepaard met temperaturen tot ver onder nul en een flink pak sneeuw. Maar omdat het niet bij alle Ivy League-universiteiten tegelijk dichtvriest, zijn er regels opgesteld over het aantal weken dat je per winter op het water mag trainen, opdat het eerlijk blijft. Deze regels gelden echter niet voor alle universiteiten waar we tegen roeien. 

Vrijheid

Tijdens de wintermaanden zitten we dus voornamelijk op ergometers. Daarnaast doen we wat meer krachttraining en lopen we af en toe een stukje hard. Deze periode is, in tegenstelling tot de rest van het jaar, tamelijk open voor eigen invulling. Er worden wel bepaalde minima gesteld en de coaches geven je richtlijnen mee, maar er is geen centraal georganiseerde training meer. Er gelden ook regels over het toegestane aantal trainingsdagen per jaar, zodat je genoeg op je studie kan focussen.

‘Triatlon’
Het team organiseert wel zelfstandige (alternatieve) trainingen, voornamelijk tijdens de weekenden. Zo zijn er jaarlijks een marathon en een ‘triatlon’, waarbij we eerst 10 kilometer ergometeren, dan 8 kilometer hardlopen en tot slot 20 keer een set hoge trappen op- en afrennen. De winnaar krijgt een typisch Amerikaans oud baseball jack met leren mouwen en ‘Brown Crew’ achterop. Op den duur vertrekt iedereen naar huis om kerst en oud&nieuw te vieren.

Florida 
Je wordt – fit en niet met te veel extra kilo’s – terug verwacht op het trainingskamp in Florida, begin januari. Daar ontsnappen we aan de kou en kunnen we twee weken in enkel een roeipakje trainen. Het gedeelte van Florida waar wij zitten is, op de raketlanceringen van NASA na, niet bijster interessant. Het is eigenlijk één grote stripmall, oftewel een drukke weg met daaraan een onophoudelijke rij van parkeerplaatsen met de bijbehorende grote winkelketens. Aan zo’n weg zit ook ons hotel, waarin we twee weken bivakkeren. Gelukkig bieden het strand en de oceaan, aan de andere kant van het hotel, afleiding van deze misère. 

Trainingswater 
De plek waar we roeien is een ander verhaal. Een kleine tien minuten rijden vanaf het hotel is een soort park waar we de boten hebben liggen. Er is geen vlot dus je moet tussen het vloedbos door het water inlopen om vervolgens je boot in te klimmen. Gelukkig is het lekker warm. De eerste week zitten we meestal in skiffs en twee-zonders en de tweede week voornamelijk in viertjes en achten. We varen meestal twee keer per dag 16 tot 24 kilometer. Het roeiwater is rustig, beschut en eindeloos. Je kunt ongestoord trainen zonder bang te zijn voor krokodillen, want die zitten niet in zout water.

Zeekoeien
Je wordt overigens wel af en toe verrast door een nieuwsgierig groepje dolfijnen, die tot aan de riggers van je boot naar je toe durven te komen. Ze zwemmen ook graag in de golven van de coachboot. Een heel enkele keer kom je een zeekoe tegen. Zeekoeien zijn minder speels en die kunnen je makkelijk om laten slaan als ze tegen je aan zwemmen. Maar voordat ik me daar zorgen om moet gaan maken, moet ik eerst nog even die wedstrijd in de vier-met varen volgend weekend, in de bittere kou van Boston. De weersverwachting is -4 graden en windkracht 5.

Van botenbouwer naar de Amstel

Van botenbouwer naar de Amstel

Een week geleden ben ik vertrokken vanuit Amerika.  Nu roei ik inmiddels al weer een aantal ochtenden lekker op de Amstel. Samen met vrienden op de Amstel skiffen blijft uiteindelijk toch het allermooist. Dat zal ik de komende maand dan ook dagelijks blijven doen,...

Wintertraining in Amerika

Wintertraining in Amerika

De laatste weken van het semester zijn aangebroken, nog vier weken en dan vlieg ik alweer naar huis voor de kerstvakantie. Voordat de tentamens beginnen hebben we volgend weekend nog één laatste wedstrijd op de Charles: niet de Head-, maar de Foot of the Charles. Dit...

Live free or die

Live free or die

Het weekend voorafgaand aan de Head of the Charles is een lang weekend in het noordoosten van Amerika omdat het op maandag ‘Columbus Day’ of ‘Indigenous Peoples’ Day’ is. Welke van de twee het is, verschilt per regio en politieke voorkeur. Dit verschil zegt veel over...

Vlotverhalen: Bart van Brakel

Vlotverhalen: Bart van Brakel

In de nieuwe rubriek ‘vlotverhalen’ interviewen we elke maand een roeier die net een training heeft gehad bij het roeicentrum Berlagebrug.

Wil je jezelf even voorstellen?

“Ik ben Bart van Brakel, ik ben 66 jaar oud en ik werk op dit moment niet meer. Ik heb heel lang in het bijzondere onderwijs gewerkt voor blinde, slechtziende maar ook voor dubbelgehandicapte leerlingen. En ik ben zelf ook slechtziend: ik zie met 1 oog 16% met het rechteroog, en het linkeroog is blind. Voor de rest ben ik sportfanaat, voor zover dat mogelijk is met een slecht oog.”

Wat doe je nu in het dagelijks leven?

“Sporten!” (Lachend)

Alleen maar sporten? Elke dag weer?

“Ja, eigenlijk wel ja. Ik probeer normaal 6 keer in de week maar het is ook wel eens dat het elke dag is. En wat ik doe is: fitness, hier vlakbij, en dat is 3 keer in de week. Ik loop hard, 2 keer in de week, de ene keer 5 kilometer en de andere keer 10 kilometer in het Westerpark en Oosterpark. En ik roei dan 1 keer in de week op de seniorenochtend op woensdag.”

Wat hebben jullie vandaag gedaan tijdens de les?

“We hebben geroeid met Caitlin, die kennen we al, en zij heeft eerst gekeken wat onze vorderingen waren (zij heeft ons vorig jaar ook al gecoacht), en waar de leerpunten lagen.”

Wat hebben jullie het afgelopen jaar geleerd?

“Wij roeien wat krachtiger, merken wij omdat wij harder gaan. En onze techniek is in de kleine puntjes verbeterd. We roeien gelijkmatiger, dus rijden niet te snel meer op, dat doen wij beter. Onze houding is beter, en de haal maken wij goed af. Wij roeien momenteel met zijn drieën in de C4, we zijn alle drie in onze boot slechtziend, en zoeken nog naar een vierde partner.

Heb je ook geroeid voordat je bij Roeicentrum Berlagebrug ging roeien?

“Ik heb een keer eerder bij Berlage geroeid, en ik weet niet meer precies hoe lang geleden dat is geweest. En nu roei ik in maart 4 jaar bij het Roeicentrum!”

Waarom heb je juist ook voor het roeien gekozen? Wat maakt roeien voor jou bijzonder?

“Nou ik zag het altijd op tv met Olympische Spelen of WK’s en ik vond het gewoon een prachtige sport omdat je in zo’n smalle boot zit, en ze verschrikkelijk hard gaan en goed samenwerken. Ik ben eigenlijk een individuele sporter, maar zo’n boot leek mij gewoon kicken. Ik heb het wel eens in de sportschool gedaan, vind ik helemaal niets. Dat is nep. Maar op het water vind ik het een uitdaging en ik vind het prachtig uitzien. Visueel, beetje raar dat ik dat zeg, maar ik kon vroeger veel meer zien en toen vond ik dat altijd prachtig er uit zien. Ik heb ook wel eens een documentaire gezien van roeiers die oefenen en trainen, ik had het zelf ook wel willen doen. En nu dat ik de gelegenheid kreeg, qua tijd en dat ik dichtbij een roeivereniging woon, dacht ik ‘ik ga het gewoon nu doen ook’!”

 

Dank je wel Bart!

Vlotverhalen: Erie Schoonevelt

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je?"Ik ben Erie Schoonevelt." Hoe lang roei je al bij Roeicentrum Berlagebrug?"8 jaar nu bijna. In maart is het 8 jaar." Wat heb je net gedaan?"Ik heb...

Vlotverhalen: Alice Snel

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je"Ik ben Alice Snel en ik ben 80 jaar." Hoe lang roei je al bij Roeicentrum Berlagebrug?"Ik roei 15 jaar nu, en momenteel drie keer in de week." Wat...

Vlotverhalen: Lieke

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke maand iemand die geroeid heeft bij Roeicentrum Berlagebrug. Wie ben je?“Ik ben Lieke Olijslagers, 28 jaar, en huisarts in opleiding in Nijmegen.” Wat heb je net gedaan?“We komen terug van de roeitocht van het Amsterdam...
KNRB onaangenaam verrast door nieuw UvA-advies

KNRB onaangenaam verrast door nieuw UvA-advies

Foto: Ellen de Monchy

Vorige week schudde de roeiwereld op haar grondvesten toen de Hilversumse roeivereniging ‘Cornelis Tromp’ het advies kreeg haar naam aan te passen. De naam ‘Tromp’ zou met de inzichten van nu niet meer passen in de huidige tijdsgeest.

De KNRB zette in januari van dit jaar een onderzoeksopdracht uit bij de hoofdstedelijke Universiteit om proactief te kunnen reageren op toekomstige reputatieschandalen.

Deze week ontving de KNRB een tweede rapportage die er niet om loog.

Onderzoeker Gaius Oosterwijk van het instituut voor Classics and Ancient Civilizations deed zijn onderzoek naar de reputatie van de klassieke Griekse helden: “Na een terdege uitgevoerd onderzoek ziet het er niet goed uit voor Triton. Wat hij met de kleine zeemeermin Ariel uitspookte geeft aanleiding voor meer onderzoek, maar duidelijk is dat er een zweem van #metoo omheen hangt.” Recent hebben enkele vrouwelijke leden hun lidmaatschap van de Utrechtse vereniging om deze reden dan ook al opgezegd.

Ook Nereus moet zich voorbereiden op zwaar weer. Er zijn vermoedens gerezen dat echtgenote Doris bij aanvang van hun huwelijk nog minderjarig was. Ook het libido van Nereus gaat mogelijk voor problemen zorgen. Een deel van de meer dan 50 dochters groeide voor galg en rad op. Oosterwijk: “Met de kennis van nu onacceptabel, onder die naam kun je wat mij betreft geen sportvereniging meer runnen.”

Het onderzoek naar Argo is uitbesteed aan het RIVM. “Zij hebben een onomstreden reputatie in de agrarische gemeenschap, we zouden gek zijn als we daar geen gebruik van maken. We realiseren ons namelijk terdege dat onze onderzoeksresultaten hard kunnen aankomen.”

Onderzoeker Dagmar Hanson van de vakgroep Scandinavië studies heeft een derde onderzoek op de rol staan, naar de Noordse mythologie. “Ik wil nog nergens op vooruit lopen, maar ik vrees voor Skøll dat er heel wat lijken uit de kast gaan komen. Man, man, man, wat een beest was dat. Jammer, ze zaten roeiend net in de lift.”

UvA advies aan KNRB: ‘Cornelis Tromp’ moet verenigingsnaam aanpassen

UvA advies aan KNRB: ‘Cornelis Tromp’ moet verenigingsnaam aanpassen

In 2016 bestond de Hilversumse roeivereniging 80 jaar. Niemand minder dan Cornelis Tromp zelf kwam de club daarmee feliciteren. Foto: Ellen de Monchy

 

Uit een donderdag gepubliceerd rapport van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat er zwaar weer op komst is voor de Hilversumse Roeivereniging ‘Cornelis Tromp’. Neeltje van Bokhoven, Senior onderzoekster Gender & Diversity studies aan de UvA, licht haar onderzoek toe: “Veel zeehelden vielen recentelijk van hun voetstuk: Michiel de Ruyter, Piet Hein en Abel Tasman. En nu dus ook Cornelis Tromp.” Cornelis Tromp

Uit onlangs gevonden aanmonsteringsbrieven blijkt dat zijn personeelsbeleid een stuitend gebrek aan diversiteit vertoonde. Uitsluitend blanke mannen tussen de 11 en 35 jaar vonden emplooi onder Tromp. Een regelrechte schande volgens een zichtbaar aangeslagen Van Bokhoven. “Donker gekleurde medelanders bijvoorbeeld hadden we toen al voldoende voorhanden in de koloniën binnen de Republiek.”

Ook bleek dat Tromp het niet zo nauw nam met de rechten van medewerkers. Van Bokhoven: “Bijna de gehele bemanning bestond uit flexwerkers, werkdagen van meer dan acht uur waren geen uitzondering en van doorbetaling bij ziektes als scheurbuik was absoluut geen sprake.

Ik ben echt geschokt door deze feiten. Laten we eerlijk zijn, 1665 is historisch gezien gewoon gisteren hè! Het ging er echt middeleeuws aan toe aan boord bij Tromp.”

toprow cornelis tromp2

Van Bokhoven verwacht dat de naamswijziging een formaliteit zal worden op de ALV van de vereniging. “In Hilversum wonen weldenkende mensen. Iedereen binnen Tromp zal voelen: verdergaan onder deze naam kan echt niet meer anno 2019.”

Het bestuur van Cornelis Tromp wilde nog niet reageren. Bestuurslid Leo te Winkel: “Ik kwam nog niet toe aan het lezen van het rapport, ik had nog een hele grote strijk liggen.”

 

 

Live free or die

Live free or die

Het weekend voorafgaand aan de Head of the Charles is een lang weekend in het noordoosten van Amerika omdat het op maandag ‘Columbus Day’ of ‘Indigenous Peoples’ Day’ is. Welke van de twee het is, verschilt per regio en politieke voorkeur. Dit verschil zegt veel over de huidige verdeeldheid in de Verenigde Staten. Sommige staten veranderen de naam van de feestdag officieel, andere benadrukken officieel dat ze er niet over peinzen om het te veranderen. Het verschilt eigenlijk niet zo veel van de onenigheid over traditionele Nederlandse feestdagen die niet meer kunnen.

Ik spendeer dit weekend, na op zaterdagochtend een zogeheten ‘head race’ geroeid te hebben bij Yale in New Haven, bij de (uit Eindhoven afkomstige) familie van een ploeggenoot in Warner, New Hampshire, een kleine 300km noordelijker, vlakbij de Canadese grens. New Hampshire is de staat waar de ‘Indian Summer’ halverwege oktober het allermooist is, de kleuren van de bomen zijn adembenemend, zeker vanaf Mount Kearsarge, de berg waar we de hond uitlaten op zondagochtend.

Ik studeer tussen deze twee plekken in, in Providence, Rhode Island: de kleinste en meest progressieve staat. Daar wordt ‘Columbus Day’ al lang niet meer geaccepteerd. Sterker nog, op Brown University beginnen ze het academische jaar met een ‘land acknowledgment’, waarin wordt gesteld dat men zich op ingepikt land bevindt. Op die manier wil de universiteit meer bewustzijn creëren over de minder mooie kanten van haar verleden. Daarom viert men daar, met gepaste trots en schaamte tegelijk, ‘Indigenous Peoples Day’.

Het bejubelen van een blanke man die land heeft afgepakt van de inheemse bevolking onder het mom van ontdekking gaat hier, in tegenstelling tot in Nederland, niet door de beugel. Als je vindt dat dat wel kan, bijvoorbeeld vanwege het fopargument dat het ‘een andere tijd’ was, dan word je hier niet begrepen.
Tegelijkertijd is er aan de andere kant ook veel onbegrip voor ‘die progressieven op College Hill’ onder de mensen die niet bovenop de heuvel wonen. Bijvoorbeeld bij de mensen die een schietbaan op het platteland runnen. Onder meer omdat ‘die progressieven’ hun pistolen willen afpakken, terwijl die wapens hun Amerikaanse vrijheid waarborgen. Toen ik er een keer was met een vriend uit Nederland om zelf eens te ervaren waarom die Amerikanen zo weg zijn van hun guns, werd het me niet in dank afgenomen toen ik vertelde dat ik aan Brown studeerde. Desalniettemin was het heel leerzaam en leuk. Nu begrijp ik een stuk beter waarom het zo populair is. Het is een beetje als vuurwerk: spannend, luid en eigenlijk niet verstandig.

Jaap de Jong 1

In New Hampshire is ‘open-carrying’ toegestaan en praat men over het algemeen wel nog over ‘Columbus Day’. Het is een zogeheten Swing-State en speelt dus een belangrijke rol tijdens de presidentiële verkiezingen. Dit betekent ook dat de verdeeldheid sterk is. Echter, de mensen laten elkaar geloven wat ze willen en leven hoe ze willen, zonder al te veel veroordeling. Republikeinen en Democraten leven hier naast elkaar, veelal in harmonie. Dit resoneert sterk met het motto van de staat: ‘live free or die’. Deze tekst staat op elk kenteken en de mensen in New Hampshire koesteren dit enorm. Het staat namelijk voor het idee dat de regering je niet mag belemmeren in hoe jij je leven wilt leven, een absoluut fundament van de Amerikaanse samenleving. Als jij zonder gordel wilt autorijden, of zonder helm op je motor wilt rijden (ook niet verplicht in R.I. overigens), is dat je goed recht!
Kan dit niet vanwege een regeltje dat je regering heeft bepaald? Dan leef je dus niet in absolute vrijheid en kun je maar beter dood gaan. Dat laatste is tevens de populaire opvatting in het geval van een verkeersongeval geloof ik.

In New Hampshire tolereert men elkaar niet alleen, maar ze accepteren elkaar ook. Tijdens een fietstochtje zag ik een MAGA-sticker (die pro Trump zijn)  naast een sticker van een hart met de regenboogvlag er op. Dit zou je in bijvoorbeeld Rhode Island niet snel zien, daar pulkt men de stikker van een andersdenkende zo snel mogelijk van het verkeersbord.

Even later zag ik een man hout hakken naast een kippenren op zijn eigen stukje land. Er hing, zoals letterlijk overal in Amerika, een bordje met de tekst: ‘Private property, NO TRESPASSING, violators will be prosecuted’. Dit betekent meestal dat de persoon die daar leeft de ‘Cabin in the woods’ versie van de American Dream heeft voltooid en dat nu met hand en tand verdedigt. Deze beste man had aan z’n ene heup een pistool in een holster en aan z’n andere heup hing een mes. Hij was dus ultiem vrij, had overduidelijk geen angst, én was living the American Dream. Naast hem lag zijn shepherd-achtige hond met een rood-witte ‘handkerchief’ om z’n nek. Deze verwezenlijking van New Hampshire was zo’n mooie verschijning, dat ik het niet kon laten om even te stoppen en hem te vragen of ik wat foto’s mocht maken van het tafereel. De man was erg hartelijk en vond het geen probleem. Wel waarschuwde hij mij voor de hond, die was nogal gesteld op zijn ruimte. Hij ging rustig verder met houthakken en zodra ik één stap richting het hakblok zette sprong de hond op en beet hij me zachtjes in mijn hand. Goeie waakhond, hij ging namelijk gelijk voor uitschakeling en beet me een tweede keer, ditmaal in mijn knie. Weliswaar zachtjes, maar wel hard genoeg voor een wondje.

Dat ik een ‘wounded knee’ had, merkte ik pas toen ik alweer even op de fiets zat. Of deze man een anti-vaxer is heb ik hem dus helaas niet kunnen vragen. Dat vonden ze bij Brown voldoende reden om mij mijn hele ‘Indigenous Peoples’ Day’ in een gezondheidszorg draaimolen te laten zitten, terwijl de dokter aan het bellen was met zowel de Animal Control Agency van New Hampshire, de Health Department of Rhode Island en de Emergency Room van het nabijgelegen ziekenhuis. Er wordt nu geprobeerd om te achterhalen wat de vaccinatiestatus van die hond is en op basis daarvan wordt bepaald of ik moet worden ingeënt tegen hondsdolheid.

Welkom in Amerika.

‘Everything Is Bigger In Texas’

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Stereotypes Met Nuance

Stereotypes Met Nuance

Nadat een aantal pioniers zoals Olivier Siegelaar en Niki van Sprang het voortouw namen, is het steeds gebruikelijker geworden om aan de andere kant van de oceaan te gaan studeren en roeien. Ik weet nog goed dat Max Ponsen en Roel van Broekhuizen,...

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Hij is pas 38 jaar, nieuw in het vak en geen roeier. Bepaald geen prototype bootsman dus. Toch heeft Jesse Bouma het na een kleine twee jaar behoorlijk naar zijn zin bij De Amstel in Amsterdam. “Het werk is afwisselend en ze laten mij lekker mijn gang gaan.”

We treffen Jesse een dag na zijn eerste echte incident bij de club. Een gladde vier was bij het Apollohotel vlakbij tegen een dukdalf gevaren en dreigde te zinken. “Ons motorbootje werd net gerepareerd en er waren geen mensen hier, dus toen moest ik samen met hun coach er heen roeien. Ik had denk ik één keer eerder geroeid”, vertelt hij lachend. Met de roeiers van de kapotte boot weer veilig op de kant en de coach roeiend, trok Jesse de kapotte boot vanuit de roeiboot terug naar De Amstel.

Boostman de Amstel_3

Jachten
Hij kan dit soort reuring wel waarderen. Tot nu toe werkte hij na zijn opleiding aan het hout- en meubileringscollege met richting scheepsbouw vooral op scheepswerven. Hij zette houten sloepen in elkaar maar ook luxe jachten. “Het was leuk werk, maar ook veel van hetzelfde. Je was vooral onderdeel van een team dat iets maakte. Ik haal meer waardering uit iets dat ik helemaal zelf in elkaar kan zetten. Je stond ook vaak de hele dag in het stof of in giftige chemische lucht. Ik ging me steeds vaker afvragen of dit het nou was.”

ZZP
Jesse begon voor zichzelf als zzp’er gericht op allerlei klussen. Hij leerde zichzelf onder andere goed schilderen, maar ook dat viel hem zwaar. “Zat je een hele dag op je knieën onder een boot. En dan heb ik het nog niet eens over het zoeken naar opdrachten. Daardoor was je eigenlijk de hele tijd bezig.” Een uitkomst bood Elmer van Orden, bootsman van Het Spaarne, waar hij ooit stage had gelopen. Hij attendeerde Jesse op het feit dat zijn collega bij De Amstel ging vertrekken.

3D-puzzel
Bij de roeivereniging in Heemstede had hij in 2001 een bijzonder leuk half jaar gehad. “Ik kwam daar bij toeval terecht. Het Spaarne leek het goed als Elmer zijn kennis door zou geven. We konden het al snel goed vinden en ik vond het werk veel charme hebben. Je eigen werkplaats met een redelijke vrijheid om te kunnen doen wat je wil. Hij heeft me onder andere een C1 laten bouwen, de Sprinkhaan. Dat vond ik ook bijzonder, dat ik echt mijn eigen bootje kon maken. Ik zie dat als een soort 3D-puzzel.”

Waterkering 
Omdat hij niet uit het vak kwam en geen roeier was, verwachtte hij niet teveel van zijn open sollicitatie. “Ik kende de situatie ook niet precies en wist niet hoe erg ze iemand nodig hadden. Maar na een paar maanden kwam de vraag of ik niet toch een keer kon komen praten. Ze hebben me een klusje laten doen om te kijken wat ik kon. Volgens mij ging het om het repareren van een waterkering. Dat kon ik wel.”

Kleuren

Toch was het begin wel even wennen. “Ik moest echt vaak nadenken over hoe het de roeibeweging is en bijvoorbeeld dat je met deze sport achteruit gaat in plaats van vooruit. Dingen die voor jullie roeiers logisch zijn, maar voor mij niet. Met epoxy had ik gelukkig al veel ervaring, maar ik ben bijvoorbeeld dagen bezig geweest om uit te vinden welke kleur geel Empacher precies gebruikt of het wit van Filippi.”

Afwisseling  
Ook moest hij een manier vinden om al het werk op elkaar af te stemmen. “Als je een gaatje in een boot hebt gevuld, moet dat drogen. Maar je moet weer niet te lang wachten met verven. Als je meerdere dingen door elkaar gaat doen, verlies je wel nog eens het overzicht. Maar daar raak ik steeds meer bedreven in. Die afwisseling vind ik uiteindelijk ook het leukst.” Opvallend genoeg is zijn werkplaats – zeker in vergelijking met die van zijn collega’s – behoorlijk opgeruimd. “Ik ben wellicht een vreemde eend in de bijt, maar ik vind het inderdaad prettig om alles snel te kunnen vinden.”

Klachtenuurtje
Als hij dingen niet weet, is het contact met zijn oude leermeester Elmer snel gelegd. “We sturen elkaar geregeld foto’s van schades met de vraag of de ander dat wel eens heeft meegemaakt. Feitelijk gaat het hier weinig anders aan toe dan op Het Spaarne. Mensen komen met dezelfde problemen binnenlopen. We noemen het gekscherend ons psychologisch klachtenuurtje. Maar deels is het ook ‘trial en error’, want wat is precies ‘goed’ als het om repareren gaat? Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan.” 

Bootsman de Amstel

Red Bull: wij gaan roeien naar de 21e eeuw brengen!

Red Bull: wij gaan roeien naar de 21e eeuw brengen!

Tijd voor een extreme challenge op een Bosbaan gevuld met Red Bull.

Jefry van Weerthuizen is creative client director bij Red Bull en helemaal hyper.
“Holy shit! Het is rond: april 2020 gaan we het water van de Bosbaan vervangen door Red Bull.”

Jefry legt ons de story uit. “Als A-Brand wil je de customer acquisition cost van je prospects zo laag mogelijk houden. Dan zou je zeggen: doe iets met een department store om je drop in rate te vergroten. Maar dan maak je een denkfout. Hahaha!
Dat is namelijk inbound denken. Je moet leads en met name qualified leads zo snel mogelijk je Sales Funnel intrekken. Logisch toch?

De roeiwereld is voor ons mega interessant omdat er veel highly educated peeps rondlopen die het MAXIMALE uit zichzelf willen halen. Ja toch?

Om de werkelijkheid wat te versimpelen zijn we daarom met buyer persona’s gaan werken. Daar ontstonden ‘Roderick, de stoere KNSRB roeier’ en ‘Boukelien, het verlegen knorrenmeisje’. Uit onderzoek bleek dat ze beiden heel erg experienced driven zijn. Toen wisten we: we moeten in het olympisch jaar iets gaan doen wat compleet viral kan gaan. Wojoooo!

En dan moet je die boring sport dus volledig afbreken en opnieuw opbouwen. Roeien genereert geen traffic! Veel te weinig adrenaline, veel te weinig smoel. Op dat moment gilde een collega bij een 360-jump in the desert sessie vol afschuw: ‘Roeiers roeien op water………… fokking WATER!’

Toen was het plan snel rond: Bosbaan vullen met Red Bull, downhill starten en een schans op de 1500 meter. Downhill ice skating werd een succes, dit dus ook, Hell Yeah!

Spektakel, Sales, een extreme challenge in plaats van suf over 2 kilometer van A naar B peddelen.

Zo geven we Roderick, maar vooral Boukelien de kans te shinen als influencer. Read my lips boys en girls: dit is de enige manier om roeien olympisch te houden.

We hebben overigens gekozen voor de Red Bull purple edition sugarfree met acaibessmaak.
Die is echt leip lekker.

Kijk uiteindelijk wil ik als merk de kans op klant penetratie zo groot mogelijk maken!
En die Roderick is me toch een lekker ding. Hahaha!”

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Vorige week bracht vrouwen bondscoach Diederik de Boorder zijn boek ‘Fluisterend goud’ uit. Het verhaal gaat over zijn turbulente jaar (2005) als hoofdcoach van een provincie in China. Niet alleen geeft het boek een unieke inkijk in de Chinese sportcultuur, ook heeft het – mede door de vorm van een mix tussen een roman en non-fictie – een filosofische inslag. Zo gaat het uitgebreid in op wat dit avontuur voor Diederik zelf (en onder andere zijn relatie) heeft betekend.

Wie een uitgebreide uitleg verwacht over wat Diederik allemaal precies roei-inhoudelijk met de Chinezen heeft gedaan dat jaar, hoeft ‘Fluisterend goud’ niet per se te lezen. Deze onderwerpen komen vooral zijdelings aan bod. Veel meer geeft het inzicht in wat voor strijd hij telkens moest leveren om enigszins gedaan te kunnen krijgen wat hij wil. Diederik wordt non-stop tegengewerkt als het gaat om zaken als betere trainingsfaciliteiten, meer rust voor de atleten en grip krijgen op de communicatie met atleten.

Tibet
Zo wordt hij samen met zijn vrouw Aukje zelfs verplicht op vakantie gestuurd naar Tibet, waar de man die hem naar deze provincie heeft gehaald ineens ook opduikt. Met deze Fu ontwikkelt hij een bijzondere relatie en hij is voor een groot deel de reden dat Diederik niet tussentijds vertrekt, iets wat Aukje maar al te graag ziet gebeuren. Fu laat op filosofische wijze Diederik inzien dat hij soms moet meebewegen en concessies moet doen aan het Chinese systeem om dingen te veranderen.

Aids
Uiteindelijk wordt hun gezamenlijke doel om zoveel mogelijk roeiers uit het verschrikkelijke trainingskamp en de arme provincie te krijgen. Pas veel later blijkt dat de provincie ook nog eens zwaar heeft geleden onder een geheim bloedschandaal, waarbij afgetapt bloed werd vermengd en later bij de mensen werd teruggepompt. Een groot deel van de bevolking lijdt daardoor aan aids en uiteraard zijn ook enkele roeiers geïnfecteerd. Het verklaart in elk geval waarom men zo vaak mysterieus in de weer is met naalden en infusen.     

May Yin
Samen met Fu is ook het personage May Yin belangrijk. Met deze lichte dame leert Diederik ’s nachts via Google Translate communiceren. Hij geeft haar een rol namens de roeiers in de coachmeetings en zorgt ervoor dat ze het kamp niet hoeft te verlaten als ze zwanger blijkt te zijn van de hoog aangeschreven slag van de mannen acht. Jaren later komt zij terug in het verhaal tijdens de onverwachte ontknoping van het boek.  

Doping
Ook doping komt uitgebreid aan bod. Diederik weet simpelweg niet of er verboden middelen werden genomen. Het is echter wel aannemelijk. Het toezicht op wat de schimmige doctoren doen, laat in elk geval te wensen over. En feit is dat er in aanloop naar de China Games bij een interne controle te hoge waarden van een verboden middel worden gevonden. Diederik wordt op het hart gedrukt dat dit niet zal gebeuren tijdens de belangrijkste wedstrijden. Dat geschiedt, maar vier jaar later wordt de gehele provincie uitgesloten van de China Games. Het is nota bene hetzelfde middel waar ze eerder op waren betrapt.

Stierenpenissen
Ook de Chinese obsessie voor voeding is boeiend. De coaches willen maar niet begrijpen dat de Nederlandse roeiers geen speciale dingen eten en daarom zo goed zijn. Het komt er bij hen niet in dat goede prestaties ook kunnen komen door een betere arbeid-rust verhouding of door een betere techniek. Het drijft Diederik tot wanhoop, maar accepteert op gegeven moment maar dat ze vooral ingewanden eten of ineens massaal aan de stierenpenissensoep gaan.

Ontslag
Het verhaal eindigt vlak na de China Games, het belangrijkste evenement van het jaar waar medailles moeten worden gewonnen. Iedereen met een podiumplaats zou immers geselecteerd worden voor de nationale selectie richting de Olympische Spelen van Peking en daarmee de provincie kunnen verlaten. Diederik zijn ploegen winnen maar liefst vijf medailles en hij denkt dat hij ruim voldaan heeft aan de verwachtingen. Het tegendeel is echter waar: hij wordt net als de andere coaches op staande voet ontslagen. Er is geen goud gewonnen en waarschijnlijk was dat nodig om de provinciale bobo’s betere banen te geven.       

Bestellen
‘Fluisterend goud’ staat vol met krankzinnige verhalen die volgens Diederik allemaal waargebeurd zijn. Alleen daarom is het al het lezen waard. Daarnaast zijn de inzichten die hij uit deze tijd meeneemt en tot op de dag van vandaag gebruikt leerzaam voor iedereen.

Afroeiploeg The Champions van Asopos gaat het Holland 8 moeilijk maken. “Ongelijk roeien is echt ons ding”

Afroeiploeg The Champions van Asopos gaat het Holland 8 moeilijk maken. “Ongelijk roeien is echt ons ding”

Foto: Ellen de Monchy

“Wat geweldig, het nieuws vanuit de wetenschap dat uit fase roeien sneller gaat dan gelijk roeien!” blèrt Jayden. De jongens van afroeiploeg ‘The Champions’ hebben er al vier trainingen op zitten sinds ze twee weken geleden zijn begonnen met studeren. En de kersverse academici drinken er aan de bar van hun club Asopos nog een op.

Boeg Noah verklaart de blijdschap: “Het is een enorme opluchting dat we niet fucking lang hoeven te oefenen voor zoiets sufs als gelijk leren roeien. Gelijk drinken vinden we al moeilijk genoeg. Wij zijn van een generatie die niet gewend is hard te werken. Dat hoefde ook niet want mijn moeder maakte altijd mijn huiswerk en mijn vader liet altijd de hond uit of deed mijn krantenwijk. We wisten al wel dat we goed waren, maar niet dat we zo goed waren. Tokyo lonkt voor ons. Ze vertelden het al in de intro week: met studentenroeien kan je in korte tijd de wereldtop halen.” 

Slagman Sergio vult hem aan: “We gaan echt al knetterhard in de C4 en in de bak lukt het keren achterin ons ook al. Dat gaat dus alleen nog maar sneller in zo’n gele pretbanaan van Empacher. Beetje wiebelen, maar dat gaat dus alleen maar sneller! Er kwam al zo’n coach langs die ons vroeg in de eerstejaars acht mee te selecteren. Hem viel het dus ook al op dat we super goed zijn.” 

Kevin, druk oefenend met het vaarreglement om bakboord en stuurboord uit elkaar te houden, sluit het gesprek af: “We zien die jongens uit de Holland 8 wel op de Bosbaan komend jaar. Een ding is zeker. Anti fase roeien gaat de selectie op zijn kop zetten. Wel ff kijken of ik kan, want ik zou met mijn middelbare school matties op reünie naar Chersonissos en dat is ook belangrijk.

Pin It on Pinterest