Boris (15) bezoekt NOC-NSF talentdag: “Uit alle testen blijkt dat ik volkomen talentloos ben”

Boris (15) bezoekt NOC-NSF talentdag: “Uit alle testen blijkt dat ik volkomen talentloos ben”

De 15-jarige Boris uit Kudelstaart bezocht onlangs op voordracht van zijn gymdocent een NOC-NSF talentdag op Papendal. Tijdens deze testdagen zoekt het olympisch comité naar onontdekt sporttalent.

Na het afleggen van een serie testen blijkt dat de boomlange Boris een talentloze stumper is zonder enige vorm van aanleg voor welke sport dan ook.

Boris die dagelijks zes uur gamend op de bank in zijn ouderlijk huis doorbrengt ziet dat anders. “Waar veel kinderen na het behalen van hun zwemdiploma starten met een sport, heb ik me de afgelopen jaren eerst de kunst van het herstellen eigen gemaakt. Een niet te onderschatten onderdeel in topsport.”

“Ik bezit inmiddels de zwarte band in chillen”, aldus een zeer relaxte Boris.

Veel leeftijdsgenoten nemen hun herstel niet serieus. Die praten bijvoorbeeld terug tegen hun ouders als die hun op de bank hangende puber wat vragen. “Nooit doen! Kost energie en voegt niets toe aan je herstel.” Of ze staan voor twaalf uur op. “Heel dom! ‘De Tour win je in bed,’ zei de laatste Nederlandse tourwinnaar toch!”

De moeder van Boris is erg met goede voeding bezig voor haar oogappel.

Boris zweert zelf bij paprika chips van Lays. “Een heel mooi natuurproduct en daarnaast zit 60% van alle zuurstof op aarde opgeslagen in de zakken van Lays, en wat heb je nodig als je gaat sporten? Precies!”

Boris legt de testresultaten schamper naast zich neer. “Je zou meer professionaliteit verwachten van onze nationale sportkoepel.”

Morgen start Boris met het terugkijken van alle seizoenen Game of Thrones.

Ik denk dat er niemand in Nederland zo uitgerust naar de Olympische Spelen van 2028 kan als ik!

Nereus-bootsman Josselin de Jong: ‘Bij mijn eerste Kroegjool hing ik laveloos onder het podium’

Nereus-bootsman Josselin de Jong: ‘Bij mijn eerste Kroegjool hing ik laveloos onder het podium’

Mathijs Josselin de Jong (58) is de derde in onze serie bootsmannen. Hij is al bijna 30 jaar in dienst van het Amsterdamse Nereus. We spreken onder andere met hem over de speciale dynamiek van een succesvolle en grote studentenvereniging. Hij wil er in elk geval nog lang niet weg.

Mathijs komt in het vak na zijn opleiding aan de meubelmakersvakschool in Amsterdam. Die opleiding was een opmerkelijke keuze, want hij had in zijn geboorteplaats Oegstgeest net zijn VWO-diploma behaald. “Ik was altijd al de knutselaar thuis, dus voor mij was dit een logische keus. Maar ik kom uit een universitaire familie. Mijn vader was hoogleraar en die moest wel even slikken. Uiteindelijk vond ook hij het prima, ik moest vooral doen waar ik plezier uit haalde.” 

Vacature
Na een jaar aan het Amsterdamse VOC-schip – dat nu bij het Scheepvaartmuseum ligt – te hebben gewerkt, ziet de 23-jarige een advertentie bij het arbeidsbureau, het huidige UWV. Nereus zocht een opvolger voor Willem Westdorp, die op dat moment al ruim een half jaar met pensioen was gegaan. “Ik heb altijd al wat met bootjes gehad en was fervent zeiler. Vrienden van me hadden geroeid bij Die Leythe, dus ook met de sport had ik wel wat affiniteit.” 

Vloot
Tijdens zijn eerste bezoek en gesprek raakt hij meteen onder de indruk van de toen nog bijna geheel uit hout bestaande vloot. “Daar zat duidelijk structuur in, alleen de werkplaats was een chaos.” Van de 17 kandidaten maakt hij het meeste indruk. “Geen idee wat hielp, ik had een goede brief geschreven en misschien hielp mijn achternaam mee. Ook had ik net een cursus kunststofjachtbouw gevolgd. Dat kwam enorm van pas, want vlak na mijn aantreden kochten we alleen nog maar kunststofboten.” 

Lätta
Specifieke roeigerelateerde zaken leert hij snel van roeiers en coaches. “Toen ik hier net kwam roeide hier de zogeheten Lätta-acht, allemaal erg leuke kerels. Die hadden altijd rond 10:00u na de training een koffie-uurtje. Dan ging ik vaak naar boven en vroeg ik naar het nut van verschillende onderdelen. Dat heeft me erg geholpen. Ook heb ik hulp gehad van andere bootsmannen, vooral Wim Heuvelman van Triton.”

matig_josselin_de_jong

Kroegjool
Het studentikoze karakter van de club schrikt hem niet af. “Ik had geen moeite met die sfeer. Toen ik net was aangenomen waren het natuurlijk ook mensen van mijn leeftijd. Ik kan me de eerste Kroegjool nog goed herinneren. Het was 1991 en Nereus had al lang niet gewonnen. Ik hing laveloos onder het podium, ik vond het geweldig. Ook bleef ik geregeld hangen op donderdagavond bij de borrel. Nee, men vond het niet raar. Ik had zelfs het idee dat het gewaardeerd werd.” 

Bestuur
Het werk doet hij al die jaren nog steeds met veel plezier. “Natuurlijk baal je wel eens van die lakse studenten, maar buiten de eerstejaars competitieroeiers – die wel echt dom zijn – , gaat vrijwel iedereen op de vereniging redelijk verantwoord om met het materiaal. Het jaarlijks wisselen van besturen is soms lastig en in het verleden boterde het in een enkel geval niet goed. Maar over het algemeen heb ik niets te klagen. In al die tijd is er slechts een enkeling geweest waar ik echt een hekel aan heb gehad.” 

C4-en
Een piek in zijn werk is er altijd als de eerstejaarswedstrijdselecties in het najaar zijn afgelopen. “De houten C4-en zorgen altijd nog voor het meeste werk. Het mag het minste tijd kosten, maar worden wel het slechtst gebruikt. Men denkt altijd dat de Afroeiperiode het vervelendste is, maar dat valt erg mee. De Afroeicommissie zit er dan bovenop. En tijdens de selecties zijn er verantwoordelijke (hoofd)coaches. Het gaat pas mis als de roeiers worden losgelaten en er niemand meer op let.” 

Bestuursbak
Mathijs vindt niet dat er erg veel veranderd is in al die jaren. “Natuurlijk zijn dingen anders. Een zegen vind ik bijvoorbeeld dat er geen houten spanten meer zijn die vervangen moeten worden. Dat kostte veel moeite.” Maar de verenigingscultuur is los van de enorme professionalisering die op alle fronten heeft plaatsgevonden hetzelfde gebleven. “Ik merk er bijvoorbeeld niet eens zoveel van dat de vereniging veel groter is geworden. Nog steeds denkt elk bestuur een goede bestuursbak te hebben gevonden en nog steeds gaat hij altijd kapot”, zegt hij lachend.

mathijs_josselin_de_jong2

Woofers
“Het enige dat misschien anders is, is dat het vroeger een stuk normaler was dat er dingen kapot gingen, waar bestuursleden zelf ook vaak een aandeel in hadden. Er werd meer gezooid en zo hadden we vroeger de befaamde Technisch Front Barbecue waarbij enorme ‘woofers’ (steekvlammen van een paar seconden, red.) werden ontstoken. In verband met overlast kan dat niet meer. Bij het minste of geringste verliest Nereus haar vergunningen.” 

Pensioen
Hij beaamt dat het een enorme luxe is dat Nereus zich een bootsman kan permitteren. “Ik heb geen idee hoe andere grote studentenverenigingen het zonder kunnen doen. Het fonds van waaruit ik betaald word is in elk geval vol genoeg om mij tot aan mijn pensioen door te betalen. Maar wat mij betreft houdt het dan niet op. Op mijn gat zitten is niets voor mij. Als ik het volhoud, blijf ik dit graag nog even doen.”

Handelsoorlog escaleert: Nederlandse roeiers geweerd van Amerikaanse universiteiten

Handelsoorlog escaleert: Nederlandse roeiers geweerd van Amerikaanse universiteiten

De Amerikaanse president Trump heeft een decreet getekend om het oplopende tekort op de roeiersbalans te stoppen. Op Twitter schreef Trump: “Holland is stealing from American universities, hurting our youngsters. USA has the right to fight back! There will be no Dutch rowers left in U.S. universities. Very bad for Netherlands, very good for USA!”

Na onder andere importheffingen op Chinees staal en Duitse auto’s zijn nu de Nederlandse roeiers aan de beurt. Het steekt de Amerikanen dat Nederlandse roeitalenten de afgelopen jaren massaal de Amerikaanse roeibankjes en collegebanken bezet hielden. Hierdoor is er voor gewone Amerikanen minder ruimte in deze ploegen en worden Nederlandse tieners op kosten van de Amerikanen opgeleid aan de meest prestigieuze universiteiten. Na vier jaar verdwijnen de blikken en de kennis weer naar Nederland.

Foto Ellen de Monchy

De Nederlandse regering is door de coalitiepartijen opgeroepen tegenmaatregelen te treffen. Aftredend CDA leider Sybrand Buma vindt het ongehoord dat jongeren zo de kans ontnomen wordt om gratis te studeren aan Amerikaanse topuniversiteiten en dringt bij minister van buitenlandse zaken Blok aan op actie: “We moeten Trump raken waar het pijn doet.” Een stop op het naar Nederland halen van Amerikaanse basketballers, Harley Davidson’s en popcorn zou wat Buma betreft een gepaste reactie zijn en de VS in het hart raken.

De minister heeft de Tweede Kamer beloofd oud KNRB bestuurder en oud Tweede Kamer lid Helma Neppérus als gezant naar Washington te sturen om met de Amerikanen te onderhandelen en hiermee verdere escalatie te voorkomen.

Hoofdcoach Diederik Simon van het Amsterdamse Nereus is echter blij. Hij ergert zich al jaren aan de uittocht van getalenteerde junioren naar de andere kant van de oceaan: “Wat een VOC mentaliteit om deze kinderen als moderne galleislaaf naar dat achterlijke land te brengen. Als ik op de Bosbaan ben struikel ik over de scouts die per kind dat ze de oceaan over lokken betaald krijgen. Het is echt waardeloos voor het Amsterdamse roeien dat deze jongens en meisjes uit de provincie massaal verleid worden door universiteiten als Princeton en Harvard. In het verleden was de logische stap dat deze junioren WK roeiers na hun eindexamen de Nereus boten vulden. Nu moeten we om deze plekken te vullen zelf roeiers opleiden. Belachelijk, daar hebben we niet eens de tijd voor.”

President Trump waarschuwde Mark Rutte via Twitter om geen actie te ondernemen. Volgens hem kunnen de Nederlanders prima aan Nederlandse universiteiten, hogescholen of VMBO’s studeren. Hij dreigt met importheffingen op stroopwafels, hagelslag en XTC mocht Nederland de maatregelen toch willen vergelden.

Beschut onder het balkon

Beschut onder het balkon

Keesjan de Wilde (64) z’n roeicarrière begon op het strand, bij de reddingsbrigade in Katwijk. Het vlet de golven in duwen, de branding door, een stukje de zee op en weer terug naar het strand. Hij roeide met de reddingsboot ook een keer een wedstrijd op de Bosbaan.

Nu vaart hij op rustiger water, de Oude Rijn, vanuit het hart van Bodegraven. Waar tot 1965 kapper André de Jong ingrediënten voor zijn Andrélonfabriek opsloeg, ligt nu een Wintech-skiff. Die ligt daar lekker beschut onder het balkon, zelfs bij harde wind hoeft De Wilde de boot niet vast te binden. Hij schuift de boot zo vanaf het vlot het water in, dat kost nauwelijks tijd en moeite. Hij roeit meestal richting Woerden, stroomopwaarts zou je zeggen als deze boezem nog een rivier zou zijn geweest. Vijf kilometer, tot de enige tolbrug in Nederland – die van Nieuwerbrug – en weer terug. “Ik vind het nog altijd het lekkerst om zonder gedoe ‘s morgens vroeg of ‘s avonds laat in mijn skiffje te stappen”.

Tijdens zijn studie roeide hij bij Asopos de Vliet en zat daar in het bestuur, coachte en was kamprechter. Daarna, toen hij als huisarts in Driebruggen woonde, had hij zijn eigen Hasle-skiff. Tegenwoordig is hij lid bij R&ZV Gouda, hij is daar roeicommissaris, een rol die hij daar negen jaar geleden ook al had. En hij is weer net zo actief voor de vereniging als destijds bij Asopos.

No Results Found

The page you requested could not be found. Try refining your search, or use the navigation above to locate the post.

KNRB voorzitter Arisz: “Holland 8 gaat in 4-3-3 opstelling varen.”

KNRB voorzitter Arisz: “Holland 8 gaat in 4-3-3 opstelling varen.”

In de roeiwereld is verheugd gereageerd op een plan van bondsvoorzitter Rutger Arisz.

Foto Ellen de Monchy

Afgelopen vrijdag presenteerde de KNRB in Amsterdam haar beleidsplan ‘Blik op Tokio’.

Arisz verraste de aanwezigen met een nogal revolutionair idee. “Om kwalificatie voor De Spelen af te dwingen zal ons vlaggenschip in een 4-3-3 opstelling gaan varen. Met de punt naar voren” vulde de KNRB voorman aan.

Bondscoach Mark Emke was niet op de hoogte van het plan maar wel direct enthousiast.

“In het verleden kozen we meestal voor een klassieke 4-4-1 opstelling, dit extra vermogen gaat de acht goed van pas komen.”

 

Ook de roeiers zijn enthousiast. Slagman Robert Lücken krijgt bijvoorbeeld een vrije rol voorin. Lücken hierover: “Het grenzenloos denken van Arisz spreekt me erg aan. De roeiwereld is vrij traditioneel maar dit soort vernieuwingen geven mijn comeback extra glans.”

Foto Ellen de Monchy

De boegen mogen in het concept veel verder opkomen. Arisz wil dat ze voor meer dreiging in het middenschip gaan zorgen. “Das logisch: druk zetten, bij roeien draait alles om druk” aldus een zichtbaar opgetogen Emke. Sceptisch is hij nog wel over het plan dat de slagen veel meer voorin blijven hangen: “Persoonlijk zie ik ze toch liever na iedere haal mee naar achteren komen om de boegen te helpen.”

Bakboorder Bram Schwarz krijgt in het plan een rol als aanvallende rechtsvoor.

“Wat mij betreft zoekt hij vaker de achterlijn op, na een wedstrijd moet hij het krijt van zijn pantoffels afvegen” aldus Arisz, die naast zijn functie bij de KNRB operationeel directeur bij Ajax is.

Roeier en geneeskundestudent Boudewijn Röell ziet ook louter voordelen. “Met twee extra stuurlieden aan boord kan onze huidige stuur taken delegeren en kan iedere stuur zich focussen op zijn core competence. Dit soort ontwikkelingen zie ik tot mijn blijdschap in de zorg ook steeds meer. Door meer overhead kan ik me als arts straks helemaal richten op mijn kerntaak: de urenregistratie.”

Scheepswerf Empacher start komende maandag met de bouw van een nieuwe boot.

GGD onderzoek toont slechte weerstand Utrechtse studenten aan

GGD onderzoek toont slechte weerstand Utrechtse studenten aan

Drie weken na de historische Varsity zege van Triton heeft de GGD haar eindrapport gereed. In een steriele omgeving presenteerde de GGD gisterenmiddag haar bevindingen. Het rapport werd opgesteld vanwege de golf van darmklachten die Utrecht overspoelde na de langverwachte overwinning.

foto Ellen de Monchy

De dagen na de winst van het Utrechtse kwartet regende het klachten over darmproblemen bij de Utrechtse supporters die massaal te water gingen om hun oude vier te feliciteren. Al snel werd gedacht aan het gevreesde Norovirus. Dat zou wel eens in het ijskoude water aanwezig kunnen zijn geweest.

Tientallen studenten meldden zich in de dagen na de race bij de GGD om faeces en bloed af te staan. Nu de laboratoriumonderzoeken klaar zijn komt de GGD met een opmerkelijke conclusie: doordat de resistentiegraad onder Utrechtse studenten ver onder de 95% lag, waren de studenten niet beschermd tegen een simpele darmbacterie. “Vergelijk het met de vaccinatiegraad voor mazelen: als die onder de 95% zakt, is er gevaar voor een epidemie. Dat zie je nu bijvoorbeeld in de biblebelt en bij antivaxxers. Levensgevaarlijk!” aldus epidemioloog Bert Bokhoven van de GGD die vertelt dat ze in de VS momenteel zelfs hele universiteiten in quarantaine plaatsen.

Dat verklaart ook waarom de Amsterdamse studenten die te water gingen om de dames vier te feliciteren niet ziek werden. De Amsterdamse lichamen zijn gewend aan deze poepbacterie. Volgens de onderzoekers is op Nereus de poep-resistentiegraad gewoon op peil.

In 2006 zagen we hetzelfde na de eerste overwinning van Skadi in een reeks van vijf. Ook toen werden vele tientallen studenten ziek. Het jaar daarna bleven de klachten weg.

foto Ellen de Monchy

Overigens zijn de Utrechters sowieso weinig gewend. In dezelfde week dat de darmen leeg stroomden brak ook de pseudo bof uit in een aantal Utrechtse studentenhuizen. Dit blijkt achteraf een versie van Varsity koorts geweest te zijn die tijdens de kroegjool in de Wooloomooloo verder werd verspreid. Bob Stuurman die ter plekke aanwezig was en op de apenrots stond te heersen was een van de ongelukkigen: “Ik heb een week lang met enorm rode konen rondgelopen en was volledig van slag. Echt poepzuur!”

 

 

Het bestuur van Triton neemt het zekere voor het onzekere en heeft in het draaiboek voor een volgende overwinning opgenomen dat er voorafgaand aan de wedstrijd in kleine groepjes gezwommen zal gaan worden om zo de weerstand op te peppen.

Laatste loodjes

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan. In Amerika geldt hetzelfde, maar is het nog net iets extremer qua trainingsuren. Eind augustus, begin september wordt er alweer meer dan twintig uur per week getraind. Na drie maanden zomervakantie en een beetje hannesen in de skiff en krachttraining tussendoor is de terugkomst in Amerika dan ook een grote schok.

Training Longhorn invite

Ik ben altijd half vergeten dat ik in Amerika ook nog een leven heb, maar tot nu toe werd ik er altijd weer aan herinnerd als ik mijn huissleutels met de ‘longhorn’ van Texas pak om de deur van mijn appartement open te doen. Dit wedstrijdseizoen is mijn laatste seizoen en dat het vandaag 1 mei is, voelt als een klap in mijn gezicht. Mijn huur wordt overgenomen door twee eerstejaars van mijn team. Na 3,5 jaar ploeteren, maar ook genieten is mijn laatste maand in Amerika aangebroken.

Training voor de Longhorn invite 26 april

Toen ik me in Nederland probeerde voor te bereiden op het grote vertrek naar de overkant van de oceaan was ik ontzettend emotioneel. Bij alles wat ik deed dacht ik ‘dit is de laatste keer dat ik langs de grachten fiets…’, of ‘dit is de laatste keer dat ik hagelslag eet…’Ik had verwacht dat eenzelfde gevoel van melancholie me zou overvallen over Amerika, maar het tegendeel is gebleken. Het hele jaar wacht ik op de anticipatie van het gemis van Amerika, maar ik kan eigenlijk niet wachten om weer naar huis te gaan.

Na wedstrijd Longhorn invite (winst) (maar moe)

Toch probeer ik te bedenken wat ik ga missen aan Amerika en of er dingen zijn waar ik me nu niet bewust van ben die ik ga missen. Ik roei hier dagelijks met meisjes van over de hele wereld. Mijn beste vriendinnen en teamgenoten komen uit Servië, Griekenland, Engeland, Italië en elke uithoek in Amerika. Voordat ik vertrok had ik het idee dat toch wel een soort wereldbeeld had dat klopte, naar aanleiding van het luttele aantal reisjes dat ik had gedaan met mijn ouders. Ik heb hier geleerd dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt, hoe je ouders in elkaar steken of wat je is aangeleerd.

Ondanks dat het belachelijk cliché klinkt, heb ik geleerd dat het gezamenlijke doel, met elkaar roeien, iedereen bij elkaar brengt en verschillende politieke, religieuze en andere overtuigingen onbelangrijk maakt. Mijn eerste jaar schrok ik me een hoedje van een jaargenoot die de overtreffende trap van Amerikaans is: conservatief, republikein, fervent Trump-aanhanger en vrij religieus. Alles wat ik totaal níet ben. Nu, drie jaar later, zou ik niemand liever in de boot willen hebben om twee kilometer lang tegen me te schreeuwen dan zij. De diversiteit van het team en de verschillende perspectieven die iedereen om me heen heeft, zal ik in Nederland toch wel echt missen.

Athletic Academic award ceremony met vader

Het is sowieso bizar om terug te denken aan de afgelopen 3,5 jaar en wat ik allemaal heb meegemaakt en geleerd. Afgelopen weekend zat ik met mijn mede-Hollanders Susan en Mick bij de manicure (omdat we zó geamerikaniseerd zijn) en een vrouw vroeg aan ons wat we in Austin deden. Ze vroeg naar het schema van het roeiteam en ik legde uit dat we dit seizoen in San Diego, Princeton, Ohio, Austin, Oak Ridge en Indianapolis wedstrijden hebben. In twee maanden reizen we heel Amerika rond, alleen maar om een beetje te peddelen tegen wat andere bootjes voor de lol. Dat is toch gewoon geweldig.

Dat ik ondertussen 7 hoofdstukken achterloop voor mijn statistiek tentamen, de laatste helft van mijn scriptie nog moet schrijven en kreupel de dag doorkom door het aantal 1500 metertjes dat we hier doen als voorbereiding op het wedstrijdweekend (volgens mijn coach verliezen we fitness in het wedstrijdseizoen omdat ‘wedstrijdweekenden niet zo zwaar zijn’) vergeet ik maar eventjes. Het is een bizarre 3,5 jaar geweest. Of het gras altijd groener is aan de overkant? Dat moet nog blijken.

 

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

read more

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

read more

Stereotypes Met Nuance

Nadat een aantal pioniers zoals Olivier Siegelaar en Niki van Sprang het voortouw namen, is het steeds gebruikelijker geworden om aan de andere kant van de oceaan te gaan studeren en roeien. Ik weet nog goed dat Max Ponsen en Roel van Broekhuizen,...

read more
Varsity-winnaar 1967: ‘Voor één dag in het jaar mag ik weer student zijn’

Varsity-winnaar 1967: ‘Voor één dag in het jaar mag ik weer student zijn’

Twee weken terug won de Utrechtse Studenten Roeivereniging Triton voor het eerst in 52 jaar de Varsity. TopRow sprak met één van de mannen die in 1967 als eerste de finish passeerde, Berend Brummelman (76). We bevroegen hem over deze bijzondere dag en over de bijzondere band met zijn vereniging. 

In zijn woonplaats Wolvega laat hij trots de locatie aan de Schipsloot zien van waaruit hij en 50 andere leden van de door hem opgerichte vereniging Skylla roeien. Sinds 1979 – toen hij zich hier als dierenarts vestigde – roeit hij al op deze plek. Eerst vanuit een boerderij in de omgeving, inmiddels liggen in een loodsruimte van een bedrijf 20-25 boten, die Berend vrijwel allemaal zelf aanschafte.

Kader
Toch is Berend vooral Tritonees. Zelfs de verenigingsnaam is verbonden met de Utrechtse club, want Skylla wordt in de Griekse mythologie een dochter van Triton genoemd. “Ook na mijn roeitijd ben ik betrokken gebleven. Ik heb in 1970 bijvoorbeeld nog Varsity-commissie gedaan. Maar qua roeien ging het al snel minder op Triton. Ik weet nog dat toen ik in 1971 weer een jaar ging wedstrijdroeien naast mijn werk op de universiteit, ik bij selecties voor de Oude Vier probleemloos steevast in de snelste twee zat. Er was vooral geen kader meer.” Vanaf 1982 richtte hij zich meer op zijn eigen veteranenacht bij Daventria. “Het was de tweede keer dat Orca won en sindsdien had ik een onderbuikgevoel dat ik maar beter niet meer kon gaan.”

Ritueel
Vanaf 2004 keerde het tij. “Ik bedacht me dat ik het toch wel bijzonder vond wat ik ooit bereikt heb en dat het fantastisch is om daar elk jaar terug te kunnen keren. Voor mijn gevoel mag ik op de Varsity voor één dag in het jaar weer student zijn. Ik heb inmiddels een vast ritueel. In de ochtend ga ik per trein naar Utrecht om daar met mijn vouwfiets eerst naar de plek van de oude loods van Triton te gaan. Dan fiets ik via het Merwedekanaal naar waar Triton nu ligt, om dan door te gaan richting Houten. Zo kom ik weer helemaal in de stemming.”

Brandbrief
Hij schreef in die jaren ook een brief aan het bestuur dat ze écht eerder moesten gaan trainen wilden ze de Varsity ooit nog eens winnen. “Maar het échte geloof dat ze weer konden winnen, kwam pas de laatste jaren. Ik weet hoe belangrijk Kaj Hendriks het vond en we hadden weer aanwas van talent. Een jongere generatie oud-leden nam nu meer het voortouw in de ondersteuning. Vorig jaar hebben ze de Oude Vier bijvoorbeeld nog nieuwe riemen gegeven.”

Varsity-diner
Een jaarlijks terugkerend ritueel is de verplichte aanwezigheid van de laatst winnende Oude Vier bij het Varsity-diner in de week voor het evenement. “Kaj vertelde in zijn speech op de receptie dat hij vooral opgelucht was dat wij daar niet meer hoefden te komen. Maar ik ben er zeker niet altijd geweest. We deden dat de laatste jaren in toerbeurten. Niet iedereen uit onze vier vindt dat studentikoze leuk, ik kan er wel om lachen.” Berend probeert zo goed als het kan de huidige ontwikkelingen te volgen. “Ik houd graag contact met de jongens. Ook volg ik ze op Facebook en Instagram. Vorig jaar heb ik per ongeluk een vriendschapsverzoek gestuurd naar Tone Wieten. Ik verwisselde hem met Mechiel Versluis, een familielid van een kennis. Bleek Tone later onze grote concurrent te zijn.”

Folklore
Hij ziet de Varsity echt als topsport. “Ik sprak in de VIP-tent Feike Tibben uit het bondsbestuur en vader van Obbe die in de boot van Skøll zit. Ik ken hem vanuit de buurt, want hij zit bij ’t Diep in Steenwijk hier verderop. Hij noemde de Varsity folklore. Ik zie dat heel anders. Er doen veel toproeiers op af en op geen enkele andere roeiwedstrijd komen zoveel toeschouwers af.” Als hij het evenement vergelijkt met zijn tijd zijn er zowel verschillen als overeenkomsten. “Het is nu veel grootschaliger met modernere middelen. Die camera’s op de boten en de dronebeelden zijn fantastisch. Wij hadden toen nog niet eens walkietalkies. Maar er waren minstens zoveel mensen langs de kant.”   

Argo

Twee jaar terug kreeg Berend een ongeluk waardoor hij de editie miste waarin Triton in de eindsprint bijna won van Nereus. “Ik heb dat live vanuit mijn bed gekeken. Inmiddels kan ik weer fietsen, maar in de finale kon ik het mede gezien de drukte niet bijbenen. Ik ben 250 meter voor de finish maar gestopt zodat ik van een afstandje het tafereel kon aanschouwen. Ik werd overmand door emoties en werd gefeliciteerd door willekeurige burgers uit Houten die aan mij zagen dat er iets bijzonders was gebeurd. Ik was enorm opgelucht. Eindelijk zijn we uit het rijtje met Argo.” 

Winnaarsdiner
In de VIP-tent kwam hij zijn twee voormalig ploeggenoten, Herman Rouwé en Tom Dronkert, tegen. De vierde roeier uit ‘67, Erik Hartsuiker, overleed begin dit jaar. “Zij gingen eten met hun partners, maar ik had daar geen behoefte aan. Helma Nèpperus vroeg me of ik haar wilde vergezellen bij het winnaarsdiner. Daar heb ik de winnende ploeg nog kunnen toespreken.” Per fiets en trein kwam hij in de Utrechtse binnenstad, waar een enorme menigte was verzameld.

Helden

Er volgde een receptie in het Academiegebouw van de universiteit. “Het grappige is dat ik me dat van onze tijd niet kan herinneren. Wij aten met de ploeg en coaches in een restaurant in Bilthoven en gingen toen per trein naar Utrecht Centraal. En vanaf daar met een koets naar de sociëteit aan het Janskerkhof. Maar voor mijn gevoel werden wij net zoals helden onthaald als nu.” Na de receptie ging hij nog even mee naar het feest. “Mijn ploeggenoten heb ik daar niet meer gezien, maar ik wilde nog even sfeer proeven. Gelukkig kwam ik door de menigte heen. Wat me vooral opviel was dat er vrouwen in de zaal waren. In mijn tijd was dat ondenkbaar. Ik moest echter om 0:15u de laatste trein halen, dus lang kon ik er niet van genieten.”

Pal naast de start

Sebastian Franke (56) woont sinds een jaar of zeven in een dijkhuis in een Nederlands aandoend rivierenlandschap. De slingerende hoge dijken aan de oostkant van Hamburg zijn dan ook in de middeleeuwen door Hollanders aangelegd, vertelt Franke. Zijn huis...

read more
Naar Bhutan via de Ringvaart

Naar Bhutan via de Ringvaart

Onlangs interviewde ik Winston Oba (27) instructeur en collega bij het roeicentrum, en waarom? Hij gaat namelijk iets ongelofelijks vet doen komende zomer en daarbij heeft hij hulp nodig van sponsoren om zijn reis mogelijk te maken.

Hij zal met organisatie ‘Global Exploration’ een 3-weekse reis maken naar Bhutan, deze organisatie brengt jongeren van over de hele wereld met elkaar in contact. Doel is dan om elkaars culturen te verkennen en daarbij ook te helpen, vooral ontwikkelingslanden zijn hun gebied. Spelen en activiteiten met kinderen daar is bijv. voor beide kanten erg leerzaam, daarbij helpen zij ook bij het bouwen van bijv. scholen of gemeenschappelijke ruimtes.

Maar waarom gaat Winston er heen? 10 jaar geleden heeft hij een met dezelfde organisatie eenzelfde soort trip gemaakt naar India en als jonkie (toen 17 jaar) was dat een wonderbaring en super leerzaam. 5 jaar later was er een mogelijkheid om naar Bhutan te gaan maar dat kon vanwege lastig te verkrijgen visums niet doorgaan. Bhutan is namelijk een erg Boeddhistisch en natuurrijk land en wilt alle mogelijke (westerse) invloeden van buiten afweren, maar langzaam laten ze onder strikte voorwaarden wel meer toe. En daarom gaat Winston het dit jaar weer proberen, en dit zal ook z’n laatste jaar zijn want hij begint helaas voor de doelgroep van de organisatie wel wat aan de oudere kant te worden.

Op dit moment is bijna alles rond op 1 heel belangrijk iets namelijk hij heeft nog wel geld nodig voor zijn reis om het echt mogelijk te maken. Het totale bedrag dat hij nodig heeft is €1800,- en inmiddels heeft hij een klein deel (al met acties verzameld) maar mist dus nog een groot deel. Dit geld wordt voornamelijk gebruikt om daar dus materiaal en gereedschap te kopen om daar een bijdrage aan de samenleving te kunnen bieden, het deel wat overblijft is hard nodig voor het transport van en naar Bhutan want dat is nog niet zo makkelijk.

Maar die Ringvaart dan? Hij houdt ervan om zichzelf uit te dagen en neemt geen genoegen met 100% score, en iets wat al sinds hij roeit op zijn to-do list staat is de fameuze ringvaart regatta. Een roeiwedstrijd van exact 100 km over de ringvaart, welke gevaren wordt in alle soorten boten. En Winston is Winston niet als hij natuurlijk deze gaat skiffen (die smalle eenpersoonsboot), vele kijken hem al gek aan maar hebben er wel vertrouwen in. Hij is de hele winter al aan het trainen om klaar te zijn voor deze grote uitdaging.

Zijn doel is niet alleen de 100km uitvaren maar met die regatta ook zoveel mogelijk geld ophalen voor zijn reis, bijv. door per km te sponsoren of een vast afgesproken bedrag. Het is voor hem dan ook meer een sponsorregatta.

Volg Winston tijdens de ringvaart en reis naar Bhutan via:
Instagram van ‘Winston.goes.bhutan’
Facebook van ‘Global Exploration’ (zolang er bereik is)

Ook een bijdrage doen aan Bhutan?

Doe een Tikkie voor Bhutan.

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Elmer van Orden is de tweede bootsman die centraal staat in een serie over het steeds zeldzamer wordende beroep in de Nederlandse roeisport. Elmer is al 27 jaar werkzaam bij één van de grootste roeiverenigingen van het land, de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne uit Heemstede. Hij fabriceerde daar maar liefst twaalf boten, en dan tellen we zijn eigen woonark en de catamaran voor zijn woon-werkverkeer nog niet eens mee.

Elmer (57) komt in zijn jeugd al in aanraking met roeien bij Daventria in Deventer. Na zijn middelbare schooltijd vertrekt hij voor enkele jaren naar Canada. “Het waren de jaren ’80 en er heerste hier een behoorlijke werkloosheid. In Canada had ik familie wonen en ik ben daar HTS Werktuigbouwkunde gaan doen. Maar uiteindelijk kon ik er niet aarden. Ik miste de Hollandse gezelligheid.”

Water
Toch vertrekt hij snel weer naar het buitenland. In de Engelse kustplaats Lowesoft leert hij in één jaar het vak van botenbouwer bij het International Boatbuilding Trainingcentre. “In plaats van een degelijke opleiding ben ik mijn hart gaan volgen. Het water trok me altijd al. Je kan er zoveel dingen in zien. Of het regent of dat het droog is of vanuit welke richting de wind komt. Mijn vader was ook al een botenliefhebber en een enthousiaste zeiler.”

Vacature
Na verschillende baantjes in de jachtbouw op verschillende plekken in Nederland, ziet hij in het blad Roeien een vacature staan bij Het Spaarne. “Ik was er net achter gekomen dat ik de jachtbouw een te stressvolle wereld vond. Ik bleek de enige kandidaat en hoewel ik hier nog nooit geweest was, bleek het al snel een goede match. Ik had kennis van de materialen, was handig en had affiniteit met de roeisport.”

Wapenfeit
Elmer maakt snel indruk. “Mijn eerste wapenfeit was de reparatie van een houten acht waarvan de punt er tijdens de Heineken Roeivierkamp af gevaren was. De desbetreffende ploeg moest een week later de Head of the River varen. Met flink wat kunst- en vliegwerk is het me gelukt. Vlak daarna was de Algemene Ledenvergadering en was het wel duidelijk dat ik mocht blijven.” In het begin krijgt hij nog een to-do-lijst mee van materiaalcommissaris Menno Velthuis. “Ik moest vooral het afstellen van boten en het opmeten van riggers leren. Maar al vrij snel ging ik mijn eigen gang.”

Houtworm
Hij geeft zelfs één dag in de week op, om meer tijd vrij te maken voor de bouw van zijn eigen woonboot een paar kilometer verderop aan het Spaarne. “Toen ik hier kwam, woonde ik met een zeilboot op een semi-legale ligplaats in Amsterdam. Ik moest weg en heb een tijd hier in het haventje van Het Spaarne gelegen. Het was behelpen met enkel een houten kachel. Toen kon ik de oude woonboot van Menno overnemen. Maar die had zijn gebreken, zoals een lek dak en houtworm.”

Pannetjes
In 2003 ontmoet hij zijn huidige vrouw. Ze weigerde te leven in een huiskamer vol met pannetjes. En bij haar intrekken was voor Elmer geen optie. “Je moet mij niet in een flatje zetten. Dan vind je me al snel onderaan. Ik heb een karkas laten maken en de boot zelf van binnen afgewerkt, inclusief CV, waterleiding en riool.” Inmiddels gaat Elmer elke dag met de ook door hem gemaakte catamaran naar en van zijn werk. “Het is ideaal woon-werkverkeer, ik heb nooit last van files.”

Botenbouwer
Het zijn niet de enige boten die hij maakt. Als één van de weinigen in Nederland kan hij roeiboten fabriceren. “Het begon met een C1 die aan vervanging toe was. Van De Amstel en De Hoop kreeg ik mallen en deed er vervolgens drie maanden over. Nu gaat het veel sneller. Inmiddels ben ik bezig aan mijn dertiende boot, een wherry.” Ze zelf verkopen wil hij niet. Het zou een te ingewikkeld commercieel proces worden en hij is blij dat Het Spaarne het hem in werktijd laat doen.

Vooruitgang
Dat dit mogelijk is – ondanks dat de vereniging in zijn tijd van ongeveer 700 leden tot boven de 1000 groeide – komt mede door de vele veranderingen in zijn vak. “In al die tijd zijn vrijwel alle houten boten vervangen door kunststof. Dat is minder onderhoudsgevoelig, al blijft dat ook steeds veranderen vanwege steeds weer nieuwe milieuregels. Een gigantische vooruitgang was het verdwijnen van houten riemen. Die bladen en vooral de lak waren nogal aan slijtage onderhevig. Ten slotte gaan zaken als de afschrijving van boten en vaarverboden nu allemaal elektronisch.”

Swipen
Ondertussen werd ook de vereniging anders. Zo steeg de gemiddelde leeftijd flink. “De jeugdafdeling is geslonken. Er is een grote golf aan babyboomerslid geworden.” Ondertussen werd de handigheid van roeiers minder. “We leven in een digitale tijd. Men kan tegenwoordig heel goed swipen maar een moertje vastdraaien is te lastig. Ook de technische kennis van bestuursleden is minder geworden.”

Kuddegedrag
Sommige zaken veranderen echter nooit. “Neem de zaterdagochtend. Om 8:30u is er nog niemand en een half uur later staat iedereen massaal in de rij om hun boot in het water te leggen. Weer een kwartier verder is het weer muisstil. Niemand die bedenkt iets eerder te gaan. Kuddegedrag noem ik het. Er zijn genoeg momenten in de week dat je hier een kanon kan afschieten.”  

Gezelligheid
Toch zit Elmer op zijn plek. “Eigenlijk kan het niet veel beter, ik heb hier enorme vrijheid. Ik blijf hier wel tot mijn pensioen, al heb ik als vijftiger ook weinig andere opties haha..” Hij heeft veel inloop en een vast clubje mensen om zich heen met wie hij elke ochtend koffie drinkt. Precies de Hollandse gezelligheid die hij eerder zo miste. 

Pin It on Pinterest