Bootsman Barend Doorduin: ‘Juist voor de schades ben ik dit werk gaan doen’

Bootsman Barend Doorduin: ‘Juist voor de schades ben ik dit werk gaan doen’

Een kleine twintig jaar is Barend Doorduin (46) bootsman. Begonnen als lichte roeier bij Orca vond hij de materiaalcommissie al snel interessanter dan zijn studie fysische geografie. En waar zijn collega’s vaak bij toeval in dit vak belandden, koos Barend al snel zelf voor dit beroep. Sinds een paar jaar werkt hij zowel bij burgervereniging Rijnland als bij de studenten van Laga. Een afwisseling die hij bijzonder leuk vindt.

Barend vindt het zelf ook opvallend dat hij dit werk is gaan doen. Er kan namelijk niet gezegd worden dat mensen hem niet gewaarschuwd hebben. “De oude meneer Heuvelman die vroeger in Utrecht als bootsman werkte, drukte me op het hart het vooral niet te doen, omdat je dit wel echt heel erg graag moest willen”, vertelt Barend. “En inderdaad, je moet kunnen incasseren. Mensen willen de hele tijd iets van je en op elke vereniging lopen wel eens moeilijke mensen rond. Daar moet je mee om kunnen gaan.”

Vrijheid
De liefde voor de sport en het materiaal zorgden er echter voor dat hij zijn plan toch doorzet. “Daarnaast ben ik erg gehecht aan mijn vrijheid. Ik word al gek bij het idee dat ik op een kantoor moet zitten en stukken moet lezen. Ik heb een tijdje bij een bedrijf in Amsterdam-Noord gewerkt dat onderdelen voor superjachten maakte. Zo kon ik bijvoorbeeld niet vijf minuten later beginnen omdat mijn trein dan veel beter aansloot op de pont. Nu moest ik per sé een half uur eerder weg. Erg leuk, maar er was nul flexibiliteit. Dat frustreerde me enorm.”

Willem III
Barend ging weliswaar een tijd naar het hout- en meubileringscollege in Amsterdam, maar maakte die opleiding niet af. Het vak leerde hij vooral als assistent van Rob Heeres, die nog steeds een werkplaats runt in Utrecht. Via coachwerk leerde hij Jan-Willem van de Wal van Willem III kennen. Die regelde in 2002 voor hem dat hij aan de slag kon als zelfstandige bootsman. “Dat was een geweldige tijd. Ik was dan wel als roeier niet mega fanatiek, maar de drive naar snelheid zit er – weliswaar op een andere manier – ook bij mij in. Zo voer op een week voor de Head een ploeg de punt van een acht eraf. Ik heb het hele weekeinde keihard gewerkt om het voor elkaar te krijgen dat de roeiers alsnog konden starten.”

Zelf leren
Als hij iets nog niet had geleerd, pakte hij het zelf op. “Het is voor een groot deel een kwestie van trial en error en kritisch op jezelf blijven. Ik heb veel gelezen, op Youtube filmpjes gekeken en ik wissel kennis uit met collega´s. In het spuiten van boten moest ik bijvoorbeeld handiger worden.” Daar heb ik samen met een collega bootsman dan weer training in gekregen bij Filippi in Italië. Inmiddels heeft hij het meeste onder de knie. “Zo heb ik eindelijk de perfecte Empacher-kleur voor reparaties gevonden waar nu een spuitbus van is gemaakt. Dat vind ik leuke klusjes.”

bootsman rijnland

Ghana
In 2007 vertrok Barend naar Ghana omdat zijn vrouw daar ging werken voor een Duitse ontwikkelingsorganisatie. “We hebben nog een presentatie gegeven voor de Ghanese roeibond die net in oprichting was. Verder deed ik wat losse klussen. Toen we een paar jaar geleden terug kwamen, wilde ik weer zo snel mogelijk aan het werk als bootsman. Helaas was er toen geen vacature en heb ik even bij die jachtenbouwer gewerkt.”

Afwisseling
Hij rook zijn kans toen de bootsman van Rijnland met pensioen ging. Oorspronkelijk werden ook DDS en Die Leythe aan zijn werkgeverslijst toegevoegd, maar dat bleek iets teveel. “We kregen kort daarna een zoontje dat extra aandacht nodig had. ” Nu werkt hij drie dagen in de week, waarvan twee bij Rijnland en één bij Laga.” Juist die afwisseling vindt hij leuk. “De studenten zijn jong en energiek en daar kan van alles. Hier bij Rijnland is alles rustig en gestructureerd en kom ik weer wat meer tot mezelf.”

Ponton
Als hij per sé zou moeten kiezen, kiest hij voor het werk bij de studenten. “Ik houd wel van die reuring, er gebeurt altijd wel wat. Want ligt ergens een ponton in het water, dan weet je zeker dat er een ploeg tegenaan gaat varen. ‘Studenten zijn nog bezig om slim te worden’ grapte een collega ooit. Bij Laga zijn meer schades, wat ik leuk vind, terwijl bij Rijnland het meer om onderhoudswerk gaat. Nu ligt er toevallig een gladde acht die uit de stellingen is gewaaid. Dat vind ik stiekem alleen maar leuk.”

Mild
Een strenge bootsman is hij in tegenstelling tot veel van zijn collega’s niet. “Eigenlijk word ik vrijwel niet boos. Bij Laga hebben ze de gewoonte dat als iemand een boot kapot vaart, hij naar mij toekomt met een fles wijn en daarbij een mooi verhaal vertelt. Ik vind dat geweldig. En laten we eerlijk zijn, ik ben dit werk toch juist gaan doen voor de schades? Bijkomend voordeel is dat mensen het durven te vertellen als ze iets kapot gemaakt hebben.”

Italië
Barend ziet zichzelf oud worden als bootsman. “Ik heb ook geen idee wat ik anders zou moeten doen. Ja, dit werk in Italië lijkt me wel wat”, grapt hij. “Maar dan moet ik Italiaans gaan leren en dat gaat toch niet gebeuren haha.. Nee, ik blijf dit werk voorlopig nog wel doen.””

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Zeven jaar werkt Ricardo Oschatz (55) inmiddels als bootsman bij de Koninklijke Roei- & Zeilvereniging De Maas. Begonnen als jonge roeier bij eerst de gemeente Rotterdam en later Nautilus kwam hij via vele omzwervingen terug in de roeisport.

Ricardo volgde als scholier cursussen bij de ‘Raad van Lichamelijke Opvoeding’, een door de Gemeente Rotterdam opgerichte roeiloods aan de Crooswijksebocht, waar nu roeivereniging Rijnmond zetelt. Hij werd gegrepen door de sport en meldde zich al snel aan bij Nautilus, amper een kilometer verderop. “Ik heb zelfs nog op een blauwe maandag wedstrijdgeroeid, al was ik daarin niet bijzonder fanatiek. Prestatietochten trokken mij meer. Zo deed ik mee aan Koblenz-Delft, een race over 440 kilometer. En ik was erbij toen in 1988 de eerste Elfstedentocht werd verroeid.”

Enkhuizen
Ondanks zijn nog jonge leeftijd kwam hij snel in de werkplaats van Nautilus terecht. “Men had door dat ik handig was en ben daar vervolgens lang als vrijwilliger actief geweest. Nautilus had in tegenstelling tot De Maas geen betaalde bootsman dus wij moesten alles zelf oplossen.” Na een opleiding tot boekhouder en een jaar in militaire dienst, werkte hij in die tijd twaalf jaar als magazijnmedewerker in vrachtwagenonderdelen. Het werken aan boten bleef echter trekken. “Ik heb toen een cursus botenbouw gedaan in Enkhuizen. Met tien man hebben we in drie maanden tijd drie jollen in elkaar gezet. Daar heb ik de basis van mijn vakmanschap gelegd.”

bootsman de maasBusman
Ricardo vond kortstondig een baan bij Busman, toen de enige roeibotenbouwer van Nederland. “Het was leuk werk, maar ik kwam er wel achter dat boten bouwen iets heel anders was dan ze repareren. Het is meer fabrieksmatig werken en doet weinig beroep op creativiteit en samenwerking. Niet veel later werd de hele tent opgedoekt.” Na een tijd in een gereedschapswinkel in Gouda te hebben gewerkt, hoorde hij via een kennis van Nautilus dat De Maas een bootsman zocht. “Ik aarzelde geen moment. Ik kon van mijn hobby mijn werk maken.”

bootsman de maas

Clubcultuur
De Maas had direct iemand nodig, dus het was snel beklonken. Het betekende wel een omslag van club. “Ik vond De Maas altijd een vrij chique club. Vroeger waren er zelfs maar liefst drie bootsmannen. Nog steeds kom je hier niet zomaar binnen en moet je voor referenties zorgen om lid te kunnen worden. En kinderen kunnen hier alleen roeien als ook hun ouders lid zijn. Doordat ik er ben hoeven leden van De Maas veel minder zelf te klussen dan bij Nautilus.” Er staat volgens hem tegenover dat het een bijzonder familiaire vereniging is met veel gezellige en actief roeiende leden. Van de 600 leden die als roeier staan ingeschreven zijn er maar liefst 450 wekelijks actief.

Voorrang
Dat brengt ook veel schades met zich mee. “Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder schademelding. Sommige Maasleden denken dat ze op het water altijd voorrang hebben, maar anderen snappen dat niet”, zegt hij met een knipoog. Maar dan serieuzer: “Ons gebouw is prachtig, maar past niet meer bij de vloot van vandaag. De loodsen zijn smal en de hoogte van de deuren is veel te laag. Dat veroorzaakt veel schades. Daarnaast zit in de cultuur van de club dat als iets stuk is, er altijd wel iets nieuws komt.” Toch is er soms ook sprake van het tegenovergestelde. “Zo hebben we een ploeg die al 20 jaar in dezelfde boot roeien en absoluut geen andere – betere – boot wensen, hoewel hun schip allang aan vervanging toe is.”

Reparaties
Dat hij maar een beperkte opleiding in dit vakgebied had, leverde vooral in het begin enige problemen op, vertelt hij eerlijk. “Ik had vooral veel ervaring met hout en kunststofboten zijn toch echt heel anders. Zo wist ik weinig van honingraad en gebeurde het eens dat na een reparatie een boot ineens een kilo zwaarder was. Ook vond ik het lastig om weer de perfecte vorm terug te krijgen. Ten slotte is het vinden van de juiste kleur verf voor de laatste laag erg lastig. Maar ik las in jullie serie dat mijn collega van De Amstel daar iets op gevonden heeft. Met hem ga ik zeker contact opnemen.”

bootsman de maasGastheerschap
Een extra verdiepende cursus kwam er vooralsnog niet van. “Ik heb toen ik begon meteen contact opgenomen met Empacher want die boden dat vroeger aan, maar helaas zijn ze daarmee gestopt toen een van de oprichters overleed.” Gelukkig redt hij zich inmiddels uitstekend. Zijn vak behelst tegenwoordig ook meer dan enkel boten repareren. “Ik ben vaak de enige aanwezige op de loods, dus veiligheid en gastheerschap spelen ook een rol. Ik help mensen met het tillen van hun boten en ben ook getraind als bedrijfshulpverlener. Bovendien ben ik de enige die weet waar alles ligt, dus ik krijg de hele dag vragen. Deze werkplaats voelt echt als mijn domein en dat is een heerlijk gevoel. Ik zit hier uitstekend op mijn plek.”

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Meer dan 30 jaar werkt Serraat Eikholt als bootsman bij de Nijmeegse studentenroeivereniging Phocas. Niet alleen repareerde hij zich het leplazarus en bouwde hij stellingen en liftconstructies, ook fabriceerde in die tijd maar liefst vijftien boten. Daarnaast is hij als continue factor binnen de vereniging van 600 leden van onschatbare waarde. Dat bleek wel toen Toprow hem opzocht in het botenhuis.

Het is een drukte van jewelste als wij op een doordeweekse dag aankomen bij het sterk verouderde botenhuis aan het Maas-Waalkanaal. Werklui lopen in en uit en binnen heeft iedereen warme truien aan en mutsen op. Naast allerlei werkzaamheden die worden uitgevoerd, blijkt ook de verwarming al een paar dagen niet te werken. Als vast aanspreekpunt probeert Serraat alles in goede banen te leiden.

Lozen
Het is flink aanpoten voor zowel het bestuur als voor Serraat. Het huidige botenhuis stamt uit 1972 en is zichtbaar in slechte staat. Phocas wacht al jaren op een onderkomen aan het nieuwe water van de Spiegelwaal, maar dat project is inmiddels al jaren vertraagd. Ondertussen is aan het oude botenhuis aan groot onderhoud nauwelijks iets gedaan. “Het is eigenlijk geen doen meer met zoveel leden op zo’n kleine plek. Op ons vlot past enkel één vier of een acht en ik heb overal stellages of takelliften gemaakt om zoveel mogelijk boten en riemen weg te werken, zo krap is het. Ook is botenhuis lek. Elke week moeten we 1500 liter water lozen.”

bootsman phocas 2Verantwoordelijkheid
De universiteit van wie het drijvende gebouw is, heeft onlangs besloten alsnog een laatste investering te doen. Zo moeten de laatste twee jaar tot het vertrek volbracht worden. Het onderhoud van het botenhuis zat vroeger in het takenpakket van de door de universiteit betaalde Serraat. Daar is hij sinds kort vanaf. “Ik wilde die verantwoordelijkheid niet meer dragen. Stel je voor dat iemand door de vloer zakt, ben ik dan de pineut? Daarnaast is er altijd wel wat te doen terwijl ik ook aan de boten moet werken. Zo hing een pin die de loopbrug naar de kant half-los en was het verbindingsstuk tussen loods en vlot kapot. Daarvoor zijn nu ook al die werklui.”

Metsemakers
Ondanks de zorgen, heeft Serraat (52) het uitstekend naar zijn zin bij Phocas. “In de reuring van zo’n studentenvereniging voel ik me als een vis in het water. Ik vind het altijd weer bijzonder om te zien dat er een soort van harde kern van vrijwilligers opstaat om keihard voor zo’n vereniging te werken. Ik verbaas me er echt over wat mensen op zo’n jonge leeftijd al kunnen. Daarnaast is het fantastisch dat er vanuit hier soms echt mensen boven de rest uit steken en dat ik daar onderdeel van mag zijn. Zo heb ik de opkomst van Nelleke Penninx, Annemarieke van Rumpt en onlangs nog Koen Metsemakers van dichtbij mogen meemaken. Ik heb zijn finale van afgelopen WK meerdere malen gekeken. Verbluffend hoeveel beter ze waren dan de rest.”

Inventief
Hij komt bij Phocas terecht als hij na een opleiding als meubelmaker vanwege zijn rug wordt afgekeurd voor de richting Bosbouw. “Via de opleiding instrumentmakerij kwam ik bij de afdeling houtbewerking bij een stage van de universiteit uit. Die was hier. Ik heb toen heel lang meegelopen met mijn voorganger – eigenlijk veel te lang zonder betaald te worden – maar ik wilde per se zijn baan overnemen. Toen hij eindelijk stopte was ik zo blij als een kind.” Het werk had hij zich ondertussen wel eigen gemaakt. Naast het repareren en het maken van boten (Serraat maakte zelfs eigenhandig een kunststofskiff) legde hij zich ook toe op andere zaken. “Zo heb ik allerlei instrumenten gemaakt die het de leden makkelijker moesten maken de boten goed af te stellen. Ook ben ik druk bezig geweest om bankjes op maat te maken. Dat soort dingen vind ik leuk. Zoiets is net een puzzel.”

Bootsman 3 phocasCoaching
Werk is er altijd wel geweest. “Als er niets kapot is, kan je altijd verder met onderhoud. Maar als ik eerlijk ben, vind ik het stiekem ook wel leuk als er weer een keer een boot aan gort gevaren wordt. Het is dan altijd weer een uitdaging de boot weer in zo’n goed mogelijke staat te herstellen.” Daarnaast denkt hij graag mee met de club. “Ik onderken bijvoorbeeld de grote waarde van goede coaching. Phocas heeft momenteel domweg te weinig beschikbare uren voor professionele coaching, dus op dat gebied missen we de slag. Daar moet meer geïnvesteerd in worden.”

Lakstraat
Serraat heeft zijn hoop gezet op de nieuwe huisvesting. “Dan moet het gemakkelijker worden meer leden te trekken. We zitten veel dichterbij de stad en het onderkomen is een stuk aantrekkelijker.” Ook voor hemzelf zal het er flink op vooruit gaan. “Er komt in de werkplaats een afgesloten lakstraat en een aparte lashoek. Voor mij is dat geweldig als je het vergelijkt met de plek hier waar de tocht direct door de muren komt.” Zijn enige zorg is of zijn beroep wel blijft bestaan. “Je merkt elders in het land dat het steeds meer hobbyisten zijn die het werk gaan doen. En mensen hebben het er steeds vaker voor over om iets nieuws te kopen. Ik snap dat ik hier bij de universiteit een unieke aanstelling heb en hopelijk blijft dat. Het zou zonde zijn als dit het einde van ons vak zou betekenen.”

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Hij is pas 38 jaar, nieuw in het vak en geen roeier. Bepaald geen prototype bootsman dus. Toch heeft Jesse Bouma het na een kleine twee jaar behoorlijk naar zijn zin bij De Amstel in Amsterdam. “Het werk is afwisselend en ze laten mij lekker mijn gang gaan.”

We treffen Jesse een dag na zijn eerste echte incident bij de club. Een gladde vier was bij het Apollohotel vlakbij tegen een dukdalf gevaren en dreigde te zinken. “Ons motorbootje werd net gerepareerd en er waren geen mensen hier, dus toen moest ik samen met hun coach er heen roeien. Ik had denk ik één keer eerder geroeid”, vertelt hij lachend. Met de roeiers van de kapotte boot weer veilig op de kant en de coach roeiend, trok Jesse de kapotte boot vanuit de roeiboot terug naar De Amstel.

Boostman de Amstel_3

Jachten
Hij kan dit soort reuring wel waarderen. Tot nu toe werkte hij na zijn opleiding aan het hout- en meubileringscollege met richting scheepsbouw vooral op scheepswerven. Hij zette houten sloepen in elkaar maar ook luxe jachten. “Het was leuk werk, maar ook veel van hetzelfde. Je was vooral onderdeel van een team dat iets maakte. Ik haal meer waardering uit iets dat ik helemaal zelf in elkaar kan zetten. Je stond ook vaak de hele dag in het stof of in giftige chemische lucht. Ik ging me steeds vaker afvragen of dit het nou was.”

ZZP
Jesse begon voor zichzelf als zzp’er gericht op allerlei klussen. Hij leerde zichzelf onder andere goed schilderen, maar ook dat viel hem zwaar. “Zat je een hele dag op je knieën onder een boot. En dan heb ik het nog niet eens over het zoeken naar opdrachten. Daardoor was je eigenlijk de hele tijd bezig.” Een uitkomst bood Elmer van Orden, bootsman van Het Spaarne, waar hij ooit stage had gelopen. Hij attendeerde Jesse op het feit dat zijn collega bij De Amstel ging vertrekken.

3D-puzzel
Bij de roeivereniging in Heemstede had hij in 2001 een bijzonder leuk half jaar gehad. “Ik kwam daar bij toeval terecht. Het Spaarne leek het goed als Elmer zijn kennis door zou geven. We konden het al snel goed vinden en ik vond het werk veel charme hebben. Je eigen werkplaats met een redelijke vrijheid om te kunnen doen wat je wil. Hij heeft me onder andere een C1 laten bouwen, de Sprinkhaan. Dat vond ik ook bijzonder, dat ik echt mijn eigen bootje kon maken. Ik zie dat als een soort 3D-puzzel.”

Waterkering 
Omdat hij niet uit het vak kwam en geen roeier was, verwachtte hij niet teveel van zijn open sollicitatie. “Ik kende de situatie ook niet precies en wist niet hoe erg ze iemand nodig hadden. Maar na een paar maanden kwam de vraag of ik niet toch een keer kon komen praten. Ze hebben me een klusje laten doen om te kijken wat ik kon. Volgens mij ging het om het repareren van een waterkering. Dat kon ik wel.”

Kleuren

Toch was het begin wel even wennen. “Ik moest echt vaak nadenken over hoe het de roeibeweging is en bijvoorbeeld dat je met deze sport achteruit gaat in plaats van vooruit. Dingen die voor jullie roeiers logisch zijn, maar voor mij niet. Met epoxy had ik gelukkig al veel ervaring, maar ik ben bijvoorbeeld dagen bezig geweest om uit te vinden welke kleur geel Empacher precies gebruikt of het wit van Filippi.”

Afwisseling  
Ook moest hij een manier vinden om al het werk op elkaar af te stemmen. “Als je een gaatje in een boot hebt gevuld, moet dat drogen. Maar je moet weer niet te lang wachten met verven. Als je meerdere dingen door elkaar gaat doen, verlies je wel nog eens het overzicht. Maar daar raak ik steeds meer bedreven in. Die afwisseling vind ik uiteindelijk ook het leukst.” Opvallend genoeg is zijn werkplaats – zeker in vergelijking met die van zijn collega’s – behoorlijk opgeruimd. “Ik ben wellicht een vreemde eend in de bijt, maar ik vind het inderdaad prettig om alles snel te kunnen vinden.”

Klachtenuurtje
Als hij dingen niet weet, is het contact met zijn oude leermeester Elmer snel gelegd. “We sturen elkaar geregeld foto’s van schades met de vraag of de ander dat wel eens heeft meegemaakt. Feitelijk gaat het hier weinig anders aan toe dan op Het Spaarne. Mensen komen met dezelfde problemen binnenlopen. We noemen het gekscherend ons psychologisch klachtenuurtje. Maar deels is het ook ‘trial en error’, want wat is precies ‘goed’ als het om repareren gaat? Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan.” 

Bootsman de Amstel

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Vorige week bracht vrouwen bondscoach Diederik de Boorder zijn boek ‘Fluisterend goud’ uit. Het verhaal gaat over zijn turbulente jaar (2005) als hoofdcoach van een provincie in China. Niet alleen geeft het boek een unieke inkijk in de Chinese sportcultuur, ook heeft het – mede door de vorm van een mix tussen een roman en non-fictie – een filosofische inslag. Zo gaat het uitgebreid in op wat dit avontuur voor Diederik zelf (en onder andere zijn relatie) heeft betekend.

Wie een uitgebreide uitleg verwacht over wat Diederik allemaal precies roei-inhoudelijk met de Chinezen heeft gedaan dat jaar, hoeft ‘Fluisterend goud’ niet per se te lezen. Deze onderwerpen komen vooral zijdelings aan bod. Veel meer geeft het inzicht in wat voor strijd hij telkens moest leveren om enigszins gedaan te kunnen krijgen wat hij wil. Diederik wordt non-stop tegengewerkt als het gaat om zaken als betere trainingsfaciliteiten, meer rust voor de atleten en grip krijgen op de communicatie met atleten.

Tibet
Zo wordt hij samen met zijn vrouw Aukje zelfs verplicht op vakantie gestuurd naar Tibet, waar de man die hem naar deze provincie heeft gehaald ineens ook opduikt. Met deze Fu ontwikkelt hij een bijzondere relatie en hij is voor een groot deel de reden dat Diederik niet tussentijds vertrekt, iets wat Aukje maar al te graag ziet gebeuren. Fu laat op filosofische wijze Diederik inzien dat hij soms moet meebewegen en concessies moet doen aan het Chinese systeem om dingen te veranderen.

Aids
Uiteindelijk wordt hun gezamenlijke doel om zoveel mogelijk roeiers uit het verschrikkelijke trainingskamp en de arme provincie te krijgen. Pas veel later blijkt dat de provincie ook nog eens zwaar heeft geleden onder een geheim bloedschandaal, waarbij afgetapt bloed werd vermengd en later bij de mensen werd teruggepompt. Een groot deel van de bevolking lijdt daardoor aan aids en uiteraard zijn ook enkele roeiers geïnfecteerd. Het verklaart in elk geval waarom men zo vaak mysterieus in de weer is met naalden en infusen.     

May Yin
Samen met Fu is ook het personage May Yin belangrijk. Met deze lichte dame leert Diederik ’s nachts via Google Translate communiceren. Hij geeft haar een rol namens de roeiers in de coachmeetings en zorgt ervoor dat ze het kamp niet hoeft te verlaten als ze zwanger blijkt te zijn van de hoog aangeschreven slag van de mannen acht. Jaren later komt zij terug in het verhaal tijdens de onverwachte ontknoping van het boek.  

Doping
Ook doping komt uitgebreid aan bod. Diederik weet simpelweg niet of er verboden middelen werden genomen. Het is echter wel aannemelijk. Het toezicht op wat de schimmige doctoren doen, laat in elk geval te wensen over. En feit is dat er in aanloop naar de China Games bij een interne controle te hoge waarden van een verboden middel worden gevonden. Diederik wordt op het hart gedrukt dat dit niet zal gebeuren tijdens de belangrijkste wedstrijden. Dat geschiedt, maar vier jaar later wordt de gehele provincie uitgesloten van de China Games. Het is nota bene hetzelfde middel waar ze eerder op waren betrapt.

Stierenpenissen
Ook de Chinese obsessie voor voeding is boeiend. De coaches willen maar niet begrijpen dat de Nederlandse roeiers geen speciale dingen eten en daarom zo goed zijn. Het komt er bij hen niet in dat goede prestaties ook kunnen komen door een betere arbeid-rust verhouding of door een betere techniek. Het drijft Diederik tot wanhoop, maar accepteert op gegeven moment maar dat ze vooral ingewanden eten of ineens massaal aan de stierenpenissensoep gaan.

Ontslag
Het verhaal eindigt vlak na de China Games, het belangrijkste evenement van het jaar waar medailles moeten worden gewonnen. Iedereen met een podiumplaats zou immers geselecteerd worden voor de nationale selectie richting de Olympische Spelen van Peking en daarmee de provincie kunnen verlaten. Diederik zijn ploegen winnen maar liefst vijf medailles en hij denkt dat hij ruim voldaan heeft aan de verwachtingen. Het tegendeel is echter waar: hij wordt net als de andere coaches op staande voet ontslagen. Er is geen goud gewonnen en waarschijnlijk was dat nodig om de provinciale bobo’s betere banen te geven.       

Bestellen
‘Fluisterend goud’ staat vol met krankzinnige verhalen die volgens Diederik allemaal waargebeurd zijn. Alleen daarom is het al het lezen waard. Daarnaast zijn de inzichten die hij uit deze tijd meeneemt en tot op de dag van vandaag gebruikt leerzaam voor iedereen.

Pin It on Pinterest