Selecteer een pagina
Naar Bhutan via de Ringvaart

Naar Bhutan via de Ringvaart

Onlangs interviewde ik Winston Oba (27) instructeur en collega bij het roeicentrum, en waarom? Hij gaat namelijk iets ongelofelijks vet doen komende zomer en daarbij heeft hij hulp nodig van sponsoren om zijn reis mogelijk te maken.

Hij zal met organisatie ‘Global Exploration’ een 3-weekse reis maken naar Bhutan, deze organisatie brengt jongeren van over de hele wereld met elkaar in contact. Doel is dan om elkaars culturen te verkennen en daarbij ook te helpen, vooral ontwikkelingslanden zijn hun gebied. Spelen en activiteiten met kinderen daar is bijv. voor beide kanten erg leerzaam, daarbij helpen zij ook bij het bouwen van bijv. scholen of gemeenschappelijke ruimtes.

Maar waarom gaat Winston er heen? 10 jaar geleden heeft hij een met dezelfde organisatie eenzelfde soort trip gemaakt naar India en als jonkie (toen 17 jaar) was dat een wonderbaring en super leerzaam. 5 jaar later was er een mogelijkheid om naar Bhutan te gaan maar dat kon vanwege lastig te verkrijgen visums niet doorgaan. Bhutan is namelijk een erg Boeddhistisch en natuurrijk land en wilt alle mogelijke (westerse) invloeden van buiten afweren, maar langzaam laten ze onder strikte voorwaarden wel meer toe. En daarom gaat Winston het dit jaar weer proberen, en dit zal ook z’n laatste jaar zijn want hij begint helaas voor de doelgroep van de organisatie wel wat aan de oudere kant te worden.

Op dit moment is bijna alles rond op 1 heel belangrijk iets namelijk hij heeft nog wel geld nodig voor zijn reis om het echt mogelijk te maken. Het totale bedrag dat hij nodig heeft is €1800,- en inmiddels heeft hij een klein deel (al met acties verzameld) maar mist dus nog een groot deel. Dit geld wordt voornamelijk gebruikt om daar dus materiaal en gereedschap te kopen om daar een bijdrage aan de samenleving te kunnen bieden, het deel wat overblijft is hard nodig voor het transport van en naar Bhutan want dat is nog niet zo makkelijk.

Maar die Ringvaart dan? Hij houdt ervan om zichzelf uit te dagen en neemt geen genoegen met 100% score, en iets wat al sinds hij roeit op zijn to-do list staat is de fameuze ringvaart regatta. Een roeiwedstrijd van exact 100 km over de ringvaart, welke gevaren wordt in alle soorten boten. En Winston is Winston niet als hij natuurlijk deze gaat skiffen (die smalle eenpersoonsboot), vele kijken hem al gek aan maar hebben er wel vertrouwen in. Hij is de hele winter al aan het trainen om klaar te zijn voor deze grote uitdaging.

Zijn doel is niet alleen de 100km uitvaren maar met die regatta ook zoveel mogelijk geld ophalen voor zijn reis, bijv. door per km te sponsoren of een vast afgesproken bedrag. Het is voor hem dan ook meer een sponsorregatta.

Volg Winston tijdens de ringvaart en reis naar Bhutan via:
Instagram van ‘Winston.goes.bhutan’
Facebook van ‘Global Exploration’ (zolang er bereik is)

Ook een bijdrage doen aan Bhutan?

Doe een Tikkie voor Bhutan.

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Elmer van Orden is de tweede bootsman die centraal staat in een serie over het steeds zeldzamer wordende beroep in de Nederlandse roeisport. Elmer is al 27 jaar werkzaam bij één van de grootste roeiverenigingen van het land, de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne uit Heemstede. Hij fabriceerde daar maar liefst twaalf boten, en dan tellen we zijn eigen woonark en de catamaran voor zijn woon-werkverkeer nog niet eens mee.

Elmer (57) komt in zijn jeugd al in aanraking met roeien bij Daventria in Deventer. Na zijn middelbare schooltijd vertrekt hij voor enkele jaren naar Canada. “Het waren de jaren ’80 en er heerste hier een behoorlijke werkloosheid. In Canada had ik familie wonen en ik ben daar HTS Werktuigbouwkunde gaan doen. Maar uiteindelijk kon ik er niet aarden. Ik miste de Hollandse gezelligheid.”

Water
Toch vertrekt hij snel weer naar het buitenland. In de Engelse kustplaats Lowesoft leert hij in één jaar het vak van botenbouwer bij het International Boatbuilding Trainingcentre. “In plaats van een degelijke opleiding ben ik mijn hart gaan volgen. Het water trok me altijd al. Je kan er zoveel dingen in zien. Of het regent of dat het droog is of vanuit welke richting de wind komt. Mijn vader was ook al een botenliefhebber en een enthousiaste zeiler.”

Vacature
Na verschillende baantjes in de jachtbouw op verschillende plekken in Nederland, ziet hij in het blad Roeien een vacature staan bij Het Spaarne. “Ik was er net achter gekomen dat ik de jachtbouw een te stressvolle wereld vond. Ik bleek de enige kandidaat en hoewel ik hier nog nooit geweest was, bleek het al snel een goede match. Ik had kennis van de materialen, was handig en had affiniteit met de roeisport.”

Wapenfeit
Elmer maakt snel indruk. “Mijn eerste wapenfeit was de reparatie van een houten acht waarvan de punt er tijdens de Heineken Roeivierkamp af gevaren was. De desbetreffende ploeg moest een week later de Head of the River varen. Met flink wat kunst- en vliegwerk is het me gelukt. Vlak daarna was de Algemene Ledenvergadering en was het wel duidelijk dat ik mocht blijven.” In het begin krijgt hij nog een to-do-lijst mee van materiaalcommissaris Menno Velthuis. “Ik moest vooral het afstellen van boten en het opmeten van riggers leren. Maar al vrij snel ging ik mijn eigen gang.”

Houtworm
Hij geeft zelfs één dag in de week op, om meer tijd vrij te maken voor de bouw van zijn eigen woonboot een paar kilometer verderop aan het Spaarne. “Toen ik hier kwam, woonde ik met een zeilboot op een semi-legale ligplaats in Amsterdam. Ik moest weg en heb een tijd hier in het haventje van Het Spaarne gelegen. Het was behelpen met enkel een houten kachel. Toen kon ik de oude woonboot van Menno overnemen. Maar die had zijn gebreken, zoals een lek dak en houtworm.”

Pannetjes
In 2003 ontmoet hij zijn huidige vrouw. Ze weigerde te leven in een huiskamer vol met pannetjes. En bij haar intrekken was voor Elmer geen optie. “Je moet mij niet in een flatje zetten. Dan vind je me al snel onderaan. Ik heb een karkas laten maken en de boot zelf van binnen afgewerkt, inclusief CV, waterleiding en riool.” Inmiddels gaat Elmer elke dag met de ook door hem gemaakte catamaran naar en van zijn werk. “Het is ideaal woon-werkverkeer, ik heb nooit last van files.”

Botenbouwer
Het zijn niet de enige boten die hij maakt. Als één van de weinigen in Nederland kan hij roeiboten fabriceren. “Het begon met een C1 die aan vervanging toe was. Van De Amstel en De Hoop kreeg ik mallen en deed er vervolgens drie maanden over. Nu gaat het veel sneller. Inmiddels ben ik bezig aan mijn dertiende boot, een wherry.” Ze zelf verkopen wil hij niet. Het zou een te ingewikkeld commercieel proces worden en hij is blij dat Het Spaarne het hem in werktijd laat doen.

Vooruitgang
Dat dit mogelijk is – ondanks dat de vereniging in zijn tijd van ongeveer 700 leden tot boven de 1000 groeide – komt mede door de vele veranderingen in zijn vak. “In al die tijd zijn vrijwel alle houten boten vervangen door kunststof. Dat is minder onderhoudsgevoelig, al blijft dat ook steeds veranderen vanwege steeds weer nieuwe milieuregels. Een gigantische vooruitgang was het verdwijnen van houten riemen. Die bladen en vooral de lak waren nogal aan slijtage onderhevig. Ten slotte gaan zaken als de afschrijving van boten en vaarverboden nu allemaal elektronisch.”

Swipen
Ondertussen werd ook de vereniging anders. Zo steeg de gemiddelde leeftijd flink. “De jeugdafdeling is geslonken. Er is een grote golf aan babyboomerslid geworden.” Ondertussen werd de handigheid van roeiers minder. “We leven in een digitale tijd. Men kan tegenwoordig heel goed swipen maar een moertje vastdraaien is te lastig. Ook de technische kennis van bestuursleden is minder geworden.”

Kuddegedrag
Sommige zaken veranderen echter nooit. “Neem de zaterdagochtend. Om 8:30u is er nog niemand en een half uur later staat iedereen massaal in de rij om hun boot in het water te leggen. Weer een kwartier verder is het weer muisstil. Niemand die bedenkt iets eerder te gaan. Kuddegedrag noem ik het. Er zijn genoeg momenten in de week dat je hier een kanon kan afschieten.”  

Gezelligheid
Toch zit Elmer op zijn plek. “Eigenlijk kan het niet veel beter, ik heb hier enorme vrijheid. Ik blijf hier wel tot mijn pensioen, al heb ik als vijftiger ook weinig andere opties haha..” Hij heeft veel inloop en een vast clubje mensen om zich heen met wie hij elke ochtend koffie drinkt. Precies de Hollandse gezelligheid die hij eerder zo miste. 

Net uit de boot: Stef Blok

Net uit de boot: Stef Blok

Even voorstellen
Stef Blok (1964), sinds een jaar lid van roeivereniging De Kogge te Wervershoof en in het dagelijks leven minister van Veiligheid en Justitie*. In mijn studententijd roeide ik bij het Groningse Aegir. Daarna ben ik nog zeven jaar lid geweest bij De Meije, ook zo’n schattige kleine vereniging, aan de Nieuwkoopse Plassen.

Lekker geroeid?
Je treft het, want ik zat voor het eerst in twintig jaar weer in een skiff. Hoe het ging? Nou, ik ben weer droog aan de kant gekomen, ik ben tevreden.

Hoe vaak zit je op het water?
Ik zit nu gemiddeld een keer in de drie weken in de boot, eigenlijk veel te weinig. Toen ik in Enkhuizen kwam wonen, besloot ik toch weer lid te worden van een roeivereniging. Ik dacht dat het rustiger zou worden, zo tegen het eind van mijn ministerschap. Dat valt tegen.

Hoe ben je met roeien begonnen?
In Groningen heb ik in mijn laatste studiejaar in een eerstejaars acht geroeid. Gelukkig hebben we nog een blik getrokken. Je had ook van die stakkers die een jaar lang om zeven uur klaarstonden en uiteindelijk met lege handen eindigden.

Wat wil je bereiken in het roeien?
Dit jaar deed er voor het eerst een vier van De Kogge mee aan de Head. Onze klassering? Ik had gehoopt dat je die vraag niet zou stellen. Volgend jaar zijn we er weer bij, maar dan wordt er van tevoren een keer getraind.

Wat is je mooiste roeibelevenis?
In de eerstejaars acht, het winnen van de Heineken en de Martini Regatta. Daarnaast heb ik drie keer de Elfstedentocht volbracht, een keer werden we tweede. Tot slot: skiffen op de Nieuwkoopse Plassen in de winter, met een laagje mist boven het water. Prachtig.

Wat betekent roeien voor je?
Voor mij is er een hele duidelijke lijn tussen het roeien in een wedstrijdploeg en het samenwerken in een kabinet. In beide gevallen word je geselecteerd om samen te werken, los van je eigen keuze. Maar je bepaalt met elkaar of het een gaaf jaar wordt of een sof. Het is de dood of de gladiolen. Dat is de essentie en gelukkig gaat dat in het huidige kabinet erg goed.

*Dit interview is in juni 2017 geschreven voor het blad Roei! Stef Blok is nu Minister van Buitenlandse Zaken.

Net uit de boot: Stef Blok

Even voorstellenStef Blok (1964), sinds een jaar lid van roeivereniging De Kogge te Wervershoof en in het dagelijks leven minister van Veiligheid en Justitie*. In mijn studententijd roeide ik bij het Groningse Aegir. Daarna ben ik nog zeven jaar lid...

Lees meer

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Lees meer

Tot nooit meer ziens, Waco!

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Omdat onze eerste wedstrijd op 6 april in San Diego plaatsvindt zijn we op trainingskamp in het beruchte Waco. We doen hier de selecties om te bepalen wie in de eerste en tweede acht, en de eerste vier zal zitten. Toen ik mijn eerste jaar aan mijn ouders vertelde dat ik naar Waco ging, waren ze ontzettend bezorgd. Waco staat namelijk bekend als een vreemd stadje (ook wel ‘wacko’ genoemd) omdat hier in 1993 de ‘Waco siege’ plaatsvond, een conflict van twee maanden tussen de FBI en een christelijke sekte, die illegale wapens bezat. Uiteindelijk is het complex waar deze mensen woonden in rook op gegaan, met alle leden van de sekte erin. Volgens de FBI was het vuur aangestoken door de leider van de cult, maar sinds kort heeft de enige persoon die het heeft overleefd een documentaire en een boek geschreven over hoe de FBI verantwoordelijk is geweest voor de massamoord. Voor het trainingskamp zelf is dit natuurlijk niet relevant, maar het is wel één van de dingen die ik zo bijzonder vind aan studeren in Amerika. Je komt op bizarre plekken die je normaalgesproken alleen van films en het nieuws kent. 

Trainingsprogramma
Gelukkig is 1993 een lange tijd geleden en valt het reuze mee in Waco, maar het blijft een gehucht. We zitten in een hotel langs de enige grote weg in het hele dorp. Het botenhuis van de ploeg die hier permanent roeit, ‘Baylor Crew’, is ongeveer twee kilometer van het hotel vandaan. ’s Ochtends en ’s middags rennen we naar het botenhuis toe, roeien we een kilometertje of 24 in de acht en doen we seat-racesom de boten te selecteren. Vervolgens rennen we weer terug en doen we misschien nog een circuit met buikspieroefeningen en squats. De sfeer is soms best gespannen, omdat iedereen op het water zich er bewust van is dat het gaat om welke positie je behaalt. Uiteindelijk is het doel om als collectief zo hard mogelijk te gaan, maar het is nog best lastig om de concurrentie onderling tot het minimum te behouden. 

fanny_bon_amerika

Seat-races
Seat-raceszijn voor Amerikaanse coaches zo’n beetje de favoriete manier van selecteren. Elke dag roeien we in een andere opstelling. Iedereen wordt door elkaar gehusseld. Natuurlijk zijn er mensen die vaker op slag of op boeg zitten, maar om een beeld te geven: mijn eerste jaar roeide ik bij de nationale universiteitskampioenschappen (NCAA’s) op slag, het tweede jaar op twee en mijn derde jaar op zes. Hoe dichterbij de eerste race komt, hoe spannender elke dag wordt qua opstelling. Iedereen weet inmiddels wie écht kans maakt om in de eerste acht te komen, dus als je met teamgenoten zit van wie je dat weet, weet je dat je goed bezig bent. Het blijft een soort spel, waarin je gokt of jouw boot nu zou moeten winnen van de andere boot.

Ploegdynamiek
NCAA’s is namelijk een toernooi waarin drie bootscategorieën worden gevaren. Per categorie en resultaat krijg je punten waarna het team met de meeste punten de nationale titel wint. De eerste acht krijgt dus de meeste punten, daarna de tweede acht en de vier krijgt de minste punten. Het verschil in tijden tussen de eerste en de tweede acht is meestal zo’n 10-12 seconden per race. Dit zorgt soms voor een gekke dynamiek in het team. De eerste acht hoort namelijk de tweede acht altijd te verslaan, dus zodra de selectie een beetje rond is, train je alsnog met elkaar terwijl je weet dat één van de boten elke training zal verliezen. De coaches willen immers zien of het verschil groot genoeg blijft.

Saai 
Trainingskamp in Waco staat altijd bekend als een soort spannende tijd vanwege de selecties, maar tegelijkertijd ook heel zwaar en vooral ’s winters erg saai. De trainingen zijn eindeloos, dus de dag ziet er vrij repetitief uit met urenlang trainen, eten en slapen. Vooral de eerstejaars vinden het reuze spannend met de selecties en zijn elke dag zenuwachtig. Voor mij als senior (vierdejaars) is dit trainingskamp de laatste keer, daardoor is de spanning er wel een beetje vanaf. En één ding weet ik zeker: tot nooit meer ziens, Waco!

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Als fervent jeugdroeier begon hij bij RIC zijn roei carrière in de wedstrijdselectie. Tijdens zijn studie Future Planet Studies aan de Universiteit van Amsterdam heeft hij deze ervaring gebruikt om de stap te zetten naar het instructeursschap. “Danmag je uren achter elkaar over roeien praten terwijl je lekker buiten bent. Dat is heel fijn werken.” De stap naar hoofdinstructeur was dan ook snel gemaakt. “Ik weet dat ik waarschijnlijk het onderwijs in wil. Door de ervaring van het lesgeven hier merk ik dat ik het heel leuk vind om mezelf te horen praten. Als je er dan ook nog betaald voor kan krijgen om mensen iets bij te brengen wat jou interesseert, dat vind ik geweldig.” 

Senne zeinstra

Snelheidslimieten en zakkende polders 
Waar genoeg mensen de politiek als kommer en kwel beschouwen, was het voor Senne Zeinstra pure logica: “Roeien doe je natuurlijk op het water. En sinds ik roei ken ik al de Amstel, een belangrijke rivier in het waterschap. Ik weet hoe leuk het is om daarop te kunnen recreëren en lekker ding te kunnen doen, maar ook hoe belangrijk is om te weten dat het water veilig en schoon is. Dat je niet meteen naar het ziekenhuis moet voor een tetanusprik als je omgaat!”Verder vertelt hij over het waarborgen van het roeiplezier op de Amstel. “Er was ooit een plan om iedereen aan dezelfde snelheidslimiet te houden, dus ook het ongemotoriseerde verkeer op het water. Dan kan ik je vertellen dat een roeiboot met vier personen of acht personen een stuk harder gaat dan de toegestane 9 km/uur. Dus dat zijn van die kleine dingen waar je wel scherp op moet zijn. Anders is opeens in één klap de hele roeisport op de Amstel verboden.” 

 

Waterschapsproblematiek omvat meer dan alleen de pleziervaart, vertelt hij verder.“Ik doe nu onderzoek naar bodemdaling in veenpolders als grote bedreiging. Als je het waterpeil houdt zoals we dat nu houden, dan daalt het maar door en door. Vanuit mijn studie heb ik een aantal dingen geleerd. Het heeft me wat urgentie bijgebracht waar de meeste mensen misschien niet direct aan denken als ze denken aan het waterschap. Dan denken ze aan polders en dijken, maar in de polder gebeurt nog veel meer dan alleen de dijk die er omheen ligt. Vandaar dat ik me bij Water Natuurlijk heb aangesloten. Zij willen het waterpeil niet automatisch laten mee dalen met de bodemdaling. Dat vind ik wel lef hebben.” 

 

Een stads natuurmens 
Hij is zich erg bewust van zijn affiniteit met de natuur en het klimaat. “Hetklinkt misschien gek voor iemand die in Amsterdam is geboren en nooit buiten de stad heeft gewoond. Maar ik ben altijd graag in de natuur geweest, in de zomer naar de duinen of naar de naar de polder. Iets boven Amsterdam heb je Jisp, een klein dorpje, waar mijn familie een buitenhuisje heeft op het water, weer op het water…” vertelt hij lachend. “Ook ga ik elke zomer naar een zomerkamp om kinderen te begeleiden, in het bos. In de natuur ben je weg van de drukte van de stad en kun je je eigen gekke wereld creëren. Dat is een plek die ik heel mooi vind en dit doe ik dan ook graag. Ik wil het ook geen vrijwilligerswerk noemen, want ik zie dat niet als werk.” 

 

Senne Zeinstra is te vinden op Lijst 3 plaats 17 van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor de verkiezingen van 20 maart aanstaande. Wij wensen hem in ieder geval veel succes!

Belgische roeibond: tweeënhalfduizend leden en geen geld

Belgische roeibond: tweeënhalfduizend leden en geen geld

België is geen groot roeiland. Met twee en een half duizend leden past de roeibond KBR/FRBA met gemak twaalf keer in de KNRB. Toch is de organisatie vanwege de Belgische bestuursstructuur erg complex. En dan is er nog dat verdriet om die twee topploegen waarvan er maar één naar Rio mocht.

Op het Olympisch Kwalificatietoernooi in 2016 plaatsten zich twee Belgische boten voor Rio: skiffeur Hannes Obreno en de lichte dubbeltwee met Tim Brys en Niels van Zandweghe. België mocht echter maar één boot afvaardigen omdat vanwege de mondialisering van de roeisport ook kleine roeilanden een kans moesten krijgen. De Belgische roeibond was gedwongen een hartverscheurend oordeel te vellen en gaf uiteindelijk Obreno het startbewijs. Het drama werd helemaal bitter toen bleek dat de plaats van de lichte dubbeltwee toeviel toe aan de verliezende finalist, Denemarken, dat al met vijf boten naar de Olympische Spelen mocht. 

Voor Gwenda Stevens (52), voorzitter van de Koninklijke Belgische Roeibond, was deze gebeurtenis een zwarte periode in haar voorzitterschap. Ze krijgt tranen in de ogen wanneer ze erover spreekt. “Het was een nachtmerrie, ik word er nog emotioneel van als ik eraan denk. Je zag die jongens zó teleurgesteld, ik had echt hartzeer. De druk was enorm: Roeibond, doe iets! Nog steeds hoor je zo hier en daar de kritiek. Maar het bestuur en ik weten wat we er allemaal voor gedaan hebben.” 

Praten als Brugman tot in de hoogste FISA-regionen wierp geen vruchten af. De Deense bond stond al met advocaten klaar, zou de FISA een andere beslissing nemen. Werd de Belgische bond overvallen door de regel? Niet door de regel maar wel door de plaatsing van zowel de skiff als de lichte dubbeltwee. 

Politieke structuur 
Leren van ervaring en volhouden zijn eigenschappen die Stevens als voorzitter van de Belgische Roeibond hard nodig heeft. Want de structuur van de Koninklijke Belgische Roeibond (KBR), ofwel Fédération Royale Belge d’Aviron (FRBA), is uiterst complex. De bond is de koepelorganisatie waaronder de Vlaamse Roeiliga (VRL) en de Ligue Francophone d’Aviron (LFA) ressorteren, die worden gefinancierd door de Vlaamse en Waalse gouvernementen. Stevens: “De politieke structuur is erg nadelig voor ons. De Bond zelf heeft helemaal geen geld, dat zit bij de liga’s. Wij hebben de medailles voor het Belgisch kampioenschap moeten kopen van het geld van boetes die we hebben geïnd van roeiers die overtredingen begingen. De roeiers zijn geneigd niet naar de Bond, maar naar hun liga te kijken. Daar zijn de faciliteiten. Dat is frustrerend, voor mij persoonlijk ook. Vooral omdat ik vind dat we als Bond niet genoeg voor de roeiers kunnen doen.” 

De politieke en culturele verdeeldheid zijn des te nadeliger omdat de Belgische roeigemeenschap niet erg groot is. Aan de Waalse kant zijn er 875 roeilicenties en aan de Vlaamse kant ongeveer 1650. Het voor Nederland typische studentenroeien bestaat in België nauwelijks, althans niet in de vorm van zelfstandige studentenroeiverenigingen. Het aantal verenigingen is beperkt en studentenroeiers vinden onderdak bij de bestaande verenigingen. Stap voor stap probeert de Roeibond vooruitgang te boeken. Een andere beperkende factor is de geringe beschikbaarheid van roeiwater. En omdat verzekeringen verplichten dat elke boot op het water een begeleider op de wal heeft, is roeien ook nog eens arbeidsintensief. 

Talenten 
Stevens laat zich echter niet ontmoedigen. De Belgische Roeibond is nog altijd de belangrijke schakel tussen de twee liga’s en het nationale en internationale roeien. Met goedkeuring van de beide gouvernementen heeft de Bond een hoofdcoach in dienst die de nationale ploeg op de roeibaan Hazewinkel begeleidt. Op de niveaus daaronder hebben de liga’s hun eigen coaches. 

Door op verschillende bestuurlijke niveaus te acteren zet Stevens het roeien nationaal en internationaal op de kaart en werkt ze aan de verbetering van klimaat voor de roeiers. “Mijn hartstocht gaat uit naar de roeisport zelf. Als ondervoorzitter van de Koninklijke Roeivereniging Sport Gent en in de functie van kamprechter sta ik altijd dichtbij of op het vlot. Ik wil er zijn voor de mensen. Ik ben geen bestuurder die alleen op de tribune gaat zitten. Ik wil zien wat er in het veld gebeurt.” 

Werk aan de winkel genoeg in België. Een van de initiatieven van Stevens is de jeugdstage voor 13- en 14-jarigen. Alle clubs worden hiervoor uitgenodigd. “Ik ben er niet voor om er bij de jeugd al talenten uit te pikken. Daarvoor vind ik ze nog te jong. De minder sterke kinderen en de kinderen die nog geen groeispurt hebben meegemaakt verlies je daarmee. En de talenten die je selecteert gaan zich al te vroeg oppervoelen. Ook heb je te maken met een veranderende mentaliteit. Kinderen en ouders accepteren geen afwijzing meer, zoals de Oostenrijkse roeibond op het FISA-congres in Berlijn naar voren bracht. Selecties leiden daar soms tot een ganse hetze.” 

Belgie roeibond2

© Merijn Soeters – www.merijnsoeters.com

Competitie 
De clubs vormen het fundament van de roeisport. Daar mag wat Stevens betreft wel wat meer beweging in komen. “Zij moeten de roeiers en roeisters stimuleren. We hebben jarenlang gehad, dat roeiers zich niet meer inschrijven als er een kampioen is die jaren achtereen wint, zoals Eveline Peleman (wereldkampioene lichte skiff 2014, inmiddels als international gestopt, red.). Ik denk wel eens dat we teveel op onze lauweren rusten, te lang blij zijn met een kampioen. Als je wilt dat je jonge roeiers doorstromen van nationaal naar internationaal, dan moet je de opvolgers al hebben klaarstaan. Bij te geringe competitie worden de wedstrijden saai en komt er niemand kijken. Maar ja, ook dat moeten de clubs zelf stimuleren. Laat die ook voor toeschouwers zorgen, zodat een roeiwedstrijd weer een evenement wordt. Daar moeten we allemaal keihard aan werken.” 

Stevens ziet geen heil in de pogingen van sommige landen om het aantal leden van de Roeibond te vergroten door ergometerroeiers licenties te geven: “De kern van onze mooie sport moet je niet laten verwateren. Dat mensen die in de fitnesszaal op ‘iets’gaan zitten en dan zeggen: ik heb vandaag geroeid – daar heb ik mijn twijfels over.” 

Een van de doelen van de roeibond is de Belgische kampioenschappen attractiever maken. Komend jaar april wordt samen met de Antwerpse clubs het Belgisch Kampioenschap (BK) korte boten georganiseerd – in Nederland noemen we dat kleine nummers. In september is er het het BK voor de lange boten in samenwerking met Brussel. Om evoor te zorgen dat er voldoende competitie is, zijn er nummers geschrapt, waaronder de mannen 4+ en 2+. Een nieuw nummer is de mixed dubbelvier voor junioren en senioren. Kleinere clubs zijn daarmee eerder in staat om roeiers af te vaardigen naar het kampioenschap lange boten. De roeisters en roeiers die dit jaar in de A- of B-finales uitkwamen krijgen een feestelijke huldiging. Stevens: “Zo ben ik begonnen met het een beetje leuker te maken.” 

Logo’s 
Stevens omschrijft haar rol als die van moderator naar de beide liga’s toe. Het lijkt een detail, maar ook de kwestie van de logo’s op het roeipakje past in haar aanpak. “De bond had een oubollig logo, waaraan je niet eens kon zien dat het over roeien ging. Dat hebben we veranderd. Dan hadden de Waalse en Vlaamse liga ook nog elk hun eigen logo op het pakje. Denk niet dat een Waalse roeier met een Vlaams logo op zijn pakje ging roeien, of andersom. Dan was het hek van de dam. Nu hebben we een roeipakje met het nieuwe logo samen met de logo’s van beide liga’s. Ik beleg een paar keer per jaar een tripartite overleg tussen de bond en de liga’s. Dan breng ik ook kwesties als deze ter sprake en zeg: jongens, wat gaat ’t zijn?” 

Stevens is voor een tweede termijn herkozen tot 2021 en meer dan ooit gemotiveerd. “Ik ben ambitieus. Ik wil er iets van maken. Ik ben iemand die graag problemen aanboort om tot een oplossing te brengen. Die zijn voor mij een uitdaging. Roeien is mijn passie, ik ga ermee naar bed en sta ermee op.” 

Gaat het drama van Rio zich ooit herhalen? Stevens is daar beslist in: “Nee. Afgezien van de FISA-regels hadden we er gewoon niet aan gedacht dat we met twee boten voor de medailles zouden gaan. Nu zeg ik: verdomd, jongens, we gaan wél voor de medailles.”

Gwenda Stevens (52) begon in 1977 met roeien bij de Brugse Trimm- en Roeiclub Brugge, en is sinds 1983 lid van Koninklijke Roeivereniging Sport Gent. Ze was ruim tien jaar wedstrijdroeister. Later haalde ze haar trainersdiploma en vervulde ze diverse trainersfuncties bij Sport Gent, met name voor de jeugd. Vanuit die rol was ze ook teammanager voor de Coupe de la Jeunesse en de WK onder 23. Ze is internationaal kamprechter en lid van de Executive Board voor de Coupe de la Jeunesse. Sinds 2004 maakt ze deel uit van het bestuur van de Koninklijke Belgische Roeibond, waarvan ze sinds 2013 voorzitter is. Ook is ze lid van de raad van bestuur van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité.

Net uit de boot: Stef Blok

Even voorstellenStef Blok (1964), sinds een jaar lid van roeivereniging De Kogge te Wervershoof en in het dagelijks leven minister van Veiligheid en Justitie*. In mijn studententijd roeide ik bij het Groningse Aegir. Daarna ben ik nog zeven jaar lid...

Lees meer

Senne Zeinstra: “De Amstel is mijn riviertje”

Voor hoofdinstructeur Senne Zeinstra heeft de Amstel geen geheimen meer: “Ik ken inmiddels alle hoekjes, alle bochtjes. Ja, het is wel mijn tweede thuis als ik er weer mag zijn.”

Naast zijn passie voor roeien zet hij zich in voor een groenere samenleving. Mede hierdoor kunnen we hem terugvinden op lijst 3 van de aankomende Waterschapsverkiezingen. Wij gingen in gesprek met deze maatschappijkritische roeier.

Lees meer

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

De Razende Reporters: hard en spitsvondig commentaar

Dit weekeinde vindt op de Amstel de Heineken Roeivierkamp plaats, met stip de meest spectaculaire roeiwedstrijd van het jaar. Eén van de bijzonderheden zijn de Razende Reporters, die het evenement jaarlijks van spitsvondig commentaar voorzien. Toprow sprak met de meest ervaren van het stel, Coen Eggenkamp.

Wat is nu precies de charme van de ‘Heineken’?
“Het meest bijzondere is dat het anders dan elke andere reguliere nationale roeiwedstrijd is. Daar zie je op een saaie, rechte tweekilometerbaan de ene race na de andere in ganzenpas voorbij komen. Hier gebeurt eigenlijk elk moment wel wat. Zo heeft elke afstand weer wat anders. Bij de sprint op het lastige water voor Nereus verliezen onervaren roeiers nog wel een riem. Op de langste afstand, de 5000 meter, starten de snelste ploegen als laatste. Los van het lastige parcours en de vele stuurfouten die worden gemaakt, zorgt dat voor veel spektakel. Er moet immers ook veel worden ingehaald. Bij bruggen komen vaak genoeg teveel ploegen voor te weinig gaten. Dat gaat natuurlijk fout.” 

Sinds hoe lang becommentariëren jullie de wedstrijden al?
“Voor zover ik weet waren de eerste reporters al bij de eerste editie in 1973. Toen waren we nog enkel op het clubhuis van het organiserende Nereus te horen. Na verloop van tijd werd het professioneler en hadden we voor één weekeinde een radiofrequentie. Nu zijn we al een aantal jaren ook via internet te beluisteren. Uiteindelijk hebben we met pijn in ons hart twee jaar terug afscheid genomen van de echte radio. Het werd te duur en vrijwel iedereen luisterde via internet.” 

Hoe zijn jullie zo befaamd geworden?
“Ik weet nog van mijn eigen roeitijd dat je echt zoveel mogelijk van commentaar mee wilde pakken. Je moet ook het geluk hebben met de mensen met wie je het doet. Doordat er wel doorstroom inzit, lukt het op een of andere manier altijd wel het niveau sterk te houden. Ondanks dat ik me soms ook wel eens afvraag of dat nog wel lukt. Het leukste is als je wat verschillende types hebt. Dus een mix tussen kenners van roeien en grapjassen, maar ook in karakters. In de auto die altijd meerijdt, vind ik het bijvoorbeeld altijd fijn iemand te hebben met iets meer afstand. Op het balkon wil je liefst meer snelle grappen hebben.” 

Bereiden jullie je goed voor?
“Nee, eigenlijk totaal niet, al loop ik zelf altijd wel even in de inschrijvingen door. Mensen verbazen zich daar soms ook wel over, maar geen enkele grap of conversatie is ingestudeerd. Daarvoor zijn we ook te chaotisch haha. We zien elkaar ook vaak pas zaterdagochtend voor het eerst. Behalve dan de jongens van de techniek. Hulde overigens voor hen, want voor hen zit er veel meer werk in en niemand ziet hen, want ze zitten binnen in een buco om onder andere te schakelen tussen auto en balkon. Een verschrikkelijke klus met zoveel haantjes die continu roepen dat ze meer ‘air-time’ willen hebben. Veel mensen hebben niet door hoeveel werk hier inzit.” 

Reporters coen eggenkamp

De kritiek is soms dat jullie vooral veel afzeiken?
“Dat is inderdaad altijd een punt van zorg. Het meest makkelijke is het roeien wat je voor je ziet af te kraken. Echter het is ook vaak wat de mensen het liefste willen horen. We spreken elkaar er ook geregeld op aan als een blok te negatief is geweest. De andere kant is dat we onszelf ook bepaald niet sparen. Het kan er onderling hard aan toe gaan, zelf krijg ik bijvoorbeeld altijd grappen over mijn leeftijd en mijn jonge vriendin. Moet kunnen.” 

Zijn jullie eigenlijk non-stop dronken?
“Haha die vraag krijgen we vaker. Maar nee bepaald niet. Sommigen zijn richting het einde van de dag wel flink aangeschoten, maar zelf drink ik vaak pas in de laatste blokken, anders houd ik zo’n heel weekend simpelweg niet vol. Maar het klopt wel dat je grappen soms beter worden als je meer gedronken hebt. Slechter kan ook.” 

Waarom zijn jullie niet ook bij andere wedstrijden te horen?
“Vooral omdat deze wedstrijd zich perfect leent voor leuk commentaar. Sommigen van ons doen het wel, maar als groep doen we het niet. We zijn ook vrijwel allemaal van Nereus en we vinden het ook wel mooi het daar enkel voor te gebruiken. Dan blijft het uniek. We moeten onszelf ook niet te serieus nemen, daar wordt het commentaar ook niet beter van.”

De Razende Reporters zijn het hele weekend te horen via onderstaande link:

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Vorige week won een acht van Nereus tijdens een sparsessie op de Thames van de vrouwenacht van Cambridge die het op 7 april opneemt tegen Oxford voor de jaarlijkse Boatrace. Deze zogeheten fixture was gearrangeerd door de in Nederland opgeleide coach Astrid Cohnen, momenteel de assistent-coach van de ‘light blues’.

“Je moet je voorstellen dat onze acht in Groot-Brittannië tot nu toe alles gewonnen heeft wat ze gestart hebben. De fixtures op het parcours van de Boat Race gebruiken we om wedstrijdsituaties te oefenen. Nereus kon met zes medaillewinnaars van afgelopen WK onder 23 jaar komen, waardoor ik zeker wist dat we een sterke boot zouden treffen. Daar zouden we wat aan hebben”, legt Cohnen telefonisch uit vanuit Cambridge.

Recruitment
“Daarnaast hoop ik hiermee ook aan Nederlandse roeiers te laten zien dat studeren hier zo gek nog niet is. De trend is weliswaar om met een sportbeurs naar Amerika te gaan, maar hier kan je meedoen aan een uniek evenement en dito programma. De vrouwengroep is bijvoorbeeld behoorlijk internationaal met een behoorlijk aantal Amerikanen, een Zwitsers, Deens en Spaans meisje. Iedereen die hier een studie gedaan heeft, komt qua carrière terecht waar hij of zij wil. Overal staan ze in de rij voor mensen die hier gestudeerd hebben.” 

Herpakken
Haar wens voor sterke competitie kwam in Londen uit. Het Nereus-octet liet in het eerste stuk van twee kilometer niets heel van de vrouwen van Cambridge. “Dat was even wennen. Ons roeien was verreweg van representatief van onze standaard. Maar ze hebben zich goed herpakt en de schouders eronder gezet. Bij de tweede afstand lagen ze ondanks de minder voordelige kant qua bochten op de finish slechts een kwart lengte achter. Hier leren ze veel van, achter liggen kan ook gebeuren tijdens de Boatrace en dan moet je de juiste wapens paraat hebben.”  

cuwbc nereus 2019

Pastorie
Normaal gesproken houdt Cohnen, die in Nederland als betaald coach werkzaam was voor Skøll en Laga, zich vooral bezig met de lichte mannen en lichte vrouwen die hun Boatrace tegen eeuwige rivaal Oxford een week eerder roeien dan het officiële evenement op 7 april. “Ik ben aangenomen als assistent van de Amerikaanse hoofdcoach Rob Weber. Bij de zware vrouwenploeg doe ik af en toe de ergometertraining en ben ik een soort van pastoraal werker. Ik check geregeld hoe het met ze gaat en drink hier een daar koffie met ze. Ook wordt er naar mijn mening gevraagd met betrekking tot opstellingen en selecties.” 

Perfectionisme
De van oorsprong Duitse doelt op het zeer ambitieuze studieklimaat in combinatie met het zware trainingsregime. “In Nederland denkt men al dat de studiedruk hoog is. Dat is echter niets vergeleken met hier. Daarnaast trainen ze twaalf keer per week. Al onze roeiers zijn ook nog eens extreem perfectionistisch en zelfkritisch. Men zit maximaal in de focus van roeien, studeren en pendelen tussen collegezaal, de trainingslocaties en huis.” 

Logistiek
Volgens Cohnen zijn er behoorlijk wat verschillen met haar vorige coachwerkzaamheden in Nederland. “Ten eerste is er bij zo’n club als Cambridge een veel groter netwerk betrokken. Van bestuur tot sponsoren en invloedrijke ex-roeiers. Veel partijen willen helpen en delen hun advies over de ploegen. Je moet goed kunnen navigeren om je doel – het centraal stellen van de atleet – centraal te houden. Ook is de logistieke kant veel groter. Bij Nederlandse studentenverenigingen neemt een bestuur of een commissie veel werk uit handen. Hier moet je alles zelf doen: van de botenwagen tot het zorgen van reparaties van de boot .” 

Springplank
De voormalige roeister van Saurus en Skøll vertrok naar Engeland voor een nieuwe start. “Ik wilde mezelf ergens anders bewijzen. Ik had het idee dat er in Nederland op een bepaalde manier over me gedacht werd en daar wil ik graag vanaf en weer plezier hebben in het coachen. Door op een andere plek met dezelfde skills– waarin ik nog steeds veel vertrouwen heb – aan de slag te gaan, kan ik mijn manier van werken en samenwerken opnieuw neerzetten en vorm geven. Coachen hier in Cambridge is geweldig en ik ben enorm blij dat ik deze kans heb gecreëerd en gepakt. Als dit ooit een springplank blijkt te zijn voor andere kansen is dat mooi, maar voor nu zijn mijn roeiers en de Boatrace het allerbelangrijkste.”

Partnership Holland Acht en Red Bull

Partnership Holland Acht en Red Bull

Sponsor steunt sporters in ruil voor verhalen

De Holland Acht gaat de komende twee jaar een partnership aan met Red Bull. Het is een vorm van sponsoring die het bedrijf wereldwijd al langer toepast en waarin inspirerende verhalen van sporters een sleutelrol spelen.

“Waar het akelige drankje met de rode stier spandoeken ophangt, ben je verzekerd van spektakel”, schreven we in het oktobernummer van Roei!. We wisten toen nog niet dat bondsvoorzitter Rutger Arisz op 8 december Red Bull zou presenteren als nieuwe partner van de Holland Acht. Het verbaasde ons, want hoe is Red Bull te verenigen met de tegelijkertijd geopende topsportkeuken op de Bosbaan? En hoe spectaculair is roeien nu eigenlijk met dik twintig kilometer per uur op twee kilometer stil water? Maar toen we ons erin verdiepten bleken die gedachten te kort door de bocht.

Authentieke verhalen

Het Oostenrijkse Red Bull (zie Jetlag) verkoopt sinds 1987 blikjes energiedrank. Hieraan gekoppeld is een marketingstrategie waarvan het motto luidt ‘Red Bull geeft je vleugels’. Naast het organiseren van adrenalineverhogende evenementen als ‘Crashed Ice’, downhill schaatsen in een soort bobsleebaan, en ‘X-Row’, een roei-evenement in achten waarbij de deelnemers een deel van het parcours met de boot op de schouders over land afleggen, zoekt het bedrijf naar samenwerking met mensen die de grenzen verkennen van wat voor hen mogelijk is en daarvoor wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken, de zogenoemde vleugels. Die mensen vinden ze in de topsport, muziek en sociale innovaties. Liefst geen gearriveerde atleten of artiesten, maar mensen met talent die nog wat te winnen hebben.

Red Bull is op zoek naar inspirerende verhalen die de marketingafdeling via sociale en traditionele media verspreidt. Daarvoor heeft het bedrijf het Red Bull Media House opgericht dat met tv-zenders, tv-programma’s, films, tijdschriften, websites en games nu een van de grootste mediabedrijven van Oostenrijk is.

Ondersteuning van Red Bull kan die verhalen mooier maken, maar ook als dat niet meteen lukt toont het bedrijf zich een loyale partner. Zo werken ze al negen jaar samen met schaatser Kjeld Nuis, hoewel die in die periode tot twee keer toe de Olympische Spelen miste.

Robert Lücken

Verhalen, dat is waar de KNRB en Red Bull elkaar vooral lijken te vinden. Want ook de KNRB is erbij gebaat om inspirerende verhalen te communiceren, in hun geval om de roeisport te promoten. “Roeien is een hele authentieke sport”, vertelt Edwin Jansen, die als manager Marketing en Sponsoring bij de KNRB aan de basis stond van het contract met Red Bull, en in die rol pas in 2017 kennismaakte met de roeisport. “Er zitten hier op en top, puur natuur sportmensen die met hun passie en drive iets in deze sport willen bereiken. Ze hebben de gunfactor. Als ik hier binnenkom ’s ochtends hangen ze al aan de gewichten of fietsen ze naar de loods, en als ik weer naar huis ga zijn ze nog bezig. Dat kan mooie verhalen opleveren. Robert Lücken, bijvoorbeeld, heeft als slagman van de Holland Acht een prachtige erelijst met brons in Rio maar was toch teleurgesteld. Hij was gestopt, maar is inmiddels teruggekomen en zegt dat hij niet kan rusten voor hij goud heeft gewonnen. Roeien is een kleine sport, maar met zulke verhalen kun je toch de interesse van een groter publiek wekken en van potentiële sponsors.”

Jetlag

Het verhaal gaat dat de Oostenrijker Dieter Mateschitz, de oprichter van Red Bull, op dienstreis in Thailand voor zijn toenmalige werkgever Procter & Gamble een energiedrankje dronk tegen zijn jetlag en daarmee op het idee kwam dit in Europa op de markt te brengen. In 1987 ging het eerste blikje over de toonbank, in 2018 wereldwijd meer dan zes miljard. Het bedrijf is nog altijd zelfstandig en verkoopt naast energiedrank ook blikjes biologische frisdrank.

Sporters

Wereldwijd werkt Red Bull op dit moment samen met achthonderd sporters in uiteenlopende disciplines. In Nederland zijn dit achttien individuele sporters, waaronder motorcrosser Jeffrey Herlings, handbalster Tess Wester, schaatsers Kjeld Nuis en Irene Schouten, en sinds kort de Holland Acht en de Jumbo-Visma schaatsploeg. De energiedrankfabrikant ondersteunde ook de Zwitserse skiffeur Xeno Müller, die 1996 de eerste gouden olympische medaille voor Red Bull won (zie Handdruk). Op dit moment staan onder andere de huidige Noorse wereldkampioen skiff Kjetil Borch en de Kroatische dubbeltwee- en tweezonderkampioenen Martin en Valent Sinković onder contract. “Als Red Bull een land zou zijn, dan zou het in de top drie staan op de Olympische Spelen”, vertelt Jansen.

Red Bull ondersteunt deze atleten niet alleen financieel, maar ook door ze te helpen met het communiceren van hun eigen verhaal via social media en het bieden van faciliteiten om beter te kunnen trainen of presteren. Zo heeft het bedrijf een video-opstelling georganiseerd met tientallen camera’s waarmee uit alle hoeken de schaatsslag van Kjeld Nuis in beeld gebracht kon worden. Zijn eigen ploeg had daar niet de mogelijkheden voor.

Handdruk

De Zwitserse skiffeur Xeno Müller was de eerste roeier die gesponsord werd door Red Bull, van 1996 tot 2002. “Het bedrijf stond toen nog in de kinderschoenen”, vertelt hij via e-mail vanuit zijn woonplaats in de Verenigde Staten. “De samenwerking was altijd goed, alles ging op basis van een handdruk, ik hoefde geen contract te ondertekenen. De ondersteuning was vooral financieel en dat was heel welkom, want roeiers hebben nooit genoeg geld om van te leven, toen niet in ieder geval. Ik kon daardoor fulltime trainen in Californië – het weer is hier het hele jaar goed – en mijn coach Marty Aitken kwam elke vijf weken langs om mij tien dagen te begeleiden.” Müller won Olympisch goud in de skiff in Atlanta in 1996 en zilver in Sydney in 2000.

Community

Die achthonderd sporters en hun begeleiders vormen ook een soort netwerk of community. Sporters kunnen elkaar vragen stellen en het maakt de zoektocht naar deskundige begeleiding, bijvoorbeeld op het gebied van voeding of psychologie, makkelijker. Mensen van Red Bull helpen daar ook bij.

“Het is echt een heel fijne organisatie”, vertelt schaatsster Irene Schouten, in 2015 wereldkampioen massastart en in 2018 winnaar van olympisch brons in die discipline, over de telefoon. “Als ik in het buitenland aan het trainen ben kunnen ze daar bijvoorbeeld een goede fysiotherapeut voor me regelen. En ik heb ook heel veel aan het contact met andere sporters. Als er iets gezegd is in de media dat me niet bevalt en ik weet niet hoe ik erop moet reageren vraag ik ze wel eens om raad. Mensen in de schaatswereld hebben dan vaak al een oordeel, het is fijn als ik dan iemand uit een andere sport kan vragen hoe die het zou doen.”

Schouten, die inmiddels drie jaar met Red Bull samenwerkt, beaamt dat het delen van je eigen verhaal via social media tegenwoordig een must is voor topsporters. “Er zitten tegenwoordig meer mensen online dan voor de televisie. Als je veel volgers hebt is dat interessant voor bedrijven, en die bedrijven heb ik nodig om mijn sport te kunnen beoefenen. Hard schaatsen alleen is tegenwoordig niet meer genoeg. Red Bull heeft veel ervaring met social media en vertellen me welk soort foto’s het goed doen en hoe lang filmpjes moeten zijn om de aandacht vast te houden. Zelf ben ik daar niet zo goed in, ik ben blij met die tips. En toen ik laatst gehackt was hebben ze me daar ook direct bij geholpen.”

Suiker en cafeïne

Red Bull is een drank met net zoveel suiker als een gemiddelde frisdrank en net zoveel cafeïne per blikje als een kop koffie. Het wordt gerekend tot de ‘energiedranken’, een segment dat Red Bull op de markt geïntroduceerd heeft.

Per 100 ml

Red Bull

Koffie

Cola

Jus d’orange

Energie in kcal

46

1

41

46

Suiker in g

11

0,1

10

11

Cafeïne in mg

32

68

10

0

Vergelijking belangrijkste bestanddelen (Bron: Voedingscentrum/NEVO)

Het Voedingscentrum stelt ‘hoe minder, hoe beter’, en raadt af energiedrank te gebruiken als sportdrank. Door de hoge concentratie suiker vertraagt het de vochtopname in de darm, wat uitdroging kan veroorzaken. Aan de andere kant is bewezen dat cafeïne in de hoeveelheid van een blikje Red Bull een opwekkend effect heeft, vermoeidheid tijdelijk kan verdrijven en de concentratie en aandacht verbetert. Als je alleen daarop uit bent kun je kiezen voor de suikervrije variant van het drankje, maar die bevat evenals gewone frisdrank zuren die leiden tot tanderosie. Dan kun je nog beter een kop koffie zonder suiker drinken.

Van specifieke ingrediënten van Red Bull als taurine en glucorono-lacton is niet bewezen of het positieve dan wel negatieve effecten heeft.

Red Bull heeft in recente berichten in de media enige tijd als een gevaarlijk drankje te boek gestaan, waar je dood van zou kunnen gaan na consumptie van één blikje, maar dat lijkt gezien de samenstelling overdreven. Gezond is het drankje evenwel niet. Is dat wel te verenigen met toproeien en het gezondheidsverhaal dat de sport wil uitdragen?

Edwin Jansen benadrukt dat de KNRB aan goede voorlichting wil doen over het gebruik van Red Bull. “Het is een functioneel drankje als je er verder een gezonde levensstijl op nahoudt. Het is geschikt voor als je een examen voor de boeg hebt, een wedstrijd of een lange autorit, niet voor dagelijks gebruik als alternatief voor frisdrank. Dat verhaal gaan wij ook vertellen. Of we beter met een ander soort sponsor in zee hadden kunnen gaan? Stel dat dat een telefoonmaatschappij zou zijn, dan zeggen we daarmee ook niet dat we het een goed idee vinden dat je mobiel belt tijdens het autorijden.”

Droom

Jansen, die eerder in de marketing en communicatie werkte voor diverse grote sporten, was bekend met deze sponsorformule van Red Bull en had via via gehoord dat er op het hoofdkantoor een droom leefde om samen te werken met een acht. “Ik dacht, die acht, dat moet de Holland Acht worden. Samen met bondsvoorzitter Rutger Arisz heb ik toen contact gezocht met Red Bull. Deze vorm van sponsoring is nieuwe stap voor de KNRB, het is een andere manier van werken en we zijn er samen stap voor stap naartoe gegroeid.”

Het was een proces van een jaar voor de afspraken helemaal rond waren, en in dat jaar ging het vooral om de inhoud. Jansen kijkt er met veel enthousiasme op terug. Over het sponsorbedrag mag hij geen uitspraken doen, maar hij kan wel zeggen dat het om een substantieel bedrag gaat en dat het contract loopt tot eind 2020. “Het is een mooie aanvulling op onze jarenlange samenwerking met hoofdsponsor Aegon.”

Faciliteiten

Aan welke verbeteringen de Holland Acht samen met Red Bull precies gaat werken is nog niet bekend. Toen geruchten over de sponsordeal begonnen uit te lekken is besloten het nieuws eerder naar buiten te brengen. Zeker is dat dit in dezelfde sfeer ligt als bij andere sporters: financiële middelen, faciliteiten om beter te kunnen presteren, ondersteuning bij social media en het wereldwijde netwerk van Red Bull sporters. En als er bijvoorbeeld geïnvesteerd wordt in het krachthonk, profiteren andere roeiers mee. De ondersteuning is daarmee niet exclusief voor de Holland Acht.

En hoe zit het dan met dat drankje, dat in de sport een twijfelachtige reputatie heeft als energiedrank (zie Suiker en Cafeïne)? Het lijkt meer een symbool dan een product – het steuntje in de rug als je dat nodig hebt. De roeiers zijn niet verplicht het voor de camera te drinken, maar als ze het helemaal niet zouden gebruiken was er ook geen basis geweest voor een samenwerking.

Voor de mannen van de Holland Acht biedt de samenwerking met Red Bull de mogelijkheid zich als atleet en mediapersoonlijkheid verder te ontwikkelen. Irene Schouten: “Red Bull denkt heel erg mee over hoe ze je beter kunnen maken. Ik denk dat de roeiers daar heel blij van gaan worden.”

Over de totstandkoming van dit artikel          

Aan dit artikel is medewerking verleend door Red Bull Nederland, op voorwaarde dat wij hen niet zouden citeren. Dat is hun beleid, anderen moeten verhalen over het bedrijf vertellen. Door hiermee akkoord te gaan zijn we in feite onderdeel geworden van de marketingstrategie van Red Bull. De redactie is over dit bezwaar heen gestapt omdat het artikel inzicht biedt in de hedendaagse sponsoring van topsport.

Tekst: Leonie Walta en Koos Termorshuizen
Foto’s: Red Bull Content Pool

‘Everything Is Bigger In Texas’

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Stadium
Een dag in het leven van een sporter aan de University of Texas ziet er ongeveer zo uit. Er is op de campus een gigantisch American Football Stadium, ofwel het Darrell K Royal-Texas Memorial Stadium, met een bescheiden 100.119 zitplaatsen, wat het volgens Wikipedia het negende grootste stadion in de wereld maakt. In dit stadion zijn alle faciliteiten die je op een dag nodig hebt, in sommige gevallen zelfs het lokaal waar je college hebt. Op de vijfde verdieping zit het beruchte ‘study hall’, waar je als freshman(eerstejaars student) verplicht acht uur per week volmaakt aan studie-uren.

Fanny_stadium_Texas

Studiebegeleiding
Voor de meeste internationale studenten in mijn team is dit meestal onnodig en vooral hinderlijk, maar blijkbaar is het laatste jaar high school in Amerika een grap en kunnen ze wel wat extra toezicht gebruiken. Hier vindt men ook de advisorsin die gespecialiseerd zijn in plannen, leerproblemen, of jouw specifieke studierichting en kunnen helpen met het kiezen van je vakken. Zij bepalen ook of je op eigen benen mag studeren. Het is nogal een doolhof om als internationale student hier aan te komen en geen snars van het hele systeem te begrijpen, maar doordat er zoveel mensen zijn aan wie je alle mysteries in de wereld kan vragen, is het mij uiteindelijk gelukt om het zo te regelen dat ik een halfjaar korter over mijn studie doe.

Voeding
Een verdieping daarboven vind je het Texas Athletic Nutrition Center (TANC) waar je van een buffet lunch en diner kan halen. Dit bestaat uit een saladebar, yoghurtbar, smoothie- en verse sapjesbar, er is een zogeheten ‘egg-man’ die eitjes voor je bakt zoals je ze hebben wil, de ‘stir-fry guy’ die alles naar wens wokt én er is een sectie met gerechten van de dag. Overal staat bij of het proteïne, complexe koolhydraten of groenten met bovennatuurlijke werkingen zijn om te helpen met het maken van je keuze voor een uitgebalanceerd dieet. In de kelder van het stadion zitten B1 en B2. De eerste voor staat voor de ‘treatment room’ en de tweede voor het krachttrainingshonk, waarnaast je de jacuzzi en het ijsbad vindt. Bij de krachttrainingsruimte is ook een aparte bar met gezonde snacks om te eten voor en na het sporten, die wordt gerund door de diëtist die is toegewezen om ons team een beetje gezond en fit te krijgen.

Blessures
In B1 hebben we per team verschillende ‘physical trainers’ (wat niet hetzelfde is als een fysiotherapeut, daar hebben ze in Amerika namelijk nog nooit van gehoord) die helpen met blessures. Er is een app waarin je per dag kan iemand kan boeken op basis van je blessure en je beschikbaarheid. Daarnaast hebben we een huisarts die iedereen van de benodigde neussprays en geruststellende praatjes voorziet. Ook is er de mogelijkheid om in therapie te gaan, wat wordt vergoed door de universiteit omdat er in Amerika een grote focus ligt op mentale gezondheid.

Privéjet
Mijn favoriete verhaal om te vertellen als ik eens wil opscheppen is dat we in de maand mei veel wedstrijden hebben naast een tentamenweek. Om problemen te omzeilen vliegen we daarom met een privéjet naar een race die altijd in het midden van deze week valt, zodat er minder kans is op vertraging of problemen op het vliegveld. Elke jaar weer is het een bizarre ervaring om met een team van ongeveer vijftig meisjes in ons eigen vliegtuig te zitten.

Zelfstandigheid
Nu is het natuurlijk de vraag of je al deze fancy foefjes en Nike-kleren nodig hebt om te kunnen functioneren als student en sporter. Het antwoord daarop is naar mijn mening: nee. Ik heb zelfs het idee dat het voor eeuwig in de watten gelegd worden soms de groei naar zelfstandigheid als sporter en student in de weg zit. Aan de andere kant is het een heerlijk gevoel om te kunnen rekenen op gezondheidszorg en ondersteuning in je universitaire carri
ère, aangezien daar nogal wat mis kan gaan als je minstens 20 uur per week met je sport bezig bent, 15 uur per week les hebt en nog moet studeren af en toe. Zo’n vangnet heb je in Nederland niet. Dus of het allemaal nodig is? Nee. Of het leuk en handig is? Dat zeker wel.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60...

Lees meer

Pin It on Pinterest