België is geen groot roeiland. Met twee en een half duizend leden past de roeibond KBR/FRBA met gemak twaalf keer in de KNRB. Toch is de organisatie vanwege de Belgische bestuursstructuur erg complex. En dan is er nog dat verdriet om die twee topploegen waarvan er maar één naar Rio mocht.

Op het Olympisch Kwalificatietoernooi in 2016 plaatsten zich twee Belgische boten voor Rio: skiffeur Hannes Obreno en de lichte dubbeltwee met Tim Brys en Niels van Zandweghe. België mocht echter maar één boot afvaardigen omdat vanwege de mondialisering van de roeisport ook kleine roeilanden een kans moesten krijgen. De Belgische roeibond was gedwongen een hartverscheurend oordeel te vellen en gaf uiteindelijk Obreno het startbewijs. Het drama werd helemaal bitter toen bleek dat de plaats van de lichte dubbeltwee toeviel toe aan de verliezende finalist, Denemarken, dat al met vijf boten naar de Olympische Spelen mocht. 

Voor Gwenda Stevens (52), voorzitter van de Koninklijke Belgische Roeibond, was deze gebeurtenis een zwarte periode in haar voorzitterschap. Ze krijgt tranen in de ogen wanneer ze erover spreekt. “Het was een nachtmerrie, ik word er nog emotioneel van als ik eraan denk. Je zag die jongens zó teleurgesteld, ik had echt hartzeer. De druk was enorm: Roeibond, doe iets! Nog steeds hoor je zo hier en daar de kritiek. Maar het bestuur en ik weten wat we er allemaal voor gedaan hebben.” 

Praten als Brugman tot in de hoogste FISA-regionen wierp geen vruchten af. De Deense bond stond al met advocaten klaar, zou de FISA een andere beslissing nemen. Werd de Belgische bond overvallen door de regel? Niet door de regel maar wel door de plaatsing van zowel de skiff als de lichte dubbeltwee. 

Politieke structuur 
Leren van ervaring en volhouden zijn eigenschappen die Stevens als voorzitter van de Belgische Roeibond hard nodig heeft. Want de structuur van de Koninklijke Belgische Roeibond (KBR), ofwel Fédération Royale Belge d’Aviron (FRBA), is uiterst complex. De bond is de koepelorganisatie waaronder de Vlaamse Roeiliga (VRL) en de Ligue Francophone d’Aviron (LFA) ressorteren, die worden gefinancierd door de Vlaamse en Waalse gouvernementen. Stevens: “De politieke structuur is erg nadelig voor ons. De Bond zelf heeft helemaal geen geld, dat zit bij de liga’s. Wij hebben de medailles voor het Belgisch kampioenschap moeten kopen van het geld van boetes die we hebben geïnd van roeiers die overtredingen begingen. De roeiers zijn geneigd niet naar de Bond, maar naar hun liga te kijken. Daar zijn de faciliteiten. Dat is frustrerend, voor mij persoonlijk ook. Vooral omdat ik vind dat we als Bond niet genoeg voor de roeiers kunnen doen.” 

De politieke en culturele verdeeldheid zijn des te nadeliger omdat de Belgische roeigemeenschap niet erg groot is. Aan de Waalse kant zijn er 875 roeilicenties en aan de Vlaamse kant ongeveer 1650. Het voor Nederland typische studentenroeien bestaat in België nauwelijks, althans niet in de vorm van zelfstandige studentenroeiverenigingen. Het aantal verenigingen is beperkt en studentenroeiers vinden onderdak bij de bestaande verenigingen. Stap voor stap probeert de Roeibond vooruitgang te boeken. Een andere beperkende factor is de geringe beschikbaarheid van roeiwater. En omdat verzekeringen verplichten dat elke boot op het water een begeleider op de wal heeft, is roeien ook nog eens arbeidsintensief. 

Talenten 
Stevens laat zich echter niet ontmoedigen. De Belgische Roeibond is nog altijd de belangrijke schakel tussen de twee liga’s en het nationale en internationale roeien. Met goedkeuring van de beide gouvernementen heeft de Bond een hoofdcoach in dienst die de nationale ploeg op de roeibaan Hazewinkel begeleidt. Op de niveaus daaronder hebben de liga’s hun eigen coaches. 

Door op verschillende bestuurlijke niveaus te acteren zet Stevens het roeien nationaal en internationaal op de kaart en werkt ze aan de verbetering van klimaat voor de roeiers. “Mijn hartstocht gaat uit naar de roeisport zelf. Als ondervoorzitter van de Koninklijke Roeivereniging Sport Gent en in de functie van kamprechter sta ik altijd dichtbij of op het vlot. Ik wil er zijn voor de mensen. Ik ben geen bestuurder die alleen op de tribune gaat zitten. Ik wil zien wat er in het veld gebeurt.” 

Werk aan de winkel genoeg in België. Een van de initiatieven van Stevens is de jeugdstage voor 13- en 14-jarigen. Alle clubs worden hiervoor uitgenodigd. “Ik ben er niet voor om er bij de jeugd al talenten uit te pikken. Daarvoor vind ik ze nog te jong. De minder sterke kinderen en de kinderen die nog geen groeispurt hebben meegemaakt verlies je daarmee. En de talenten die je selecteert gaan zich al te vroeg oppervoelen. Ook heb je te maken met een veranderende mentaliteit. Kinderen en ouders accepteren geen afwijzing meer, zoals de Oostenrijkse roeibond op het FISA-congres in Berlijn naar voren bracht. Selecties leiden daar soms tot een ganse hetze.” 

Belgie roeibond2

© Merijn Soeters – www.merijnsoeters.com

Competitie 
De clubs vormen het fundament van de roeisport. Daar mag wat Stevens betreft wel wat meer beweging in komen. “Zij moeten de roeiers en roeisters stimuleren. We hebben jarenlang gehad, dat roeiers zich niet meer inschrijven als er een kampioen is die jaren achtereen wint, zoals Eveline Peleman (wereldkampioene lichte skiff 2014, inmiddels als international gestopt, red.). Ik denk wel eens dat we teveel op onze lauweren rusten, te lang blij zijn met een kampioen. Als je wilt dat je jonge roeiers doorstromen van nationaal naar internationaal, dan moet je de opvolgers al hebben klaarstaan. Bij te geringe competitie worden de wedstrijden saai en komt er niemand kijken. Maar ja, ook dat moeten de clubs zelf stimuleren. Laat die ook voor toeschouwers zorgen, zodat een roeiwedstrijd weer een evenement wordt. Daar moeten we allemaal keihard aan werken.” 

Stevens ziet geen heil in de pogingen van sommige landen om het aantal leden van de Roeibond te vergroten door ergometerroeiers licenties te geven: “De kern van onze mooie sport moet je niet laten verwateren. Dat mensen die in de fitnesszaal op ‘iets’gaan zitten en dan zeggen: ik heb vandaag geroeid – daar heb ik mijn twijfels over.” 

Een van de doelen van de roeibond is de Belgische kampioenschappen attractiever maken. Komend jaar april wordt samen met de Antwerpse clubs het Belgisch Kampioenschap (BK) korte boten georganiseerd – in Nederland noemen we dat kleine nummers. In september is er het het BK voor de lange boten in samenwerking met Brussel. Om evoor te zorgen dat er voldoende competitie is, zijn er nummers geschrapt, waaronder de mannen 4+ en 2+. Een nieuw nummer is de mixed dubbelvier voor junioren en senioren. Kleinere clubs zijn daarmee eerder in staat om roeiers af te vaardigen naar het kampioenschap lange boten. De roeisters en roeiers die dit jaar in de A- of B-finales uitkwamen krijgen een feestelijke huldiging. Stevens: “Zo ben ik begonnen met het een beetje leuker te maken.” 

Logo’s 
Stevens omschrijft haar rol als die van moderator naar de beide liga’s toe. Het lijkt een detail, maar ook de kwestie van de logo’s op het roeipakje past in haar aanpak. “De bond had een oubollig logo, waaraan je niet eens kon zien dat het over roeien ging. Dat hebben we veranderd. Dan hadden de Waalse en Vlaamse liga ook nog elk hun eigen logo op het pakje. Denk niet dat een Waalse roeier met een Vlaams logo op zijn pakje ging roeien, of andersom. Dan was het hek van de dam. Nu hebben we een roeipakje met het nieuwe logo samen met de logo’s van beide liga’s. Ik beleg een paar keer per jaar een tripartite overleg tussen de bond en de liga’s. Dan breng ik ook kwesties als deze ter sprake en zeg: jongens, wat gaat ’t zijn?” 

Stevens is voor een tweede termijn herkozen tot 2021 en meer dan ooit gemotiveerd. “Ik ben ambitieus. Ik wil er iets van maken. Ik ben iemand die graag problemen aanboort om tot een oplossing te brengen. Die zijn voor mij een uitdaging. Roeien is mijn passie, ik ga ermee naar bed en sta ermee op.” 

Gaat het drama van Rio zich ooit herhalen? Stevens is daar beslist in: “Nee. Afgezien van de FISA-regels hadden we er gewoon niet aan gedacht dat we met twee boten voor de medailles zouden gaan. Nu zeg ik: verdomd, jongens, we gaan wél voor de medailles.”

Gwenda Stevens (52) begon in 1977 met roeien bij de Brugse Trimm- en Roeiclub Brugge, en is sinds 1983 lid van Koninklijke Roeivereniging Sport Gent. Ze was ruim tien jaar wedstrijdroeister. Later haalde ze haar trainersdiploma en vervulde ze diverse trainersfuncties bij Sport Gent, met name voor de jeugd. Vanuit die rol was ze ook teammanager voor de Coupe de la Jeunesse en de WK onder 23. Ze is internationaal kamprechter en lid van de Executive Board voor de Coupe de la Jeunesse. Sinds 2004 maakt ze deel uit van het bestuur van de Koninklijke Belgische Roeibond, waarvan ze sinds 2013 voorzitter is. Ook is ze lid van de raad van bestuur van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité.

Pin It on Pinterest

Share This