Selecteer een pagina
Laatste loodjes

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan. In Amerika geldt hetzelfde, maar is het nog net iets extremer qua trainingsuren. Eind augustus, begin september wordt er alweer meer dan twintig uur per week getraind. Na drie maanden zomervakantie en een beetje hannesen in de skiff en krachttraining tussendoor is de terugkomst in Amerika dan ook een grote schok.

Training Longhorn invite

Ik ben altijd half vergeten dat ik in Amerika ook nog een leven heb, maar tot nu toe werd ik er altijd weer aan herinnerd als ik mijn huissleutels met de ‘longhorn’ van Texas pak om de deur van mijn appartement open te doen. Dit wedstrijdseizoen is mijn laatste seizoen en dat het vandaag 1 mei is, voelt als een klap in mijn gezicht. Mijn huur wordt overgenomen door twee eerstejaars van mijn team. Na 3,5 jaar ploeteren, maar ook genieten is mijn laatste maand in Amerika aangebroken.

Training voor de Longhorn invite 26 april

Toen ik me in Nederland probeerde voor te bereiden op het grote vertrek naar de overkant van de oceaan was ik ontzettend emotioneel. Bij alles wat ik deed dacht ik ‘dit is de laatste keer dat ik langs de grachten fiets…’, of ‘dit is de laatste keer dat ik hagelslag eet…’Ik had verwacht dat eenzelfde gevoel van melancholie me zou overvallen over Amerika, maar het tegendeel is gebleken. Het hele jaar wacht ik op de anticipatie van het gemis van Amerika, maar ik kan eigenlijk niet wachten om weer naar huis te gaan.

Na wedstrijd Longhorn invite (winst) (maar moe)

Toch probeer ik te bedenken wat ik ga missen aan Amerika en of er dingen zijn waar ik me nu niet bewust van ben die ik ga missen. Ik roei hier dagelijks met meisjes van over de hele wereld. Mijn beste vriendinnen en teamgenoten komen uit Servië, Griekenland, Engeland, Italië en elke uithoek in Amerika. Voordat ik vertrok had ik het idee dat toch wel een soort wereldbeeld had dat klopte, naar aanleiding van het luttele aantal reisjes dat ik had gedaan met mijn ouders. Ik heb hier geleerd dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt, hoe je ouders in elkaar steken of wat je is aangeleerd.

Ondanks dat het belachelijk cliché klinkt, heb ik geleerd dat het gezamenlijke doel, met elkaar roeien, iedereen bij elkaar brengt en verschillende politieke, religieuze en andere overtuigingen onbelangrijk maakt. Mijn eerste jaar schrok ik me een hoedje van een jaargenoot die de overtreffende trap van Amerikaans is: conservatief, republikein, fervent Trump-aanhanger en vrij religieus. Alles wat ik totaal níet ben. Nu, drie jaar later, zou ik niemand liever in de boot willen hebben om twee kilometer lang tegen me te schreeuwen dan zij. De diversiteit van het team en de verschillende perspectieven die iedereen om me heen heeft, zal ik in Nederland toch wel echt missen.

Athletic Academic award ceremony met vader

Het is sowieso bizar om terug te denken aan de afgelopen 3,5 jaar en wat ik allemaal heb meegemaakt en geleerd. Afgelopen weekend zat ik met mijn mede-Hollanders Susan en Mick bij de manicure (omdat we zó geamerikaniseerd zijn) en een vrouw vroeg aan ons wat we in Austin deden. Ze vroeg naar het schema van het roeiteam en ik legde uit dat we dit seizoen in San Diego, Princeton, Ohio, Austin, Oak Ridge en Indianapolis wedstrijden hebben. In twee maanden reizen we heel Amerika rond, alleen maar om een beetje te peddelen tegen wat andere bootjes voor de lol. Dat is toch gewoon geweldig.

Dat ik ondertussen 7 hoofdstukken achterloop voor mijn statistiek tentamen, de laatste helft van mijn scriptie nog moet schrijven en kreupel de dag doorkom door het aantal 1500 metertjes dat we hier doen als voorbereiding op het wedstrijdweekend (volgens mijn coach verliezen we fitness in het wedstrijdseizoen omdat ‘wedstrijdweekenden niet zo zwaar zijn’) vergeet ik maar eventjes. Het is een bizarre 3,5 jaar geweest. Of het gras altijd groener is aan de overkant? Dat moet nog blijken.

 

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan.

Lees meer

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer
Tot nooit meer ziens, Waco!

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Omdat onze eerste wedstrijd op 6 april in San Diego plaatsvindt zijn we op trainingskamp in het beruchte Waco. We doen hier de selecties om te bepalen wie in de eerste en tweede acht, en de eerste vier zal zitten. Toen ik mijn eerste jaar aan mijn ouders vertelde dat ik naar Waco ging, waren ze ontzettend bezorgd. Waco staat namelijk bekend als een vreemd stadje (ook wel ‘wacko’ genoemd) omdat hier in 1993 de ‘Waco siege’ plaatsvond, een conflict van twee maanden tussen de FBI en een christelijke sekte, die illegale wapens bezat. Uiteindelijk is het complex waar deze mensen woonden in rook op gegaan, met alle leden van de sekte erin. Volgens de FBI was het vuur aangestoken door de leider van de cult, maar sinds kort heeft de enige persoon die het heeft overleefd een documentaire en een boek geschreven over hoe de FBI verantwoordelijk is geweest voor de massamoord. Voor het trainingskamp zelf is dit natuurlijk niet relevant, maar het is wel één van de dingen die ik zo bijzonder vind aan studeren in Amerika. Je komt op bizarre plekken die je normaalgesproken alleen van films en het nieuws kent. 

Trainingsprogramma
Gelukkig is 1993 een lange tijd geleden en valt het reuze mee in Waco, maar het blijft een gehucht. We zitten in een hotel langs de enige grote weg in het hele dorp. Het botenhuis van de ploeg die hier permanent roeit, ‘Baylor Crew’, is ongeveer twee kilometer van het hotel vandaan. ’s Ochtends en ’s middags rennen we naar het botenhuis toe, roeien we een kilometertje of 24 in de acht en doen we seat-racesom de boten te selecteren. Vervolgens rennen we weer terug en doen we misschien nog een circuit met buikspieroefeningen en squats. De sfeer is soms best gespannen, omdat iedereen op het water zich er bewust van is dat het gaat om welke positie je behaalt. Uiteindelijk is het doel om als collectief zo hard mogelijk te gaan, maar het is nog best lastig om de concurrentie onderling tot het minimum te behouden. 

fanny_bon_amerika

Seat-races
Seat-raceszijn voor Amerikaanse coaches zo’n beetje de favoriete manier van selecteren. Elke dag roeien we in een andere opstelling. Iedereen wordt door elkaar gehusseld. Natuurlijk zijn er mensen die vaker op slag of op boeg zitten, maar om een beeld te geven: mijn eerste jaar roeide ik bij de nationale universiteitskampioenschappen (NCAA’s) op slag, het tweede jaar op twee en mijn derde jaar op zes. Hoe dichterbij de eerste race komt, hoe spannender elke dag wordt qua opstelling. Iedereen weet inmiddels wie écht kans maakt om in de eerste acht te komen, dus als je met teamgenoten zit van wie je dat weet, weet je dat je goed bezig bent. Het blijft een soort spel, waarin je gokt of jouw boot nu zou moeten winnen van de andere boot.

Ploegdynamiek
NCAA’s is namelijk een toernooi waarin drie bootscategorieën worden gevaren. Per categorie en resultaat krijg je punten waarna het team met de meeste punten de nationale titel wint. De eerste acht krijgt dus de meeste punten, daarna de tweede acht en de vier krijgt de minste punten. Het verschil in tijden tussen de eerste en de tweede acht is meestal zo’n 10-12 seconden per race. Dit zorgt soms voor een gekke dynamiek in het team. De eerste acht hoort namelijk de tweede acht altijd te verslaan, dus zodra de selectie een beetje rond is, train je alsnog met elkaar terwijl je weet dat één van de boten elke training zal verliezen. De coaches willen immers zien of het verschil groot genoeg blijft.

Saai 
Trainingskamp in Waco staat altijd bekend als een soort spannende tijd vanwege de selecties, maar tegelijkertijd ook heel zwaar en vooral ’s winters erg saai. De trainingen zijn eindeloos, dus de dag ziet er vrij repetitief uit met urenlang trainen, eten en slapen. Vooral de eerstejaars vinden het reuze spannend met de selecties en zijn elke dag zenuwachtig. Voor mij als senior (vierdejaars) is dit trainingskamp de laatste keer, daardoor is de spanning er wel een beetje vanaf. En één ding weet ik zeker: tot nooit meer ziens, Waco!

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan.

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

‘Everything Is Bigger In Texas’

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Stadium
Een dag in het leven van een sporter aan de University of Texas ziet er ongeveer zo uit. Er is op de campus een gigantisch American Football Stadium, ofwel het Darrell K Royal-Texas Memorial Stadium, met een bescheiden 100.119 zitplaatsen, wat het volgens Wikipedia het negende grootste stadion in de wereld maakt. In dit stadion zijn alle faciliteiten die je op een dag nodig hebt, in sommige gevallen zelfs het lokaal waar je college hebt. Op de vijfde verdieping zit het beruchte ‘study hall’, waar je als freshman(eerstejaars student) verplicht acht uur per week volmaakt aan studie-uren.

Fanny_stadium_Texas

Studiebegeleiding
Voor de meeste internationale studenten in mijn team is dit meestal onnodig en vooral hinderlijk, maar blijkbaar is het laatste jaar high school in Amerika een grap en kunnen ze wel wat extra toezicht gebruiken. Hier vindt men ook de advisorsin die gespecialiseerd zijn in plannen, leerproblemen, of jouw specifieke studierichting en kunnen helpen met het kiezen van je vakken. Zij bepalen ook of je op eigen benen mag studeren. Het is nogal een doolhof om als internationale student hier aan te komen en geen snars van het hele systeem te begrijpen, maar doordat er zoveel mensen zijn aan wie je alle mysteries in de wereld kan vragen, is het mij uiteindelijk gelukt om het zo te regelen dat ik een halfjaar korter over mijn studie doe.

Voeding
Een verdieping daarboven vind je het Texas Athletic Nutrition Center (TANC) waar je van een buffet lunch en diner kan halen. Dit bestaat uit een saladebar, yoghurtbar, smoothie- en verse sapjesbar, er is een zogeheten ‘egg-man’ die eitjes voor je bakt zoals je ze hebben wil, de ‘stir-fry guy’ die alles naar wens wokt én er is een sectie met gerechten van de dag. Overal staat bij of het proteïne, complexe koolhydraten of groenten met bovennatuurlijke werkingen zijn om te helpen met het maken van je keuze voor een uitgebalanceerd dieet. In de kelder van het stadion zitten B1 en B2. De eerste voor staat voor de ‘treatment room’ en de tweede voor het krachttrainingshonk, waarnaast je de jacuzzi en het ijsbad vindt. Bij de krachttrainingsruimte is ook een aparte bar met gezonde snacks om te eten voor en na het sporten, die wordt gerund door de diëtist die is toegewezen om ons team een beetje gezond en fit te krijgen.

Blessures
In B1 hebben we per team verschillende ‘physical trainers’ (wat niet hetzelfde is als een fysiotherapeut, daar hebben ze in Amerika namelijk nog nooit van gehoord) die helpen met blessures. Er is een app waarin je per dag kan iemand kan boeken op basis van je blessure en je beschikbaarheid. Daarnaast hebben we een huisarts die iedereen van de benodigde neussprays en geruststellende praatjes voorziet. Ook is er de mogelijkheid om in therapie te gaan, wat wordt vergoed door de universiteit omdat er in Amerika een grote focus ligt op mentale gezondheid.

Privéjet
Mijn favoriete verhaal om te vertellen als ik eens wil opscheppen is dat we in de maand mei veel wedstrijden hebben naast een tentamenweek. Om problemen te omzeilen vliegen we daarom met een privéjet naar een race die altijd in het midden van deze week valt, zodat er minder kans is op vertraging of problemen op het vliegveld. Elke jaar weer is het een bizarre ervaring om met een team van ongeveer vijftig meisjes in ons eigen vliegtuig te zitten.

Zelfstandigheid
Nu is het natuurlijk de vraag of je al deze fancy foefjes en Nike-kleren nodig hebt om te kunnen functioneren als student en sporter. Het antwoord daarop is naar mijn mening: nee. Ik heb zelfs het idee dat het voor eeuwig in de watten gelegd worden soms de groei naar zelfstandigheid als sporter en student in de weg zit. Aan de andere kant is het een heerlijk gevoel om te kunnen rekenen op gezondheidszorg en ondersteuning in je universitaire carri
ère, aangezien daar nogal wat mis kan gaan als je minstens 20 uur per week met je sport bezig bent, 15 uur per week les hebt en nog moet studeren af en toe. Zo’n vangnet heb je in Nederland niet. Dus of het allemaal nodig is? Nee. Of het leuk en handig is? Dat zeker wel.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan.

Lees meer

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer
Blessures in Amerika: onnodig stressvol

Blessures in Amerika: onnodig stressvol

In vorig artikel besprak ik de verschillen in coachen tussen Nederland en Amerika. Een onderdeel dat het verschil in coachen voedt, is dat teams hier een stuk groter zijn dan in Nederland. Universiteitsteams hebben normaalgesproken tussen de 50 à 60 mensen, die altijd tegelijkertijd trainen. De band met de coach is daarom meer van coach tot team dan van coach tot individuele roeier, wat invloed heeft op de communicatie over blessures. In elke sport zoekt een coach het grijze gebied op om de piekprestatie van zijn atleet te behalen, waarbij de coach en atleet allebei het risico nemen op vroegtijdig opbranden van de atleet. Dit is een lastige taak waar op topniveau veel mee wordt geëxperimenteerd door individuele topsporters en hun begeleiders.

Communicatie
Het is nog lastiger om het optimale te proberen te doen als je verantwoordelijkheid draagt voor een grote groep jonge vrouwen of mannen, waarbij iedereen elkaar in de gaten houdt. Als coach heb je heel wat uit te leggen als één roeier een bepaalde zware training niet hoeft te doen. Daarnaast wordt de communicatie over blessures de roeiers erg moeilijk gemaakt door de verschillende motivaties die roeiers kunnen hebben om geblesseerd te wíllen zijn en andere complicaties die te maken hebben met het Amerikaanse systeem.

Kwantiteit
Een groot onderdeel van blessure preventie ligt in het trainingsschema zelf. Een stereotype dat over Amerika bestaat is kort gezegd dat ‘kwantiteit over kwaliteit’ het beste is. Ik kan dit alleen maar bevestigen. Het volume is soms zo hoog dat de efficiëntie ervan ver te zoeken is. Toen ik er een keer even doorheen zat, deelde ik het trainingsprogramma van de voorgaande drie dagen met mijn goede vriend Julien Rühl, roeier en coach bij Willem III en Nereus, afgestudeerd in bewegingswetenschappen. Hij reageerde in het kort dat het genoeg was geweest om voor de rest van de week niets meer te hoeven doen. Het gevoel dat ik het grootste deel van de tijd op mijn reserves aan het trainen ben en een sessie vooral probeer te overleven gebeurt vaker dan wat ik denk dat goed is.

Verantwoordelijkheid
Aangezien roeien in zowel Nederland als Amerika een teamsport is, heb je altijd te maken met de mening van je teamgenoten als je een blessure hebt. Realistisch gezien kunnen je teamgenoten vrij weinig doen met die mening, maar het heeft wél invloed op je plek in het team en je betrouwbaarheid als ploeggenoot. De verhalen die ik hoor van roeiers uit Nederland in dit soort situaties zijn beduidend positiever dan hoe ik het in mijn eerste twee jaar in Amerika heb ervaren. Het schuldgevoel dat kwam als ik was geblesseerd, samen met het idee dat ik altijd werd nagestaard of dat er achter mijn rug om over me werd gepraat als ik een bepaalde training niet deed, hielpen niet bepaald mee aan mijn herstelproces.

Fanny Bon

Vertrouwen
In Nederland lijkt er meer een veronderstelling te zijn dat een roeier in ieder geval probeert altijd het beste te doen voor zijn of haar lijf. Er wordt vanuit gegaan dat de roeier zijn verantwoordelijkheid neemt en daar wordt op vertrouwt. In mijn eerste twee jaar in Texas was er aan dit vertrouwen een groot gebrek. Er werd verwacht dat je eerst dingen presteerde, daarna pas had je het ‘recht om stuk’ te zijn. Gewoon een paar daagjes even niks doen vanwege een onverklaarbaar pijntje van het een of ander was en is er nog steeds niet bij.

Regels
Dit riep bij mij de vraag op waarom er in Amerika minder ruimte is voor blessures in een team dan in Nederland? Het antwoord ligt wederom bij de NCAA. De NCAA is de overkoepelende sportorganisatie voor alle universiteitssporten. Dit betekent dat roeien onder dezelfde regels valt als basketbal, American Football en volleybal. Als je een goede sporter bent geweest op de middelbare school maak je kans op een beurs om (vrijwel) gratis naar de universiteit te gaan. Dit is veel waard omdat schoolgeld en andere kosten samen al gauw oplopen tot zo’n 30.000-50.000 dollar per jaar. In ons contract staat dat je niet uit het team gezet mag worden als gevolg van een blessure. Dat geeft een goed gevoel, omdat ik voor mijn eigen ervaring in Amerika veel rampscenario’s hoorde van mensen die een rib braken, naar huis moesten en vervolgens schoolgeld of andere kosten terug moesten betalen.

Misbruik
Daarnaast is de universiteit verantwoordelijk voor je behandelingen, wat ook veel waard is omdat zorgkosten in Amerika onbetaalbaar zijn. Daarom is het vrij lucratief om als sporter binnen te komen op een universiteit en van de privileges te kunnen genieten. Hierdoor gaan sommige mensen roeien om de verkeerde redenen: niet uit passie voor de sport, maar omdat ze van de privileges van een ‘student-athlete’ willen kunnen genieten.

Filter
Het lijkt daarom alsof de meeste coaches zichzelf een filter hebben aangemeten, waarmee ze het kaf van het koren proberen te scheiden. Aangezien er roeiers zijn die de privileges van het atleet-zijn misbruiken, zoals de beurs, de gesponsorde kleren en de zorgverzekering, hebben coaches een cynische blik als het om blessures gaat. Dit heeft veel invloed op de communicatie tussen roeier en coach. Na mijn eerste zes weken in Texas verstuikte ik mijn enkel op een zaterdag bij een hardloopwedstrijd met het team. Met een dikke blauwe voet werd ik het botenhuis ingedragen. De hoofdcoach was niet aanwezig en de assistent-coach zei dat ze het zou doorgeven. Die maandag werd ik opgewacht en werd mij langzamerhand duidelijk dat de assistent helemaal niets had doorgegeven, waardoor mijn hoofdcoach direct in de veronderstelling was dat ik die zaterdag tijdens het uitgaan op mijn smoel was gegaan en daarbij mijn enkel had verstuikt. Die miscommunicatie was achteraf gezien vrij hilarisch, maar op dat moment onnodig stressvol.

Communicatie
Door de grootte van het team, het gigantische trainingsvolume, de NCAA regels die intenties van de sporters twijfelachtig maken en de communicatie die daardoor verslechtert met de coach is het in Amerika nóg een stuk onprettiger om met een blessure te kampen dan in Nederland. Het vertrouwen dat in Nederland ligt in de roeier en zijn of haar eigen bedoelingen om zo snel mogelijk weer beter te worden, is veel waard. De mentale stress die komt met een blessure wordt alleen maar erger door cynische opmerkingen of een aangewakkerd schuldgevoel door teamgenoten. Gelukkig is de communicatie en de sfeer in het team inmiddels dusdanig verbeterd dat ik me niet meer zo slecht voel als het even niet gaat, in vergelijking met hoe ik me voelde toen ik nog een klein groentje was.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier.

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan.

Lees meer

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer
Stereotypes Met Nuance

Stereotypes Met Nuance

Nadat een aantal pioniers zoals Olivier Siegelaar en Niki van Sprang het voortouw namen, is het steeds gebruikelijker geworden om aan de andere kant van de oceaan te gaan studeren en roeien. Ik weet nog goed dat Max Ponsen en Roel van Broekhuizen, anderhalf jaar voordat ik klaar was met de middelbare school, besloten naar Amerika te gaan. Ik was al benaderd door ‘recruiters’, maar vond het moeilijk een keuze te maken. Toen zij gingen, dacht ik: ‘Ja maar hallo, dat kan ik ook!’, en ik was niet de enige. Nadien besloten ruim tien voormalige topjuniorenroeiers naar Amerika te vertrekken en zij zitten nu verspreid over het hele land. Nu ik met kerst weer even terug ben is de meest voorkomende vraag: “Wat zijn nou de grootste verschillen met Nederland?”. Het zal voor elke universiteit anders liggen, maar aangezien we toch twintig uur per week bezig zijn met roeien, ligt voor mij het grootste verschil in het coachen.

Een stereotype dat ik vaak te horen krijg is dat Amerikaanse coaches alleen om ergometerscores geven, dat techniek niet bestaat en dat iedereen geblesseerd terugkomt. Ja, er wordt inderdaad getraind op de ergometer, techniek wordt anders aangepakt en de houding naar blessures toe is anders. Als ik aan een Amerikaan in één zin moet uitleggen hoe Nederlanders trainen, zeg ik dat we minder rug gebruiken, meer extensieve duurtrainingen (ED) doen in plaats van elke dag wedstrijdjes en dat er minder focus is op het mentale aspect. Toch geloof ik dat mijn Nederlandse collega’s op andere plekken in Amerika weer een andere perceptie hebben, wat benadrukt dat het verschil coach gebonden is.

Eén van de redenen dat ik voor The University of Texas in Austin (UT) heb gekozen is omdat mijn coach, Dave O’Neill, van zijn beginnende roeiers niet per se snelle ergometerscores verwacht. Bij andere universiteiten wordt soms een richttijd gegeven en als de roeier die niet haalt, komt hij of zij niet binnen. Zo zit ons programma niet in elkaar, hoewel ik me een ongeluk schrok toen ik eenmaal in begon. Het aantal uren dat ik elke maandagmorgen op de ergometer moest afleggen was heel anders dan wat ik gewend was. Al ik heb ik het idee dat er inmiddels overal – en dus ook in Nederland –  een schepje bovenop het normale volume wordt gedaan.

Het verschil zit meer in de controle die in Amerika heerst. Elke keer dat we een training doen, worden onze scores genoteerd in een logboek, of het nou een rustige ED-training is of een van de tests die we elke vrijdag afleggen. Elke training die ik doe, ben ik me er van bewust dat mijn tijden in de gaten worden gehouden, dat ik word vergeleken met de groep meisjes die vergelijkbare tijden trappen en dat er wordt gekeken of mijn resultaten beter zijn dan de voorgaande week. Geregeld worden er motiverende speeches gehouden die als conclusie hebben dat als je gewoon elke dag één procent beter wordt, het succes vanzelf komt. Je hoeft geen wiskundewonder te zijn om te begrijpen dat via deze zienswijze een jaar lang twintig uur per week trainen een onrealistisch percentageverbetering oplevert. Hoewel iedereen zich realiseert dat dit onmogelijk is, geeft het blinde optimisme ook een drive die ik in Nederland niet kende. Als ik weer eens om kwart voor zes in de ochtend opsta om twintig kilometer te skiffen denk ik heus niet elke dag dat ik de sterren van de hemel ga roeien, eerder het tegenovergestelde. Maar als ik eenmaal naast mijn teamgenoten van over de hele wereld lig en mijn coach door de megafoon loeit dat ‘elke dag zou moeten tellen alsof het Amerikaans nationaal kampioenschap is’ komt er een competitieve drang in ons naar boven die fysiek een hele hoop uit ons haalt.

Een minder positieve consequentie van deze controle is dat het de zelfstandigheid in de roeier weghaalt. Amerikanen leren normaal gesproken roeien in de acht op hun ‘high school’. Ze trainen een paar keer per week, ergometeren wat en geven vooral erg veel om twee en zes kilometertests. De lange afstanden en het aantal trainingsuren die de meeste junioren in Nederland draaien, zijn zeer ongebruikelijk. Het gebrek aan focus op techniek komt naar mijn idee vooral door het gebrek aan ervaring in kleine nummers. Onze coach begon het jaar voor mij bij UT en toen er meer Europese roeiers kwamen, werd het verschil in de kleine nummers binnen één training duidelijk. Alle Europeanen roeiden met twee vingers in de neus rondjes om de Amerikaanse meisjes die vaak meerdere malen naar het WK onder 23 jaar waren geweest en veertig seconden sneller gingen op de ergometer. Mijn coach besloot zijn aanpak om te gooien en afgelopen jaar legden we gemiddeld twintig kilometer per dag in kleine nummers af, bovenop het normale dagelijkse ergometer- en krachttrainingsprogramma. Hierin werd duidelijk dat meisjes die in de acht weg konden komen met zogeheten ‘off-strokes’, ofwel halen zonder druk, keihard op hun bek gingen in de kleine nummers. Er sterk uitzien in de acht, serieus kijken terwijl ze gewoon meebewogen, was er niet meer bij. Toen we weer in de acht werden gezet, was het verschil als dag en nacht. Het selecteren op basis van prestaties in kleine nummers heeft dus zelfstandigheid, die je naar mijn mening van een ‘topsporter’ zou moeten kunnen verwachten, toegevoegd.

Uiteindelijk ligt het aan de coaches, de sfeer van het team en het trainingsprogramma hoe iemand zijn of haar tijd in Amerika ervaart. De competitie die heerst door de extreme controle kan het beste in mij naar boven halen, maar resulteert ook in ongewenste blessures omdat het lastiger is om je grens aan te geven. De zelfstandigheid die ontbreekt zorgt voor een gebrek aan vertrouwen in de boot, maar ook dat is veranderlijk en afhankelijk van de aanpak en stijl van de coach. Het militaire regime dat er op na wordt gehouden ligt ook aan de grote van het team: ik train dagelijks met zestig meisjes tegelijkertijd, terwijl er in Nederland meestal niet meer dan twintig mensen met elkaar roeien. Al deze verschillen hebben voordelen en nadelen, maar hetgeen wat me toch elke keer opvalt is dat alles genuanceerder is dan men in Nederland denkt.

Fanny Bon (21) roeit in Nederland voor Willem III en deed in 2014 en 2015 voor Nederland mee aan de Wereldkampioenschappen voor junioren. Een jaar later vertrok zij naar Austin om daar voor de The University of Texas te roeien en te studeren. Voor Toprow schrijft zij komende maanden een column over wat ze daar mee maakt en in hoeverre het roeien anders beleeft wordt dan hier. 

Laatste loodjes

Roeien is universeel gezien een vrij bizarre sport. De hele herfst en winter vernikkelen in de kou en lange trainingen draaien voor een paar wedstrijden die op één hand te tellen is. De enige manier van overleven in de donkere wintermaanden is door te dromen van het zonnige wedstrijdseizoen op de Bosbaan.

Lees meer

Tot nooit meer ziens, Waco!

Springbreak (de voorjaarsvakantie) is aangebroken. Dit betekent voor menig student in Amerika een goedkope vlucht naar een toeristisch zonnig oord (Cancun, bijvoorbeeld) om zich daar voor een week als drankorgel gedragen, om zodoende ook de laatste twee maanden van school door te kunnen komen. Een mooi contrast met hoe de voorjaarsvakantie er voor mij uitziet.

Lees meer

‘Everything Is Bigger In Texas’

Een vraag die ik vaak te horen krijg, is waarom ik er voor heb gekozen om naar Amerika te gaan. Zoals alles in het leven bestaat zo’n keuze uit meerdere factoren, maar een belangrijke oorzaak die zeker meespeelt, is de faciliteiten. Ik ben natuurlijk niet naar alle universiteiten in heel Amerika geweest en kan daarom vooral voor mijn eigen universiteit spreken, maar de faciliteiten en diensten die voor ons ‘student-athletes’ worden geregeld zijn niet te evenaren met wat er in Nederland mogelijk is. De gigantische krachttrainingsruimtes, een aparte cardiotrainingplek, inclusief gloednieuwe ergometers, ski-ergometers, fietsergometers (de gevreesde ‘bike-erg’) en warme jacuzzi’s en ijsbaden om te kunnen herstellen zijn maar een paar voorbeelden.

Lees meer

Pin It on Pinterest