Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Bootsman De Maas: ‘De werkplaats voelt echt als mijn domein’

Zeven jaar werkt Ricardo Oschatz (55) inmiddels als bootsman bij de Koninklijke Roei- & Zeilvereniging De Maas. Begonnen als jonge roeier bij eerst de gemeente Rotterdam en later Nautilus kwam hij via vele omzwervingen terug in de roeisport.

Ricardo volgde als scholier cursussen bij de ‘Raad van Lichamelijke Opvoeding’, een door de Gemeente Rotterdam opgerichte roeiloods aan de Crooswijksebocht, waar nu roeivereniging Rijnmond zetelt. Hij werd gegrepen door de sport en meldde zich al snel aan bij Nautilus, amper een kilometer verderop. “Ik heb zelfs nog op een blauwe maandag wedstrijdgeroeid, al was ik daarin niet bijzonder fanatiek. Prestatietochten trokken mij meer. Zo deed ik mee aan Koblenz-Delft, een race over 440 kilometer. En ik was erbij toen in 1988 de eerste Elfstedentocht werd verroeid.”

Enkhuizen
Ondanks zijn nog jonge leeftijd kwam hij snel in de werkplaats van Nautilus terecht. “Men had door dat ik handig was en ben daar vervolgens lang als vrijwilliger actief geweest. Nautilus had in tegenstelling tot De Maas geen betaalde bootsman dus wij moesten alles zelf oplossen.” Na een opleiding tot boekhouder en een jaar in militaire dienst, werkte hij in die tijd twaalf jaar als magazijnmedewerker in vrachtwagenonderdelen. Het werken aan boten bleef echter trekken. “Ik heb toen een cursus botenbouw gedaan in Enkhuizen. Met tien man hebben we in drie maanden tijd drie jollen in elkaar gezet. Daar heb ik de basis van mijn vakmanschap gelegd.”

bootsman de maasBusman
Ricardo vond kortstondig een baan bij Busman, toen de enige roeibotenbouwer van Nederland. “Het was leuk werk, maar ik kwam er wel achter dat boten bouwen iets heel anders was dan ze repareren. Het is meer fabrieksmatig werken en doet weinig beroep op creativiteit en samenwerking. Niet veel later werd de hele tent opgedoekt.” Na een tijd in een gereedschapswinkel in Gouda te hebben gewerkt, hoorde hij via een kennis van Nautilus dat De Maas een bootsman zocht. “Ik aarzelde geen moment. Ik kon van mijn hobby mijn werk maken.”

bootsman de maas

Clubcultuur
De Maas had direct iemand nodig, dus het was snel beklonken. Het betekende wel een omslag van club. “Ik vond De Maas altijd een vrij chique club. Vroeger waren er zelfs maar liefst drie bootsmannen. Nog steeds kom je hier niet zomaar binnen en moet je voor referenties zorgen om lid te kunnen worden. En kinderen kunnen hier alleen roeien als ook hun ouders lid zijn. Doordat ik er ben hoeven leden van De Maas veel minder zelf te klussen dan bij Nautilus.” Er staat volgens hem tegenover dat het een bijzonder familiaire vereniging is met veel gezellige en actief roeiende leden. Van de 600 leden die als roeier staan ingeschreven zijn er maar liefst 450 wekelijks actief.

Voorrang
Dat brengt ook veel schades met zich mee. “Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder schademelding. Sommige Maasleden denken dat ze op het water altijd voorrang hebben, maar anderen snappen dat niet”, zegt hij met een knipoog. Maar dan serieuzer: “Ons gebouw is prachtig, maar past niet meer bij de vloot van vandaag. De loodsen zijn smal en de hoogte van de deuren is veel te laag. Dat veroorzaakt veel schades. Daarnaast zit in de cultuur van de club dat als iets stuk is, er altijd wel iets nieuws komt.” Toch is er soms ook sprake van het tegenovergestelde. “Zo hebben we een ploeg die al 20 jaar in dezelfde boot roeien en absoluut geen andere – betere – boot wensen, hoewel hun schip allang aan vervanging toe is.”

Reparaties
Dat hij maar een beperkte opleiding in dit vakgebied had, leverde vooral in het begin enige problemen op, vertelt hij eerlijk. “Ik had vooral veel ervaring met hout en kunststofboten zijn toch echt heel anders. Zo wist ik weinig van honingraad en gebeurde het eens dat na een reparatie een boot ineens een kilo zwaarder was. Ook vond ik het lastig om weer de perfecte vorm terug te krijgen. Ten slotte is het vinden van de juiste kleur verf voor de laatste laag erg lastig. Maar ik las in jullie serie dat mijn collega van De Amstel daar iets op gevonden heeft. Met hem ga ik zeker contact opnemen.”

bootsman de maasGastheerschap
Een extra verdiepende cursus kwam er vooralsnog niet van. “Ik heb toen ik begon meteen contact opgenomen met Empacher want die boden dat vroeger aan, maar helaas zijn ze daarmee gestopt toen een van de oprichters overleed.” Gelukkig redt hij zich inmiddels uitstekend. Zijn vak behelst tegenwoordig ook meer dan enkel boten repareren. “Ik ben vaak de enige aanwezige op de loods, dus veiligheid en gastheerschap spelen ook een rol. Ik help mensen met het tillen van hun boten en ben ook getraind als bedrijfshulpverlener. Bovendien ben ik de enige die weet waar alles ligt, dus ik krijg de hele dag vragen. Deze werkplaats voelt echt als mijn domein en dat is een heerlijk gevoel. Ik zit hier uitstekend op mijn plek.”

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Phocas-bootsman Serraat: ‘Stiekem vind ik het soms leuk als er iets aan gort gevaren wordt’

Meer dan 30 jaar werkt Serraat Eikholt als bootsman bij de Nijmeegse studentenroeivereniging Phocas. Niet alleen repareerde hij zich het leplazarus en bouwde hij stellingen en liftconstructies, ook fabriceerde in die tijd maar liefst vijftien boten. Daarnaast is hij als continue factor binnen de vereniging van 600 leden van onschatbare waarde. Dat bleek wel toen Toprow hem opzocht in het botenhuis.

Het is een drukte van jewelste als wij op een doordeweekse dag aankomen bij het sterk verouderde botenhuis aan het Maas-Waalkanaal. Werklui lopen in en uit en binnen heeft iedereen warme truien aan en mutsen op. Naast allerlei werkzaamheden die worden uitgevoerd, blijkt ook de verwarming al een paar dagen niet te werken. Als vast aanspreekpunt probeert Serraat alles in goede banen te leiden.

Lozen
Het is flink aanpoten voor zowel het bestuur als voor Serraat. Het huidige botenhuis stamt uit 1972 en is zichtbaar in slechte staat. Phocas wacht al jaren op een onderkomen aan het nieuwe water van de Spiegelwaal, maar dat project is inmiddels al jaren vertraagd. Ondertussen is aan het oude botenhuis aan groot onderhoud nauwelijks iets gedaan. “Het is eigenlijk geen doen meer met zoveel leden op zo’n kleine plek. Op ons vlot past enkel één vier of een acht en ik heb overal stellages of takelliften gemaakt om zoveel mogelijk boten en riemen weg te werken, zo krap is het. Ook is botenhuis lek. Elke week moeten we 1500 liter water lozen.”

bootsman phocas 2Verantwoordelijkheid
De universiteit van wie het drijvende gebouw is, heeft onlangs besloten alsnog een laatste investering te doen. Zo moeten de laatste twee jaar tot het vertrek volbracht worden. Het onderhoud van het botenhuis zat vroeger in het takenpakket van de door de universiteit betaalde Serraat. Daar is hij sinds kort vanaf. “Ik wilde die verantwoordelijkheid niet meer dragen. Stel je voor dat iemand door de vloer zakt, ben ik dan de pineut? Daarnaast is er altijd wel wat te doen terwijl ik ook aan de boten moet werken. Zo hing een pin die de loopbrug naar de kant half-los en was het verbindingsstuk tussen loods en vlot kapot. Daarvoor zijn nu ook al die werklui.”

Metsemakers
Ondanks de zorgen, heeft Serraat (52) het uitstekend naar zijn zin bij Phocas. “In de reuring van zo’n studentenvereniging voel ik me als een vis in het water. Ik vind het altijd weer bijzonder om te zien dat er een soort van harde kern van vrijwilligers opstaat om keihard voor zo’n vereniging te werken. Ik verbaas me er echt over wat mensen op zo’n jonge leeftijd al kunnen. Daarnaast is het fantastisch dat er vanuit hier soms echt mensen boven de rest uit steken en dat ik daar onderdeel van mag zijn. Zo heb ik de opkomst van Nelleke Penninx, Annemarieke van Rumpt en onlangs nog Koen Metsemakers van dichtbij mogen meemaken. Ik heb zijn finale van afgelopen WK meerdere malen gekeken. Verbluffend hoeveel beter ze waren dan de rest.”

Inventief
Hij komt bij Phocas terecht als hij na een opleiding als meubelmaker vanwege zijn rug wordt afgekeurd voor de richting Bosbouw. “Via de opleiding instrumentmakerij kwam ik bij de afdeling houtbewerking bij een stage van de universiteit uit. Die was hier. Ik heb toen heel lang meegelopen met mijn voorganger – eigenlijk veel te lang zonder betaald te worden – maar ik wilde per se zijn baan overnemen. Toen hij eindelijk stopte was ik zo blij als een kind.” Het werk had hij zich ondertussen wel eigen gemaakt. Naast het repareren en het maken van boten (Serraat maakte zelfs eigenhandig een kunststofskiff) legde hij zich ook toe op andere zaken. “Zo heb ik allerlei instrumenten gemaakt die het de leden makkelijker moesten maken de boten goed af te stellen. Ook ben ik druk bezig geweest om bankjes op maat te maken. Dat soort dingen vind ik leuk. Zoiets is net een puzzel.”

Bootsman 3 phocasCoaching
Werk is er altijd wel geweest. “Als er niets kapot is, kan je altijd verder met onderhoud. Maar als ik eerlijk ben, vind ik het stiekem ook wel leuk als er weer een keer een boot aan gort gevaren wordt. Het is dan altijd weer een uitdaging de boot weer in zo’n goed mogelijke staat te herstellen.” Daarnaast denkt hij graag mee met de club. “Ik onderken bijvoorbeeld de grote waarde van goede coaching. Phocas heeft momenteel domweg te weinig beschikbare uren voor professionele coaching, dus op dat gebied missen we de slag. Daar moet meer geïnvesteerd in worden.”

Lakstraat
Serraat heeft zijn hoop gezet op de nieuwe huisvesting. “Dan moet het gemakkelijker worden meer leden te trekken. We zitten veel dichterbij de stad en het onderkomen is een stuk aantrekkelijker.” Ook voor hemzelf zal het er flink op vooruit gaan. “Er komt in de werkplaats een afgesloten lakstraat en een aparte lashoek. Voor mij is dat geweldig als je het vergelijkt met de plek hier waar de tocht direct door de muren komt.” Zijn enige zorg is of zijn beroep wel blijft bestaan. “Je merkt elders in het land dat het steeds meer hobbyisten zijn die het werk gaan doen. En mensen hebben het er steeds vaker voor over om iets nieuws te kopen. Ik snap dat ik hier bij de universiteit een unieke aanstelling heb en hopelijk blijft dat. Het zou zonde zijn als dit het einde van ons vak zou betekenen.”

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Hij is pas 38 jaar, nieuw in het vak en geen roeier. Bepaald geen prototype bootsman dus. Toch heeft Jesse Bouma het na een kleine twee jaar behoorlijk naar zijn zin bij De Amstel in Amsterdam. “Het werk is afwisselend en ze laten mij lekker mijn gang gaan.”

We treffen Jesse een dag na zijn eerste echte incident bij de club. Een gladde vier was bij het Apollohotel vlakbij tegen een dukdalf gevaren en dreigde te zinken. “Ons motorbootje werd net gerepareerd en er waren geen mensen hier, dus toen moest ik samen met hun coach er heen roeien. Ik had denk ik één keer eerder geroeid”, vertelt hij lachend. Met de roeiers van de kapotte boot weer veilig op de kant en de coach roeiend, trok Jesse de kapotte boot vanuit de roeiboot terug naar De Amstel.

Boostman de Amstel_3

Jachten
Hij kan dit soort reuring wel waarderen. Tot nu toe werkte hij na zijn opleiding aan het hout- en meubileringscollege met richting scheepsbouw vooral op scheepswerven. Hij zette houten sloepen in elkaar maar ook luxe jachten. “Het was leuk werk, maar ook veel van hetzelfde. Je was vooral onderdeel van een team dat iets maakte. Ik haal meer waardering uit iets dat ik helemaal zelf in elkaar kan zetten. Je stond ook vaak de hele dag in het stof of in giftige chemische lucht. Ik ging me steeds vaker afvragen of dit het nou was.”

ZZP
Jesse begon voor zichzelf als zzp’er gericht op allerlei klussen. Hij leerde zichzelf onder andere goed schilderen, maar ook dat viel hem zwaar. “Zat je een hele dag op je knieën onder een boot. En dan heb ik het nog niet eens over het zoeken naar opdrachten. Daardoor was je eigenlijk de hele tijd bezig.” Een uitkomst bood Elmer van Orden, bootsman van Het Spaarne, waar hij ooit stage had gelopen. Hij attendeerde Jesse op het feit dat zijn collega bij De Amstel ging vertrekken.

3D-puzzel
Bij de roeivereniging in Heemstede had hij in 2001 een bijzonder leuk half jaar gehad. “Ik kwam daar bij toeval terecht. Het Spaarne leek het goed als Elmer zijn kennis door zou geven. We konden het al snel goed vinden en ik vond het werk veel charme hebben. Je eigen werkplaats met een redelijke vrijheid om te kunnen doen wat je wil. Hij heeft me onder andere een C1 laten bouwen, de Sprinkhaan. Dat vond ik ook bijzonder, dat ik echt mijn eigen bootje kon maken. Ik zie dat als een soort 3D-puzzel.”

Waterkering 
Omdat hij niet uit het vak kwam en geen roeier was, verwachtte hij niet teveel van zijn open sollicitatie. “Ik kende de situatie ook niet precies en wist niet hoe erg ze iemand nodig hadden. Maar na een paar maanden kwam de vraag of ik niet toch een keer kon komen praten. Ze hebben me een klusje laten doen om te kijken wat ik kon. Volgens mij ging het om het repareren van een waterkering. Dat kon ik wel.”

Kleuren

Toch was het begin wel even wennen. “Ik moest echt vaak nadenken over hoe het de roeibeweging is en bijvoorbeeld dat je met deze sport achteruit gaat in plaats van vooruit. Dingen die voor jullie roeiers logisch zijn, maar voor mij niet. Met epoxy had ik gelukkig al veel ervaring, maar ik ben bijvoorbeeld dagen bezig geweest om uit te vinden welke kleur geel Empacher precies gebruikt of het wit van Filippi.”

Afwisseling  
Ook moest hij een manier vinden om al het werk op elkaar af te stemmen. “Als je een gaatje in een boot hebt gevuld, moet dat drogen. Maar je moet weer niet te lang wachten met verven. Als je meerdere dingen door elkaar gaat doen, verlies je wel nog eens het overzicht. Maar daar raak ik steeds meer bedreven in. Die afwisseling vind ik uiteindelijk ook het leukst.” Opvallend genoeg is zijn werkplaats – zeker in vergelijking met die van zijn collega’s – behoorlijk opgeruimd. “Ik ben wellicht een vreemde eend in de bijt, maar ik vind het inderdaad prettig om alles snel te kunnen vinden.”

Klachtenuurtje
Als hij dingen niet weet, is het contact met zijn oude leermeester Elmer snel gelegd. “We sturen elkaar geregeld foto’s van schades met de vraag of de ander dat wel eens heeft meegemaakt. Feitelijk gaat het hier weinig anders aan toe dan op Het Spaarne. Mensen komen met dezelfde problemen binnenlopen. We noemen het gekscherend ons psychologisch klachtenuurtje. Maar deels is het ook ‘trial en error’, want wat is precies ‘goed’ als het om repareren gaat? Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan.” 

Bootsman de Amstel

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Vorige week bracht vrouwen bondscoach Diederik de Boorder zijn boek ‘Fluisterend goud’ uit. Het verhaal gaat over zijn turbulente jaar (2005) als hoofdcoach van een provincie in China. Niet alleen geeft het boek een unieke inkijk in de Chinese sportcultuur, ook heeft het – mede door de vorm van een mix tussen een roman en non-fictie – een filosofische inslag. Zo gaat het uitgebreid in op wat dit avontuur voor Diederik zelf (en onder andere zijn relatie) heeft betekend.

Wie een uitgebreide uitleg verwacht over wat Diederik allemaal precies roei-inhoudelijk met de Chinezen heeft gedaan dat jaar, hoeft ‘Fluisterend goud’ niet per se te lezen. Deze onderwerpen komen vooral zijdelings aan bod. Veel meer geeft het inzicht in wat voor strijd hij telkens moest leveren om enigszins gedaan te kunnen krijgen wat hij wil. Diederik wordt non-stop tegengewerkt als het gaat om zaken als betere trainingsfaciliteiten, meer rust voor de atleten en grip krijgen op de communicatie met atleten.

Tibet
Zo wordt hij samen met zijn vrouw Aukje zelfs verplicht op vakantie gestuurd naar Tibet, waar de man die hem naar deze provincie heeft gehaald ineens ook opduikt. Met deze Fu ontwikkelt hij een bijzondere relatie en hij is voor een groot deel de reden dat Diederik niet tussentijds vertrekt, iets wat Aukje maar al te graag ziet gebeuren. Fu laat op filosofische wijze Diederik inzien dat hij soms moet meebewegen en concessies moet doen aan het Chinese systeem om dingen te veranderen.

Aids
Uiteindelijk wordt hun gezamenlijke doel om zoveel mogelijk roeiers uit het verschrikkelijke trainingskamp en de arme provincie te krijgen. Pas veel later blijkt dat de provincie ook nog eens zwaar heeft geleden onder een geheim bloedschandaal, waarbij afgetapt bloed werd vermengd en later bij de mensen werd teruggepompt. Een groot deel van de bevolking lijdt daardoor aan aids en uiteraard zijn ook enkele roeiers geïnfecteerd. Het verklaart in elk geval waarom men zo vaak mysterieus in de weer is met naalden en infusen.     

May Yin
Samen met Fu is ook het personage May Yin belangrijk. Met deze lichte dame leert Diederik ’s nachts via Google Translate communiceren. Hij geeft haar een rol namens de roeiers in de coachmeetings en zorgt ervoor dat ze het kamp niet hoeft te verlaten als ze zwanger blijkt te zijn van de hoog aangeschreven slag van de mannen acht. Jaren later komt zij terug in het verhaal tijdens de onverwachte ontknoping van het boek.  

Doping
Ook doping komt uitgebreid aan bod. Diederik weet simpelweg niet of er verboden middelen werden genomen. Het is echter wel aannemelijk. Het toezicht op wat de schimmige doctoren doen, laat in elk geval te wensen over. En feit is dat er in aanloop naar de China Games bij een interne controle te hoge waarden van een verboden middel worden gevonden. Diederik wordt op het hart gedrukt dat dit niet zal gebeuren tijdens de belangrijkste wedstrijden. Dat geschiedt, maar vier jaar later wordt de gehele provincie uitgesloten van de China Games. Het is nota bene hetzelfde middel waar ze eerder op waren betrapt.

Stierenpenissen
Ook de Chinese obsessie voor voeding is boeiend. De coaches willen maar niet begrijpen dat de Nederlandse roeiers geen speciale dingen eten en daarom zo goed zijn. Het komt er bij hen niet in dat goede prestaties ook kunnen komen door een betere arbeid-rust verhouding of door een betere techniek. Het drijft Diederik tot wanhoop, maar accepteert op gegeven moment maar dat ze vooral ingewanden eten of ineens massaal aan de stierenpenissensoep gaan.

Ontslag
Het verhaal eindigt vlak na de China Games, het belangrijkste evenement van het jaar waar medailles moeten worden gewonnen. Iedereen met een podiumplaats zou immers geselecteerd worden voor de nationale selectie richting de Olympische Spelen van Peking en daarmee de provincie kunnen verlaten. Diederik zijn ploegen winnen maar liefst vijf medailles en hij denkt dat hij ruim voldaan heeft aan de verwachtingen. Het tegendeel is echter waar: hij wordt net als de andere coaches op staande voet ontslagen. Er is geen goud gewonnen en waarschijnlijk was dat nodig om de provinciale bobo’s betere banen te geven.       

Bestellen
‘Fluisterend goud’ staat vol met krankzinnige verhalen die volgens Diederik allemaal waargebeurd zijn. Alleen daarom is het al het lezen waard. Daarnaast zijn de inzichten die hij uit deze tijd meeneemt en tot op de dag van vandaag gebruikt leerzaam voor iedereen.

Dirk Moons: ‘Ik ben wel 30.000 keer onder de Berlagebrug door gevaren’

Dirk Moons: ‘Ik ben wel 30.000 keer onder de Berlagebrug door gevaren’

Aankomende zaterdag viert Dirk Moons zijn 25 jarig jubileum bij Roeicentrum Berlagebrug. Hoe kan het dat hij er zolang als instructeur plezier in houdt? Lees hier het boeiende gesprek dat we hadden met deze sportliefhebber pur sang.

Dirk vertelt graag en uitgebreid over hoe hij denkt over het roeien en verwante zaken: van didactiek tot topsportbeleving en zijn visie op breedtesport. Vaak noemt hij boeken die hij heeft gelezen of onderzoeken waar hij kennis van heeft genomen. “Ik ben eigenlijk altijd bezig met verder leren en dingen verbeteren. Ik houd het graag bij mezelf. Om roeiers te beschouwen als minder getalenteerd is onterecht. De één leert sneller dan de ander en dat is prima. Kijk als instructeur of coach vooral naar wat je zelf zou kunnen doen om iemand beter te maken.” 

Marathon
Dirk komt in aanraking met de roeisport als hij gaat studeren in Groningen en zich aanmeldt bij Gyas. Maar voor die tijd had sport in algemene zin hem al gegrepen. “Ik had een docent op de lagere school die ultraloper was. Ik liep al graag hard en dat werd alleen maar verder aangewakkerd. Hij had bedacht dat elke leerling zelf een afstand mocht bepalen die hij of zijn hard wilde lopen. Toen ik aangaf dat ik een marathon wilde lopen, heeft hij dat goedgekeurd, hoewel ik het niet aan mijn klasgenoten mocht vertellen. Met een tussenstop na 26 kilometer om boterhammen met kaas te eten en een fles melk te drinken, haha!” 

Roeicentrum
Tijdens zijn studie Engelse literatuur roeit hij twee jaar in Leicester en later voor zijn kopstudie in video in Londen. Terug in Nederland komt hij via Skøll, RIC en nu ook Poseidon, uit bij het Roeicentrum. “Ik was al 32 en had een baantje als dramaturg bij de VARA. Iemand tipte me, maar het leek mij meer een studentenbaan. Het bleek me toch te liggen. Sport was sowieso al mijn passie.”

Dirk moons 25 jaar.1

Metaforen
Gedurende de jaren evolueerde zijn aanpak. “Eerst werkte ik vooral vanuit roei- en biomechanica en hanteerde ik een bepaald haalbeeld dat ik mensen wilde aanleren. Ik kwam er echter achter dat dat te veel en te abstract was en de roeiers niet voldoende verder hielp. Het moest simpeler. Toen ben ik meer met klank, ritme, volume, timing gaan doen en veel meer met taal gaan werken. Metaforen bijvoorbeeld helpen goed.” Ook werd hij selectiever. Zo merkte hij dat zomaar het doen van een oefening, zonder goede reden, zoals bijvoorbeeld derde stop, vermeden moest worden omdat de roeier dan ‘uitschakelt’.

Visualisatie
Dat hij vooral met beginners en/of recreanten werkt, maakt hem niet uit. “Zo zie je toppers vaak voorafgaand aan belangrijke wedstrijden visualiseren. Maar waarom zou dat alleen voor toproeiers zijn? Ook een recreant kan hierdoor beter leren roeien. En vooral bij beginners kan je veel verpesten. Op de schaatsbaan laten ze niet voor niets juist de beste trainers beginners begeleiden.”

Topsport
Daarnaast gaat het bij recreanten vaak meer om de intrinsieke motivatie van de roeisport dan om per séde snelste willen zijn. Mijn acht werd ooit voorafgaand aan een race beschimpt door onze belangrijkste tegenstander in de hoop ons uit evenwicht te brengen. Niet sympathiek. Bovendien werkte het contra, we wonnen. Wat ik ook jammer vind aan topsport is dat als de beoefenaars stoppen, ze vaak ook niet meer in de boot stappen. Waar is dan de liefde voor de sport gebleven?” 

Ambitie
Maar is hij niet veel te fanatiek voor de groep roeiers die hij begeleid? Ook daar ziet hij vooral een uitdaging in. “Ik houd er inderdaad van als mensen het spelletje willen doorkrijgen. Wat daarbij vaak helpt is, om de stad uit te roeien zodat je rustiger aan de techniek kan werken. Als mensen toch liever de stad in varen dan overleggen we, vaak vinden we elkaar ergens in het midden.” 

Schaatsles
Bij het roeicentrum is hij met zijn 58 jaar een uitzondering. Hij voelt zich geen vreemde eend in de bijt. “Dat heb ik meer te danken aan mijn collega’s dan aan mijzelf. Steeds nieuwe roeiers komen bij ons lesgeven, maar de samenwerking gaat eigenlijk altijd goed. Misschien helpt het dat ik ieder jaar een schaatsles organiseer, een andere passie van mij. Dit jaar zijn er voor het eerst ook oudere roeiers uitgenodigd om instructie te komen geven. Dat vind ik erg leuk.” 

Primus inter pares
Dirk heeft weinig op met de uitdrukking ‘carrière maken’ en al helemaal niet aan de betekenis die er vaak aan wordt gegeven. “In Londen heb ik als journalist voor een bouwblad iedere week in de mooiste hotels geluncht in verband met de presentatie voor een ‘nieuwe’ baksteen. Dat is maar even leuk. Uiteindelijk heb ik drie studies gedaan waaronder de Rietveld, maar haal ik uit dit werk de meeste energie. Vroeger moest ik via een bepaald format lesgeven, nu heb ik veel meer vrijheid te bepalen wat ik doe. Jasper, de eigenaar van het bedrijf, heeft me betiteld als ‘primus inter pares’ (‘eerste onder de gelijken’, red.). Dat is een prettige erkenning en niet inhoudsloos bovendien.” 

Berlagebrug
Voorlopig is hij dan ook nog niet klaar. “Ik heb laatst uitgerekend dat ik ongeveer 30.000 keer onder de Berlagebrug door ben gevaren. Natuurlijk is dat een krankzinnig aantal. Ik ga zeker door zolang dat fysiek kan. De stuurzitjes in de boten worden de laatste jaren verbeterd en dat is een beduidend beter voor je rug. Maar het allerbelangrijkste is dat ik al die jaren met plezier die grote stenen trap van de Berlagebrug afloop. Zolang ik dat blijf doen, zit het goed.”

Pin It on Pinterest