Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Bootsman Bouma: ‘Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan’

Hij is pas 38 jaar, nieuw in het vak en geen roeier. Bepaald geen prototype bootsman dus. Toch heeft Jesse Bouma het na een kleine twee jaar behoorlijk naar zijn zin bij De Amstel in Amsterdam. “Het werk is afwisselend en ze laten mij lekker mijn gang gaan.”

We treffen Jesse een dag na zijn eerste echte incident bij de club. Een gladde vier was bij het Apollohotel vlakbij tegen een dukdalf gevaren en dreigde te zinken. “Ons motorbootje werd net gerepareerd en er waren geen mensen hier, dus toen moest ik samen met hun coach er heen roeien. Ik had denk ik één keer eerder geroeid”, vertelt hij lachend. Met de roeiers van de kapotte boot weer veilig op de kant en de coach roeiend, trok Jesse de kapotte boot vanuit de roeiboot terug naar De Amstel.

Boostman de Amstel_3

Jachten
Hij kan dit soort reuring wel waarderen. Tot nu toe werkte hij na zijn opleiding aan het hout- en meubileringscollege met richting scheepsbouw vooral op scheepswerven. Hij zette houten sloepen in elkaar maar ook luxe jachten. “Het was leuk werk, maar ook veel van hetzelfde. Je was vooral onderdeel van een team dat iets maakte. Ik haal meer waardering uit iets dat ik helemaal zelf in elkaar kan zetten. Je stond ook vaak de hele dag in het stof of in giftige chemische lucht. Ik ging me steeds vaker afvragen of dit het nou was.”

ZZP
Jesse begon voor zichzelf als zzp’er gericht op allerlei klussen. Hij leerde zichzelf onder andere goed schilderen, maar ook dat viel hem zwaar. “Zat je een hele dag op je knieën onder een boot. En dan heb ik het nog niet eens over het zoeken naar opdrachten. Daardoor was je eigenlijk de hele tijd bezig.” Een uitkomst bood Elmer van Orden, bootsman van Het Spaarne, waar hij ooit stage had gelopen. Hij attendeerde Jesse op het feit dat zijn collega bij De Amstel ging vertrekken.

3D-puzzel
Bij de roeivereniging in Heemstede had hij in 2001 een bijzonder leuk half jaar gehad. “Ik kwam daar bij toeval terecht. Het Spaarne leek het goed als Elmer zijn kennis door zou geven. We konden het al snel goed vinden en ik vond het werk veel charme hebben. Je eigen werkplaats met een redelijke vrijheid om te kunnen doen wat je wil. Hij heeft me onder andere een C1 laten bouwen, de Sprinkhaan. Dat vond ik ook bijzonder, dat ik echt mijn eigen bootje kon maken. Ik zie dat als een soort 3D-puzzel.”

Waterkering 
Omdat hij niet uit het vak kwam en geen roeier was, verwachtte hij niet teveel van zijn open sollicitatie. “Ik kende de situatie ook niet precies en wist niet hoe erg ze iemand nodig hadden. Maar na een paar maanden kwam de vraag of ik niet toch een keer kon komen praten. Ze hebben me een klusje laten doen om te kijken wat ik kon. Volgens mij ging het om het repareren van een waterkering. Dat kon ik wel.”

Kleuren

Toch was het begin wel even wennen. “Ik moest echt vaak nadenken over hoe het de roeibeweging is en bijvoorbeeld dat je met deze sport achteruit gaat in plaats van vooruit. Dingen die voor jullie roeiers logisch zijn, maar voor mij niet. Met epoxy had ik gelukkig al veel ervaring, maar ik ben bijvoorbeeld dagen bezig geweest om uit te vinden welke kleur geel Empacher precies gebruikt of het wit van Filippi.”

Afwisseling  
Ook moest hij een manier vinden om al het werk op elkaar af te stemmen. “Als je een gaatje in een boot hebt gevuld, moet dat drogen. Maar je moet weer niet te lang wachten met verven. Als je meerdere dingen door elkaar gaat doen, verlies je wel nog eens het overzicht. Maar daar raak ik steeds meer bedreven in. Die afwisseling vind ik uiteindelijk ook het leukst.” Opvallend genoeg is zijn werkplaats – zeker in vergelijking met die van zijn collega’s – behoorlijk opgeruimd. “Ik ben wellicht een vreemde eend in de bijt, maar ik vind het inderdaad prettig om alles snel te kunnen vinden.”

Klachtenuurtje
Als hij dingen niet weet, is het contact met zijn oude leermeester Elmer snel gelegd. “We sturen elkaar geregeld foto’s van schades met de vraag of de ander dat wel eens heeft meegemaakt. Feitelijk gaat het hier weinig anders aan toe dan op Het Spaarne. Mensen komen met dezelfde problemen binnenlopen. We noemen het gekscherend ons psychologisch klachtenuurtje. Maar deels is het ook ‘trial en error’, want wat is precies ‘goed’ als het om repareren gaat? Zolang mensen niet klagen, heb ik mijn werk goed gedaan.” 

Bootsman de Amstel

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Chinese waanzin in ‘Fluisterend goud’

Vorige week bracht vrouwen bondscoach Diederik de Boorder zijn boek ‘Fluisterend goud’ uit. Het verhaal gaat over zijn turbulente jaar (2005) als hoofdcoach van een provincie in China. Niet alleen geeft het boek een unieke inkijk in de Chinese sportcultuur, ook heeft het – mede door de vorm van een mix tussen een roman en non-fictie – een filosofische inslag. Zo gaat het uitgebreid in op wat dit avontuur voor Diederik zelf (en onder andere zijn relatie) heeft betekend.

Wie een uitgebreide uitleg verwacht over wat Diederik allemaal precies roei-inhoudelijk met de Chinezen heeft gedaan dat jaar, hoeft ‘Fluisterend goud’ niet per se te lezen. Deze onderwerpen komen vooral zijdelings aan bod. Veel meer geeft het inzicht in wat voor strijd hij telkens moest leveren om enigszins gedaan te kunnen krijgen wat hij wil. Diederik wordt non-stop tegengewerkt als het gaat om zaken als betere trainingsfaciliteiten, meer rust voor de atleten en grip krijgen op de communicatie met atleten.

Tibet
Zo wordt hij samen met zijn vrouw Aukje zelfs verplicht op vakantie gestuurd naar Tibet, waar de man die hem naar deze provincie heeft gehaald ineens ook opduikt. Met deze Fu ontwikkelt hij een bijzondere relatie en hij is voor een groot deel de reden dat Diederik niet tussentijds vertrekt, iets wat Aukje maar al te graag ziet gebeuren. Fu laat op filosofische wijze Diederik inzien dat hij soms moet meebewegen en concessies moet doen aan het Chinese systeem om dingen te veranderen.

Aids
Uiteindelijk wordt hun gezamenlijke doel om zoveel mogelijk roeiers uit het verschrikkelijke trainingskamp en de arme provincie te krijgen. Pas veel later blijkt dat de provincie ook nog eens zwaar heeft geleden onder een geheim bloedschandaal, waarbij afgetapt bloed werd vermengd en later bij de mensen werd teruggepompt. Een groot deel van de bevolking lijdt daardoor aan aids en uiteraard zijn ook enkele roeiers geïnfecteerd. Het verklaart in elk geval waarom men zo vaak mysterieus in de weer is met naalden en infusen.     

May Yin
Samen met Fu is ook het personage May Yin belangrijk. Met deze lichte dame leert Diederik ’s nachts via Google Translate communiceren. Hij geeft haar een rol namens de roeiers in de coachmeetings en zorgt ervoor dat ze het kamp niet hoeft te verlaten als ze zwanger blijkt te zijn van de hoog aangeschreven slag van de mannen acht. Jaren later komt zij terug in het verhaal tijdens de onverwachte ontknoping van het boek.  

Doping
Ook doping komt uitgebreid aan bod. Diederik weet simpelweg niet of er verboden middelen werden genomen. Het is echter wel aannemelijk. Het toezicht op wat de schimmige doctoren doen, laat in elk geval te wensen over. En feit is dat er in aanloop naar de China Games bij een interne controle te hoge waarden van een verboden middel worden gevonden. Diederik wordt op het hart gedrukt dat dit niet zal gebeuren tijdens de belangrijkste wedstrijden. Dat geschiedt, maar vier jaar later wordt de gehele provincie uitgesloten van de China Games. Het is nota bene hetzelfde middel waar ze eerder op waren betrapt.

Stierenpenissen
Ook de Chinese obsessie voor voeding is boeiend. De coaches willen maar niet begrijpen dat de Nederlandse roeiers geen speciale dingen eten en daarom zo goed zijn. Het komt er bij hen niet in dat goede prestaties ook kunnen komen door een betere arbeid-rust verhouding of door een betere techniek. Het drijft Diederik tot wanhoop, maar accepteert op gegeven moment maar dat ze vooral ingewanden eten of ineens massaal aan de stierenpenissensoep gaan.

Ontslag
Het verhaal eindigt vlak na de China Games, het belangrijkste evenement van het jaar waar medailles moeten worden gewonnen. Iedereen met een podiumplaats zou immers geselecteerd worden voor de nationale selectie richting de Olympische Spelen van Peking en daarmee de provincie kunnen verlaten. Diederik zijn ploegen winnen maar liefst vijf medailles en hij denkt dat hij ruim voldaan heeft aan de verwachtingen. Het tegendeel is echter waar: hij wordt net als de andere coaches op staande voet ontslagen. Er is geen goud gewonnen en waarschijnlijk was dat nodig om de provinciale bobo’s betere banen te geven.       

Bestellen
‘Fluisterend goud’ staat vol met krankzinnige verhalen die volgens Diederik allemaal waargebeurd zijn. Alleen daarom is het al het lezen waard. Daarnaast zijn de inzichten die hij uit deze tijd meeneemt en tot op de dag van vandaag gebruikt leerzaam voor iedereen.

Dirk Moons: ‘Ik ben wel 30.000 keer onder de Berlagebrug door gevaren’

Dirk Moons: ‘Ik ben wel 30.000 keer onder de Berlagebrug door gevaren’

Aankomende zaterdag viert Dirk Moons zijn 25 jarig jubileum bij Roeicentrum Berlagebrug. Hoe kan het dat hij er zolang als instructeur plezier in houdt? Lees hier het boeiende gesprek dat we hadden met deze sportliefhebber pur sang.

Dirk vertelt graag en uitgebreid over hoe hij denkt over het roeien en verwante zaken: van didactiek tot topsportbeleving en zijn visie op breedtesport. Vaak noemt hij boeken die hij heeft gelezen of onderzoeken waar hij kennis van heeft genomen. “Ik ben eigenlijk altijd bezig met verder leren en dingen verbeteren. Ik houd het graag bij mezelf. Om roeiers te beschouwen als minder getalenteerd is onterecht. De één leert sneller dan de ander en dat is prima. Kijk als instructeur of coach vooral naar wat je zelf zou kunnen doen om iemand beter te maken.” 

Marathon
Dirk komt in aanraking met de roeisport als hij gaat studeren in Groningen en zich aanmeldt bij Gyas. Maar voor die tijd had sport in algemene zin hem al gegrepen. “Ik had een docent op de lagere school die ultraloper was. Ik liep al graag hard en dat werd alleen maar verder aangewakkerd. Hij had bedacht dat elke leerling zelf een afstand mocht bepalen die hij of zijn hard wilde lopen. Toen ik aangaf dat ik een marathon wilde lopen, heeft hij dat goedgekeurd, hoewel ik het niet aan mijn klasgenoten mocht vertellen. Met een tussenstop na 26 kilometer om boterhammen met kaas te eten en een fles melk te drinken, haha!” 

Roeicentrum
Tijdens zijn studie Engelse literatuur roeit hij twee jaar in Leicester en later voor zijn kopstudie in video in Londen. Terug in Nederland komt hij via Skøll, RIC en nu ook Poseidon, uit bij het Roeicentrum. “Ik was al 32 en had een baantje als dramaturg bij de VARA. Iemand tipte me, maar het leek mij meer een studentenbaan. Het bleek me toch te liggen. Sport was sowieso al mijn passie.”

Dirk moons 25 jaar.1

Metaforen
Gedurende de jaren evolueerde zijn aanpak. “Eerst werkte ik vooral vanuit roei- en biomechanica en hanteerde ik een bepaald haalbeeld dat ik mensen wilde aanleren. Ik kwam er echter achter dat dat te veel en te abstract was en de roeiers niet voldoende verder hielp. Het moest simpeler. Toen ben ik meer met klank, ritme, volume, timing gaan doen en veel meer met taal gaan werken. Metaforen bijvoorbeeld helpen goed.” Ook werd hij selectiever. Zo merkte hij dat zomaar het doen van een oefening, zonder goede reden, zoals bijvoorbeeld derde stop, vermeden moest worden omdat de roeier dan ‘uitschakelt’.

Visualisatie
Dat hij vooral met beginners en/of recreanten werkt, maakt hem niet uit. “Zo zie je toppers vaak voorafgaand aan belangrijke wedstrijden visualiseren. Maar waarom zou dat alleen voor toproeiers zijn? Ook een recreant kan hierdoor beter leren roeien. En vooral bij beginners kan je veel verpesten. Op de schaatsbaan laten ze niet voor niets juist de beste trainers beginners begeleiden.”

Topsport
Daarnaast gaat het bij recreanten vaak meer om de intrinsieke motivatie van de roeisport dan om per séde snelste willen zijn. Mijn acht werd ooit voorafgaand aan een race beschimpt door onze belangrijkste tegenstander in de hoop ons uit evenwicht te brengen. Niet sympathiek. Bovendien werkte het contra, we wonnen. Wat ik ook jammer vind aan topsport is dat als de beoefenaars stoppen, ze vaak ook niet meer in de boot stappen. Waar is dan de liefde voor de sport gebleven?” 

Ambitie
Maar is hij niet veel te fanatiek voor de groep roeiers die hij begeleid? Ook daar ziet hij vooral een uitdaging in. “Ik houd er inderdaad van als mensen het spelletje willen doorkrijgen. Wat daarbij vaak helpt is, om de stad uit te roeien zodat je rustiger aan de techniek kan werken. Als mensen toch liever de stad in varen dan overleggen we, vaak vinden we elkaar ergens in het midden.” 

Schaatsles
Bij het roeicentrum is hij met zijn 58 jaar een uitzondering. Hij voelt zich geen vreemde eend in de bijt. “Dat heb ik meer te danken aan mijn collega’s dan aan mijzelf. Steeds nieuwe roeiers komen bij ons lesgeven, maar de samenwerking gaat eigenlijk altijd goed. Misschien helpt het dat ik ieder jaar een schaatsles organiseer, een andere passie van mij. Dit jaar zijn er voor het eerst ook oudere roeiers uitgenodigd om instructie te komen geven. Dat vind ik erg leuk.” 

Primus inter pares
Dirk heeft weinig op met de uitdrukking ‘carrière maken’ en al helemaal niet aan de betekenis die er vaak aan wordt gegeven. “In Londen heb ik als journalist voor een bouwblad iedere week in de mooiste hotels geluncht in verband met de presentatie voor een ‘nieuwe’ baksteen. Dat is maar even leuk. Uiteindelijk heb ik drie studies gedaan waaronder de Rietveld, maar haal ik uit dit werk de meeste energie. Vroeger moest ik via een bepaald format lesgeven, nu heb ik veel meer vrijheid te bepalen wat ik doe. Jasper, de eigenaar van het bedrijf, heeft me betiteld als ‘primus inter pares’ (‘eerste onder de gelijken’, red.). Dat is een prettige erkenning en niet inhoudsloos bovendien.” 

Berlagebrug
Voorlopig is hij dan ook nog niet klaar. “Ik heb laatst uitgerekend dat ik ongeveer 30.000 keer onder de Berlagebrug door ben gevaren. Natuurlijk is dat een krankzinnig aantal. Ik ga zeker door zolang dat fysiek kan. De stuurzitjes in de boten worden de laatste jaren verbeterd en dat is een beduidend beter voor je rug. Maar het allerbelangrijkste is dat ik al die jaren met plezier die grote stenen trap van de Berlagebrug afloop. Zolang ik dat blijf doen, zit het goed.”

Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

Bootsman Bisseker: ‘Ik vind het een eer te werken bij De Hoop’

De Zuid-Afrikaan Kevin Bisseker (60) volgde zeventien jaar geleden de iconische bootsman Cor Splinter op bij De Hoop. Net als zijn voorgangers in deze serie wil hij zo lang mogelijk op deze plek blijven werken.

Het is een terugkerend patroon. Bootsmannen die gelukkig zijn in hun vak en de vrijheid die ze roemen in hun afgebakende ruimte van hun eigen werkplaats. Kevin ontvangt me dan ook met koffie uit een uitstekend apparaat en steekt er zelf een sigaartje bij op. “Ik kan hier heerlijk werken, lekker met de radio aan. Het voelt een beetje alsof het van mij is. Zo ben ik enige die weet waar alles ligt.”

Apartheid
Kevin heeft een bijzonder levensverhaal. Als jongen van 23 verlaat hij Zuid-Afrika om onder de dienstplicht uit te komen. “Het was los van de prachtige natuur een compleet verpest land met de apartheid. Daar wilde ik niet actief aan meewerken. Ik ben net op tijd vertrokken. Terwijl ik onderweg was naar Johannesburg voor mijn vlucht, viel bij mijn ouders de brief op de mat dat ik mij bij het leger moest melden.”

Inboorlingen
Vóór zijn vertrek kent hij echter nog een fijne tijd in zijn geboorteland. “Ik ben opgegroeid in het Oosten waar amper toeristen komen. Als zoon van een groothandelaar in bonen, rijst en groente had ik niets te klagen. Na mijn middelbare school heb ik drie maanden met vrienden in een bestelbusje van hem in het oerwoud tussen de inboorlingen geleefd. Prachtig was dat. Koken op zelf gemaakt vuur en surfen aan de kust.”

Flodder

Toevallig gaat de goedkoopste vlucht vanuit Zuid-Afrika naar Nederland. Maar daar vestigen, lukt mede vanwege VISA-problemen niet meteen. “Ik ben op allerlei plekken geweest. Van strandwerk in Griekenland tot baantjes in Engeland, waar ik nog ben opgepakt voor illegaal werken. Via een meisje dat ik leerde kennen in Griekenland kwam ik weer in Nederland terecht. Ze was nog jong en woonde in de Jordaan. Haar vader was Sjakie uit Flodder.”

Stoffeerder
De relatie zorgt ervoor dat hij zich eind jaren ’80 permanent in Nederland wil vestigen. Dat betekent twee jaar wachten totdat hij een paspoort kan krijgen. “Ik ben een tijd stoffeerder in de RAI geweest, een verschrikkelijke baan. Toen ik eindelijk Nederlander was geworden, kon ik mijn eigen klusbedrijf beginnen. Ik deed van alles, van het timmeren van bedden tot loodgieterswerk. Maar mijn bedrijf lag wel steeds stil als ik jaarlijks een maand naar Zuid-Afrika ging om familie te bezoeken.”

De Amstel
Een unieke gelegenheid om in loondienst en bijvoorbeeld ook vakantiegeld te krijgen en pensioen op te bouwen te gaan werken, doet zich voor als hij een keer met een klant naar De Amstel gaat voor een proefles roeien. Een sport die hij op zijn middelbare school zeer actief had beoefend. “Ik zag daar de bootsman bezig en zei meteen: ‘dat lijkt me nou perfect werk voor mij’. De klant zag niet veel later in het bondsblad Roeien een vacature voor De Hoop en wees mij erop.”

Splinter
Hij valt in de smaak en wordt de opvolger van Cor Splinter, de alom gewaardeerde bootsman die maar liefst 47 jaar werkte bij de chique vereniging aan de Weesperzijde. “Het was lastig in zijn voetsporen te treden. Het was een enorme vakman. En dan woonde hij ook nog eens op De Hoop. We hebben de eerste zes weken samen gedaan om mij in te werken. Je kan je voorstellen hoe dat gaat met twee eigenzinnige mensen in een kleine ruimte. Dat knetterde nog wel eens.”

Surfboard
Het lukt Kevin echter snel het vak zich eigen te maken en zich een plek te verwerven. “Omdat ik al een roeiverleden had, had ik wel een voorsprong. En in Zuid-Afrika had ik ook al eens zelf een surfboard gemaakt. Uit een magazine over Epoxy heb ik geleerd hoe ik zo goed mogelijk kunststofboten kon repareren. Het fijne van dit werk is dat vrijwel niemand weet wat fout is. Dat gaf mij de ruimte om te experimenteren. Hulp heb ik zodoende niet enorm hoeven zoeken.”           

Onhandig
Geliefd is de bootsman uiteraard niet altijd op zo’n grote vereniging. “Met veel mensen kan ik goed opschieten, maar sommige leden vinden mij te streng. Maar ja, ik wil gewoon schade voorkomen. Soms is het dweilen met de kraan open als je ziet hoe mensen een boot tillen en in de stelling leggen. De mensen hier zijn natuurlijk heel hoog opgeleid, maar de handigheid ontbreekt vaak.”

Waterpompen
Met het bestuur heeft hij een fijne samenwerking. “Het wisselt een beetje per persoon. De materiaalcommissaris van nu zit er bijvoorbeeld behoorlijk bovenop. Wekelijks stuur ik hem een lijst van zaken die ik wil doen. Dat vind ik geen enkel probleem, zolang er maar ruimte is voor dingen die spontaan moeten gebeuren. Net was ik bijvoorbeeld ook bezig met de waterpompen uit de kleedkamer die stuk zijn. Dat komt er dan bij.”   

Skiffen
Hij blijft het werk het liefst doen totdat het vanwege leeftijd niet meer lukt. “Ik heb weinig pensioen opgebouwd dus ga graag nog ruim tien jaar door. Daarnaast vind ik het echt een eer om te werken bij zo’n grote en koninklijke vereniging. Ik ben nog steeds iedere dag dankbaar dat ik hier terecht ben gekomen.” Extra voordeel is dat hij ondertussen ook zelf kan roeien. “Ik heb hier geleerd te skiffen. Ik mag wekelijks wat kwartiertjes opsparen. Dat ga ik vroeg in de ochtend. Je hoofd even vrij maken van alle nare gedachtes die iedereen soms wel eens heeft. Dat kan niet beter dan met roeien.”

Minxia Peddemos: ‘Toen ik een filmpje van de paralympische kampioenen zag, was ik om’

Minxia Peddemos: ‘Toen ik een filmpje van de paralympische kampioenen zag, was ik om’

Na jarenlange afwezigheid doet Nederland weer mee in de mixed vier-met-stuurman bij het paraoeien. Eén van deze roeisters is Minxia Peddemos (23). Komend weekeinde doet zij mee aan de wereldbekerwedstrijden in Poznan. Lees hier haar verhaal.

Minxia wordt in 1996 als baby in China op straat gevonden. Vanwege de éénkindpolitiek is het al weinig populair om een meisje te houden en daar komt nog eens bij dat ze is geboren zonder linkerhand. “Het was al snel duidelijk dat mijn toekomst in het weeshuis bepaald was. Ik werd vooral geacht de andere kinderen te verzorgen of om op straat te overleven. Geregeld werden kinderen weggehaald ter adoptie, maar voor meisjes als ik was dat onwaarschijnlijk.”

Levensdrang

Haar kansen keren als een juf ontdekt dat Minxia ontzettend snel kan leren: ze gaat drie keer zo snel door de stof als alle anderen en is goed tijdens de muziek- en sportlessen. ‘’Deze bewijsdrang, ik noem het liever levensdrang, heeft mij gered.Ook was ik erg eigenwijs, wilde steeds buitenspelen terwijl dat eigenlijk niet mocht. Maar of dat geholpen heeft, betwijfel ik”, zegt ze lachend. Haar juf zorgt ervoor dat Minxia op haar zesde jaar door een Amsterdams echtpaar met een ander geadopteerd kind wordt opgehaald.

Schoonspringen
Minxia lijkt niet te lijden onder de omstandigheden van haar vroege jeugd. “Ik heb een zogeheten roots-reisgemaakt toen ik 10-jaar oud was om mijn weestijd een plekje te kunnen geven. Daar ben ik mijn ouders dankbaar voor. Maar dat ik goed terecht ben gekomen, komt bovenal door mijn familie. Van hen mocht ik gewoon kind zijn.” Ze groeide op in een woonboot aan het IJ en sportief als haar ouders zijn, doet ze tal van (water)sporten op competitief niveau in het valide veld. “Ik heb bijvoorbeeld aan voetbal, triatlononderdelen, zeilen en schoonspringen gedaan. Schoonspringen, omdat een atleet met dezelfde naam olympisch en wereldkampioene was.”

Viergever
Als Minxia in het najaar van 2015 in Wageningen gaat studeren, lijkt roeien bij Argo een logische stap. “De vader van Govert Viergever was mijn docent Nederlands en hij drukte ons op het hart fanatiek mee te doen aan het studentenleven, bijvoorbeeld door te gaan roeien zoals zijn zoon. Dat leek de perfecte sport voor mij: een combinatie van duur-, water- en teamsport en dan ook nog eens bij een studentenvereniging.”

Minxia.Peddemos

Scullen
Ze had zich echter niet gerealiseerd dat roeien lastig zou kunnen worden. “Ik had pas tijdens de wedstrijdselectie door dat eerstejaars lichtgewicht vrouwen scullden in plaats van boordroeien. Omdat ik vrijwel nooit stilsta bij mijn beperking had ik daar niet aan gedacht.” Zo goed als ze kon stortte ze zich dan maar op het competitie-roeien, maar al snel lukte dat niet meer vanwege pijn aan haar rechterschouder.“Ik heb nog wel wedstrijden van de NOOC-competitie gestart en ook ‘getaart’ (winnen, red.), maar het niet kunnen wedstrijdroeien frustreerde me toch. Ik kreeg last van een schouderblessure, waardoor ik veel minder kon trainen dan ik wilde.”

Britten
Net wanneer Minxia zich daarbij neer weet te leggen,wordt zij door de bond benaderd of ze zich wil classificeren voor het PR3 veld, voor mensen met een kleine beperking. Het duurt echter even voordat ze zich er toe kon zetten in een paraboot te stappen. “Eerst wilde ik nog meedraaien met de vereniging met commissies en coach werk, want het paraveld voelde bijna als toegeven dat ik een beperking heb. Tijdens een coachvergadering liet iemand mij een filmpje zien van de Britten die in de mixed vier goud wonnen bij de Paralympische Spelen. Toen was ik snel om.”

Prothese
De bond heeft op dat moment vier roeiers gevonden voor de mixed vier-met. Eind maart 2018 wordt ze gevraagd om een keer met ze mee te trainen.Tijdens die sessie is ze al snel verkocht. “Ik kwam erachter dat het eigenlijk heel leuk is om met andere para-atleten te gaan roeien. Op een vereniging val je algauw tussen wal en schip in het wedstrijdveld. Daarnaast was het heerlijk om weer terug in de roeiboot te zijn.” Via Team Stelorthopedie in Tynaarlo krijgt ze snel daarna een geschikte prothese, waardoor ze nu zonder angst voor blessures kan trainen.

Deadliften
Het enthousiasme voor het parateam is wederzijds. De coaches nodigen haar uit om vast mee te trainen met de vier. Afgelopen oktober haakt een van deze roeisters af, waardoor Minxia haar plek in de boot krijgt. Minxia blijkt minstens zo’n goede vervanger. “Ik ben weliswaar kleiner, maar ben met mijn linkerarm sterker dan met de rechter. Mensen verbazen zich daar vaak over, maar ik heb mezelf ooit voorgenomen dat waar ik minder handig was, ik dat met kracht moest kunnen compenseren. Mijn linkerarm is dus extra goed getraind, ik kan gewoon met 80 kilo deadliften.”

Varese
Een paar weken terug roeit het kwartet haar eerste internationale wedstrijd in Varese. “Dat was een leerzame ervaring, we hebben leren racen en haalden twee keer de A-finale. Dit was überhaupt mijn eerste 2-kilometer wedstrijd die ik kon roeien. Ook betekende dat voor het eerst de boot wegen, het classificeren van de beperkingen en langs de dopingautoriteit.We denken nog veel progressie te kunnen boeken: we waren die zondag bijvoorbeeld al een minuut sneller dan op die vrijdag. Komend weekend bij de tweede wereldbeker willen we onze progressie van de afgelopen weken laten zien.” 

Tokyo
Sinds afgelopen maart traint de vier dagelijks op de Bosbaan. “Het doel is om ondanks de korte voorbereidingstijd ons te plaatsen voor de Paralympische Spelen in Tokyo. Dan moeten we bij het WK in september bij de eerste 5 eindigen. Dat vergt een professionele aanpak.” Minxia probeert het zo goed als het kan het te combineren met studie en werk. “Grofweg studeer ik maandag en dinsdag in Wageningen en ben ik de rest van de tijd in Amsterdam. Waar kan draai ik shifts bij Roeicentrum Berlagebrug. Ik heb het geluk dat alle betrokkenen mij goed ondersteunen.”

Pin It on Pinterest