Selecteer een pagina
Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Spaarne-bootsman Elmer van Orden: ‘Ik heb nooit last van files’

Elmer van Orden is de tweede bootsman die centraal staat in een serie over het steeds zeldzamer wordende beroep in de Nederlandse roeisport. Elmer is al 27 jaar werkzaam bij één van de grootste roeiverenigingen van het land, de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging Het Spaarne uit Heemstede. Hij fabriceerde daar maar liefst twaalf boten, en dan tellen we zijn eigen woonark en de catamaran voor zijn woon-werkverkeer nog niet eens mee.

Elmer (57) komt in zijn jeugd al in aanraking met roeien bij Daventria in Deventer. Na zijn middelbare schooltijd vertrekt hij voor enkele jaren naar Canada. “Het waren de jaren ’80 en er heerste hier een behoorlijke werkloosheid. In Canada had ik familie wonen en ik ben daar HTS Werktuigbouwkunde gaan doen. Maar uiteindelijk kon ik er niet aarden. Ik miste de Hollandse gezelligheid.”

Water
Toch vertrekt hij snel weer naar het buitenland. In de Engelse kustplaats Lowesoft leert hij in één jaar het vak van botenbouwer bij het International Boatbuilding Trainingcentre. “In plaats van een degelijke opleiding ben ik mijn hart gaan volgen. Het water trok me altijd al. Je kan er zoveel dingen in zien. Of het regent of dat het droog is of vanuit welke richting de wind komt. Mijn vader was ook al een botenliefhebber en een enthousiaste zeiler.”

Vacature
Na verschillende baantjes in de jachtbouw op verschillende plekken in Nederland, ziet hij in het blad Roeien een vacature staan bij Het Spaarne. “Ik was er net achter gekomen dat ik de jachtbouw een te stressvolle wereld vond. Ik bleek de enige kandidaat en hoewel ik hier nog nooit geweest was, bleek het al snel een goede match. Ik had kennis van de materialen, was handig en had affiniteit met de roeisport.”

Wapenfeit
Elmer maakt snel indruk. “Mijn eerste wapenfeit was de reparatie van een houten acht waarvan de punt er tijdens de Heineken Roeivierkamp af gevaren was. De desbetreffende ploeg moest een week later de Head of the River varen. Met flink wat kunst- en vliegwerk is het me gelukt. Vlak daarna was de Algemene Ledenvergadering en was het wel duidelijk dat ik mocht blijven.” In het begin krijgt hij nog een to-do-lijst mee van materiaalcommissaris Menno Velthuis. “Ik moest vooral het afstellen van boten en het opmeten van riggers leren. Maar al vrij snel ging ik mijn eigen gang.”

Houtworm
Hij geeft zelfs één dag in de week op, om meer tijd vrij te maken voor de bouw van zijn eigen woonboot een paar kilometer verderop aan het Spaarne. “Toen ik hier kwam, woonde ik met een zeilboot op een semi-legale ligplaats in Amsterdam. Ik moest weg en heb een tijd hier in het haventje van Het Spaarne gelegen. Het was behelpen met enkel een houten kachel. Toen kon ik de oude woonboot van Menno overnemen. Maar die had zijn gebreken, zoals een lek dak en houtworm.”

Pannetjes
In 2003 ontmoet hij zijn huidige vrouw. Ze weigerde te leven in een huiskamer vol met pannetjes. En bij haar intrekken was voor Elmer geen optie. “Je moet mij niet in een flatje zetten. Dan vind je me al snel onderaan. Ik heb een karkas laten maken en de boot zelf van binnen afgewerkt, inclusief CV, waterleiding en riool.” Inmiddels gaat Elmer elke dag met de ook door hem gemaakte catamaran naar en van zijn werk. “Het is ideaal woon-werkverkeer, ik heb nooit last van files.”

Botenbouwer
Het zijn niet de enige boten die hij maakt. Als één van de weinigen in Nederland kan hij roeiboten fabriceren. “Het begon met een C1 die aan vervanging toe was. Van De Amstel en De Hoop kreeg ik mallen en deed er vervolgens drie maanden over. Nu gaat het veel sneller. Inmiddels ben ik bezig aan mijn dertiende boot, een wherry.” Ze zelf verkopen wil hij niet. Het zou een te ingewikkeld commercieel proces worden en hij is blij dat Het Spaarne het hem in werktijd laat doen.

Vooruitgang
Dat dit mogelijk is – ondanks dat de vereniging in zijn tijd van ongeveer 700 leden tot boven de 1000 groeide – komt mede door de vele veranderingen in zijn vak. “In al die tijd zijn vrijwel alle houten boten vervangen door kunststof. Dat is minder onderhoudsgevoelig, al blijft dat ook steeds veranderen vanwege steeds weer nieuwe milieuregels. Een gigantische vooruitgang was het verdwijnen van houten riemen. Die bladen en vooral de lak waren nogal aan slijtage onderhevig. Ten slotte gaan zaken als de afschrijving van boten en vaarverboden nu allemaal elektronisch.”

Swipen
Ondertussen werd ook de vereniging anders. Zo steeg de gemiddelde leeftijd flink. “De jeugdafdeling is geslonken. Er is een grote golf aan babyboomerslid geworden.” Ondertussen werd de handigheid van roeiers minder. “We leven in een digitale tijd. Men kan tegenwoordig heel goed swipen maar een moertje vastdraaien is te lastig. Ook de technische kennis van bestuursleden is minder geworden.”

Kuddegedrag
Sommige zaken veranderen echter nooit. “Neem de zaterdagochtend. Om 8:30u is er nog niemand en een half uur later staat iedereen massaal in de rij om hun boot in het water te leggen. Weer een kwartier verder is het weer muisstil. Niemand die bedenkt iets eerder te gaan. Kuddegedrag noem ik het. Er zijn genoeg momenten in de week dat je hier een kanon kan afschieten.”  

Gezelligheid
Toch zit Elmer op zijn plek. “Eigenlijk kan het niet veel beter, ik heb hier enorme vrijheid. Ik blijf hier wel tot mijn pensioen, al heb ik als vijftiger ook weinig andere opties haha..” Hij heeft veel inloop en een vast clubje mensen om zich heen met wie hij elke ochtend koffie drinkt. Precies de Hollandse gezelligheid die hij eerder zo miste. 

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Cambridge-coach Astrid Cohnen: ‘Dit is een geweldige ervaring’

Vorige week won een acht van Nereus tijdens een sparsessie op de Thames van de vrouwenacht van Cambridge die het op 7 april opneemt tegen Oxford voor de jaarlijkse Boatrace. Deze zogeheten fixture was gearrangeerd door de in Nederland opgeleide coach Astrid Cohnen, momenteel de assistent-coach van de ‘light blues’.

“Je moet je voorstellen dat onze acht in Groot-Brittannië tot nu toe alles gewonnen heeft wat ze gestart hebben. De fixtures op het parcours van de Boat Race gebruiken we om wedstrijdsituaties te oefenen. Nereus kon met zes medaillewinnaars van afgelopen WK onder 23 jaar komen, waardoor ik zeker wist dat we een sterke boot zouden treffen. Daar zouden we wat aan hebben”, legt Cohnen telefonisch uit vanuit Cambridge.

Recruitment
“Daarnaast hoop ik hiermee ook aan Nederlandse roeiers te laten zien dat studeren hier zo gek nog niet is. De trend is weliswaar om met een sportbeurs naar Amerika te gaan, maar hier kan je meedoen aan een uniek evenement en dito programma. De vrouwengroep is bijvoorbeeld behoorlijk internationaal met een behoorlijk aantal Amerikanen, een Zwitsers, Deens en Spaans meisje. Iedereen die hier een studie gedaan heeft, komt qua carrière terecht waar hij of zij wil. Overal staan ze in de rij voor mensen die hier gestudeerd hebben.” 

Herpakken
Haar wens voor sterke competitie kwam in Londen uit. Het Nereus-octet liet in het eerste stuk van twee kilometer niets heel van de vrouwen van Cambridge. “Dat was even wennen. Ons roeien was verreweg van representatief van onze standaard. Maar ze hebben zich goed herpakt en de schouders eronder gezet. Bij de tweede afstand lagen ze ondanks de minder voordelige kant qua bochten op de finish slechts een kwart lengte achter. Hier leren ze veel van, achter liggen kan ook gebeuren tijdens de Boatrace en dan moet je de juiste wapens paraat hebben.”  

cuwbc nereus 2019

Pastorie
Normaal gesproken houdt Cohnen, die in Nederland als betaald coach werkzaam was voor Skøll en Laga, zich vooral bezig met de lichte mannen en lichte vrouwen die hun Boatrace tegen eeuwige rivaal Oxford een week eerder roeien dan het officiële evenement op 7 april. “Ik ben aangenomen als assistent van de Amerikaanse hoofdcoach Rob Weber. Bij de zware vrouwenploeg doe ik af en toe de ergometertraining en ben ik een soort van pastoraal werker. Ik check geregeld hoe het met ze gaat en drink hier een daar koffie met ze. Ook wordt er naar mijn mening gevraagd met betrekking tot opstellingen en selecties.” 

Perfectionisme
De van oorsprong Duitse doelt op het zeer ambitieuze studieklimaat in combinatie met het zware trainingsregime. “In Nederland denkt men al dat de studiedruk hoog is. Dat is echter niets vergeleken met hier. Daarnaast trainen ze twaalf keer per week. Al onze roeiers zijn ook nog eens extreem perfectionistisch en zelfkritisch. Men zit maximaal in de focus van roeien, studeren en pendelen tussen collegezaal, de trainingslocaties en huis.” 

Logistiek
Volgens Cohnen zijn er behoorlijk wat verschillen met haar vorige coachwerkzaamheden in Nederland. “Ten eerste is er bij zo’n club als Cambridge een veel groter netwerk betrokken. Van bestuur tot sponsoren en invloedrijke ex-roeiers. Veel partijen willen helpen en delen hun advies over de ploegen. Je moet goed kunnen navigeren om je doel – het centraal stellen van de atleet – centraal te houden. Ook is de logistieke kant veel groter. Bij Nederlandse studentenverenigingen neemt een bestuur of een commissie veel werk uit handen. Hier moet je alles zelf doen: van de botenwagen tot het zorgen van reparaties van de boot .” 

Springplank
De voormalige roeister van Saurus en Skøll vertrok naar Engeland voor een nieuwe start. “Ik wilde mezelf ergens anders bewijzen. Ik had het idee dat er in Nederland op een bepaalde manier over me gedacht werd en daar wil ik graag vanaf en weer plezier hebben in het coachen. Door op een andere plek met dezelfde skills– waarin ik nog steeds veel vertrouwen heb – aan de slag te gaan, kan ik mijn manier van werken en samenwerken opnieuw neerzetten en vorm geven. Coachen hier in Cambridge is geweldig en ik ben enorm blij dat ik deze kans heb gecreëerd en gepakt. Als dit ooit een springplank blijkt te zijn voor andere kansen is dat mooi, maar voor nu zijn mijn roeiers en de Boatrace het allerbelangrijkste.”

Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Onlangs was bootsman Coos de Wilde 25 jaar in dienst van Roeicentrum Berlagebrug. Een interview met hem vormt de aftrap van een reeks verhalen over het steeds beperkter wordende aantal bootsmannen in de Nederlandse roeisport.

De kiem voor het werk dat Coos nog steeds met veel plezier doet werd reeds gelegd toen hij als late tiener lid werd van de jonge en kleine roeivereniging Weesp. “Ze bestonden toen nog maar vijf jaar en aan alles was behoefte. We moesten het doen met afdankertjes van andere verenigingen, dus die boten moesten vrijwel allemaal opgeknapt worden. Ook in het gebouw was genoeg te doen”, vertelt hij met enig gevoel voor nostalgie. “Het bleek al snel dat ik handige handjes had.”

Werkloosheid
Toch duurde het even voordat hij eraan dacht hier zijn werk van te maken. “Ik heb eerst een opleiding tot elektricien afgerond en toen ik erachter kwam dat ik dat uiteindelijk niet wilde ook nog de lerarenopleiding. Maar er was veel werkloosheid in die jaren, dus ik ging van uitzendbaan naar uitzendbaan. Tot ik door een vriend werd getipt voor deze baan. Het roeicentrum was toen onderdeel van de Gemeente Amsterdam en ik werd aangenomen als tijdelijke vervanger van iemand met MS.”    

Meubels
Hij bleek een vreemde eend in de bijt. Zijn twee collega’s waren geen roeiers, maar opgeleid als houtbewerker of meubelmaker. Net als een aantal van hun voorgangers. “Omdat de loodsen bij Roeicentrum Berlagebrug te kort zijn voor een standaard C4, kon het voorkomen dat men er een halve meter af zaagde om hem passend te krijgen. Zonder er bij stil te staan dat hij dan wel heel raar in het water kwam te liggen. Ze zagen de boten ook meer als meubeltjes die zo min mogelijk gebruikt moesten worden in plaats van gebruiksvoorwerpen zoals ik.”  

Olielampen
Ook de bureaucratie leverde de nodige zorgen op. “Als ik iets van materiaal wilde aanschaffen moest dat via allerlei formulieren en duurde dat een eeuwigheid. Ten slotte had ik meestal te weinig van wat ik veel nodig had en andersom. Niemand snapte precies hoe wij aangestuurd moesten worden.” Tegelijkertijd gaf het werk hem veel plezier. “Zo kwam ik er achter dat bijna elke boot wel andere spoorbreedtes of roertjes had. Ik vond het een uitdaging daar één geheel van te maken. Ook heb ik 20 jaar terug alle lampjes voor op de boten in elkaar gezet. Die gebruiken we nog steeds. Tot dan ging het met olielampen, maar steeds minder instructeurs konden daar nog mee omgaan.”

coos_werkplaats_vecht

Flexibiliteit
Uiteindelijk bleef hij dan ook het langst van allemaal hangen. Al enige tijd is hij de enige bootsman. “Vanwege fusies gemeentelijke herindelingen vielen wij steeds weer onder iets anders. Mijn collega’s waren minder flexibel en duurder dan ik. In het weekend werken was bijvoorbeeld lastig omdat ze dan dubbel uitbetaald moesten worden. Ik vond het allemaal wel best. In de winter waren we zo goed als dicht, waardoor ik ook de mogelijkheid had te klussen aan mijn eigen huis. Ik had er ook lol in om mee te denken met hoe we het gebouw en de instructie beter konden inrichten. Zo was ik er voorstander van om in de winter ‘s avonds met verlichting door te blijven roeien. Ik had in Weesp gezien dat daar veel animo was voor fifty-fit roeien op doordeweekse ochtenden. Dit leek mij een goed alternatief voor het terug lopende schoolroeien.”

Curacao
Sinds het roeicentrum als onderdeel van het bedrijf Toprow is verder gegaan, is zijn werk niet alleen drukker, maar ook leuker geworden. “Nu is zeg maar de ‘sky the limit’, er wordt niet meer in beperkingen gedacht. We zijn sindsdien enorm gegroeid naar 1500 mensen die wekelijks komen roeien. Onze boten worden meer gebruikt, dus het is voor mij flink aanpoten. Ook hebben we nu de zeillocatie op de Sloterplas erbij. Ik kom er net vandaan en help met de verbouwing. Ik heb ooit geroepen dat we in de winter al onze eenpersoonsboten naar Curacao moesten verslepen zodat ze daar gebruikt konden worden. Nu breidt Toprow uit in New York en Londen. Wie weet gaat mijn plannetje ooit nog door haha..”

Werkplaats
In al die jaren heeft hij wel rond gekeken naar andere opties, onder andere bij De Amstel. “Ook ben ik wel eens wezen kijken bij een architectenbureau. Maar het idee om vast te zitten in zo’n kantoorpand greep me bij de keel. Er zijn altijd weer nieuwe uitdagingen zoals nu dat pand bij de Sloterplas, maar ook ben ik bezig met een nieuw stellagesysteem om nog meer boten op te kunnen bergen. Ik heb hier mijn eigen vloot van 65 boten en de mooiste werkplaats van Amsterdam. Wie heeft er nou een werkplek waar in de zomer iedereen voor ligt te zonnen? Nee, ik ga hier nooit meer weg.”

coos_werkplaats

Amsterdam Lightfestival toertocht: ‘Een absolute aanrader’

Amsterdam Lightfestival toertocht: ‘Een absolute aanrader’

Het roeicentrum organiseert dit jaar voor de vijfde keer de Amsterdam Lightfestival toertocht. Elke editie doen er meer dan 1000 roeiers mee. Toprow sprak met één van de deelnemers, Marie-Jeanne Diederen (51), van de Maastrichtse Watersport Club (MWC).

Hoe raakte je bekend met de Lightfestival toertocht?
“Ik ben pas vijf jaar terug gaan roeien vanwege mijn zoon die er veel plezier uit haalde. Niet lang nadat ik begonnen was werd deze tocht aangeboden via de Toeractiviteitencommissie van MWC. Ik had pas net mijn brevet, dus het was super spannend om dan ineens op de smalle Amsterdamse grachten te roeien. Onze roeilocatie op de Maas geeft met de stroming natuurlijk genoeg uitdagingen, maar het is een compleet andere dynamiek. Ik vond het een fantastische ervaring en het maakte dusdanig veel indruk dat ik sindsdien elk jaar ben mee gegaan. Inmiddels organiseer ik het zelf.”

Hoe organiseren jullie de tocht?
“Mede omdat wij natuurlijk van ver moeten komen, maken we er echt een uitje van. We gaan al vroeg in de ochtend weg zodat we om 12:00u in Amsterdam kunnen zijn. Dan gaat men in groepjes uiteen voor verschillende activiteiten. Speciaal voor ons is dat een half uur eerder dan normaal, zodat we na afloop nog met elkaar kunnen eten voordat we weer terug naar Maastricht gaan. De eerste keer dat ik mee ging, waren we met 20 man. Inmiddels zijn het er 40, meer kan ook niet. Binnen een half uur dat je kan inschrijven is het de laatste jaren vol. Dit jaar hadden we zelfs 70 aanmeldingen. Op een ledenaantal van 400 – waarvan 100 actief – is dat enorm. Mensen zijn nu eenmaal heel enthousiast hierover en raden de tocht aan anderen aan. Ook nu hadden we iets van tien tot twaalf beginners mee. Ik deel de boten in en meng alles door elkaar. Jong en oud. Van wedstrijdroeiers, tot beginners en andere enthousiaste leden.”

Hoe beviel de tocht dit jaar in vergelijking tot eerdere keren?
“Het is elk jaar toch steeds weer een beetje anders. De eerste keer blijft de leukste, dat kwam door de combinatie van de kunstwerken en het feit dat het nieuw en spannend was. Vorig jaar was de minste, het kwam wat chaotisch over. Deze editie waren de kunstwerken weer beduidend mooier. Eén van de hoogtepunten waren twintig uitvergrote verlichte pluizen die boven de gracht bungelen. Ook de ‘sterren van Van Gogh’ vond ik mooi. Dat ging om een kunstmatige versie van de sterrenhemel die Vincent van Gogh ooit schilderde voor het beroemde schilderij ‘De Sterrennacht’. De kunstenaars proberen ons eraan te herinneren dat we zoiets – zeker in een stad als Amsterdam waar de nachtelijke lucht permanent vervuild is – tegenwoordig niet meer zien.”

Hoe verloopt de samenwerking met het Roeicentrum?
“Dat gaat heel goed. Elke boot krijgt een stuurman/vrouw mee die de route kent, inclusief de ‘ins en outs’ van de kunstwerken. Tevens is het belangrijk dat er goed gemanoeuvreerd wordt, want het is vrij druk op het water tussen de grote rondvaartboten. Dat gaat altijd goed. Uiteraard is de één wat enthousiaster dan de ander. Zo had ik de eerste keer het geluk iemand te treffen die mij wees op het prachtige boek ‘The Boys in the Boat’. Dat geluk moet je hebben. Maar ik zou het iedereen aanraden. Ik ken inmiddels vrienden van andere verenigingen die ook elk jaar komen.”

Ook meedoen? Het Lightfestival is nog tot 20 januari in de stad. De tocht duurt twee uur en kost 35 euro per persoon. 

Roei-instructie voor Toprow Londen: ‘We waren echt aan het pionieren’

Roei-instructie voor Toprow Londen: ‘We waren echt aan het pionieren’

Toprow startte deze zomer in London met een filiaal aan de Theems. De Amsterdamse instructeurs Willem Crul en Caitlin Smith kregen de belangrijke taak de eerste lessen te verzorgen. Een behoorlijke klus voor de nog jonge studenten.

“We zijn een beetje in het diepe gegooid, maar het was het meer dan waard”, vertelt Caitlin enthousiast in de kantine van Roeicentrum Berlagebrug. De pas 21-jarige studente Kunstmatige Intelligentie kwam per toeval in Londen terecht. “Ik zou oorspronkelijk een minor gaan doen in New York en wilde daar roeiles geven als bijbaantje. Maar dat ging door omstandigheden niet meer door. Jasper (Smink, eigenaar van Toprow, red.) vroeg toen of ik dan niet voor ruim een maand naar Londen wilde. En ik zeg nu eenmaal snel ‘ja’ tegen dingen. Daar komen leuke dingen van op je pad.”

Passie
Bijkomend voordeel was dat Caitlin tot haar achtste jaar in Engeland had gewoond en tweetalig was opgevoed. Onderdak vond ze bij familie. De net zo jonge geschiedenisstudent Willem kende deze voordelen niet. “Ik hoorde via Caitlin van deze kans en zocht nog een bijbaan voor de zomer”, zegt hij vrolijk. “Met roeien merk je dat iedereen dezelfde passie heeft. Als ik mensen kan helpen en blij kan maken, vind ik het al snel geslaagd. En als dat ook nog eens in een stad als Londen kan…”

Stroming
Het regelen en geven van de eerste lessen bracht behoorlijk wat met zich mee. “Zo was de sterke stroming op de Theems een grote uitdaging. In het begin maakte ik een totaal verkeerde inschatting van hoe ver ik stroomafwaarts kon gaan om weer op tijd terug te komen. Ook kwam ik een keer in een zandbank terecht omdat het water veel sneller daalde dan ik dacht. De verkeersregels op het water zijn ook eens een stuk ingewikkelder dan hier”, stelt Caitlin.

Inventief
Het missen van een roeibak om de beginselen van de haal aan te leren zorgde eveneens voor ongemak. “Uiteindelijk vonden we ook hier onze weg. We legden de boot op een afgelegen stukje en gingen zelf in het water staan om de boot vast te houden. Zo konden de cursisten oefenen met halen maken zonder dat boot snelheid had”, aldus Willem.  

Caitlin Willem

Coördinatie
Los van de lessen was ook de coördinatie nog een flinke klus. “Degene die dat daar zou gaan doen, ging precies toen wij kwamen op huwelijksreis. Afmeldingen kwamen via email binnen op het Roeicentrum hier in Amsterdam en voordat het dan bij ons was, was het vaak al te laat. Maar ook dat losten we op. Zo hadden we goed contact met de roeiers van London Rowing Club, waar onze boten liggen.”

Reclame
De lessen bleken populair. “Als je nog niet kan roeien, kan je niet zoals hier in Nederland bij een roeivereniging terecht. De Londense clubs nemen alleen maar mensen aan die al kunnen roeien. Toprow springt in dat gat. Inmiddels zijn er ook wel andere plekken waar lessen worden aangeboden, maar die zijn kleinschalig en lastig te vinden. Voor onze lessen is echt reclame gemaakt. We zijn zelfs op de Londense radio geweest”, stelt Caitlin.

Pionieren
Beide twintigers werkten voor hun vertrek nieuwe instructeurs in. “Ook hebben we nog een protocol geschreven voor nieuwe werknemers. Volgens mij loopt het inmiddels uitstekend. Als ik er zo op terug kijk zijn we echt aan het pionieren geweest”, zegt Willem trots. Caitlin: “Bij een van onze laatste lessen kwam een Nederlandse vrouw die in Amsterdam een les moest missen vanwege vakantie. Die haalde ze in Londen in. Toen zijn wij samen met haar man en kind gaan roeien. Een super leuke ervaring.”

Ervaringen
Zowel Caitlin als Willem kijken dan ook vol voldoening terug op hun werk. Willem: “Ik vond het achteraf best wat zo alleen in Londen. Ik ben er een stuk zelfstandiger van geworden. Op het eind woonde ik bij een aantal studenten in huis, dat was erg leuk.” Caitlin vond het vooral fijn om zo op zichzelf te zijn aangewezen. “Vooral om te weten hoe het is om zelf iets op te zetten en te regelen. Je leert ook veel beter hoe een bedrijf werkt. Daar heb ik later zeker iets aan.”

Caitlin Willem

Pin It on Pinterest