Selecteer een pagina
Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Bootsman Coos de Wilde: ‘Ik ga hier nooit meer weg’

Onlangs was bootsman Coos de Wilde 25 jaar in dienst van Roeicentrum Berlagebrug. Een interview met hem vormt de aftrap van een reeks verhalen over het steeds beperkter wordende aantal bootsmannen in de Nederlandse roeisport.

De kiem voor het werk dat Coos nog steeds met veel plezier doet werd reeds gelegd toen hij als late tiener lid werd van de jonge en kleine roeivereniging Weesp. “Ze bestonden toen nog maar vijf jaar en aan alles was behoefte. We moesten het doen met afdankertjes van andere verenigingen, dus die boten moesten vrijwel allemaal opgeknapt worden. Ook in het gebouw was genoeg te doen”, vertelt hij met enig gevoel voor nostalgie. “Het bleek al snel dat ik handige handjes had.”

Werkloosheid
Toch duurde het even voordat hij eraan dacht hier zijn werk van te maken. “Ik heb eerst een opleiding tot elektricien afgerond en toen ik erachter kwam dat ik dat uiteindelijk niet wilde ook nog de lerarenopleiding. Maar er was veel werkloosheid in die jaren, dus ik ging van uitzendbaan naar uitzendbaan. Tot ik door een vriend werd getipt voor deze baan. Het roeicentrum was toen onderdeel van de Gemeente Amsterdam en ik werd aangenomen als tijdelijke vervanger van iemand met MS.”    

Meubels
Hij bleek een vreemde eend in de bijt. Zijn twee collega’s waren geen roeiers, maar opgeleid als houtbewerker of meubelmaker. Net als een aantal van hun voorgangers. “Omdat de loodsen bij Roeicentrum Berlagebrug te kort zijn voor een standaard C4, kon het voorkomen dat men er een halve meter af zaagde om hem passend te krijgen. Zonder er bij stil te staan dat hij dan wel heel raar in het water kwam te liggen. Ze zagen de boten ook meer als meubeltjes die zo min mogelijk gebruikt moesten worden in plaats van gebruiksvoorwerpen zoals ik.”  

Olielampen
Ook de bureaucratie leverde de nodige zorgen op. “Als ik iets van materiaal wilde aanschaffen moest dat via allerlei formulieren en duurde dat een eeuwigheid. Ten slotte had ik meestal te weinig van wat ik veel nodig had en andersom. Niemand snapte precies hoe wij aangestuurd moesten worden.” Tegelijkertijd gaf het werk hem veel plezier. “Zo kwam ik er achter dat bijna elke boot wel andere spoorbreedtes of roertjes had. Ik vond het een uitdaging daar één geheel van te maken. Ook heb ik 20 jaar terug alle lampjes voor op de boten in elkaar gezet. Die gebruiken we nog steeds. Tot dan ging het met olielampen, maar steeds minder instructeurs konden daar nog mee omgaan.”

coos_werkplaats_vecht

Flexibiliteit
Uiteindelijk bleef hij dan ook het langst van allemaal hangen. Al enige tijd is hij de enige bootsman. “Vanwege fusies gemeentelijke herindelingen vielen wij steeds weer onder iets anders. Mijn collega’s waren minder flexibel en duurder dan ik. In het weekend werken was bijvoorbeeld lastig omdat ze dan dubbel uitbetaald moesten worden. Ik vond het allemaal wel best. In de winter waren we zo goed als dicht, waardoor ik ook de mogelijkheid had te klussen aan mijn eigen huis. Ik had er ook lol in om mee te denken met hoe we het gebouw en de instructie beter konden inrichten. Zo was ik er voorstander van om in de winter ‘s avonds met verlichting door te blijven roeien. Ik had in Weesp gezien dat daar veel animo was voor fifty-fit roeien op doordeweekse ochtenden. Dit leek mij een goed alternatief voor het terug lopende schoolroeien.”

Curacao
Sinds het roeicentrum als onderdeel van het bedrijf Toprow is verder gegaan, is zijn werk niet alleen drukker, maar ook leuker geworden. “Nu is zeg maar de ‘sky the limit’, er wordt niet meer in beperkingen gedacht. We zijn sindsdien enorm gegroeid naar 1500 mensen die wekelijks komen roeien. Onze boten worden meer gebruikt, dus het is voor mij flink aanpoten. Ook hebben we nu de zeillocatie op de Sloterplas erbij. Ik kom er net vandaan en help met de verbouwing. Ik heb ooit geroepen dat we in de winter al onze eenpersoonsboten naar Curacao moesten verslepen zodat ze daar gebruikt konden worden. Nu breidt Toprow uit in New York en Londen. Wie weet gaat mijn plannetje ooit nog door haha..”
 
Werkplaats
In al die jaren heeft hij wel rond gekeken naar andere opties, onder andere bij De Amstel. “Ook ben ik wel eens wezen kijken bij een architectenbureau. Maar het idee om vast te zitten in zo’n kantoorpand greep me bij de keel. Er zijn altijd weer nieuwe uitdagingen zoals nu dat pand bij de Sloterplas, maar ook ben ik bezig met een nieuw stellagesysteem om nog meer boten op te kunnen bergen. Ik heb hier mijn eigen vloot van 65 boten en de mooiste werkplaats van Amsterdam. Wie heeft er nou een werkplek waar in de zomer iedereen voor ligt te zonnen? Nee, ik ga hier nooit meer weg.”

coos_werkplaats

Amsterdam Lightfestival toertocht: ‘Een absolute aanrader’

Amsterdam Lightfestival toertocht: ‘Een absolute aanrader’

Het roeicentrum organiseert dit jaar voor de vijfde keer de Amsterdam Lightfestival toertocht. Elke editie doen er meer dan 1000 roeiers mee. Toprow sprak met één van de deelnemers, Marie-Jeanne Diederen (51), van de Maastrichtse Watersport Club (MWC).

Hoe raakte je bekend met de Lightfestival toertocht?
“Ik ben pas vijf jaar terug gaan roeien vanwege mijn zoon die er veel plezier uit haalde. Niet lang nadat ik begonnen was werd deze tocht aangeboden via de Toeractiviteitencommissie van MWC. Ik had pas net mijn brevet, dus het was super spannend om dan ineens op de smalle Amsterdamse grachten te roeien. Onze roeilocatie op de Maas geeft met de stroming natuurlijk genoeg uitdagingen, maar het is een compleet andere dynamiek. Ik vond het een fantastische ervaring en het maakte dusdanig veel indruk dat ik sindsdien elk jaar ben mee gegaan. Inmiddels organiseer ik het zelf.”

Hoe organiseren jullie de tocht?
“Mede omdat wij natuurlijk van ver moeten komen, maken we er echt een uitje van. We gaan al vroeg in de ochtend weg zodat we om 12:00u in Amsterdam kunnen zijn. Dan gaat men in groepjes uiteen voor verschillende activiteiten. Speciaal voor ons is dat een half uur eerder dan normaal, zodat we na afloop nog met elkaar kunnen eten voordat we weer terug naar Maastricht gaan. De eerste keer dat ik mee ging, waren we met 20 man. Inmiddels zijn het er 40, meer kan ook niet. Binnen een half uur dat je kan inschrijven is het de laatste jaren vol. Dit jaar hadden we zelfs 70 aanmeldingen. Op een ledenaantal van 400 – waarvan 100 actief – is dat enorm. Mensen zijn nu eenmaal heel enthousiast hierover en raden de tocht aan anderen aan. Ook nu hadden we iets van tien tot twaalf beginners mee. Ik deel de boten in en meng alles door elkaar. Jong en oud. Van wedstrijdroeiers, tot beginners en andere enthousiaste leden.”

Hoe beviel de tocht dit jaar in vergelijking tot eerdere keren?
“Het is elk jaar toch steeds weer een beetje anders. De eerste keer blijft de leukste, dat kwam door de combinatie van de kunstwerken en het feit dat het nieuw en spannend was. Vorig jaar was de minste, het kwam wat chaotisch over. Deze editie waren de kunstwerken weer beduidend mooier. Eén van de hoogtepunten waren twintig uitvergrote verlichte pluizen die boven de gracht bungelen. Ook de ‘sterren van Van Gogh’ vond ik mooi. Dat ging om een kunstmatige versie van de sterrenhemel die Vincent van Gogh ooit schilderde voor het beroemde schilderij ‘De Sterrennacht’. De kunstenaars proberen ons eraan te herinneren dat we zoiets – zeker in een stad als Amsterdam waar de nachtelijke lucht permanent vervuild is – tegenwoordig niet meer zien.”

Hoe verloopt de samenwerking met het Roeicentrum?
“Dat gaat heel goed. Elke boot krijgt een stuurman/vrouw mee die de route kent, inclusief de ‘ins en outs’ van de kunstwerken. Tevens is het belangrijk dat er goed gemanoeuvreerd wordt, want het is vrij druk op het water tussen de grote rondvaartboten. Dat gaat altijd goed. Uiteraard is de één wat enthousiaster dan de ander. Zo had ik de eerste keer het geluk iemand te treffen die mij wees op het prachtige boek ‘The Boys in the Boat’. Dat geluk moet je hebben. Maar ik zou het iedereen aanraden. Ik ken inmiddels vrienden van andere verenigingen die ook elk jaar komen.”

Ook meedoen? Het Lightfestival is nog tot 20 januari in de stad. De tocht duurt twee uur en kost 35 euro per persoon. 

Roei-instructie voor Toprow Londen: ‘We waren echt aan het pionieren’

Roei-instructie voor Toprow Londen: ‘We waren echt aan het pionieren’

Toprow startte deze zomer in London met een filiaal aan de Theems. De Amsterdamse instructeurs Willem Crul en Caitlin Smith kregen de belangrijke taak de eerste lessen te verzorgen. Een behoorlijke klus voor de nog jonge studenten.

“We zijn een beetje in het diepe gegooid, maar het was het meer dan waard”, vertelt Caitlin enthousiast in de kantine van Roeicentrum Berlagebrug. De pas 21-jarige studente Kunstmatige Intelligentie kwam per toeval in Londen terecht. “Ik zou oorspronkelijk een minor gaan doen in New York en wilde daar roeiles geven als bijbaantje. Maar dat ging door omstandigheden niet meer door. Jasper (Smink, eigenaar van Toprow, red.) vroeg toen of ik dan niet voor ruim een maand naar Londen wilde. En ik zeg nu eenmaal snel ‘ja’ tegen dingen. Daar komen leuke dingen van op je pad.”

Passie
Bijkomend voordeel was dat Caitlin tot haar achtste jaar in Engeland had gewoond en tweetalig was opgevoed. Onderdak vond ze bij familie. De net zo jonge geschiedenisstudent Willem kende deze voordelen niet. “Ik hoorde via Caitlin van deze kans en zocht nog een bijbaan voor de zomer”, zegt hij vrolijk. “Met roeien merk je dat iedereen dezelfde passie heeft. Als ik mensen kan helpen en blij kan maken, vind ik het al snel geslaagd. En als dat ook nog eens in een stad als Londen kan…”

Stroming
Het regelen en geven van de eerste lessen bracht behoorlijk wat met zich mee. “Zo was de sterke stroming op de Theems een grote uitdaging. In het begin maakte ik een totaal verkeerde inschatting van hoe ver ik stroomafwaarts kon gaan om weer op tijd terug te komen. Ook kwam ik een keer in een zandbank terecht omdat het water veel sneller daalde dan ik dacht. De verkeersregels op het water zijn ook eens een stuk ingewikkelder dan hier”, stelt Caitlin.

Inventief
Het missen van een roeibak om de beginselen van de haal aan te leren zorgde eveneens voor ongemak. “Uiteindelijk vonden we ook hier onze weg. We legden de boot op een afgelegen stukje en gingen zelf in het water staan om de boot vast te houden. Zo konden de cursisten oefenen met halen maken zonder dat boot snelheid had”, aldus Willem.  

Caitlin Willem

Coördinatie
Los van de lessen was ook de coördinatie nog een flinke klus. “Degene die dat daar zou gaan doen, ging precies toen wij kwamen op huwelijksreis. Afmeldingen kwamen via email binnen op het Roeicentrum hier in Amsterdam en voordat het dan bij ons was, was het vaak al te laat. Maar ook dat losten we op. Zo hadden we goed contact met de roeiers van London Rowing Club, waar onze boten liggen.”

Reclame
De lessen bleken populair. “Als je nog niet kan roeien, kan je niet zoals hier in Nederland bij een roeivereniging terecht. De Londense clubs nemen alleen maar mensen aan die al kunnen roeien. Toprow springt in dat gat. Inmiddels zijn er ook wel andere plekken waar lessen worden aangeboden, maar die zijn kleinschalig en lastig te vinden. Voor onze lessen is echt reclame gemaakt. We zijn zelfs op de Londense radio geweest”, stelt Caitlin.

Pionieren
Beide twintigers werkten voor hun vertrek nieuwe instructeurs in. “Ook hebben we nog een protocol geschreven voor nieuwe werknemers. Volgens mij loopt het inmiddels uitstekend. Als ik er zo op terug kijk zijn we echt aan het pionieren geweest”, zegt Willem trots. Caitlin: “Bij een van onze laatste lessen kwam een Nederlandse vrouw die in Amsterdam een les moest missen vanwege vakantie. Die haalde ze in Londen in. Toen zijn wij samen met haar man en kind gaan roeien. Een super leuke ervaring.”

Ervaringen
Zowel Caitlin als Willem kijken dan ook vol voldoening terug op hun werk. Willem: “Ik vond het achteraf best wat zo alleen in Londen. Ik ben er een stuk zelfstandiger van geworden. Op het eind woonde ik bij een aantal studenten in huis, dat was erg leuk.” Caitlin vond het vooral fijn om zo op zichzelf te zijn aangewezen. “Vooral om te weten hoe het is om zelf iets op te zetten en te regelen. Je leert ook veel beter hoe een bedrijf werkt. Daar heb ik later zeker iets aan.”

Caitlin Willem

TopRow New York van start

TopRow New York van start

Toprow breidt uit. In New York start men deze week met een particuliere roeilessen. De Amerikaanse Mel Abler is verantwoordelijk voor de instructie en was onlangs een paar dagen in Amsterdam. Wat pikte ze op en wat is ze van plan in New York?

Abler (25) groeide op in de staat Wisconsin en raakte besmet met het roeivirus tijdens haar collegejaren. “Met mijn beperkte lengte leek het er lang op dat ik alleen kon sturen, totdat ik begreep dat er ook een lichtgewicht categorie was. Toen ben ik hard gaan trainen om dat te kunnen halen en dat is gelukt. Later verhuisde ik voor studie naar New York en ben ik het daar blijven doen”, vertelt ze enthousiast in de kantine van het roeicentrum.

Bijbaan
Als bijbaantje werd Abler instructeur bij Row New York, een roeicentrum dat niet alleen instructie aanbiedt, maar ook junioren- en veteranenroeien. Inmiddels promoveert ze aan de prestigieuze Columbia University op het gebied van Natuurkunde, maar dat combineert ze met haar coachwerkzaamheden. Toen Toprow het opleidingsdeel van Row New York overnam, kwamen zij automatisch uit bij Abler.

Kansen
“Het idee van Toprow is om iedereen die in New York wil roeien, ook aan het roeien te krijgen. Dat spreekt me erg aan. De roeimogelijkheden zijn er erg beperkt. Er is weinig geschikt roeiwater en de prijzen van vastgoed zijn enorm hoog. Tegelijkertijd liggen er veel kansen. Buiten het universiteitsroeien kan je nergens anders aan de slag. Er zijn geen burgerverenigingen die je hier overal langs de Amstel ziet.”

Crossfit
Abler wijst op nog een andere groeimogelijkheid. “Veel hoogopgeleiden in de stad zijn op de universiteit met roeien in aanraking gekomen dus kennen de sport wel. Daarnaast is de sport hipper geworden door opkomende trends in de sportschool, zoals Crossfit. Dat maakt veel gebruik van ergometers en de mensen die dat beoefenen willen dat misschien ook wel in de boot uitproberen.”

Scullen
In Amsterdam liep zij afgelopen week mee tijdens verschillende soorten instructie. “Ik ben met ervaren roeiers een eind de Amstel afgegaan. Prachtig om te zien. Ook ben ik met beginners de binnenstad in geweest. Er is hier veel meer mogelijk. In Amerika roeit iedereen alleen boord, maar als mensen ook kunnen scullen, scheelt dat enorm.”

Liteboat
Niet alleen het roeiwater is volgens Abler een stuk geschikter, ook het materiaal. “Bij ons zit er niets tussen een brede, drijvende instructieboot en een gladde boot in. Gelukkig heeft Toprow onlangs twee Liteboats verscheept, dat gaat zeker schelen. Maar door het grote aantal boten kunnen jullie hier enorm veel roeiers verwerken. Dat is iets waar wij nog lang niet zijn.” rowing new york

Coaching
Ze merkte ook inhoudelijk verschillen op. “In New York zijn we meer gewend echt bovenop de techniek te zitten. Hier lieten de instructeurs de roeiers vooral doorvaren. Misschien heeft dat ook te maken met de insteek. Ik heb begrepen dat mensen hier ook komen roeien omdat ze gewoon lekker met een groep een stuk willen roeien. Ik ben gewend dat ik vooral instructie moet geven.”

Niveau
Bij de beginners keek Abler uiteraard ook naar het niveau, gecombineerd met hoe lang de cursisten al roeiden. “Stiekem was ik bang dat het niveau van de roeiers hier een stuk hoger zou liggen, maar gelukkig bleek dat niet het geval. Ze waren ongeveer even ver dan als ze bij ons in New York les hadden gehad. Neemt niet weg dat het heel goed is om te kijken naar hoe we dingen anders kunnen doen.”

Vervolg
Abler begint deze week met de eerste lessen. Hoe het er verder precies uit gaat zien, weet ze nog niet. “De eerste inschrijvingen zijn binnen en de eerste cursussen duren acht weken. Daarna is alles nog onzeker. Hoe het verder gaat, hangt ook af van de animo. Daarnaast kunnen wij vanwege de temperatuur in de winter niet roeien, daar zijn vanuit de Amerikaanse roeibond ook regels over. Hoe strikt die zijn, moeten we nog bekijken. Anders huren we een ruimte in Manhatten om samen te ergometeren.” TopRow New York

De Amerikaanse Droom

De Amerikaanse Droom

De trend is al een paar jaar zichtbaar. Steeds meer talentvolle roeiers vertrekken na hun juniorentijd naar Amerika om daar met een sportbeurs te gaan studeren en te roeien. Toprow sprak met drie van hen, ieder in een ander jaar vertrokken en allen naar verschillende universiteiten. Wat trekt ze, is er een verschil in roeicultuur en hoe combineren ze het met hun ambities in Nederland?

“Ik ging vooral voor de ervaring. Het is natuurlijk best wat om als je net van de middelbare school bent naar de andere kant wereld te gaan”, vertelt Maarten Hurkmans, die in 2015 met de Junioren Holland Acht goud won in Rio de Janeiro en vervolgens vertrok naar de University of California. “Daarom twijfelde ik ook sterk. Toproeier Niki van Sprang, die als een van de eerste Nederlanders daar ging roeien en studeren, heeft me erg geholpen. Hij heeft me het laatste zetje gegeven.” Hurkmans wijst erop dat het voordeel van roeien is dat je meteen in een groep zit. “Ik werd in huis geplaatst met een aantal van deze jongens, dat helpt ook.”

Oostkust – Westkust
Eenzelfde verhaal heeft Gert Jan van Doorn, die vorig jaar werd gescout door de grote concurrent, de University of Washington, net als ‘Cal’ aan de westkust, alleen 1300 kilometer noordelijker gelegen. “Het is een combinatie van interesse die ze in je hebben en wat voor indruk zij maken. Ik ben eerst een weekeinde langs gegaan om te kijken hoe alles was. Je mag zelfs je familie meenemen, allemaal betaald door de universiteit”, zegt hij. Vooral Washington en California zetten sterk in op het binnenhalen van het beste talent.

Bart Roovers die als 19-jarige nog bijna in de olympische lichte vier-zonder van 2016 belandde, deed het anders en koos vanwege zijn studie Natuurkunde voor een universiteit aan de oostkust die minder hoog stond aangeschreven. “Ik wil straks ook een goed diploma hebben. Daarnaast had ik een goed gevoel bij de coach van Pennsylvania. Dat merken we nu want we winnen inmiddels wedstrijden van concurrerende universiteiten zoals Cornell, dat gebeurde eerder niet.”

Competitie
Het grote verschil met Nederland zit er volgens de jongens vooral in hoe er getraind wordt. “Alles is vooral veel groter en dat werkt motiverend”, vertelt Roovers, die in Leiden gewend was in een klein clubje te trainen. Volgens Van Doorn is het voordeel daarvan dat er meer competitie is. “Je wordt ook steeds gewisseld, eigenlijk is alles een wedstrijd. Fysiek word je behoorlijk gehard. In Nederland traint niemand om 5:30u ’s ochtends, voor ons is dat normaal. Je zou het niet zeggen maar soms kan ik die ochtenden op ons grote meer met opkomende zon zelfs waarderen.” Al het trainen heeft resultaat. Alle drie verbeterden hun persoonlijk record op de ergometer met tien tot vijftien seconden verschil. Van Doorn deed dat zelfs in één jaar.

Beide Leidenaren roemen de begeleiding. “Er is bijvoorbeeld altijd een mentor beschikbaar die je helpt bij het plannen van colleges en tentamens. Als sporter heb je voorrang bij het inschrijven op collegetijden en we hebben een enorme dining-hall waar altijd meteen na onze training een maaltijd klaarstaat. Dat is in Nederland onmogelijk. Onze coach in Nederland, Willem Jan de Widt, probeert dat richting een toernooi wel te doen door zelf voor ons te koken”, aldus Roovers.

Collectief
Hurkmans noemt nog een ander belangrijk verschil. “Alles draait daar om het collectief, hier in Nederland is coaching veel meer op het individu gericht. Met veel meer aandacht op techniek en met veel meer nuance. Ik heb hier nog nooit een juniorencoach horen zeggen dat ik harder moest trappen. Men gaat er vanuit dat je dat van jezelf wel doet. Dat vind ik op zich goed, maar ik denk wel dat ik in Amerika mentaal een stuk sterker ben geworden.” De roeier van Hemus uit Amersfoort vindt de combinatie van beiden perfect. “Nederland is echt een technische leerschool en ik ben ook niet bang dat kwijt te raken als ik naar Amerika ga. Onze coach daar is ook vrij pragmatisch, die vindt het fantastisch als ik beter roei als ik terugkom.”

Nederland
Ondanks dat de ‘Amerikanen’ pas begin juni klaar zijn met het seizoen, kunnen ze het momenteel goed combineren met hun ambities om voor Nederland te roeien. Hurkmans roeit deze zomer zelfs al in de Holland Acht. “We hebben het geluk dat de huidige bondscoaches erg meedenkend zijn en ons de kans hebben gegeven zomaar in te stappen. Dat had ook anders gekund.” Roovers en Van Doorn werden op hun beurt geselecteerd voor de acht voor de wereldkampioenschappen onder 23 jaar. “Dat was echt een meevaller, als dat niet was gebeurd was het ook geen ramp geweest. Ik wil absoluut doorgroeien richting de top, maar als ik straks na een studie van vier jaar terugkom, heb ik nog alle tijd de Olympische Spelen te halen”, stelt Van Doorn. Roovers knikt instemmend.