Na twee jaar geroeid te hebben in het nationaal junioren team en twee keer een medaille te hebben misgelopen op het junioren wereldkampioenschap in Hamburg en in Rio de Janeiro, besloot ik dat ik tot het uiterste wilde gaan door roeien te combineren met studeren in Amerika. Na een half jaar rondfladderen en een paar reisjes op en neer te hebben gemaakt naar de grote boze VS, besloot ik naar The University of Texas in Austin te gaan. Ja, mijn ouders keken ook wel even raar op toen ik dat vertelde. Een van de beste vrouwencoaches van de VS heeft vorig jaar na een 16 jaar durende carrière bij Cal, Berkeley, besloten om zijn zinnen te zetten op het roeiprogramma bij UT. Voor zijn komst presteerde de meisjes weinig tot niks. Nadat hij ze negen maanden had gecoacht werd de eerste acht vierde van Amerika op de nationale studentenkampioenschappen, de NCAA’s. Met andere woorden: de belangrijkste wedstrijd van het jaar.

Het is maandagochtend, 10:26. Ik zit met beide pootjes omhoog in ‘study hall’, een fenomeen onder alle eerstejaars atleten. Als roeiers zijn we verplicht om acht uur per week te studeren in deze uiterst inspirerende omgeving, zonder ramen, zonder banken waar je lekker op in slaap kan vallen en zonder enige afleiding, want er moeten acht productieve uren gedraaid worden. Vandaag is een dag zoals alle andere dagen. Ik stond op om 05:50, fietste 60 kilometer omdat ik helaas licht geblesseerd ben aan mijn enkel, viel een bakje havermout aan en hier zit ik dan, mijn intellectuele horizon te verbreden.

Hoe weemoedig deze anekdote ook mag klinken, eigenlijk ben ik ontzettend aan het genieten. Natuurlijk heb ik soms geen zin om op te staan als het voor je gevoel nog midden in de nacht is en nee, ik sta ook niet elke dag te springen om wederom meer dan 20 kilometer te roeien als ik nog een zware training in het vooruitzicht heb die dag. Het is de instelling die het hem doet. Tijdens training is er niemand die klaagt, niemand die zucht en puft en steunt, zichzelf afvragend: ‘Wat ben ik hier in godsnaam eigenlijk aan het doen?’. De gedachte die in Nederland zo vaak door mijn gedachte heeft gespookt: ‘Hoe zou het zijn om een normaal studentenleven te lijden?’ komt hier sporadisch in me op.

Een van de redenen is de no-nonsense aanpak die de coaches hier hebben. Het verschil tussen mijn meisjes 16-18 jaren en nu had niet groter kunnen zijn. De coaches zorgen voor een afstand, waarmee ze hun autoriteit in stand houden. Of het een vriendelijke comfortabele gezellige omgeving is om je in te bevinden? Als je het mij vraagt: nee. Maar is het goed? Daarop antwoord ik met 100% zekerheid: ja. Doordat er geen ruimte is voor uitzonderingen zorgen mensen er voor dat ze altijd op tijd en voorbereid zijn. Elke training wordt op z’n efficiëntst uitgevoerd, overal is een systeem voor: de riemen naar binnen brengen, de boot in en uit het water halen, rekken en strekken, enzovoorts.

Een andere reden is dat we alle middelen hebben om te presteren naar behoren. Wat me het meest verbaasde was een gebeurtenis tijdens een van mijn eerste krachttrainingen hier. Mijn hand was door de vele uren trainen getransformeerd tot Een Grote Blaar, zoals iedere wedstrijdroeier weleens heeft (of zeg ik iets nieuws?). De blaar was open gegaan en in mijn minuutje rust besloot ik hem eens even van dichtbij te inspecteren. Voor ik het wist stond de medisch begeleider van het roeiteam naast me met een pleister en een of ander desinfecterend zalfje: ‘Let me take care of that for you, we don’t want your blister to get infected’ zei ze terwijl ik stomverbaasd opkeek.

Naast de onuitputtelijke motivatie die lijkt te heersen in dit team zijn de resultaten veelbelovend. Mijn PR op een 20 minuten test was 1:56:6. Ik zit hier nog geen twee maanden en mijn eerste 6k score was 1:53:0. Ik ga ervan uit dat ik me nog meer zal verbeteren gedurende dit semester. We trainen dan ook 20 uur per week en elke dag is een wedstrijd. Je zou er haast moe van worden. Minstens een van de twee trainingen per dag bevat afstandjes die we seatracen tegen en met elkaar. Toch wordt er na elke training in de bespreking gezegd dat we racen om gewend te raken aan de spanning en ‘wat er allemaal bij komt kijken’, maar dat we elkaar als teamgenoten motiveren en niet proberen af te maken. Op het water zijn we ‘killers’, buiten de boot moeten we elkaar beschermen.

Al die sentimentele Nike quotes die me om de oren vliegen maken me soms toch wel een beetje aan het lachen. Ik kan vooral geen pokerface behouden als wederom een van de vijftig meisjes jarig is en we ‘Happy Birthday’ zingen met het ‘hook ‘em horns’ teken (het rock-teken met je hand) in de lucht, waarna we afsluiten met een yel. Aan de ene kant bespot ik de absurde Amerikaanse sportsfeer die ik om me heen ervaar en aan de andere kant is het toch wel heel mooi hoe mensen zo gepassioneerd kunnen zijn over het teambestaan.