Ik woon en werk in het grootste Moslimland ter wereld. Na drie jaar weet ik het zeker: Moslims hebben geen gevoel voor humor.

Tenminste, niet voor Westerse humor. Al bij mijn eerste bioscoopbezoek in Indonesië werd mij duidelijk dat humor een relatief begrip is. Op – in mijn ogen – totaal willekeurige momenten schaterde het publiek het uit. Maar dat dachten ze waarschijnlijk ook van mij…

Cynisme, Sarcasme en Ironie
zijn principes die in de Indonesische humor niet of nauwelijks voorkomen. In het Indonesische woordenboek zijn de woorden nog wel te vinden, maar de Indonesische spelling van sinisme, sarkasme en ironi geeft al aan dat de Nederlanders deze woorden hiermee naartoe hebben genomen, achtergelaten en dat sindsdien geen enkele Indonesiër er nog gebruik van heeft gemaakt. Vergelijkbaar met de spoorwegen, de democratie en de rechtspraak.

Laten sinisme, sarkasme en ironi nou net onderdeel uitmaken van het coachinstrumentarium van ondergetekende toen hij hier drie jaar geleden begon.

Ik kreeg nul op rekest.

De “fijn dat je ons verblijdt met je aanwezigheid” werd door de te late roeier schaapachtig tot zich genomen.

De “doe je dat thuis ook?” volledig onbegrepen (hij had thuis immers geen roeiboot).

De “dat ging wel lekker he?” werd met een schuchter knikje beaamd; misschien had de coach de vier snoeken tijdens het startje over het hoofd gezien?

Nee, om de roeier te prikkelen, waren grappen en grollen van een totaal ander kaliber gewenst.

Spoedcursus
Spoedcursus – Hoe maak ik mijn Moslimroeiers aan het lachen:

  • Iemand laten uitglijden over een bananenschil.
  • Iemand met een ladder per ongeluk voor het hoofd slaan.
  • Alle poep- en plasgrapjes.
  • Elke verwijzing naar de ‘daad’.

Extra grappig worden bovenstaande grapjes gevonden als ze ten koste gaan van vrienden. Geen groter vermaak dan leedvermaak.

Ter voorkoming van onduidelijkheid worden op tv grapjes steevast begeleid door een geluidsbandje met daarop lachend publiek of bijbehorende ploink, toet en boemgeluiden.

Met deze kennis heb ik na drie jaar nu gelukkig ook hier de lachers op mijn hand. Het is makkelijk scoren met opmerkingen als:

“Alidarta is op Wahyuni” of “Ihram, meisjes plagen is kusjes vragen”

“Ardi, je voert die buikspieroefening veel te snel uit, alsof je vriendinnetje bovenop je ligt.”

Daarnaast is elke aanwijzing over het naar voren stoten van de bekken tijdens de powerclean sowieso een hit.

Maar de roeiers kunnen er zelf ook wat van, de grapjassen:

  • Als een van mijn roeiers wat obese trekjes begint te krijgen, zijn de anderen er als de kippen bij om net zo lang, luid lachend, in de vetjes van de roeister in kwestie te knijpen tot ze de bak kroepoek weer een tijdje laat staan.
  • En niks zo grappig als een roeier een oor aannaaien door luidkeels “lima ribu” te roepen als een andere roeier per ongeluk zijn boot stoot en daarvoor de boete van 5.000 rupiah moet betalen (wel handig voor mij natuurlijk).
  • Arief ‘de brutaalste’ geeft tijdens het feliciteren voor haar verjaardag, Elisabeth een vlug kusje op haar wang. Dat waren twintig roeiers die twee minuten lang dubbelgeslagen en met buikpijn van het lachen over de grond rolden…

Rare jongen, die B
En als ik dan een keer een grapje maak dat totaal niet aankomt, dan kijken mijn roeiers elkaar aan, halen hun schouders op en denken: rare jongen, die B.

En dat lijkt mij nou de enige normale reactie.